Door het bargerveen

Nederland, Drenthe, Zwartemeer

Weinig plekken in Nederland kunnen – buiten het weekend en vakanties – zo verlaten zijn als het Bargerveen. Wie aan de noordzijde de parkeerplaats in zuidelijke richting verlaat, krijgt spoedig het gevoel in een andere wereld te zijn beland. Afgezien van de bewegwijzering zijn er nauwelijks tekenen van cultuur en je kunt je goed voorstellen hoe je hier vroeger niet ver van het pad hoefde af te dwalen om weg te zakken zonder een zichtbaar spoor na te laten. Een tocht langs zuigende moerassen, wegrottende boomstronken in oude veenputten, broekbossen, waterpartijen en verraderlijke velden veenmos, die samen het leefgebied vormen van 200 vogelsoorten. Blijf op de paden en vertrek minstens vijf uur voordat de zon onder gaat!

NB: naast de paden kan het drassig zijn!

Routebeschrijving

• Vanaf de P-plaats aan de Laardijk (Bargerveen Noord) langs de slagboom, bij het infobord en knooppunt 01 rechtdoor en na 50 m bij het tweede knooppuntenpaaltje rechts omhoog het dijkje op, richting 02.

• Volg de knooppunten: 01-02-03-06-05-85-84-78.

• Ga bij knooppunt 78 even rechtdoor en na 100 m links de brede schapendrift op. Ca. 20 m vóór het hek rechts door klaphek en meteen weer links door tweede klaphek. Langs het restaurant en de schaapskooi. Einde pad linksaf langs de parkeerplaats. Volg daar schuin rechts het “Historisch wandelpad naar Veenloopcentrum” (bord). Loop via de vlonders door het open infohuisje en ga dan op de klinkerweg (voor de B&B/kapel) linksaf en meteen rechtsaf, Zusterweg. Aan het eind rechtsaf, Zuidersloot. In bocht oversteken en Zuidersloot blijven volgen, de bebouwde kom uit (bordje voetpad links negeren).

• Bij de brug ligt knooppunt 90. Hier even richting 82, via het onverharde wandelpad parallel aan de weg, langs een reeks veenputten (linkerhand). Bij de klinkerweg weer linksaf, Zuidersloot vervolgen (dus niet oversteken ri. 82, tenzij je 2 km extra wilt lopen). Weg blijven volgen, voorbij kleine parkeerplaats, dan op het einde rechtdoor langs slagboom, voetpad.

• Dit zandspoor blijven volgen. Lang recht pad, dan een S-bocht en weer lang recht pad, langs grote waterplassen. Op kruising vóór hek rechtsaf (links ligt de kleine stuw). Aan het einde bij knooppunt 50 linksaf naar 51 en verder rechtdoor over het fietspad.

• Volg nu de knooppunten: 50-51-52-99-98-01.

Houd na knooppunt 99 bij de boerderij van Staatsbosbeheer links aan, langs het tweede vogelkijkscherm, zodat je links van de sloot blijft. Ga omhoog door het klaphekje en volg de pijltjes verder naar 98 en daarna verder over het dijkje naar 01, terug naar de parkeerplaats.

De laatste turf in Nederland werd hier in 1992 gestoken, sindsdien is het Bargerveen een natuurreservaat onder beheer van Staatsbosbeheer, dat al vóór 1992 aankopen had gedaan. In het Bargerveen is een omgekeerde polder gecreëerd, met dammen in en rondom het gebied die moeten zorgen voor een waterstand die meters hoger is dan in de omgeving. Doel is om de hoogveengroei weer op gang te krijgen, en dat lukt, al gaat het niet vanzelf. In 2017-2018 is het gebied wederom onderhanden genomen en zijn er dammen versterkt en nieuwe dammen aangelegd om de waterstand op peil te houden. Met een groeisnelheid van ongeveer een millimeter per jaar, een meter per millennium, krijgt Nederland weer nieuw hoogveen op de allerlaatste plaats waar dat op enige schaal mogelijk was. Op de route zijn tekenen van bewoning schaars, maar borden met uitleg staan hier in overvloed. De route klimt meteen een van de dijkjes op, om dan meteen via een verend turfpad het veengebied in te duiken van het Meerstalblok – het noordelijke centrale deel dat al in 1968 door het Rijk was aangekocht omdat hier nog ongerept hoogveen lag. Toen was dat al bijna een unicum in Nederland. Een ‘meerstal’ is een meertje waarin veen groeit, en die zijn hier nog te zien.

Voorbij de bocht wordt het pad breder en lichter. Aan weerszijden van het graspad kun je het veenmos tussen de stoppels zien groeien. In augustus-september is hier In het veen het zeldzame veenpluis te zien, dat in die periode met witte pluimen is getooid.

In het Meerstalblok werden begin 20e eeuw simpele bovenveenwoningen gebouwd voor veenarbeiders toen het Amsterdamsche Veld werd ontgonnen. De laatste bovenveenwoning, het tot 1967 bewoonde ‘huisje van Uneken’, werd in mei 2018 door een blikseminslag in de as gelegd. Vanaf knooppunt 5 vormt de heg rechts van het pad nog een aanwijzing voor vroegere bewoning. Ook het berkenbosje met het intrigerende zwarte petgat wijst op menselijke activiteiten. De bomen staan op oude verveningsgreppels, overblijfselen van activiteiten van de arbeiders, die ter plekke wat turf staken voor eigen gebruik. Hier en daar zijn restanten van turven te zien en een geoefend oog herkent de vroegere akkertjes en een enkele oude fruitboom.

Vanaf het uitkijkpunt heb je een mooi zicht over het uitgestrekte veengebied. Bij de vervening zijn veel grote keien gevonden, die door de grote ijspakketten in de Saale-ijstijd uit Scandinavië hiernaartoe geschoven zijn. Een aantal van die keien liggen hier verzameld. Bij enkele is de herkomst vermeld op op de steen aangebrachte schildjes.

Het Amsterdamsche Veld is bijna geheel afgegraven, alleen de onderste laag (een halve tot een hele meter) van het veen ligt er nog. Een markant rechthoekig brok graniet van de Duitse kunstenaar Ulrich Rückriem herinnert aan het einde van de veenwinning en de overdracht van het Amsterdamsche Veld aan Staatsbosbeheer in 1992. De steen is geplaatst op kosten van de Noritfabriek in Klazienaveen die zijn grondstof voor het vervaardigen van actieve koolstof, een bekend middel tegen maagdarmklachten, uit een diepe veenlaag haalde.

Vlak bij Weiteveen is in 2018 een grote moderne schaapskooi geopend, met een vliering waar vanaf bezoekers de dieren kunnen bekijken. Als de ruim 1000 schapen tenminste niet over de heide zijn uitgewaaierd. Een infozuil geeft extra informatie. Links van de schaapskooi ligt ook nog een runderstal, eveneens met vliering. Hier vinden zo’n 100 koeien een plekje. De schaapskooi mag dan hypermodern en klimaatneutraal zijn uitgevoerd, het is nog steeds gebaseerd op het oude ‘potstalprincipe’, waarbij de opgevangen mest wordt hergebruikt voor het bemesten van landbouwgewassen. Zo dragen de dieren zelf bij aan de teelt van hun eigen wintervoer.

De hechte en actieve dorpsgemeenschap van Weiteveen initieerde een infocentrum met B&B in de voormalige pastorie (Zusterweg 17). Het Veenloopcentrum geeft een beeld van het vroegere leven van de nonnen en veenstekers in de dorpen rond het veen. In de ertegenover gelegen stalen ‘Veenpoort’ hangen grote infoborden over de flora en fauna van dit unieke stukje Drenthe. Vanaf het Veenloopcentrum starten verschillende excursies met gids (apr-okt, www.veenloopcentrum.nl).

Na Weiteveen gaat de route over brede dammen door afgegraven veenvelden. Door de kunstmatige verhoging van de waterstand zijn dat nu waterplassen geworden, maar niet voor altijd. Het is de bedoeling dat ooit, in enkele duizenden jaren, het groeiende veen het oppervlaktewater aan het zicht zal onttrekken.

Dat de waterstand hier bij voortduring moet worden beheerst (te hoog mag ook niet) blijkt uit een kleine stuw waar het pad op een kruising rechtsaf gaat.

Het brede fietspad langs de grens met Duitsland moet de meest eenzame kaarsrechte weg van Nederland zijn. Hier en daar is er een mogelijkheid voor een grensoverschrijding. Daarvan getuigt ook de stenen grenspaal die in een bocht staat – een van de (tussen)markeringen die naar aanleiding van een verdrag uit 1902 zijn geplaatst. Het veengebied zelf houdt echter niet op bij de grens. Ook aan de andere zijde wordt veel gedaan om het gebied te behouden en te ontsluiten voor recreanten, zodat iedereen van de unieke natuur kan genieten. Vlak bij knooppunt 50 bevindt zich dan ook een doorsteekje: de aansluiting op het Duitse fietsnetwerk.

Op het laatste deel van de route volgen enkele vogelkijkschermen, maar ook reeën zijn hier soms te zien. De route is weer terug in het Meerstalblok, inclusief verende veenpaden. Bij de boerderij van Staatsbosbeheer staan twee kijkschermen. Het linker scherm, dat je het eerste tegenkomt, geeft zicht op een wetering. Het rechter kijkt uit op het Laagwaterbekken, dat een teveel aan (regen)water opvangt en het meeste water bevat. Links ervan ligt het Hoogwaterbekken, dat bedoeld is als tegendruk. Het voorkomt dat water snel wegloopt uit het reservaat en helpt zo verdroging van het veen tegen te gaan. Beide spaarbekkens zijn tussen 2003 en 2006 aangelegd bij een grote herinrichting.

Wandelend over de dam kijk je links uit over het Laagwaterbekken. Rechts, aan de overzijde van de weg, ligt het in 2017 nieuw aangelegde spaarbekken Buffer Noord. Door het regenwater dat hier wordt opgevangen en vastgehouden, wordt het waterpeil in het Bargerveen gereguleerd. De duiker bij het uitkijkpunt op het dijkje vormt de verbinding tussen het Laagwaterbekken en Buffer Noord. In de noorden staat de nieuwe buffer in verbinding met de in ere herstelde Runde. Deze verdwenen veenbeek ontsprong hier in de veenplas Zwarte Meer en vormde de bovenloop van de Ruiten Aa. De gereconstrueerd veenstroom loopt via Camping Zwartemeer, het Veenpark bij Barger-Comspascuum en de ecologische verbindingszone bij het landgoed Scholtenzathe naar Ter Apel, om daar aan te sluiten op de Ruiten Aa.