Krimpenroute

Nederland, Zuid-Holland, Krimpen a/d IJssel

De Krimpenerwaard was vroeger een moeilijk bereikbaar en daardoor geïsoleerd gebied. De Lek en Hollandsche IJssel vormden een natuurlijke buffer tegen verstedelijking en industrialisatie. De dorpen zijn dan ook van bescheiden omvang gebleven, met als enige uitzondering Krimpen aan den IJssel. Dit oude dijkdorp is behoorlijk gegroeid en heeft industrie en zelfs Bijlmerachtige hoogbouwflats gekregen. Maar verdere verstedelijking lijkt uitgesloten, nu ten zuiden van Krimpen een groot natuur- en recreatiegebied is aangelegd.

Start vlak bij knooppunt 29 t.o. Eetcafé Plus Breeka bij wandelroute-informatiepaneel op de kade. Ga hier la, het vage graspad op de dijk (29 staat rechts, bij het fietspad). Volg vanaf hier achtereenvolgens de knooppunten 31-24-26-25-27-28-29.

Let op
bordje fout geplaatst vlak vóór 27 : asfalt la volgen (níet ra via graspad).

Het uitzicht over de polders biedt een onbelemmerde blik op maar liefst vijf hoogspanningsleidingen die vanuit alle windrichtingen samenkomen bij het Trafostation Krimpen van energieproducent E.on-Benelux. De stroom wordt opgewekt in een centrale op de Maasvlakte, via een zware hoogspanningsleiding getransporteerd naar Krimpen en daar verdeeld over vier leidingen. Het verdeelstation aan de Edisonstraat is geheel aan het zicht onttrokken door een groene zone die bekendstaat als het EZH-bos, naar het voormalige Elekticiteitsbedrijf Zuid-Holland (EHZ).

Twee kolossale flatgebouwen, de Parkflat en de Vijverflat, markeren overtuigend de harde grens tussen het Groene Hart en de Randstad. Beide gebouwen zijn een groot deel van de wandeling in de verte zichtbaar.

De tocht gaat vrijwel helemaal door natuur- en recreatiegebieden. Onderweg ziet u de verschillende stadia van de transformatie van een strakke veenweidepolder in een gevarieerd recreatielandschap. Een deel van de route gaat door het Krimpenerbos dat begin jaren tachtig werd aangelegd (40 ha). Hier hebben bomen en struiken al een behoorlijke omvang; vogels voelen zich er prima thuis. De schelle, korte roep van de buizerd is regelmatig te horen. Hij eet voornamelijk muizen, zieke konijnen en wormen, want – dat zou je niet verwachten van een roofvogel – hij is niet wendbaar genoeg om prooien te vangen die zich snel verplaatsen.

De Krimpenerhout is pas eind jaren negentig ‘heringericht’ voor de natuur en de recreant. Het is nog altijd een zeer open landschap met hier en daar jonge aanplant van bomen. Een deel van de graslanden verruigt; sloten verlanden en op een aantal plekken is de bovengrond afgegraven om goede condities te scheppen voor vochtminnende planten en dieren. Er hebben zich twee zeldzame plantensoorten gevestigd: de rietorchis en de zonnedauw. De rietorchis is een vreedzame orchidee, maar de zonnedauw is nogal bloeddorstig: op zijn blad zitten kleverige haartjes die op dauwdruppels lijken. Daarmee vangt de plant genadeloos mieren die trek hebben in een lekker druppeltje dauw.
 

Het poldermodel in de polder
Voor de aanleg van de Krimpenerhout was een landinrichting nodig, vroeger ruilverkaveling genoemd. Geheel conform het poldermodel is er een Landinrichtingscommissie geïnstalleerd met vertegenwoordigers van alle belanghebbenden: boeren, natuurbeschermers, het waterschap, het recreatieschap en de overheid. Een van de lastigste kwesties voor de commissie is het grondwaterpeil.
Boeren bepleiten een laag polderpeil. Zo hebben ze een optimale grasopbrengst en is de bodem stevig genoeg voor de zware machines. Natuurbeschermers willen een hoge waterstand zodat er vochtminnende flora kan gedijen. Waar dat mogelijk is krijgen de weilanden en de natuurgebieden elk een eigen waterhuishouding.

Uiteraard ligt ook in dit recreatiegebied een zandwinplas met een strand en speelweiden. Het zand was elders in de Krimpenerwaard nodig bij de aanleg van een watertransportleiding die van Bergambacht aan de Lek naar Den Haag loopt. In de jaren negentig werd dwars door Zuid-Holland een nieuwe transportleiding getrokken die (drink-)water naar de duinen bij Den Haag brengt, waar het wordt gezuiverd. Vanwege de slappe veenbodem was zand nodig om de ondergrond voor de waterbuizen te verstevigen. Daaraan heeft Krimpen deze recreatieplas overgehouden.

In de verte is de bebouwing van Krimpen aan de Lek en Krimpen aan den IJssel goed zichtbaar. In de Stormpolder staat een gigantische constructiehal van Scheepswerf Van der Giessen de Noord. Het bouwwerk – 264 m lang, 97 m breed en 55 m hoog – is van de hand van architect Wim Quist. Op zonnige dagen hangt er rond de loods een vreemde zilverachtige gloed.

Aan de rand van Krimpen aan de Lek staat het gebouwencomplex van het vroegere drinkwaterleidingbedrijf Lek en IJssel dat dateert van 1910. De stenen watertoren met een uitbouw aan de bovenkant is al van verre te zien. Dit was een van de eerste waterleidingbedrijven op het platteland. Alle gemeenten in de zuidwesthoek van de Krimpenerwaard werden van hieruit van drinkwater voorzien.