’s-Hertogenbosch en Heusden

Nederland, Noord-Brabant, Heusden

01
85
84
04
05
87
70
14
71
72
34
73
74
33
24
22
21
54
84
88
53
51
50
49
48
46
45
41
82
01

Twee vestingsteden die tijdens de Opstand beide een andere kant kozen: Heusden steunde de prins van Oranje, het katholieke ’s-Hertogenbosch bleef lange tijd trouw aan de Spaanse koning. Inmiddels zijn de vestingwerken rond beide steden prachtig gerestaureerd. Daartussen tekenen inundatie­gebieden, schansen en zigzaggende linies nog altijd het landschap.

Fietsen langs de Zuiderwaterlinie
In 1568 kwamen de Nederlandse gewesten in opstand tegen de landsheer, de Spaanse koning Filips II. Al snel werd duidelijk dat stadsmuren niet genoeg waren om de Spanjaarden tegen te houden. Dus werd er een nieuw verdedigingsmiddel ingezet: water! Door het inunderen – onder water zetten – van een strook land kon een leger niet verder oprukken. In 1648 vertrokken de Spanjaarden, maar de dreiging uit het zuiden bleef. Daarom ontwierp Menno van Coehoorn in de 17e eeuw een ingenieuze keten van waterlinies. Het Brabantse deel noemen we nu de Zuiderwaterlinie. Kijk voor nog veel meer informatie over de Zuiderwaterlinie op www.zuiderwaterlinie.nl.

N.B. wie de route te lang vindt, kan hem inkorten tot 46 km door onder Drunen bij knooppunt 72 rechtstreeks naar knooppunt 74 te rijden langs het kanaal.

Start in het centrum van Heusden op de Vismarkt, achter de haven. Ga in de hoek links van het gebouwtje met de zuilen tussen zuilen en caféterras door en linksaf langs de haven. Aan het einde linksaf (Drietrompetterstraat), dan naar knooppunt 85. Fiets vervolgens naar 84-04-05-87-14-71 en 72*. Rechtdoor naar 34 en Giersbergen en via 73 naar 74.

* Ga voor een routeverkorting (46 km i.p.v. 52 km) bij knooppunt 72 vóór het kanaal linksaf en fiets rechtstreeks naar 74.

Verder via 34-73-733-24-22-21-54-84-88-53-51-50-49-48-46-45-41-82-01 en ten slotte richting 85, terug naar de Vismarkt.

Alternatieve start met P:
Starten kan ook buiten het centrum bij knooppunt 01, bij de Parkeerplaats Heusden Centrum Oost, Scheepswerf 1, 5256 PL Heusden.

Elke straat, elk huis in Heusden ademt geschiedenis. Alsof er eeuwenlang niets is veranderd. Toch? Niet helemaal: het huidige vestingstadje is een nauwkeurige reconstructie van Heusden anno 1649. Na de Tweede Wereldoorlog was de vesting zo vervallen dat er een keuze moest worden gemaakt: óf grootschalige nieuwbouw óf het historische stadje reconstrueren. Het werd dat laatste. De werkzaamheden startten in 1968 en duurden tientallen jaren. En het resultaat mag er zijn! Eenmaal binnen de vestinggordel waan je je in de 17e eeuw. Maar een openluchtmuseum is het zeker niet. Heusden is een levendig stadje met volop winkels, kunstgaleries, restaurants en een prachtige binnenhaven.

Fietsend over de bonkige kasseitjes passeer je eerst de Wijkerpoort en dan een kerk. In de tuin achter deze kerk stond ooit het Kasteel van Heusden. Het ging mis toen in 1680 de bliksem insloeg in de donjon, waarin buskruit, granaten en stincpotten lagen opgeslagen. Bij de explosie werden het kasteel en vele huizen verwoest. Als herinnering staat hier nu een verkleinde versie van het kasteel. Historisch verantwoord is het niet, maar de spelende kinderen zijn er blij mee.

De fortificaties maakten van Heusden een onneembare vesting. Aanvallers moesten maar liefst twee wallen en twee grachten passeren. Nieuwsgierig? Ga dan in de Oudheusdensestraat na de bocht scherp rechtsaf op Bromsluis. Net na huisnummer 2 brengt een wandelpad je linksaf naar de omwalling voor een kijkje van bovenaf. Het paadje rechtsaf brengt je naar de Bromsluis zelf. De sluis diende als ‘sortie’, een tunnel onder de wal waardoor je een tegenaanval kon plaatsen of de vesting kon ontvluchten. Via een geheime doorwaardbare plaats in de gracht kwam je uit bij een ravelijn, een omwald eilandje. De sortie kon met een hekwerk worden geblokkeerd.

Een informatiebord markeert de plek waar vanaf 1505 de Schans bij Doeveren lag. De schans bewaakte de strategisch belangrijke sluis, die duidelijk aan restauratie toe is. Via deze en andere sluizen kon het land tussen de dijk en Heusden bij oorlogsdreiging onder water worden gezet. Dat gebeurde onder meer tijdens het ‘Rampjaar’ 1672, toen vijanden van alle kanten oprukten. Om beter voorbereid te zijn op zulke aanvallen, koppelde de vestingbouwer Menno van Coehoorn rond 1700 alle Brabantse waterlinies aan elkaar. Het resultaat kennen we nu als de Zuiderwaterlinie. Toen de Fransen in 1793 de oorlog verklaarden aan Holland, werd de linie in stelling gebracht. De polders stonden vol water en de Fransen konden alleen over de dijken oprukken. Daarbij hebben ze ook korte tijd de Doeverense Schans bezet gehouden. In 1830 en 1862 werd de schans versterkt en kwam er een bomvrij gebouw om weerstand te bieden aan de steeds beter wordende granaten.

Verderop langs de Elshoutse Zeedijk stonden nog meer versterkingen, maar daarvan is niets meer terug te vinden. Nog wel zichtbaar zijn de sluizen. Ze hadden niet alleen een militaire, maar ook een waterstaatkundige taak. Tijdens de beruchte Sint-Elisabethsvloed van 1421, waarbij de Biesbosch ontstond, werd het water tot bij Heusden opgestuwd. De Elshoutse Zeedijk is toen versterkt om het zoute water buiten de deur te houden. Daarna moest de dijk vooral overtollig rivierwater in de Baardwijkse Overlaat (zie verderop) in toom houden. Dat ging niet altijd goed, zoals de zestien plassen aan weerszijden van de dijk bewijzen: het zijn kolkgaten of wielen die achterbleven na een dijkdoorbraak.

Holland of Brabant? Door de eeuwen heen zijn er flink wat conflicten geweest in het grensgebied tussen beide gewesten. De grenslijn verliep grillig en zeker in de veengebieden was de locatie niet exact aan te geven. Bovendien verschoof de grenslijn regelmatig. Dat gebeurde ook na de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648), toen het hertogdom Brabant werd opgesplitst. De noordrand, met onder meer de vestingsteden Geertruidenberg en Heusden, viel vanaf dat moment onder Holland. Dat bleef zo tot de komst van de Fransen in 1795. Een serie houten grenspalen geeft aan waar de grens in dat jaar liep. De eerste paal zie je ter hoogte van knooppunt 70.

Een waterlinie werkt alleen als er voldoende water beschikbaar is. In dit rivierengebied was dat geen probleem. Sterker: vaak was er te veel water. De rivieren stroomden regelmatig over de dijken en zetten dan complete dorpen blank. De oplossing werd in 1766 gevonden in de aanleg van de Baardwijkse Overlaat: bij hoogwater in de Maas liet men het hele gebied ten westen van Drunen bewust overstromen. Dat moest dijkdoorbraken elders voorkomen. Tegelijk had de overlaat een taak in de Zuiderwaterlinie. Als de sluizen in de dijken werden opengezet, ontstond een grote waterbarrière waar een leger met al zijn materieel niet doorheen kon. Een fraai staaltje 18e-eeuws watermanagement!

Het Drongelens Kanaal brengt je naar de eerste van een serie vestingwerken rond ’s-Hertogenbosch. Ga bij knooppunt 24 rechts de brug over en je komt bij Nationaal Monument Kamp Vught, dat herinnert aan het gelijknamige concentratiekamp uit de Tweede Wereldoorlog. Links daarvan liggen de Vughtse Lunetten. Een lunet is een aarden wal in de vorm van een halvemaan (het Franse woord lune betekent maan), met aan de buitenkant daarvan een gracht. Deze drie lunetten beschermden een legerkamp dat koning Willem II halverwege de 19e eeuw liet aanleggen op de achterliggende Vughtse Heide. Als de Fransen of de Belgen aan de grens verschenen, kon hier een leger worden samengebracht.

In 1568 kwamen de Nederlanden in opstand tegen de Spaanse landheer, koning Filips II. Of eigenlijk waren het vooral de noordelijke gewesten die streden voor onafhankelijkheid. In het katholieke zuiden bleef een groot deel van de bevolking trouw aan de Spaanse koning – ook een devote katholiek tenslotte. Toen in 1617 ten zuiden van ’s-Hertogenbosch een nieuw fort werd gebouwd, kreeg dat dan ook een Spaanse naam: Fort Isabella. De naam verwijst naar Isabella Clara Eugenia van Aragon, een dochter van Filips II die in 1621 landvoogdes van de Zuidelijke Nederlanden zou worden. Als je bij knooppunt 22 rechts en dan links gaat, kom je op het terrein van het grotendeels verdwenen fort. Alleen een 18e-eeuws poortgebouwtje – De Puist – staat er nog. De andere gebouwen horen bij een voormalige kazerne die nu voor allerlei activiteiten wordt gebruikt. Op zoek naar een kop koffie? Dat moet hier zeker lukken.

Vijf keer probeerde prins Maurits ’s-Hertogenbosch te veroveren. Vijf keer faalde hij. Pas bij een zesde poging van zijn opvolger Frederik Hendrik in 1629 gaf de stad zich gewonnen. ’s-Hertogenbosch had sterke fortificaties, maar het waren vooral de omliggende moeraslanden die de stad (bijna) onneembaar maakten (zie het verdiepingsstukje hieronder). De Bossche Broek oogt nog net als toen: leeg, nat en ongerept. Frederik Hendrik moest het moeras droogmalen om de stad te kunnen veroveren. Nu is dit sappige grasland het domein van wandelaars, fietsers en weidevogels.

De Moerasdraak
Vanaf het begin van de Tachtigjarige Oorlog was ’s-Hertogenbosch in Spaanse handen. Het was een machtige vestingstad, omringd door water en drassig terrein. Dat leverde de stad de bijnaam ‘de Moerasdraak’ op. Het was dan ook zeer ambitieus toen Frederik Hendrik in 1629 besloot de stad te belegeren. Rondom liet hij twee linies aanleggen: de binnenste om de stad te bestoken, de buitenste om een tegenaanval af te slaan. Ook legde hij met dijken en molentjes het moeras droog. Na vijf maanden moest de Moerasdraak zich uitgeput gewonnen geven. Het betekende een cruciale ommekeer in de oorlog.

De meeste vestingwerken rond ’s-Hertogenbosch werden na 1874 afgebroken om zo de groeiende stad meer ruimte te geven. Inmiddels is een deel daarvan gerestaureerd. Bastion Oranje bleef wel bewaard. Hier vind je nu het Bastionder (wo., vr., za., zo. 12-16 uur), een ondergronds informatiecentrum over de vestingstad. Blikvanger is Boze Griet, een kanon uit 1511-1512. Verrassend is zeker ook de aanblik net voorbij knooppunt 84: via een loopbrug wandel je via een bres in de muur zo de stad in.

Neem vooral de tijd voor het sfeervolle stadshart en de Sint-Janskathedraal. Daarna kom je aan de rand van het centrum bij het riviertje de Dommel. Links van de brug ligt het Bolwerk Sint-Jan. Lange tijd bewaakte het bolwerk een van de belangrijkste stadspoorten. Ook nu nog is het een levendige plek, maar dan dankzij de brasserie en het stadsparkje. Verder kun je hier inschepen voor een rondvaart door de stad.

Citadel of Fort Willem Maria – het kloeke vestingwerk in de Zuid-Willemsvaart doet het met twee namen. Het fort werd in 1637 gebouwd door de Staatse troepen en kreeg toen de namen van de zoon en de schoondochter van Frederik Hendrik. Doel was de noordrand van de stad te beschermen tegen een Spaanse aanval, maar zeker ook om de katholieke bevolking van de stad in toom te houden. De benaming Citadel stamt uit de Franse tijd. Een moderne loopbrug leidt nu naar het fortterrein. Het vierkante hoofdgebouw binnen de omwalling is een reconstructie van een kazerne annex militaire gevangenis die hier in de 19e eeuw stond. Het gebouw huisvest nu ‘het geheugen van Brabant’, het Brabants Historisch Informatie Centrum.

Ga bij knooppunt 50 rechtdoor en direct via het fietspad rechtsaf. Aan het einde van de straat doemt links Fort Orthen op. Het fort is na het beleg van 1629 gebouwd, maar wat je nu ziet is het resultaat van een grondige modernisering in 1852. De ronde stenen toren is een reduit, een bomvrij gebouw met een kelder waarin de manschappen zich bij een aanval konden terugtrekken. Die aanval is er overigens nooit gekomen.

Buiten de bebouwde kom wacht de natte natuur van de Diezemonding. Een informatiepaal links van het pad memoreert het beleg van ’s-Hertogenbosch in 1629, toen dit hele gebied onder water was gezet. Met door paarden aangedreven molens probeerde Frederik Hendrik het moeras droog te malen. Paarden lopen er ook nu nog: het zijn wilde koniks die samen met rode geuzen (een rundersoort) het natuurgebied begrazen.

Fort Crèvecoeur – Frans voor hartepijn – werd rond 1587 gebouwd bij de monding van de Dieze. Hiervandaan controleerden de Staatse troepen de scheepvaart richting het Spaansgezinde ’s-Hertogenbosch. In de loop van de eeuwen is het fort in Hollandse, Franse, Spaanse en Duitse handen geweest. Nu ligt het er verlaten en overwoekerd bij.