Beemdenroute

Nederland, Noord-Brabant, Prinsenbeek

91
34
48
50
76
73
52
53
01
10
13
08
45
91

Op deze tocht leert u twee gezichten van Noord-Brabant kennen: het landaanwinningslandschap van de Brabantse kleigordel en de Brabantse zandgronden. Het eerste gezicht zijn de Haagse en Ettense  Beemden. Ze maken deel uit van een lange strook beemden tussen Breda en Gastel. Beemden zijn natte veengronden in beek- en rivierdalen. Boeren gebruikten deze gronden als hooiland en staken er tot in de Tweede Wereldoorlog turf. Tegenwoordig overheerst in het gebied grasland. Het andere gezicht van Noord- Brabant is het Liesbos, een populair en prachtig eiken- en beukenbos aan de weg Breda–Etten-Leur.

 

In Terheijden kunt u parkeren bij het haventje, op het Oranjeplein of op het dorpsplein bij de kerk.
U pakt de route op bij knooppunt 73. Hiervoor moet u eerst met het pontje naar de overkant en na afloop weer terug met het pontje.

Vaartijden pontje in 2018:
16 apr - 7 okt dagelijks 11.00-17.50
25 mrt - 28 okt werkdagen 7.30-8.20
25 mrt - 15 apr / 8 - 28 okt werkdagen 15.00-17.50, za, zon- en feestdagen 12.00-17.50

Zie ook de website van het Markpontje.

Na het passeren van de tunnel onder de ringweg door, rijdt u langs de Kapel van Gageldonk. De kapel bevindt zich achter de Bethlehemkerk en is gewijd aan de Heilige Maagd Maria. Ook werd Dymphia vereerd, de beschermheilige voor psychiatrisch zieken.Dymphia was een Ierse koningsdochter en leefde in de 7e eeuw. Waarschijnlijk is de kapel in de 15e eeuw gebouwd als slotkapel van het kasteel van de Heren van Gageldonk. Het kasteel werd in 1571 verwoest.

De Mark stroomt in het overgangsgebied van zand en klei. Mark betekent ook grens, maar dat slaat op de deling van het graafschap Strijen (1039) waarbij de Mark de natuurlijke grens vormde. De lage dijk langs de zuidoever van de Mark biedt fraai uitzicht op de rivier met rietkragen en het oude ontginningsgebied van de Haagse Beemden, met afgedamde Markmeanders.Rond 1970 werd de Boven-Mark ‘genormaliseerd’.

De Kleine Schans (vrij toegankelijk) werd in 1590 aangelegd door de Spaanse landvoogd Parma. Hij wilde hiermee Breda – veroverd door prins Maurits – beroven van zijn verbinding met Holland. Deze aarden schans heeft vier bastions. De Schuivenoordse Weg is een oude waterkerende kade. Als u vanaf deze kade omkijkt naar Terheijden ziet u een fraai landschap dat Hollands aandoet. Polders met boerderijen op terpen en de molen, kerk en schans van Terheijden markeren de horizon. 

De naam van de Bredase wijk Haagse Beemden herinnert aan de Haagse Beemden ten noorden van Prinsenbeek. Deze graslanden waren eigendom van de gemeente Princenhage die in 1927 door Breda werd geannexeerd. Beemden zijn vochtige graslanden die dicht bij een dorp in gebruik waren als wei- en hooiland. Ook Etten had zijn beemden – de Ettense Beemden – die ten noorden van Etten-Leur lagen.

U rijdt nu op de Haagse Dijk. Rechts en links van de dijk liggen kort na elkaar verschillende wielen. De grootste is het Zandwiel. Voor de Sint-Elizabethsvloed (1421) liep de Mark links van de dijk. Ze kronkelde tot aan de Zwartenbergse Molen en kwam over het tracé van de Leurse Haven bij Hazeldonk uit.

Aan het einde van de 13e eeuw kwam de veenontginning in westelijk Noord-Brabant op gang. De Leurse Haven, de vaart tussen de Zwartenbergse Molen en Etten-Leur, werd van 1400 tot 1700 gebruikt om turf uit gebieden ten zuiden van Leur naar de Mark af te voeren en over te laden in grotere schepen. De Zwartenbergse Molen, een ronde stenen grondzeiler, is in 2007 grondig gerestaureerd door het waterschap. Deze molen uit 1889 is een vervanging van de eerste molen uit 1721, die door brand was verwoest. Voor die tijd was er geen molen nodig, de polder kon het overtollige water toen nog op een natuurlijke manier kwijt. De Zwartenbergse Molen heeft een uitzonderlijk grote vlucht en is de enige poldermolen in Noord-Brabant die nog functioneel is.

Het Liesbos behoort tot de oudste bosgebieden van Brabant en is het grootste eikenbos van ons land. De meeste bossen op de zandgronden zijn tussen 1000 en 1500 ontgonnen, maar het Liesbos bleef gespaard. Al in 1268 wordt melding gemaakt van het bos. Vanaf de 16e eeuw werd hier eikenteelt bedreven, maar tot de 18e eeuw was het vooral een jachtterrein van de Nassaus.