Hakhoutcultuur langs de Overijsselse Vecht

Nederland, Overijssel, Dalfsen

De rivier de Vecht heeft een stevig stempel gedrukt op het gebied waar je doorheen wandelt. Daarvan getuigen de hoge duinen en de oude rivierlopen, maar ook de landgoederen. Langs de Vecht bouwden de landheren hun statige landhuizen. De kaarsrechte lanen die het gebied doorkruisen leveren prachtige vergezichten op. Op het landgoed Mataram maak je bovendien kennis met een bijzondere en oude wijze van bosbouw: de hakhoutcultuur. Ooit diende het hout de mens, tegenwoordig is het bos een ideaal leefgebied voor allerlei soorten dieren.

Wandelen langs landschapselementen
Deze route is onderdeel van een serie fiets- en wandelroutes langs verschillende landschapselementen. Het Nederlandse landschap is een echt cultuurlandschap. Door de eeuwen heen veranderde de mens de natuur, bedoeld en onbedoeld. Die ingrepen in het landschap vertellen veel over het verleden. Op deze website kun je meer lezen over deze leestekens en over waar je ze kunt zien.

1. Wandel bij startpunt W10 (bij fietspad voor station) naar rechts. Ga ra, het spoor over naar W15. Ga la, eerstvolgende onverharde pad ra, het zandpad bovenlangs volgen (Landgoed Den Berg). Op t-splitsing ra en vervolgens 3x links aanhouden. Bij Heinoseweg la (wit hek).

2. Bij W20 ra, volg de groene pijlen over de Oude Vechtsteeg tot W36. Ga rd, volg 1x de grijze pijl. Bij W37 rd, volg de blauwe pijlen via W31, ra om Café Kappers naar W30. Sla la, Koelemanstraat. Aan het einde van het dorp ra. Na het oversteken van het water la, water volgen. Bij asfaltweg W32 ra, volg de groene pijlen naar W33. Ga rd tot W40. Ga rd, volg de blauwe pijlen tot W55. Ga la, volg de rode pijlen.

3. Op driesprong (na huisnr. 25) rechts aanhouden (je verlaat de pijltjesroute). Tweede pad ra over bruggetje. Bij W52 la. Volg de rode pijlen via W51, W50 en W53, tot W54.

4. Bij W54 rd, steek de Poppenallee over en volg blauwe pijlen tot W42. Ga hier ra. Bij W41 rd (Voetsteeg), volg de paarse pijlen tot je weer bij de Poppenallee bent. Steek die over.

5. Ga la en vervolgens eerste weg ra. Volg de Zwarteweg tot W34. Ga hier la en volg nu de paarse pijlen. Ga bij W35 rechtdoor en op het eerstvolgende kruispunt ra*.

*Ga voor een kijkje bij de plek aan de Vecht, waar vroeger de laadplaats van de hakhoutstammetjes was, hier nog even rd en loop verder naar fietsknooppunt 58. Op de tweesprong links aanhouden, weg oversteken en vervolgens eerste pad ra tot aan de voormalige laadplaats.

6. Volg paarse pijlen, maar ga bij de waterpartijen rd (je verlaat nu de pijltjesroute). Eerstvolgende kruispunt la. Na het 2e hek de oranje pijlen volgen tot W16. Ga rd, volg de paarse pijlen naar eindpunt W10.

De Vecht heeft in de loop van de tijden zijn loop geregeld gewijzigd. Vroeger lag de Vecht zuidelijker dan tegenwoordig. In het landschap is de oude loop van de Vecht nog zichtbaar in de vorm van onder meer dode rivierarmen, maar ook in zogenoemde rivierduinen. Bij Den Berg zijn ze als een reeks van heuvels te herkennen. De rivierduinen ontstonden doordat zand door de rivier werd meegevoerd, dat bij hoog water op de oevers werd afgezet. Vervolgens werd het door de wind tot duinen gevormd. Op die hoger gelegen zandruggen, veilig voor het water, vestigden zich later de landheren.

Tussen Dalfsen en het kerkdorp Hoonhorst wandel je over de Oude Vechtsteeg. Deze herinnert aan de vroegere loop van de rivier, van vóór de jaartelling, die ooit rechts van het pad stroomde. De nu nog zichtbare waterlopen en de lagergelegen groene weilanden tussen het dorp Hoonhorst en de landgoederen Mataram en De Horte verraden waar de bedding van rivier vroeger lag. In later tijd verlegde de Vecht zijn loop naar het noorden. Niet verwonderlijk dat de geschiedenis van de landgoederen in dit gebied nauw is verweven met de geschiedenis van de Vecht.

Op de plek waar nu Mataram ligt stond in het verleden de havezate De Dieze, die later de naam Het Franckeler kreeg. Deze werd in 1797 gesloopt en ervoor in de plaats kwam een nieuw huis dat in 1800 gekocht werd door Joannes Matthias van Rhijn. Van Rhijn, die resident was geweest aan het hof te Mataram in voormalig Oost-Indië, gaf het landgoed de naam Mataram. Even verderop zie je waar de landheren zoal hun inkomsten uit haalden; de hakthoutcultuur was één zo’n bron. Ongeveer om de negen jaar konden ze het hout van de bomen oogsten. Het eigenlijke werk werd gedaan door arbeiders.

Al in de middeleeuwen was er sprake van een landgoed de Horte. De eerste bewoners zochten de oevers van een beek op om zich te vestigen. Deze beek, de Emmertochtsloot, stroomt hier nog altijd ten zuiden van het landhuis. Het is hoogstwaarschijnlijk een overblijfsel van de rivier De Vecht. Het huidige landgoed werd aan het begin van de zeventiende eeuw aangelegd in Franse stijl. Daarvan getuigen nog de rechte, strakke lanen. In later tijd werden nieuwe elementen toegevoegd, zoals slingerpaadjes en vrijstaande bomen. Het landhuis zelf dateert uit de negentiende eeuw. De in Franse stijl aangelegde tuin is het bekijken waard. Een markant bouwwerk op de centrale laan van het landgoed De Horte is ‘t Witte Huis. Het werd gebouwd in 1905 en deed oorspronkelijk dienst als biljartkamer voor de landheer.

Bij hakhoutcultuur wordt de boom niet helemaal, maar net een stukje boven de grond afgekapt. Uit de stronken, ook wel stobben en stoven genoemd, groeien vervolgens nieuwe takken die na verloop van tijd weer gekapt kunnen worden. Dit maakte het mogelijk om regelmatig hout te oogsten zonder dat daarbij steeds nieuwe bomen geplant moesten worden. Ten zuiden van de Vecht werd tot het begin van de twintigste eeuw eikenhakhout geëxploiteerd voor de productie van leer. In de schors van eiken zit namelijk een natuurlijke looistof.

Landschap Overijssel houdt op verschillende plaatsen stukken hakhoutbos in stand. Naast een belangrijke cultuurhistorische waarde heeft het ook een ecologische functie: insecten, reeën en vogels vinden hier bescherming en voedsel. Om te voorkomen dat reeën de jonge groene uitlopers opeten, worden de stobben afgedekt met takken.

De bomen in dit gedeelte van het bos zijn op zogenoemde rabatten geplant. Rabatten zijn langwerpige ophogingen tussen greppels. De grond die uit de greppels kwam werd gebruikt om wallen te maken en daar de boompjes op te planten. Deze wijze van bosbouw werd vroeger vooral toegepast in natte gebieden – hier vochtige hooilanden – om droge stroken grond te verkrijgen voor het beplanten van naaldbomen, populieren of eiken. Eikenhakhout bracht namelijk meer op dan het hooien van de vochtige hooilanden.

Het bosje eikenbomen links van het pad is met enige moeite nog te herkennen als een voormalig hakhoutbos. Het wordt nu niet meer onderhouden. Het eikenhakhout dat niet naar de leerlooierijen ging, werd door de arbeiders voor tal van andere doeleinden gebruikt: onder meer als brandhout, paalhout, en voor het maken van gereedschappen. Doordat niet alles tegelijk werd gekapt, ontstond er variatie in het bos. Deze variatie (licht-donker, open-gesloten) was uitermate gunstig voor tal van planten en dieren, die hier een beschutte leefplek vinden. Zo broedt de kleine bonte specht bij voorkeur in doorgeschoten eikenhakhout.

Wie nog fut heeft, kan even een extra ommetje maken naar de vroegere laadplek aan de rivier. De schors van het gewonnen eikenhakhout werd hier op schepen geladen om naar de eekmolen in Zwolle te worden vervoerd. Daar werd het gedroogd en vermalen tot eek. Eek was een belangrijke grondstof voor de leerlooierijen; het werd gebruikt voor het looien van huiden.

Landgoed Den Berg komt in oude bronnen voor als ‘het goet de Berch’ of ‘Huva Ten Berghe’. Deze naam verwijst waarschijnlijk naar de hoge rivierduinen die het gebied doorkruisen. Het landgoed bestaat uit een voormalige havezate, park en landgoed. De geschiedenis ervan gaat terug tot de vijftiende eeuw. Het huidige huis dateert uit 1703 en is een karakteristiek voorbeeld van een achttiende-eeuwse Overijsselse havezate. Het statige, strak vormgegeven huis – aan weerszijden geflankeerd door twee bouwhuizen – en het bijbehorende park (beiden zijn niet toegankelijk) maken onderdeel uit van een 235 ha groot ontginningslandgoed. Een van de meest opvallende kenmerken op dit landgoed zijn de lange, rechte en elkaar kruisende zichtlanen. De laan die van noord naar zuid over het landgoed loopt heeft een lengte van maar liefst ongeveer 3,5 kilometer.