Rondje Tjeukemeer

Nederland, Friesland, Heerenveen

29
33
34
86
85
92
91
87
88
89
84
90
81
83
82
84
91
92
58
56
55
54
78
52
47
48
58
59
60
61
62
73
81
74
76
83
27
29

Geen Friese elf steden in dit gebied, maar wel eindeloze ruimte en prachtige polders, dorpjes , meren en waterwegen. En dat allemaal over prachtige fietspaden, ver weg van steden en wegen. Dit is het Friesland zoals iedereen zich dat wenst: weids, vlak en afwisselend. Al fietsend is de geschiedenis van de streek goed zichtbaar, want de vervening heeft hier letterlijk diepe sporen getrokken. De vele meren en sloten, waarvan het landschap hier vergeven is, dwingen soms tot omrijden, maar wel móói omrijden.

Veerdienst Boornzwaag-Woudfennen
Tussen knooppunt 84 en 91; vaartijden apr.-half okt. dagelijks, herfstvakantie alleen za-zo. Vaartijden op de website Voetveren.

Heerenveen vat in zijn naam de aard van de route al samen. Het was dus niet alleen een vervenersdorp, maar de heren lieten er ook hun prachtige huizen bouwen. Een aantal daarvan is nog te vinden in het centrum, met name de Crackstate uit 1647, nu gemeentehuis. De bij­naam ‘Het Friesche Haagje’ dankt Heerenveen aan het nabijgelegen Oranjewoud, een buiten van de Friese Nassaus.

Er was iets merkwaardigs aan de hand met Sintjohannesga en tweelingdorp Rotsterhaule. Hier waren in de jaren 1960 aan de Streek wel tien bakkerijen gevestigd. Misschien kwam het doordat bakkersleerlingen werden ontslagen als ze volleerd en dus te duur werden, en daarom maar een eigen zaak begonnen. De meeste bakkerijen zijn allang verdwenen, maar er zijn enkele succesvolle fabrieken uit voortgekomen: een roggebroodfabriek, een pepernotenfabriek en de Wieger Ketellapper koekfabriek.

De Groote Sintjohannesgaaster Veenpol­der is een zeldzaam fraai overblijfsel van de vervening in dit deel van Friesland. Smalle stroken land worden afgewisseld door sloten die vaak weer het land overspoelden, waardoor een zeer zompig gebied is ontstaan met petgaten. Aan de noord­kant is het oude patroon van water en land goed bewaard gebleven.

De route gaat helemaal om het Tjeukemeer heen en laat stukken van zowel de noord- als de zuidoever zien. Het is met zijn 22 vierkante kilometer het grootste van de Friese meren. Die omvang heeft het gekregen door stormvloeden, kruiend ijs en veenbranden. Er wordt verteld dat complete dorpen in het meer zijn verdwenen.

De route gaat dwars door Langweer. Tot 1856 was dit dorp alleen over water te bereiken. Nog steeds is het water belangrijk voor de economie van het dorp; de Langweerderwielen trekken veel watersporters. Zijn grote faam ontleent het dorp echter aan het fraaie historische centrum met de kerk, de goed bewaarde gevels en de lindehaag voor de huizen.

Skûtsjesilen is waarschijnlijk het bekendste sportevenement in Friesland. Het wedstrijdvaren met oude vrachtschuiten bestaat al sinds de 19e eeuw, maar pas in de 20e eeuw werd het gereglementeerd. Oorspronkelijk had elk dorp of elke stad zijn eigen skûtsje en zaten er louter vissers aan boord. Nog steeds vinden elk jaar de wedstrijden plaats op de grote meren, maar de regels zijn intussen wat vrijer.

Een markante schoorsteen domineert Oosterzee-Gietersebrug. Na de vervening werd ook hier veel geboerd. Voor landbouw was de zachte, vochtige bodem niet geschikt, dus werd er vooral vee gehouden. In 1891 werd in Oosterzee de Stoomzuivelfabriek Lemsterland opgericht, eerst als particuliere onderneming, later werd het een zuivelcoöperatie. De markt voor zuivelproducten liep in de jaren '90 terug en uiteindelijk werd de fabriek gesloten. Na jaren van leegstand heeft het voormalige fabrieksterrein nu een woonbestemming gekregen. De schoonsteen mocht blijven als monument van de zuivelindustrie. De Gieterse Vaart werd doorgetrokken en aan het eind ligt nu een nieuw watersporthaventje.

In de zomermaanden worden in Echtener­brug de Dolle Donderdagen gevierd. Wie toch eens wil weten wat zakslaan en spijkerbroekhan­gen nou eigenlijk betekenen, moet dan eens in het haventje van dit watersportdorp gaan kijken. En wie dan nog niet genoeg heeft, kan in de tweede week van september de feestweek bijwonen. Maar er is ook gewoon te genieten van het skûtsjesilen.

In dit kleine boerendorp op een zandrug (gaast of geestgrond) in het stroomgebied van de Tsjonger of Kuinder valt het sobere, torenloze kerkgebouwtje op. Het is een voormalige kapel die later is gepromoveerd tot kerk. Tegenwoordig is het in gebruik als dorpshuis. Iets daarachter ligt een oude begraafplaats met een vrijstaande houten klokkenstoel met een helmdak, typerend voor deze regio. Op een oude kaart uit 1722 staat op deze plek al een klokkenstoel ingetekend.