Struinen door Texelse duinen

Nederland, Noord-Holland, De Koog

Al wandelend door het duinlandschap val je van de ene verrassing in de andere. In Nationaal Park Duinen van Texel gaan steile duinen over in glooiende heidevelden met zoetwaterplassen. Ruige bosschages worden afgewisseld door kleurige bloemenweides. Het noordelijke deel van de route raakt aan de Slufter, een uniek gebied dat een open verbinding heeft met zee. Het staat ook wel bekend als hét vogelparadijs van Texel. In de beschutte duinvalleien groeien zeldzame orchideeën. En langs het Noordzeestrand is het heerlijk uitwaaien.

 

NB. De route biedt de optie om buiten het vogelbroedseizoen een heen-en-weertje te maken naar De Muy. Met dit uitstapje is de route ca. 2,3 km langer.

1. Volg vanaf parkeerplaats het trottoir langs de verharde weg, van zee af. Na 450 m la, pad door duinen. Bij hek rd. Volg circa 3 km de geel-rood markering van het Streekpad WaddenWandelen.

2. Op driesprong na een bruggetje (Muyweg) links aanhouden. Na 750 meter volgend bruggetje. Na 500 meter op een stukje klinkerpad la, richting zee (aanduiding wandelpad op paaltje). Na 350 meter bij de Slufter volg de waterrand richting zee. Bij de monding van de Slufter la over het strand.

3. Na 1 km, voorbij strandpaal 21.90 l.a. hoog duin oversteken en je komt bij een splitsing. Hier heb je de keuze ofm een heen-en-weertje te maken naar vogelbroedgebied De Muy (Let op: alleen mogelijk buiten het broedseizoen!). Voor de hoofdroute: sla ra. Voor De Muy: ga rd. Na 600 m ra naar het uitzichtpunt. Keer terug naar de splitsing, sla la en vervolg hoofdroute.

4. Hoofdroute vervolgen: Na 1,7 km kom je bij een afslag naar Bertusnol, de nol van Bertus. Pad rd blijven volgen. Bij strandslag Paal 21 LA, klinkerpad terug naar de parkeerplaats.

In tegenstelling tot de steile en kale duinen dicht langs de kust hebben de duinen hier een glooiend verloop en zijn ze begroeid met heide die in augustus volop bloeit. Het zoute zeewater is hier niet doorgedrongen. Bijzondere planten als de paarsbloeiende klokjesgentiaan en de vleesetende zonnedauw gedijen goed in de drassige zoetwaterbodem.

Het weidegebied De Nederlanden is ooit ontgonnen ten behoeve van de landbouw. Maar tegenwoordig worden veel van de landbouwpercelen hier teruggegeven aan de natuur. Het gebied wordt intensief begraasd door schapen en koeien, waardoor geleidelijk aan een meer natuurlijke overgang van grasland naar duingebied ontstaat. In de weilanden wemelt het van de weidevogels, waaronder kieviten, tureluurs en grutto’s. In de ruigere percelen tussen de weilanden broeden blauwe kiekendieven, sprinkhaanzangers en velduilen. De struikgewassen herbergen onder andere nachtegalen en ransuilen.

De Slufter is een kweldergebied dat periodiek door de zee wordt overspoeld. Daardoor groeien er alleen planten die bestand zijn tegen zout en overstroming, zoals lamsoor en zeekraal. De Slufter staat bekend als hét vogelparadijs van Texel. De eidereend broedt er, de lepelaar foerageert er en de steltloper verblijft er. Maar ook wulp, scholekster, smient en tureluur voelen zich hier thuis.

De gehele Texelse kust bestaat uit strand met een totale lengte van dertig kilometer. De brede zandstranden worden beschermd door natuurlijk gevormde duinen. De vegetatie van de jongste duinvalleien springt direct in het oog. In de beschutting van de duinvalleien groeien de zeldzame parnassia en verscheidene orchideeënsoorten.

Duinvalleien
Als een stuk strand door een rij nieuwe duinen niet meer onder directe invloed staat van de zee, raakt het begroeid en verandert het in een zogenaamde jonge duinvallei. Een vallei in deze vorm blijft zo’n twintig jaar bestaan. In de loop der tijd ontstaat door plantenafval een humusrijke laag op de zandbodem. Daardoor wordt een jonge duinvallei onvermijdelijk een oudere duinvallei, met heel andere planten. Als zo’n vallei nog ouder wordt, spoelt de regen alle mineralen uit de bovenste zandlaag weg en ontstaat een zure, voedselarme grond waar alleen nog heide kan groeien. De heidegronden op Texel zijn minstens tweehonderd jaar oud.

Natuurgebied De Muy vormt een samenspel van afwisselend duin-, heide- en grasgebied en het duinmeer De Muyplas. De indrukwekkende duinen herbergen een dennenbos en heel veel steile duinheuvels.
De Muy is vooral bekend als de oudste broedplaats van lepelaars op Texel. Maar De Muy is ook waardevol om z’n plantengroei. Het zeldzame guichelheil, een klein roze bloempje, gedijt er goed. In de duinweiden aan de oostkant van De Muy groeien verschillende soorten orchideeën, waaronder de vroegbloeiende harlekijn.

De Bertusnol is vernoemd naar boswachter Bertus, een van de eerste vogelwachters van Staatsbosbeheer. Vanaf de duintop waakte hij over de lepelaarskolonie in De Muy. De lepelaars overwinteren in West-Afrika. Begin februari vertrekken ze naar hun broedgebieden. Na een reis van ongeveer twee maanden komen ze aan op Texel en zoeken daar een goede broedplek. Soms is er maar een meter verschil met de plek waar ze zelf uit het ei zijn gekropen. Hoe ze die plek terugvinden na een reis van ongeveer 4500 kilometer is nog steeds een raadsel.