Wandelen en zwemmen: rondje De Leien

Nederland, Friesland, Rottevalle

Het Friese platteland zit vol verrassingen. Maak een wandeling rond recreatiemeer De Leien en de aanblik verandert constant. Je passeert sfeervolle dorpen, veenriviertjes, rietvelden, natte polders en kleinschalig boerenland met houtwallen. Neem onderweg zwemspullen mee, want op sommige plekken kun je zo het water in.

Deze wandelroute hoort bij het ANWB-boek Zwemmen in de natuur. Daarin staan 52 plekken beschreven waar je in open water kunt zwemmen, van de Noordzee tot riveren, meren en vennen.

 

Hond mee: In de natuurgebieden zijn honden niet welkom.

Toegankelíjkheid: De route gaat deels over graspaden en halfverharde paden die niet geschikt zijn voor rolstoelen en kinderwagens. In de winter kunnen de paden drassig zijn.

1. Start op de achterste parkeerplaats bij Paviljoen De Leyen en het hoofdstrand van De Leien. Pak hier het gemarkeerde laarzenpad op: volg vanaf nu steeds de witte pijlen op blauw-paarse ondergrond. Na 650 m bij gemaal LA. Aan het einde RA (Bildreed) en even verder RD (Bildwei). Na 1,1 km voorbij het plaatsnaambord van Rottevalle RA (Havenwei). Aan het einde LA (Haven).

2. Na 150 m bij kp41 RA ri kp40 (Efterwei). Na ruim 350 m voorbij sportveld RA (Efterwei). Volg weg 550 m, dan bocht naar links (Rydwei). Na ruim 500 m bij kp40 RA ri kp61 (De Bosk). Aan het einde LA (Swartfean). Aan het einde voor autoweg RA (Leidyk). Volg na 1,1 km de weg naar links, onder de autoweg door (Iendrachtsingel).

3. In Opeinde bij kp61 RA ri kp68, dan over de brug bij kp68 RA ri kp28 (Leyensloane). Na viaduct op splitsing rechts aanhouden en RD langs kanaal (Leyensloane, nog steeds witte pijlen). Pad komt uit bij een strandje langs De Leien en een eerste vogelkijkhut. Volg pad LA langs de oevers. Bij kp28 RD ri kp55. Bij kp55 is een tweede vogelkijkhut. Ga RA ri kp51 (Doktersheide). Bij kp51 RA ri kp43 (graspad). Je komt in polder De Putten, met verderop een uitkijktoren.

4. 60 m na de uitkijktoren RA, blijf witte pijlen 1,5 km volgen. Bij einde pad kom je via een smal bruggetje op een asfaltweg. Ga hier RA (Sumarderwei, witte pijlen). Na de brug LA naar Eastermar. Voorbij het plaatsnaambord LA (Teye Tolstraat), dan aan het einde bocht naar rechts (E. M. Beimastrjitte). In het dorpscentrum bij kp43 RD ri kp37. Aan de rand van het dorp bij parkeerplaats RD, dan RD via fietspad.  

5. Bij kp37 RA ri kp51 (Mâlewei, onverhard), langs boerenland met houtwallen. Na ruim 700 m bij kp51 RD ri kp39 (Mâlewei). Na 1 km bij kp39 RA ri kp41 (Bildtweg). Na 950 m op asfaltweg RA en terug naar de parkeerplaats bij het paviljoen.

Je verwacht het niet op deze stille plek in het Friese platteland, maar rond het hoofdstrand van De Leien is van alles te doen. Bij de ingang wijzen bordjes de weg naar onder meer een camping, een paviljoen, een speelterrein en Sup Centre Fryslân. Daarachter pronkt prominent het strand. Hiervandaan kun je een rondje zwemmen van zo’n 6 kilometer, met onderweg enkele groene eilandjes die uitnodigen tot een pauze. Een heen-en-weertje naar een vogelkijkhut aan de overkant is 1,9 kilometer. Voor minder ervaren zwemmers is het een veilige gedachte dat je bijna overal kunt staan. Het meer is doorgaans niet meer dan anderhalve meter diep. Alleen in het midden is een vaargeul die het Opeinder Kanaal (Peinder Kanaal in het Fries) en de Lits met elkaar verbindt.  

De naam doet anders vermoeden, maar Rottevalle is een zeer sfeervol dorp. Het ontstond in de 17e eeuw als een nederzetting van veenwerkers. Lange tijd liep de Lits, een gekanaliseerd veenriviertje, dwars door het dorp. In 1956 is het riviertje verlegd, waarbij een deel van de haven werd gedempt. Dat is nog altijd goed te zien. De herberg verderop dateert uit 1791. Alles is nog zoals vroeger: in het voorhuis zie je aan de ene kant de oorspronkelijke gelagkamer en aan de andere kant de voormalige huiskamer, compleet met bedsteden en een potkachel.

Een handvol boerderijen ‘op ’t einde’ van een zandrug. Zo is Opeinde ontstaan, ergens tussen 1100 en 1400. Deze nederzetting lag overigens iets verder naar het oosten, bij de huidige buurtschap Njitap. In de loop van de tijd schoof de bebouwing steeds verder op langs de hoofdweg. De pluk huizen waar je nu staat, dateert grotendeels van na 1883. In dat jaar werd het Opeinder Kanaal verbreed en dat zorgde voor extra bedrijvigheid.

De Leien is niet alleen in trek bij zwemmers, maar ook bij vogels. Dat verklaart waarom je langs de route verschillende kijkhutten, uitzichttorens en gluurmuren passeert. Door het jaar heen maak je kans op paapje, grote zaagbek, nonnetje en bruine kiekendief. Zelfs de visarend laat zich soms zien: hij bidt boven het water, speurend naar prooi, en duikt dan met uitgestoken klauwen naar beneden om een vis te grijpen. Spectaculair!

Polder De Putten herinnert aan de geschiedenis van dit lage en vooral natte stukje Friesland. Eeuwenlang lag hier een slecht toegankelijk veenmoeras. Vanaf de middeleeuwen werd het veen op kleine schaal afgegraven en gedroogd. Daarna verdween het als turf in de ovens van boeren en kloosters. Toen de vraag naar brandstof groeide, werd steeds meer veen afgegraven. Zo ontstond rond 1766 het meer De Leien. De oevers waren in gebruik bij boeren, die hier het hooi voor de winter oogstten. Nu geeft Staatsbosbeheer deze strook terug aan de natuur. In de winter staat het water extra hoog en waan je je in het veenmoeras van vroeger. Vanaf een uitkijktoren, gebouwd op de fundamenten van een oud gemaal, kun je het hele gebied overzien.

Ook Eastermar dankt zijn ontstaan aan de winning van turf. Schepen – de beroemde skûtsjes – vervoerden de turf hiervandaan over de Lits naar steden en industrieën. Een informatiebord aan het begin van de hoofdweg vertelt dat vrijwilligers ook nu nog een skûtsje in de vaart houden. Zelfs de ‘tafel’ op het pleintje zit vol verwijzingen naar de maritieme trots van het dorp. Let hier ook op de Friese benaming van de afvalbakken: nu weet je waar de makers van het roemruchte televisieprogramma Jiskefet hun inspiratie vandaan haalden.

Nostalgie alom. Op veel plekken in het Nederland is het boerenland ten prooi gevallen aan ruilverkaveling en schaalvergroting, maar hier wandel je nog steeds door een kleinschalig landschap met onverharde wegen en vooral veel houtwallen. De walletjes dienen van oudsher als perceelgrens en om het vee binnen te houden. Het hout werd gekapt en gebruikt op de boerderij. De natuur is er blij mee, want de dichte begroeiing is ideaal voor vogels en kleine zoogdieren, die op hun beurt weer voer zijn voor uilen en andere roofvogels.