Delft, stad van Vermeer en Fabritius

Nederland, Zuid-Holland, Delft

Zoals Leiden en Amsterdam bij Rembrandt horen, hoort Delft bij Vermeer. Wie Delft bezoekt, kan niet om de wereldberoemde schilder heen. Overal in de binnenstad staan ‘kubussen’ en hangen plaquettes met uitgebreide informatie over zijn leven en werk. Maar Delft, en zelfs de Delftse 17e-eeuwse schilderkunst, is groter dan Vermeer. Er was in de 17e eeuw een groot aantal buitengewoon getalenteerde kunstenaars in de stad werkzaam. Onder hen bevond zich ook Carel Fabritius, Rembrandts briljantste leerling. Was hij niet zo vroeg gestorven, dan zou Delft nu waarschijnlijk in het teken hebben gestaan van twéé 17e-eeuwse schilders.

Tijdens deze route kom je meer te weten over Fabritius en zijn ongelukkige dood bij de Delftse Donderslag. Je loopt langs de wereldberoemde grachten naar de twee grootste kerken van de stad, waar je bijzondere grafmonumenten gaat zien. In Museum Prinsenhof ontdek je dat Delft in de 17e eeuw een artistiek centrum van grote betekenis was.

Tip: Deze route is opgenomen in de gids ‘In de voetsporen van Rembrandt’….. Alle in de route besproken kustwerken worden daarin getoond. Bovendien bevat de gids nóg 7 mooie fiets- en wandelroutes. Geïnteresseerd? Ga onderaan deze pagina naar de ANWB-webwinkel.

Routebeschrijving

  1. Vanuit Delft CS ga je links de Westvest op. Vervolgens ga je rechtsaf de Binnnenwatersloot in die overgaat in de Peperstraat. Aan het eind van deze straat ga je linksaf. Ga daarna de eerste rechts, over de brug, de Oude Langendijk in en meteen weer links de Markt op.
  2. Ga de kerk uit en naar links. Steek de Oude Langendijk over. Op nr. 25 bevond zich vroeger de schuilkerk van de jezuietenorde. Direct ernaast stond het huis waar Vermeer van 1660 tot aan zijn dood in 1675 woonde en werkte en waar hij met zijn katholieke vrouw vijftien kinderen kreeg, waarvan er vier op jonge leeftijd stierven. Loop iets verder over de Oude Langendijk totdat je aankomt bij de kruising met het Oosteinde.
  3. Loop het Vrouwenregt op, de straat met de huizen op Fabritius’ schilderij. Ga de eerste rechts, de Vlamingstraat op. Via de Brandbrug, ter hoogte van nr. 51, ga je linksaf weer terug. Stop even bij de nrs. 40 en 42.
  4. Loop verder de Vlamingstraat af en neem de eerste rechts. Je loopt nu op de Verwersdijk. Blijf deze straat volgen totdat je bij het Doelenplein bent. In het gebied hierachter bevonden zich in de tijd van Fabritius de gebouwen en de schietbanen (de ‘doelen’) van de Delftse schutterij. Ga hier naar rechts en dan de Schutterstraat in, waar links de doelentuin is te zien en rechts huizen die in 1993 zijn ontworpen in overleg met de opdrachtgevers. Deze straat komt uit op het Raam. Ga hier naar links. Na de voormalige bibliotheek van de TU kruist het Raam de Doelenstraat. Ga hier links. Aan deze straat woonde en werkte Fabritius. Loop door tot de Paardenmarkt.
  5. Loop over het parkeerterrein naar Paardenmarkt 54-62, waar je het Hofje van Pauw vindt. Dit in 1707 gestichte hofje is een fijne plek om even uit te rusten. Ga bij het verlaten van het hofje naar rechts en dan de Van der Mastenstraat in, waar je aan je rechterhand een rij huisjes van een ander hofje ziet staan, het Hofje van Gratie. Loop de straat uit en ga naar links, de Verwersdijk op. Steek de brug over, ga de Visstraat in en steek vervolgens de Visbrug over. Ga hier naar links de Voorstraat op. Ga bij de Oude Kerkstraat naar rechts. Tegenover de Oude Kerk aan de Oude Delft ligt Museum Prinsenhof.
  6. Ga bij het verlaten van het museum rechts de Oude Delft op. Op nr. 171 woonde in de 18e eeuw de verzamelaar Valerius Röver, een telg uit een rijke Amsterdamse koopmansfamilie. In zijn collectie bevonden zich maar liefst acht schilderijen die op naam stonden van Rembrandt. Nu woont er ook een verzamelaar, maar de spullen die hij vanuit zijn garage te koop aanbiedt behoren eerder tot de categorie hebbedingetjes. Vrijwel direct naast dit huis, op nr. 167, staat het Gemeenlandshuis van Delfland met zijn rijk gedecoreerde natuurstenen gevel. Het werd rond 1505 gebouwd als huis voor de schout van Delft, die ook hoogheemraad en baljuw-dijkgraaf van Delfland was. Het pand is een zeer zeldzaam voorbeeld van een particulier laatgotisch stadspaleis. In 1645 werd het huis gekocht door het Hoogheemraadschap van Delfland, die het bestemde tot Gemeenlandshuis. Loop verder over de Oude Delft.
  7. Ga hierna rechtsaf de Binnenwatersloot op en loop terug naar het station.

Fabritius is geboren en groeide op in Middenbeemster. Hier kreeg hij, samen met zijn twee schilderende broers Barent en Jan, van zijn vader zijn eerste schilderlessen. Carel vertrok in 1641 naar Amsterdam om in de leer te gaan bij Rembrandt. De kennismaking met de toen al beroemde schilder, die op dat moment werkte aan de Nachtwacht moet een overweldigende indruk op hem hebben gemaakt. Het was waarschijnlijk nog in de periode dat Fabritius in de leer was bij Rembrandt dat hij het zeer rembrandtieke schilderij De opwekking van Lazarus maakte (Muzeum Narodowe, Warschau). Alles in dit schilderij herinnert aan Rembrandt: het onderwerp, de dicht opeengedrongen figuren, de verschillende emoties, het licht en het bruine palet. Tijdens zijn leertijd bij Rembrandt overleed diens vrouw Saskia. Het jaar daarop zou zijn eigen vrouw Aeltje overlijden. Kort na die tragische gebeurtenis keerde hij met zijn dochtertje terug naar zijn geboortedorp Middenbeemster. Daar schilderde hij in 1645 een meesterlijk zelfportret, dat later voor lange tijd aan Rembrandt werd toegeschreven. Het was een van de favoriete schilderijen van Van Gogh, die over het portret zei dat de mens daarin ‘iets onzegbaar stralends en troostends krijgt’. Fabritius verbleef in Middenbeemster totdat hij in 1650 opnieuw in het huwelijk trad. Hij verhuisde toen naar Delft, vermoedelijk omdat zijn schoonfamilie uit die stad afkomstig was.

De Markt is maar liefst 120 meter lang en 50 meter breed. Het standbeeld van Hugo Grotius stond er nog niet toen Fabritius in 1650 naar Delft verhuisde. Deze beroemde Delftse jurist, die vijf jaar eerder was overleden, is bij het grote publiek vooral bekend om zijn spectaculaire ontsnapping in een boekenkist uit Slot Loevestein. Aan de markt staan twee van de markantste gebouwen in Delft: het stadhuis en de Nieuwe Kerk. Het stadhuis is ontworpen door Hendrick de Keyser en is een fraai voorbeeld van Hollandse renaissance-architectuur (zie blz. 50). De Keyser bouwde het nieuwe stadhuis om de laatgotische toren uit de 13e eeuw, wat goed is te zien aan de achterkant. De huidige spits van deze kerk is erop gezet na de blikseminslag in 1872.

In het koor van deze indrukwekkende gotische kerk (Markt 80) staat een van de belangrijkste monumenten in Nederland: het grafmonument van Willem van Oranje, die op 10 juli 1584 werd vermoord op de trappen van het Prinsenhof in Delft. De bouw van het praalgraf begon in 1614 en kostte maar liefst zeven jaar. Het grafmonument is te zien op een groot aantal 17e-eeuwse schilderijen van het interieur van de Nieuwe Kerk. Het was voor de kunstenaars een grote uitdaging het monument in correct perspectief weer te geven. En perspectief en licht lijken de eigenlijke onderwerpen te zijn van deze schilderijen. Gerard Houckgeest was de eerste kunstenaar die bij het schilderen van kerkinterieurs voor een diagonale blikrichting koos. Dat geeft een toevalliger, natuurlijker effect. Van de memorietafel op de eerste linker pijler van het koor zie je in Museum Prinsenhof een geschilderde versie.

Het schilderij Fabritius’ gezicht op Delft (National Gallery, Londen)is het enig bewaard gebleven voorbeeld van de illusionistische perspectief kunst waar Fabritius in de 17e eeuw om werd geroemd. Vanwege het bijzondere breedbeeldeffect wordt vermoed dat het werk oorspronkelijk in een kijkdoos was bevestigd. Toen Fabritius dit werk maakte, vonden er in de Delftse schilderkunst op het gebied van het perspectief veel vernieuwingen plaats. Het schilderij toont een gezicht op het koor van de Nieuwe Kerk met op de voorgrond een in gepeins verzonken man aan een tafel. De gracht langs de Oude Langendijk is inmiddels gedempt en de brug op het schilderij ziet er nu heel anders uit, maar verder klopt het huidige beeld nog vrij aardig met dat van het schilderij.

De exacte locatie van Vermeers Straatje is pas in 2015 ontdekt na raadpleging van het 17e-eeuwse register van kadegeld. Dit register bevat een uiterst nauwkeurige inventarisatie van alle huizen en tussenliggende gangen en poorten in de Delftse binnenstad. Het rechterhuis op het schilderij werd bewoond door een tante van Vermeer en hier schuin tegenover woonden zijn moeder en zus. Tussen de woningen is een steegje, genaamd de Penspoort, waar Vermeers tante pens verkocht.

Volgens een 17e-eeuwse bron was Fabritius in de ochtend van 12 oktober 1654 bezig met een portret toen het kruitmagazijn op de huidige Paardenmarkt ontplofte. Het legde een groot deel van de stad in puin en er vielen honderden dodelijke slachtoffers. Fabritius was een van hen. Stadsbiograaf Dirck van Bleyswijck schreef in 1667 over de dood van ‘dese grooten Konstenaer’. Dat hij na ongeveer zeven uren onder het puin vandaan werd gehaald ‘met noch een weynig leven in hem’. Hij overleed kort daarna, op een leeftijd van slechts 32 jaar.

De oorsprong van de Oude Kerk (Heilige Geestkerkhof 25 ) ligt rond 1200, toen hier de eerste parochiekerk van Delft werd gesticht. Daarna werd de kerk voortdurend uitgebouwd. De 14e-eeuwse toren valt op door de gemetselde spits en de vier hoektorentjes, karakteristiek voor kerktorens in Vlaanderen uit die tijd. In deze kerk werd Fabritius op 14 oktober 1654 begraven. In de kerk bevinden zich ook de graven van bekende 17e-eeuwse Nederlanders, waaronder Johannes Vermeer en Antoni van Leeuwenhoek, de uitvinder van de microscoop. Ook staan hier de praalgraven van beroemde zeevaarders als Piet Hein en Maarten Harpertsz Tromp.

Museum Prinsenhof (Sint Agathaplein 1, open: dagelijks 11-17 uur, sep.-feb. ma. gesloten) is gevestigd in een voormalig klooster. Na de reformatie werd een deel van het gebouwencomplex ingericht als hof voor Willem van Oranje, die vanaf 1572 regelmatig in Delft verbleef. Hij werd in 1584 op de trappen in het Prinsenhof vermoord. Op de plaats delict kun je nog precies zien waar de dodelijke kogels insloegen. Sinds het einde van de 19e eeuw heeft het gebouw een museale functie. Het museum heeft een mooie kunstcollectie, vooral bestaande uit 16e- en 17e-eeuwse schilderijen, waaronder werken die zijn gered van de beeldenstorm en indrukwekkende schuttersstukken. Werken van Vermeer en Fabritius heeft het museum helaas niet – die waren na de herontdekking van deze kunstenaars rond het midden van de 19e eeuw voor een museum van dit formaat al snel financieel onbereikbaar. Mede met steun van particuliere kunstliefhebbers slaagt Museum Prinsenhof er steeds beter in werken aan te schaffen die helpen het verhaal van de Delftse schilderkunst op aantrekkelijke wijze te vertellen.

Ter hoogte van nr. 107 stond in de 17e eeuw het huis van de graanhandelaar Adolf Croeser. Deze man is vermoedelijk samen met zijn dochter Catharina geportretteerd op een schilderij van Jan Steen ‘Adolf en Catharina Croeser, bekend als De burgemeester van Delft en zijn dochter’ (Rijksmuseum, Amsterdam) die tussen 1654 en 1658 hier schuin tegenover woonde en een brouwerij had. Tot de identificatie van de man en het meisje in 2006 stond het schilderij bekend als De Burgemeester van Delft en zijn dochter. Als het inderdaad gaat om een portret en niet een genrestuk, dan voegde Steen een verhaal toe: arme mensen die de rijke handelaar om een aalmoes vragen. Op de achtergrond van dit schilderij is nog duidelijk de torenspits van de Oude Kerk te zien.