Langs Almeerse wateren

Nederland, Flevoland, Almere

55
56
66
67
97
93
71
70
62
61
87
86
88
85
84
83
77
75
35
01
03
02
53
54
55

Met behulp van een van de grootste gemalen ter wereld viel Zuidelijk Flevoland in 1968 droog. Datzelfde gemaal zorgt er nu voor dat de polder droog blijft. Toch is er in en om Flevostad Almere water te over, van moerasplassen tot uitgegraven recreatieplassen en vaarten. Diverse bijzondere vogelsoorten weten dat water te vinden, maar er zwemmen ook bevers in rond. Verrekijker mee dus op deze tocht. Aan de oevers springt bijzondere architectuur in het oog.

Tijdelijke routeomleiding

In verband met de werkzaamheden bij het Schateiland tot medio 2019 is knooppunt 54 tijdelijk vervallen, zie hieronder voor de alternatieve route.

In verband met de werkzaamheden bij het Schateiland tot medio 2019 is knooppunt 54 tijdelijk vervallen. Volg de ter plaatse aangegeven omleiding, of neem deze tijdelijke, alternatieve route. De route wordt dan iets langer (ca. 47 km) en de knooppunten zijn: 
55 - 56 - 66 - 67 - 97 - 93 - 71 - 70 - 62 - 61 - 87 - 86 - 88 - 85 - 84 - 83 - 77 - 75 - 35 - 01 - 03 - 02 - 53 - 52 - 74 - 58 - 57 - 56 - 55

Het Oostvaardersbos en de omringende paden zijn van 1 feb - 1 mei afgesloten in verband met de winterrust van het wild. Hierdoor is het Jan van den Boschpad (tussen knooppunt 67 en 97) niet begaanbaar. Tussen knooppunt 97 en 71 is de route tijdens de winterrust tot 11 uur gesloten. Neem daarom in de periode 1 feb - 1 mei  een alternatieve route: 66 - 65 - 68 - 98 - 69 - 70.

Als de brug van een schip biedt het Gemaal De Blocq van Kuffeler uitzicht over het Markermeer. Het is het jongste gemaal van Flevoland (1967) en een van de grootste ter wereld. Vier pompen kunnen samen per minuut 1,6 miljoen liter water uit de polder het Markermeer in werken. Het gemaal is genoemd naar dr. ir. Victor Jean Pierre de Blocq van Kuffeler, die na de dood van Cornelis Lely in 1929 diens werk voortzette. De voltooiing van zijn levenswerk, het uitvoeren van de Zuiderzeewerken, maakte hij niet meer mee. De Blocq van Kuffeler overleed in 1963.

Wie wil weten hoe laag-Nederland er duizenden jaren geleden uitzag, krijgt een goed beeld door langs de Oostvaardersplassen te fietsen. Hier is het Nederlandse oerlandschap: uitgestrekt moeras met plassen en ruige graslanden, teruggekeerd. Nu eens niet gepland, zoals dat vaak gaat met natuur in Nederland, maar bij toeval. Na het droogvallen van Zuidelijk Flevoland was hier eigenlijk een industriegebied gepland, maar door de oliecrisis werd dit plan opgeschort. Ondertussen werd het moerassige gebied opgemerkt door trekvogels als de lepelaar en grauwe gans die er in het voorjaar kwamen broeden. Besloten werd om het gebied zo te behouden voor deze en vele andere vogelsoorten.

Er komen nu zelfs jonge zeearenden ter wereld, vogels die na de middeleeuwen uit Nederland waren verdwenen. Edelherten, konikpaarden en heckrunderen, dieren die van nature in dit soort gebieden leven, eten de droge delen kaal. Er is besloten in de Oostvaardersplassen niet in te grijpen in natuurlijke processen. Bij een tekort aan voedsel worden de dieren bijvoorbeeld niet bijgevoerd. Dit beleid stuit op nogal wat kritiek, maar de kadavers van dieren die het niet overleven vormen weer voedsel voor vossen en aaseters zoals bijvoorbeeld de zeearend. Het gebied is niet voor publiek toegankelijk, maar vanaf diverse uitkijkpunten kunt u een blik werpen op dit unieke stuk wild Nederland. In Natuurbelevingscentrum De Oostvaarders worden lezingen gehouden en er starten excursies. Er zijn ook hapjes en drankjes en het uitzicht is er fantastisch.

Langs de Lage Vaart markeren de Rode Donders van architect Liesbeth van der Pol de overgang tussen stad en polder. De vorm van de drie knalrode woontorens verwijst naar de graansilo’s die hier vroeger stonden en ze zijn één van de redenen waarom liefhebbers van moderne en onorthodoxe architectuur Almere graag bezoeken.

Het Almeerderhout is het grootste bosgebied van Almere. Er groeien vrijwel alleen loofbomen en dat is bijzonder in Nederland. Ook bijzonder is dat de bomen op deze kleiige poldergrond veel harder groeien dan op de zandgronden van bijvoorbeeld de Veluwe. Ondanks hun jonge leeftijd ogen de bomen daarom nu al volwassen. Ze zullen over enkele decennia uitgegroeid zijn tot ware woudreuzen. Eigenlijk bestaat het Almeerderhout uit vier bossen. In één daarvan, het Waterlandse Bos, ligt Stadslandgoed de Kemphaan. Het landgoed omvat onder andere een klimbos, een natuurcamping, een stadsboerderij en ook Stichting AAP is er gehuisvest. Kijk voor meer informatie op www.kemphaan.nl.

Aan de Lange Wetering staat al sinds het jaar 2000 een kasteel in aanbouw. In het kasteel waren een hotel en woningen gepland, maar financiële problemen houden de bouw voortdurend op. Het project wordt daarom wel eens gekscherend ‘het luchtkasteel’ genoemd. Ook ‘de ruïne van Almere’ is een veelgehoorde bijnaam. Het ontwerp is gebaseerd op het Belgische kasteel Jemeppe in Hargimont.

In 1982 werden aan de zuidoever van de recreatieplas Het Weerwater de winnende inzendingen van de ontwerpwedstrijd ‘ongewoon wonen’ gebouwd. Aanvankelijk was het de bedoeling om de woningen na vijf jaar af te breken. Alleen op deze manier mocht zonder beperkende regels en voorschriften vrij geëxperimenteerd worden. De belangstelling en waardering uit binnen- en buitenland was echter zo groot, dat men op het bewuste tijdstip niet meer tot afbraak over wilde gaan. Het buurtje met de tien experimentele woonhuizen is bekend onder de naam De Fantasie.

In 1985 volgde deel twee van de ontwerpwedstrijd, nu met het thema ‘tijdelijk wonen’. Ook hier bleken de panden minder tijdelijk dan beoogd. In het straatje De Realiteit, ten zuiden van de Noorderplassen, worden de resultaten nog altijd bewoond, zij het als weekendhuis. Ze zijn immers niet ontworpen voor permanente bewoning. Inspiratie voor deze speelse architectuur werd onder andere gevonden in de caravan, container en paalwoning.

Het ontstaan van de Lepelaarplassen gaat nog verder terug dan de inpoldering van Zuidelijk Flevoland zelf. Hier werd namelijk zand gewonnen voor de aanleg van de Oostvaardersdijk. Pas daarna werd de polder drooggemalen. Spontaan ontkiemden er wilgen op de kale, natte kleibodem rondom de plassen. Op andere plaatsen ontstonden rietvelden. De naam voor het gebied ontstond weer later, nadat in 1971 de eerst lepelaars hier waren komen broeden. Ieder voorjaar keren de grote witte vogels met hun typische lepelvormige snavels hier terug. Vooral op het Trekvogelgraslandje, aan de rand van het plassengebied, lopen ze geregeld rond. Vanuit een observatiehut, een paar honderd meter lopen vanaf het fietspad, hebt u een prachtig zicht op de grote plas. In de wilgen rondom broeden aalscholvers in groten getale, terwijl in het winterseizoen watervogels als de kuifeend en grote zaagbek op het water dobberen. Het hele jaar door is de kans aanzienlijk een bontgekleurd ijsvogeltje te zien.

Voor meer informatie over de ontstaansgeschiedenis van de Lepelaarplassen en het dagelijkse leven in de natuur van Zuidelijk Flevoland is Natuurinformatiecentrum de Trekvogel een uitstekend adres. Hoe ziet een roerdomp of lepelaar er ook alweer uit? Opgezette exemplaren zetten u op het juiste spoor, zodat u straks weer weet wat u in het wild ziet. Er is een kinderhoek met kleurplaten en puzzels en de koffie is er altijd bruin. Ook is De Trekvogel het startpunt van diverse excursies.