Geertruidenberg en Breda

Nederland, Noord-Brabant, Geertruidenberg

42
40
41
93
01
87
04
02
91
92
75
77
21
22
21
74
99
94
95
26
96
44
42

De vestingsteden Geertruidenberg en Breda waren belangrijke schakels in de Zuiderwaterlinie. Grachten, wallen en bolwerken herinneren hier nog aan. Het gebied tussen de vestingsteden lag te hoog om onder water te zetten. Daarom werden hier schansen en linies aangelegd. Ze vormen nu het militaire decor voor deze fietsroute vol verrassingen.

Fietsen langs de Zuiderwaterlinie
In 1568 kwamen de Nederlandse gewesten in opstand tegen de landsheer, de Spaanse koning Filips II. Al snel werd duidelijk dat stadsmuren niet genoeg waren om de Spanjaarden tegen te houden. Dus werd er een nieuw verdedigingsmiddel ingezet: water! Door het inunderen – onder water zetten – van een strook land kon een leger niet verder oprukken. In 1648 vertrokken de Spanjaarden, maar de dreiging uit het zuiden bleef. Daarom ontwierp Menno van Coehoorn in de 17e eeuw een ingenieuze keten van waterlinies. Het Brabantse deel noemen we nu de Zuiderwaterlinie. Kijk voor nog veel meer informatie over de Zuiderwaterlinie op www.zuiderwaterlinie.nl.

Start in het centrum van Geertruidenberg op de Markt. Fiets vanaf daar rechts langs de kerk naar knooppunt 42 en vervolgens naar 40-41-93-01-87-04 en 02 (tip: je kunt in Oosterhout de route eenvoudig inkorten door op de rotonde bij de Strijenseweg rechtsaf te gaan, dan bij de verkeerslichten rechtdoor). Fiets van 02 naar 91-92-75 en 77.

Starten kan ook vanaf het treinstation in Breda.

* Vanaf knooppunt 77 kun je de route verlengen met een uitstapje naar Breda. Fiets dan naar 79-78-80 en richting 47. Fiets vanuit Breda via 80-78 en 79 terug naar 77 om de route te vervolgen (totaal 11,5 km extra, de route wordt dan ca. 53,5 km).

Fiets daarna van knooppunt 77 naar 21- 22-21-74-99-94-95-26-96-44 en richting 42 tot aan de Markt in Geertruidenberg.

De Markt van Geertruidenberg is een prachtig plekje om deze fietsroute te beginnen: een dubbele rij linden, puntgave gevels uit de 18e eeuw, hardstenen stadspompen, uitnodigende terrasjes .... Typisch Brabants? Toch niet: tot 1814 lag de stad op Hollands grondgebied. Dat verklaart meteen de Hollands aandoende trapgevels. Aan het begin van de Opstand, ook bekend als de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648), liet Willem van Oranje de stadsmuren vervangen door aarden wallen, grachten en bolwerken. Die konden echter niet voorkomen dat Geertruidenberg in 1589 door Engelse huurlingen werd ‘verkocht’ aan de Spaanse hertog van Parma. Vier jaar later wist prins Maurits de vesting te heroveren. Deze belegering is een van de onderwerpen in Museum De Roos, dat onderdak vond in een eeuwenoud pand aan het plein (Markt 46, www.museumderoos.nl, mei-sept. di.-za. 10.30-16.30, zo. 11.30-16.30 uur, okt.-april do.-vr. 11-15, za. 11-16, zo. 13-16 uur). Links tegenover het museum getuigt het arsenaal van het militaire verleden van de stad. Wandel door de poorten en je ziet waar vroeger de wapens werden opgeslagen.

Ook nu nog wordt de stad gedeeltelijk door wallen en grachten omgeven. Ze dateren van de periode 1834-1837, toen er een oorlog dreigde met de Belgen. Sinds 1815 vielen Nederland en België beide onder het Koninkrijk der Nederlanden, maar het was geen gelukkig huwelijk. Vooral de arrogante, bemoeizuchtige houding van koning Willem I riep bij de Belgen weerstand op. In 1830 was de maat vol: de Belgen kwamen in opstand en eisten onafhankelijkheid. In allerijl werd de in verval geraakte Zuiderwaterlinie weer in staat van paraatheid gebracht. Ook de eerder gesloopte vestingwerken rond Geertruidenberg werden in ere hersteld. Aan de noordrand van de stad is daarvan nog een deel te zien: fiets richting de kerk en volg voor de stadspomp links de Vismarktstraat. De eerste straat links komt uit bij een wachthuis uit 1836. Hierin was plaats voor een officier en twintig manschappen. Even verder gaat links een pad naar een bolwerk met een kruitmagazijn uit datzelfde bouwjaar. In 1839 erkende Willem I alsnog de nieuwe Belgische staat en kwam er definitief een einde aan de burenruzie.

Fiets vanaf knooppunt 42 links de brug op en Fort Lunet komt in beeld (links op de andere oever). Ook dit fort was gebouwd om de opstandige Belgen buiten de deur te houden. Het fort kon de rivier de Donge afsluiten en bewaakte de door Napoleon aangelegde straatweg tussen Breda en Gorinchem. Nu kun je binnen de muren terecht voor een hapje of een drankje in het restaurant.

Oorlog is van alle tijden. Dat bewijst de Ruïne van Strijen, ook wel de Slotbosse Toren genoemd. Je komt er door bij knooppunt 87 rechts de Effentweg te volgen en dan de eerste weg links te nemen. Van een ooit machtig kasteel resteert nu slechts een 25 meter hoog hoekdeel van een toren. Het kasteel werd in 1288 gebouwd op de toenmalige grens van het hertogdom Brabant en het graafschap Holland. Opdrachtgever was de heer van Strijen, afkomstig van de Hoeksche Waard in Zuid-Holland. Na 1325 liet de Hollandse edelman Willem van Duvenvoorde, destijds een van de machtigste en rijkste mannen van de lage landen, het kasteelterrein flink verbouwen. Willem van Oranje veroverde het kasteel in 1573, waarna Spaanse troepen de burcht met kanonnen bestookten. Waarschijnlijk raakte het daarbij zo beschadigd dat vanaf 1620 de stenen werden gebruikt voor verschillende andere gebouwen in Oosterhout.

Nu zorgen de bomen voor beschutting, maar vroeger was de Vrachelse Heide een ruig heide- en stuifzandgebied. Op de kruising bij het einde van de zandwinplas stond eeuwenlang de bekende herberg Het Pannenhuis. Tijdens de belegering van Breda in 1624-1625 liet de Spaanse legeraanvoerder Spinola hier een schans en uitkijkposten aanleggen. Het Staatse leger van prins Maurits lag slechts 2 kilometer verderop, richting Made. Ook in volgende oorlogen waren hier soldaten ingekwartierd. In het ‘Rampjaar’ 1672 werd Nederland van alle kanten aangevallen en logeerden er Engelse en Franse soldaten in de herberg. De eigenaar bracht voor deze dienst 62 gulden en 8 stuivers in rekening – zaken zijn zaken tenslotte!

Na het bos volgt de route het Markkanaal. Bij het graven van het kanaal in 1911-1915 werd de Linie van de Munnikenhof bruut doormidden gehakt. Een restant zie je direct na het golfterrein links: een aarden wal die door het landschap zigzagt. De linie werd in 1701 ontworpen door Menno van Coehoorn als onderdeel van de Zuiderwaterlinie. De lage polders aan de buitenzijde van de wal werden bij oorlogsdreiging onder water gezet. Een laag van enkele decimeters was genoeg om een leger met al zijn paarden, karren en kanonnen tegen te houden. De aarden wallen moesten voorkomen dat de vijand via dit hoger gelegen stuk land toch zou oprukken. Pas in 1952 werd de linie officieel als vestingwerk opgeheven. Daarna zijn de wallen en grachten veroverd door de natuur.

Ruim 500 meter na de linie gaat links een onverhard pad richting een asfaltweg, de Salesdreef. Hier markeert een bordje de locatie van een Spaans kerkhof. Soldaten van het Spaanse leger die door ziekte, ontberingen of in de strijd overleden, vonden hier een laatste rustplaats tussen hun kameraden.

Vlak voor knooppunt 77 is rechts een kleine parkeerplaats. Zet de fiets neer en wandel verder naar de door bomen en struiken overwoekerde Spinolaschans. Een doorgang in de hoge wal geeft toegang tot het open middenterrein. De Spaanse legeraanvoerder Spinola liet de schans in 1624 aanleggen tijdens de omsingeling van Breda. Zo kon hij de land- en waterwegen controleren en voorkomen dat er voedsel naar de stad zou gaan. Na de overgave van Breda liet Spinola het vestingwerk ontmantelen zodat de Staatse troepen het niet konden gebruiken. Toen Frederik Hendrik in 1637 Breda wilde terugveroveren, werd de schans opnieuw aangelegd in de huidige vorm.

Ooit was Breda een machtige vestingstad, maar de meeste vestingwerken zijn in de loop van de 19e eeuw gesloopt. De singels rond het centrum geven globaal de ligging aan. Wel bewaard gebleven is het Kasteel van Breda. Het heeft nog altijd een militaire functie, dus binnen een kijkje nemen kan alleen bij speciale gelegenheden. Wat ooit een middeleeuwse burcht was, groeide in de loop van de eeuwen uit tot een groot kasteelcomplex. De meest bekende bewoner was zonder twijfel Willem van Oranje, die op elfjarige leeftijd eigenaar van het kasteel werd. Zijn voorgangers van het geslacht (Oranje-)Nassau liggen begraven in de Grote Kerk even ten zuiden van het kasteel. Bij de kerk begint de Grote Markt, een langgerekt plein dat zich uitstekend leent om op een terrasje van de Brabantse sfeer te proeven.

Volg vanaf het kasteel de route verder richting knooppunt 47 en de Duiven- en Granaattoren komen in beeld. Ze horen bij de versterkingen die Hendrik III van Nassau in 1531 rond de stad liet aanleggen. De waterpoort tussen de beide torens wordt het Spanjaardsgat genoemd. Het verwijst naar het beroemde verhaal over het Turfschip van Breda: in 1590 smokkelde een schipper een groep soldaten van prins Maurits met zijn turfschip het kasteel binnen. Zij openden de poort, waardoor de prins het kasteel op de Spanjaarden kon heroveren. Een prachtig verhaal – de Brabantse versie van het Paard van Troje –, maar het speelde zich niet af op deze plek: de waterpoort werd namelijk pas in 1610 gebouwd. In werkelijkheid voer het turfschip het kasteel binnen via een gracht langs de noordoostelijke hoek.

In het lieflijk ogende Terheijden is vroeger stevig gevochten. Vooral in de Tachtigjarige Oorlog sloegen dan weer Spaanse, dan weer Staatse troepen hun tenten op in en rond het dorp. Ook werden de omliggende polders menigmaal onder water gezet. In 1639 bouwden de Spanjaarden bij de haven de Kleine Schans om de scheepvaart op de Mark en de verbinding Breda-Moerdijk te beschermen. Na de Tachtigjarige Oorlog verdween de schans uit het landschap, waarna in 1830 het bolwerk in ere werd hersteld vanwege de opstandige Belgen. Nu is het vooral een heerlijke plek voor een picknick!

De kenmerkende zigzagvorm van de Linie van Den Hout is goed te herkennen. In vestingterminologie heet dat getenailleerd. Al in 1625 lagen hier verdedigingswallen. De huidige linie dateert van 1701 en is waarschijnlijk binnen enkele weken aangelegd onder toeziend oog van Menno van Coehoorn. De linie moest, samen met Linie van de Munnikenhof en een hele serie inundatiegebieden, het gebied tussen de vestingsteden Breda en Geertruidenberg verdedigen. Via een wandelpad kun je de zigzag helemaal door het landschap volgen.

Terug in Geertruidenberg krijg je zicht op het indrukwekkende Commandeursbolwerk. Eenmaal binnen de vesting kun je rechtsaf om het bolwerk ook van binnen te bekijken en je vestingkennis te verrijken: de opstelplaats voor geschut heet een kat, de extra wal in de hoofdgracht heet een enveloppe.