logo ANWB - ga naar homepageANWB Homepage

Winterkamperen met caravan of camper

Tips om het vorstelijk warm te houden

Steeds meer kampeerders gaan met hun caravan of camper kamperen in de winter op campings die de hele winter geopend zijn. Niet alleen in wintersportgebieden, ook in eigen land kamperen we vaker in de winter. Deze tips helpen je op weg om zorgeloos en warm te kamperen buiten het hoogseizoen.

Tips voordat je gaat winterkamperen

Gebruik een goed geïsoleerde caravan of camper

Moderne caravans en campers zijn goed geïsoleerd maar speciale wintercaravans zijn extra goed geïsoleerd. Ze zijn te herkennen aan de vaak kleinere ramen en dakluiken en een betere isolatie van wielkasten en chassisbevestiging. Buscampers en halfintegralen verliezen veel warmte via de cabine. Gebruik voor deze campers een op maat gemaakte isolatiedeken.

Laat de kachel branden bij vorst

Bij vorst moet je de caravankachel continu laten branden, anders bevriezen waterleidingen, watertanks en boiler. Zet de kachel dus niet te laag of helemaal uit. Zorg dat de binnentemperatuur tussen de 18°C en 22°C ligt. Slaap je graag in een frisse ruimte? Dan kun je in het slaapgedeelte de uitstroomopeningen van de verwarming eventueel afsluiten. Is het water toch bevroren? Stook de kachel extra op of ontdooi de leidingen met een föhn. Controleer het niveau van de gasflessen geregeld, zodat de verwarming 's nachts niet ineens uitvalt. Met een speciale gasdrukregelaar (zoals een Truma DuoControl) heb je daar overigens geen last van; die schakelt automatisch over van een lege naar een volle gasfles. Bekijk caravankachels

Zorg voor goede ventilatie

Om vocht en condens in caravan en camper kwijt te raken, is dagelijks een half uur goed ventileren een must. Ga je een paar uur buiten op pad? Zet dan het dakluik op de ventileerstand en kasten en bankasten op een kier. Haal een doekje over plekken die condens aantrekken, zoals raam- en deurkaders. Zorg dat het smeltwater van de sneeuwlaag op het dak kan weglopen en zich niet ophoopt rond dakluiken. Haal die zware sneeuw sowieso zo snel mogelijk van het dak en de voortent.

Zo bereid je je camper of caravan stap voor stap voor

En wordt winterkamperen vorstelijk genieten!

  •  

    1. Plan een onderhoudsbeurt in

    Begin met een grondige onderhoudsbeurt voor zowel trekauto als caravan of camper. Zo weet je zeker dat remmen, accu, verlichting, banden, gasinstallatie en watersysteem in goede staat zijn voordat je de kou ingaat. Een wintercheck voorkomt onverwachte problemen onderweg en zorgt dat je voertuig technisch klaar is voor lage temperaturen.

  •  

    2. Regel winterbanden en sneeuwkettingen

    Ga op pad met winterbanden onder auto en camper. In veel landen zijn winterbanden verplicht, maar ook zonder verplichting geven ze meer grip, trekkracht en een kortere remweg. Neem voor het buitenland altijd sneeuwkettingen mee. Gebruik ze op besneeuwde hellingen en monteer ze om de aangedreven wielen (bij permanente vierwielaandrijving om de voorwielen). Let op de juiste maat; campers tot 3,5 ton hebben kettingen nodig met dichtgelaste schakels. Bestel een sneeuwketting bij ANWB.

  •  

    3. Zorg voor genoeg gasvoorraad

    Omdat je in de winter meer gas verbruikt, kun je op veel wintersportcampings grote gasflessen van zo’n 30 liter huren. Sommige campings hebben zelfs comfortplaatsen met een vaste gasaansluiting en een vorstbestendig waterpunt. Elektrisch stoken klinkt handig, maar stroom kan ’s winters oplopen tot €0,70–€0,80 per kWh. Verwarmen op gas is dan vaak goedkoper. Reken bij strenge vorst op ongeveer 11 liter propaangas per drie tot vijf dagen. Gebruik altijd propaangas: butaan werkt niet bij lage temperaturen. Vergelijk gasflessen

  •  

    4. Gebruik een stevige wintervoortent

    In Nederland is een gewone voortent met extra dakliggers genoeg, maar in wintersportgebieden heb je een wintervoortent nodig met een stevig frame, extra liggers en een schuin dak waar sneeuw makkelijk afglijdt. Gebruik je toch een gewone voortent, versterk die dan extra. Verwarm de voortent met een vloeistof‑ of ventilatorkacheltje en leg plastic op de vloer met daarop tenttapijt of tegels, goed vastgezet tegen schuiven. Leg bij de ingang een dikke mat voor sneeuwschoenen en sluit ’s nachts de gordijnen om warmte vast te houden. Bekijk voortenten

  •  

    5. Zorg voor de juiste haringen bij sneeuw en ijs

    De wintervoortent zet je het liefst goed vast. Maak de besneeuwde ondergrond zo egaal mogelijk. Sla lange stalen sneeuwharingen in de bevroren grond met een 'vuistje' (moker). Extra brede of geperforeerde zandharingen zijn het beste bij sneeuw. Krijg je de haringen er toch niet in? Boor dan een ondiep gat, steek de haring er in en geef er nog een paar klappen op. Eenmaal opgezet, bedek je de slikranden met sneeuw met behulp van sneeuwschep en bezem. Bekijk tentstokken en haringen

Niet vergeten!

Bij winterkamperen heb je specifieke extra spullen nodig, zoals:

  • Sneeuwschep
  • Bezem
  • Vuistje/klauwhamer
  • Sneeuw/ijsharingen
  • Ontdooivloeistof
  • Föhn
  • Plankjes met plastic zakje, wielkeggen
  • Grondzeil
  • Mat of tegels voor in de voortent
  • Kabelhaspel met rubberen kabelmantel
  • Elektrische kachel (check beschikbare ampères op camping)
  • Vloeistofkachel inclusief reservevloeistof