Roldertorenroute

Nederland, Drenthe, Rolde

73
71
65
55
61
02
42
40
94
86
83
80
96
95
37
79
53
09
23
69
70
73

Eeuwenlang oriënteerde de reiziger in dit gebied zich op de Roldertoren. Tot in de verre omtrek was de toren te zien. Sinds het begin van de 20e eeuw is dit oriëntatiepunt gedeeltelijk aan het oog onttrokken; de beplanting van zandverstuivingen en heidevelden tastte de openheid van het landschap aan. Staatsbossen bepalen tegenwoordig de horizon. Deze route gaat over hooggelegen essen, door resten van het beekdallandschap, langs Landgoed Kampsheide en door de staatsbossen. De landschappelijke gevolgen van bosaanplant, kanalisatie van beken en naoorlogse ruilverkaveling zijn onderweg goed te zien. Op onverwachte plaatsen treft u echter ook sporen en overblijfselen aan uit de prehistorie: hunebedden en tumulivelden (grafheuvels) uit de steen- en bronstijd.

 

Let op: Deze route is een combinatie is van knooppunten en de themaroute Roldertoren. Daar waar de knooppunten ontbreken kunnen de 6-kantige bordjes 'Roldertorenroute' gevolgd worden.

Achter de kerk van Rolde, op de Kerkbrink, staan twee hunebedden uit omstreeks 3000 v. Chr. Om ze te bekijken: volg het bordje ‘Hunebed­den’. Er zijn nog meer archeologi­sche vondsten gedaan, die wijzen op vroege bewoning in de omge­ving van Rolde.

De boswachterijen Borger en Gieten werden omstreeks 1930 aan­gelegd in het kader van de werkver­schaffing. Voor boeren was verkoop van de ‘waardeloze’ en verafgele­gen heidegrond een financiële rug­gensteun in de crisisjaren. Binnen tien jaar werd het heideveld ont­gonnen. Het grootste deel is inge­poot met uitheemse naaldbomen zoals fijnspar en lariks. Langs de randen en de singels werden eiken en berken geplant.

Voor informatie kunt u terecht bij het Buitencentrum Boomkroonpad van Staatsbosbeheer (Steenhopenweg 4, 9533 PN Drouwen, www.staatsbosbeheer.nl; gesl.: nov.-mrt. ma-za).

 

Omstreeks 1860 telde Grolloo 38 boerderijen en 260 inwoners. Alle boerderijen waren toen geconcentreerd in het dorp. Door de ruilverkaveling werden sommige bedrijven naar het buitengebied verplaatst. Een aantal oude boerderijen is daardoor in de jaren 60 van de 20e eeuw uit het dorpsbeeld verdwenen.

De groenlanden van het beekdallandschap langs het Deurzer- en Loonerdiep bij Deurze worden op aangepaste wijze beheerd. De voormalige hooi- en madenlanden wor­den net als vroeger één keer per jaar gehooid; ze worden niet be­mest. Hierdoor hoopt Staatsbosbe­heer de bloemrijke graslanden van omstreeks 1900 terug te krijgen.

De fraaie boerderij Kamps – die vanaf het fietspad niet te zien is – is van het hallen­huistype, met een achterbaander (twee grote deuren die in de ach­tergevel zijn geplaatst en toegang geven tot de schuur) en een aange­bouwde schaapskooi. De oorspronkelijke 17e eeuwse boerderij brandde in 2012 volledig af, maar is inmiddels in oude stijl herbouwd.

Landgoed Kampsheide werd in 1947 aangekocht door de stichting Het Drentse Landschap. Het sinds 1984 omrasterde heidegebied ligt op de overgang van de Ballooër es naar het beekdal van het Looner­diep. Op Kampsheide ziet u verschillende heidesoorten, jenever­bessen en vliegdennen. De plas is ontstaan door turfwinning in het voormalige veentje. Vanwege een ondoorlatende laag keileem in de bodem kan het water niet wegzak­ken, waardoor zich een meertje vormt. Vanuit archeologisch oog­punt is het gebied van grote waar­de vanwege de 44 grafheuvels. Ook zijn er restanten van zogenaamde celtic fields, vierkante akkertjes uit de ijzertijd. Bij het ten noorden van Kampsheide aan de Lienstukkenweg gelegen hunebed ziet u alle kenmerken van het esdorp bij­een: dorp, es, madenlanden en veld.