Vestingstedenroute etappe 3

Nederland, Noord-Brabant, Geertruidenberg

Dwars door Brabant loopt de Zuiderwaterlinie, de oudste, langste en meest gebruikte waterlinie van Nederland. Zo’n 200 fraaie autokilometers langs het is ingenieuze verdedigingssysteem van vestingsteden, forten, schansen, dijken en sluizen. De hele route rijgt 11 historische vestingsteden aaneen. De route is in vier etappes verdeeld.

Deze route voert je van Geertruidenberg naar Willemstad, twee machtscentra van de oranjes tijdens de Tachtigjarige Oorlog. De route is etappe 3 in de totale Vestingstedenroute welke is opgedeeld in 4 etappes. Bekijk hier etappe 1, etappe 2 en etappe 4.

1. Met het routeboekje (en een bijrijder)

Print de pdf van de het routeboekje uit en neem deze mee. Let op: in verband met de verkeersveiligheid is deze optie alleen geschikt voor het rijden van de route met een bijrijder die de route leest!

2. Met de gpx

De veiligste en handigste manier om deze autoroute te rijden is door gebruik te maken van een navigatieapparaat in de auto: met gesproken aanwijzingen en een ondersteuning van de dynamische kaart op het apparaat. Heb je een navigatieapparaat? Download dan de gpx en upload deze in jouw navigatieapparaat. Hoe je dat doet verschilt per merk en apparaat. Je kunt het beste kijken op de site van het betreffende merk voor een handleiding en/of voor de gegevens van de support-afdeling (als je er niet uitkomt!). Bijvoorbeeld: Garmin of TomTom.

N.B. Op https://vestingstedenroute.nl/ kun je het routeboekje van deze route downloaden. Ook vind je hier informatie over het rijden van de route via MyRouteApp of Google Maps.

Oorspronkelijk was deze vestingstad Hollands. Ze kreeg in 1213 als eerste stadsrechten van het Graafschap Holland. Echte vestingwerken verschijnen aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog als Willem van Oranje de stad inneemt. Hij laat er nieuwe wallen en drie bastions bouwen. In de 16e en 17e eeuw zijn de vestingwerken gemoderniseerd. Vestingbouwer Menno van Coehoorn maakte van deze ‘Sleutel van Holland’ een strategische plaats in de Zuiderwaterlinie om de Fransen te weren. De stad kwam in 1795 (onder Lodewijk Napoleon) bij Noord-Brabant. Ontdek de stad vandaag de dag te voet (met een gids), neem plaats op een terrasje of ontdek een van de winkeltjes op de markt.

Staatenbolwerk en Kruithuis - Kruit is een gevaarlijk goedje! Dat moet je dus veilig opbergen, ‘bomvrij’ in militaire termen. In Geertruidenberg deden ze dat in het Kruithuis in het Staatenbolwerk. Het kruitmagazijn ligt midden in het Staatenbolwerk en is in feite een bovengrondse kelder. Vandaag de dag is het Kruithuis een evenementenlocatie met een bijzondere en intieme sfeer (Haven 121, 4931 AG Geertruidenberg).

Hoofdwacht - Geertruidenberg, daar kwam je vroeger niet zomaar binnen. Militairen controleerden in tijden van oorlog wie er allemaal inen uitging. De Hoofdwacht (1786) was de centrale post van de wachtlokalen. Het bakstenen gebouw, een van de goed bewaarde monumenten van Geertruidenberg, heeft een ingebouwde galerij, gesteund door zes pijlers onder vijf kortbogen. Rechts (aan de noordzijde) zijn gevangeniscellen (Venestraat 1, 4931 BM Geertruidenberg).

Arsenaal St. Gertrudis - Na de afscheiding van de Zuidelijke Nederlanden kreeg Geertruidenberg (opnieuw) strategische betekenis als garnizoensstad. In het Arsenaal St. Gertrudis werden de wapens opgeslagen. Ook waren er een cachot (arrestantenlokaal) en een garnizoensbakkerij aan de haven. In dit monumentale pand vinden nu zakelijke bijeenkomsten, evenementen en feesten plaats. Daar waar het vroeger over oorlog ging, heerst nu de liefde: stellen vieren hier hun bruiloft (Haven 54, 4931 AH Geertruidenberg).

Commandeursbolwerk - Het Commandeursbolwerk is een van de oudste bolwerken van Geertruidenberg. Willem van Oranje gaf in 1573 opdracht om de middeleeuwse stadsmuur te vervangen door een stelsel met bastions, ter versterking van de Geertruidenbergse vestingwerken. Dat duurde eeuwen! Het bolwerk Geertruidenberg kreeg zijn huidige vorm in 1830 en werd in 1996 voor het laatst gerestaureerd. De bastions zijn verdwenen, maar de vorm is nog goed zichtbaar.

Markt Geertruidenberg - Wist je dat bijna 1000 jaar geleden de Markt van Geertruidenberg al het kloppende hart van een bloeiend handelscentrum was? Tot 1421, toen de St. Elisabethsvloed de stad overstroomde. Water was niet alleen een vijand maar ook broodnodig voor de middeleeuwers. Welwaterputten op de Markt beschermden de stad als er brand was. Nog steeds staan er een paar. In de achttiende eeuw bouwde de beroemde steenhouwer Guillaum Carrier drie putten om tot zwengelpompen. En samen met architect Philip Willem Schonck bouwde diezelfde steenhouwer prachtige, monumentale panden langs de Markt. Zo knapte de stad weer op na de oorlog tegen de Fransen (Markt, 4931 BR Geertruidenberg).

Deze stad staat bekend om de slotjes, oftewel kasteeltjes. Je kan in deze historische stad nog steeds vijf van de slotjes bekijken. Ze heeft een kleine maar fijne binnenstad, prachtige natuurgebieden met bossen, polders en zandvlaktes.

Kasteel van Strijen - Veel is er van het Kasteel van Strijen helaas niet meer over: een stuk toren is het enige overblijfsel. Maar indrukwekkend is het wel: een 25 meter hoog bouwwerk, nog altijd fier overeind. Het heeft een lange geschiedenis, want het dateert van 1288. Sinds het wapengekletter van de Tachtigjarige Oorlog ligt het kasteel in puin. Maar je kunt de buitenkant van de toren nog steeds bezichtigen bij de Ruïne van Strijen (Kasteeldreef 32, 4907 EA Oosterhout).

Deze ‘Grote Schans’ was een zelfstandig verdedigingswerk met vier bastions. Het maakte deel uit van de maar liefst vijftig kilometer lange linie waarmee Breda omsingeld werd in de 80-jarige oorlog. Door de omsingeling kon er geen voedsel de stad meer in en zo werd de stad uitgehongerd. Veldheer Spinola legde de schans in 1624 aan als onderdeel van deze linie. In 1625 moest Breda, onder leiding van gouverneur Justinius van Nassau, zich na een beleg van elf maanden overgeven. Militairen lopen er niet meer, maar de Spinolaschans in Breda is er nog wel, verscholen tussen de bomen. Flora en fauna overheersen nu op dit vroegere strijdtoneel. De Schans is in het bezit van Staatsbosbeheer (Hartelweg, 4825 Breda).

Het lieflijke dorpje vormde het decor voor de zware gevechten tussen de Spanjaarden en Staatsen o.a. bij de Kleine Schans. Om de oprukkende vijand tegen te houden inundeerden ze om de haverklap de polders rond de vele schansen en linies (de Spinolaschans, de Linie Munnikenhof en de Linie Den Hout).

De Kleine Schans in Terheijden is gebouwd in 1639 om de scheepvaart op de Mark en de verbinding Breda-Moerdijk te beschermen. De polders rond de Kleine Schans konden onder water worden gezet. Tijdens de oorlog tegen de Spanjaarden gebeurde dat om de haverklap. Na de Tachtigjarige Oorlog is de Kleine Schans verwijderd, om in 1830 weer te verrijzen als bolwerk tegen de Belgen (Markschans, 4844 BR Terheijden).

Verdedigingstorentjes, boven op een gemetselde dam uit 1583. Dat zijn de Stenen Poppen bij Klundert. De dammen in de vestinggracht hadden een belangrijke taak: het zoete water scheiden van het zoute. Maar Klundert was een belangrijke vestingstad voor Holland, dus de vijand mocht natuurlijk niet eroverheen klimmen. Daarom kreeg zo’n dam een spitse rand, en daarbovenop kwamen nog eens stenen ‘monniken’ of ‘poppen’. Die maakten het onmogelijk om de gracht over te steken (Suijkerberch, 4791 AH Klundert).

Hardstenen limietpalen gaven vroeger de gebiedsbegrenzing aan, ook in de polder Ruigenhil (zo heette Willemstad vroeger). De polder kent nóg een bijzonder bouwwerk: de 3 kilometer lange Muraltmuren, op de kruin van de Oostdijk, tussen Willemstad en Tonnekreek. Waterschap Ruigenhil gaf opdracht tot de bouw ervan na een stormvloed in 1926. Deze goedkope manier van dijkverhoging was een uitvinding van jonkheer ir. R.R.L de Muralt. De muren bleken niet bestand tegen de watersnood van 1953. Aan de buitendijkse zijde kwam daarom een wering van betonnen elementen (Oostdijk, Tonnekreek).

Het fort bij Willemstad werd aangelegd in 1861-1862. Niet erg oud dus, maar waarschijnlijk lag op deze plaats al in 1673 een batterij (geschutsvloer) voor het geschut van Fort Haaren. Toen Fort Bovensluis bij Willemstad gebouwd werd, werd het vervallen Fort Haaren gesloopt en opnieuw ingericht (Oostdijk 22, 4797 SC Willemstad).

De Fransen bouwden in 1811 Fort l’Enfer, ter verdediging van Willemstad tegen de Engelsen. Het vierkante fort gaf rugdekking aan Fort Sabina Henrica. Twee jaar later vertrokken de Fransen en het kreeg de Nederlandse naam de Hel. In 1941 bezetten de Duitsers Fort de Hel, totdat de Engelsen hen op 5 november 1944 verdreven. Het fort is net als Fort Frederik en Fort Sabina gebouwd volgens de zogenoemde ‘Tour modèle’-stijl. Hier staan er slechts drie van in Nederland en allemaal in de Stelling van Willemstad (Helsedijk 85, 4797 SJ Willemstad).

Bij sommige vestingsteden moet je goed kijken om de historische vorm te herkennen, maar de stervorm van Willemstad is nog duidelijk zichtbaar. Willem van Oranje liet in 1583 de vestingwerken bouwen om de Hertog van Parma tegen te houden. Toen later ook de Fransen oprukten, waren de vestingwallen in Willemstad niet meer genoeg en er kwamen nog forten bij. De stad is prachtig gerestaureerd. Wandel bijvoorbeeld over de vestingwallen of neem plaats op een van de vele terrasjes bij de haven.

Mauritshuis - Maurits van Oranje bouwde in 1623 zijn jachtslot en buitenverblijf in Willemstad: Princehof. Een Frans bombardement in 1793 beschadigde het Mauritshuis in Willemstad flink. Franse bezetters verwaarloosden het. Een storm bracht in 1808 nóg meer schade toe. De Fransen maakten Princehof later weer bewoonbaar en gebruikten het als militair hospitaal (infirmerie). Het Mauritshuis was van 1973 tot 1997 stadhuis van de gemeente Willemstad. Nu wordt het verbouwd tot bezoekerscentrum (Hofstraat 1, 4797 AC Willemstad).

Fort Prins Frederik Fort Prins Frederik ligt bij Ooltgensplaat; het hoorde bij de Stelling van het Hollandsch Diep en het Volkerak. Op de binnenplaats van het voormalige Fort Duquesne stond een verdedigingstoren met een plat dak. Handig, het was een geschut- en uitkijktoren ineen. Na de Frans-Duitse oorlog (1871) werd er flink verbouwd: om de toren heen kwamen nieuwe geschutsopstellingen, remises en kazematten. En verstopt onder de grond een grote bomvrije kazerne. Begin 20e eeuw stonden er zeven kanonnen op het fort bij Ooltgensplaat: vijf op de rivierfronten en twee op het zuiden gericht (Havendijk 16, 3257 LH Ooltgensplaat).

Fort Buitensluis ligt aan het Hollandsch Diep, tussen de Noordschans en Willemstad. Het fort bij Willemstad werd aangelegd in 1861- 1862. Niet erg oud dus, maar waarschijnlijk lag op deze plaats al in 1673 een batterij voor het geschut van Fort Haaren. Toen Fort Buitensluis bij Willemstad gebouwd werd, werd het vervallen fort Haaren gesloopt en opnieuw ingericht. Er kwamen vier kanonnen, Coehoornmortieren, een natte gracht en (aan de voet van de dijk) een redoute. In de 20e eeuw werden er betonnen bunkers ingegraven (Fortlaan 10, 3281 KA Numansdorp).

Niet direct aan de route, maar vlakbij ligt Breda. De stad was lang een heftig strijdtoneel tussen de Noordelijke Nederlanden en de Spanjaarden. Nu geeft Breda zich vrijwillig over aan een leger toeristen in de binnenstad. Daar kruisen het rijke verleden en het sprankelende heden elkaar. Wist je dat Nederland zijn eigen Paard van Troje heeft? Eind 16e eeuw nam het Nederlandse leger Breda in met een knappe list, nadat Spanje er jarenlang had geheerst. Onder leiding van Prins Maurits, de opvolger van Willem van Oranje, verstopten Nederlandse soldaten zich onder een lading turf op een turfschip. Het schip voer op een donkere avond naar Breda, waar de soldaten van boord gingen en de Spanjaarden overmeesterden. Het is de Brabantse variant op het beroemde verhaal van de oude Grieken: het Paard van Troje. Breda is vandaag de dag nog steeds een militaire stad omdat de Nederlandse Defensie Academie er gevestigd is. Maar het is er vooral heerlijk vertoeven. Het is bourgondisch en aantrekkelijk voor toeristen met al die cafeetjes, restaurantjes, terrasjes, festivals en theaters. Bekijk cultuurhistorische bezienswaardigheden als de Grote Kerk, het Kasteel van Breda en het Spanjaardsgat.

Het Kasteel van Breda ligt aan de noordzijde van de historische binnenstad, aan het Kasteelplein, de plek waar in het verleden door de Heren van Nassau riddertoernooien werden georganiseerd. Deze Nassaus – Breda is de bakermat van onze koninklijke familie – bekleedden in de 15e en 16e eeuw belangrijke functies bij de Bourgondische vorsten en de Habsburgse keizer Karel V. Begin 19e eeuw besloot de familie van Oranje-Nassau het kasteel over te dragen aan het leger en zo werd het mogelijk dat sinds 1828 de Koninklijke Militaire Academie in het Kasteel van Breda is gevestigd (Kasteelplein 10, 4811 XC Breda).

Tussen de Duiventoren en de Granaattoren (onderdeel van het Kasteel van Breda) zie je een muur met een waterpoort, het Spanjaardsgat. Die heet zo omdat dit hét gat zou zijn in de verdediging van de Spanjaarden toen zij Breda overheersten. In 1590 zou schipper Adriaen van Bergen hierdoor soldaten Breda in hebben gesmokkeld tijdens de ‘list met het turfschip’. Staatse soldaten verstopten zich onder de turf op het schip, voeren Breda op een donkere avond binnen en overmeesterden de Spanjaarden in de stad. Tegenwoordig biedt het complex nog altijd plaats aan militairen in opleiding (Kasteelplein 10, 4811 XC Breda).