Gele praatpaal verdwijnt

Kampioen januari 2017

Maak kans op één van deze iconen

Het was 57 jaar de reddingsboei voor automobilisten met pech. De praatpaal. Maar door de komst van de mobiele telefoon is hij overbodig geworden. Deze zomer worden ze allemaal ontmanteld.

Geschiedenis van de praatpaal

Al in de jaren 30 had de ANWB het idee om langs doorgaande wegen telefoonposten te plaatsen. Toen steun van de overheid uitbleef, realiseerde de ANWB zelf een netwerk van gewone telefoonaansluitingen in woningen van leden. Andere leden met pech konden daar dan bellen. Een emaillen bord naast de huisdeur duidde op de telefonische hulppost. De ANWB had hoge verwachtingen van praatpalen en ze ontwikkelde daarom zelf een plan voor een praatpalennetwerk. Het verzoek aan het Rijk om de palen te financieren, bleef lang onbeantwoord. De ANWB besloot niet af te wachten en zette alvast een net van Wegenwachtstations op. In 1968 waren dertien stations klaar, precies op het moment dat het kabinet toch besloot een landelijk netwerk te financieren. In 1970 plaatste Rijkswaterstaat de eerste palen langs Rijksweg 28, autosnelweg Hoevelaken – Zwolle. Ze sloegen aan. In de jaren daarna groeide het autosnelwegnet in Nederland fors. En langs alle grote wegen kwamen praatpalen te staan. In 1977 was het net landelijk dekkend en stonden er 1500 palen in de berm. De palen werden om de twee kilometer geplaatst, zodat weggebruikers bij pech niet meer dan een kilometer hoefden te lopen. Eind jaren 90 telde Nederland 3500 praatpalen. Door de opkomst van de mobiele telefoon nam het gebruik van de praatpaal af. Toch kwamen er in 1999 nog meer dan 100.000 pechmeldingen binnen via de gele palen. Voordeel van de praatpaal: de Wegenwacht wist meteen waar je stond. Toen na 2010 het gebruik verder afnam en de mobiele telefonie dominant werd, besloot de minister in 2014 te stoppen met de palen. Op 1 juli 2017 worden alle praatpalen ontmanteld. Deze bakens op de weg verliezen dan na 57 jaar hun functie.

1960 De Duitse paal

In 1960 plaatste de ANWB bij wijze van proef twaalf praatpalen naar Duits ontwerp langs Rijksweg 13 Den Haag – Rotterdam. Telefoonzuilen noemde de ANWB de palen. Wie het klepje van de ontvanger open trok, stond in rechtstreeks contact met Wegenwachtstation Pauwmolen. In het eerste jaar meldden 16.090 mensen zich via de palen. De proef slaagde, maar het zou nog tien jaar duren voordat meer autosnelwegen van praatpalen voorzien werden.

1965 De Kletskop

Eind 1965 plaatste de ANWB achttien praatpalen op de net geopende Oosterscheldebrug, later Zeelandbrug genoemd. Mensen met autopech op de nieuwe, smalle brug konden zo snel geholpen worden. De zender op de paal was afgesloten met een speciale constructie om zout geen kans te geven de elektronica aan te tasten. De paal kreeg al snel de bijnaam Kletskop.

1970 De paal uit Eindhoven

In 1969 ontwikkelde Philips een nieuw type praatpaal met state-of-the-arttechniek. Het resultaat was een paal met één drukknop om contact te maken met het dichtstbijzijnde Wegenwachtstation en twee naar voren staande ‘oren’ met luidsprekers erin. Vanaf 1970 plaatste Rijkswaterstaat 1500 van deze palen langs het autosnelwegennet in wording, later nog meer.

1994 Het konijn

Industrieel ontwerper Chrétien Gerrits ontwierp bij zijn afstuderen een nieuw type praatpaal met twee oorschelpen, waardoor de paal konijnachtig aandeed. De oren versterkten het geluid, maar bevatten geen elektronica. Alle elektrische onderdelen waren waterdicht naast de microfoon geplaatst. De nieuwe paal was hoger dan zijn voorgangers en daarmee beter zichtbaar, maar de microfoon zat lager zodat kleinere mensen de praatpaal gemakkelijker konden gebruiken.

Pech en geen praatpaal meer? Op anwb.nl/praatpaal staan tips wat je het beste kunt doen.

De winnaars zijn bekend!

Lees hier wie een praatpaal hebben gewonnen