Waar water het wint van land

Nederland, Noord-Brabant, Werkendam

In de Brabantse Biesbosch heerst een eeuwenlange strijd tussen water en land. Begin 15e eeuw zette de Sint-Elizabethsvloed het landbouwgebied onder water. Maar in de tijden erna spoelde met het water weer grond aan. Zo ontstond een gebied waarin de mens de baas leek te zijn. Een gebied vol  wilgenakkers (grienden) en akkers bezaaid met suikerbieten. Maar zo’n zeshonderd jaar na de vloed lijkt het water het nu toch te winnen in de  Biesbosch. De wilgen liggen kriskras verspreid tussen de kreken terwijl de polders weer onder water worden gezet. Fijn voor vogels, bevers én  natuurliefhebbers!

 

Parkeren: bij het Biesbosch MuseumEiland of bij Lijnoorden.

Route:

Ga vanuit het Biesbosch MuseumEiland rechtsaf, Hilweg. Eerste weg linksaf, Lijnoorden. Eerste weg linksaf Boomgatweg. Einde linksaf Boomgatweg. Eerste weg linksaf, naar beneden. Driesprong linksaf, over brug   bij ‘De Kroon’  links de weg vervolgen. Eerste linksaf Witboomkil. Einde weg  linksaf en rechts aanhouden, fietspad op dijk Hardenhoek. Voorbij vogelkijkhut en camping einde dijk ligt knooppunt 20, hier linksaf naar 10 (lang stuk over fietspad). Links ligt Kunstwerk De  Wassende Maan. Bij knooppunt 10 een stukje richting 80 volgen voor de Spieringsluis en Brasserie Het Bolle Bevertje. Daarna weer terug naar 10 . Bij  knooppunt 10 naar 11 en vervolgens naar 84 . U loopt langs het onder water gezette gebied De Pannekoek (‘laarzenpad’) en langs Kunstwerk Uitkijk op het Landschap. Bij knooppunt  4 loopt u via 82 (deze nummers niet gezien, gelukkig had ik de kaart nog) weer terug naar het startpunt.

De wandeling begint en eindigt bij het moderne Biesbosch MuseumEiland. Plan genoeg tijd in voor een bezoek aan dit museum, want het is een goede manier om de geschiedenis van het natuurgebied te ontdekken. Door de eeuwen heen heeft het gebied heel wat gedaanteverwisselingen ondergaan. Tot de middeleeuwen lag hier de Groote Waard, een welvarende streek waar zo’n tweeduizend mensen leefden van landbouw en fruitteelt. In de nacht van 18 op 19 november 1421 brak echter de al anderhalve eeuw oude omringende dijk op verschillende plaatsen door. Door deze Sint-Elizabethsvloed verdwenen zestien dorpen van de landkaart en veranderde de Groote Waard in een binnenzee. Vanaf dat moment stond het gebied in contact met de zee en kreeg het te maken met eb- en vloedbewegingen. In de eeuwen erna zetten rivieren weer slib af in het gebied, waardoor zandplaten ontstonden. Op die platen gingen biezen groeien. Hier heeft de Biesbosch ook haar naam aan te danken. Later besloot men deze hoge zandplaten in te polderen, zodat er wilgenakkers (grienden) konden worden aangelegd. De wilgenakkers van toen zijn inmiddels totaal verwilderd. Staatsbosbeheer hanteert het beleid dat de natuur op de voormalige grienden haar gang mag gaan. Bomen worden niet gekapt en als ze omvallen, blijven ze liggen, zodat het merendeel van de grienden verruigt.

Grienduilen
Grienduilen werden ze vroeger wel genoemd. De griendwerkers die vaak midden in de nacht met hun roeiboot naar de Biesbosch vertrokken, omdat het tij dan gunstig was. De arbeiders sliepen in de Biesbosch in armoedige keten en werkten overdag op de wilgenakkers. Wilgenhout was destijds populair. Men maakte er manden, gereedschapsstelen en bonenstaken van. Het werk op de wilgenakkers was nat, zwaar, slecht
betaald en koud. De griendwerkers mochten namelijk alleen kappen in de winter, van november tot maart. Zodra de katjes aan de boom kwamen, was het bij wet verboden om te kappen. Vanaf eind jaren ’50 nam de exploitatie van de grienden af. De concurrentie van nylon en plastic kunststoffen werd te groot.

Wie deze wandeling voor de eeuwwisseling liep, zag een compleet ander landschap dan tegenwoordig. Toen bestond het land voornamelijk uit polders. Met landbouwgrond. Even leek het erop dat de situatie van vóór 1421 was teruggekeerd en dat het land het gewonnen had van het water. Maar schijn bedriegt: nu zijn de rollen totaal omgekeerd. Het Museumeiland bestaat pas sinds 2015. Het water rond het museum is nieuw aangelegd in het kader van het project ‘Ruimte voor de Rivier’. En de Polder Maltha die rechts van het wandelpad ligt, is geen polder meer. Het gebied is in  1998 onder water gezet en is veranderd in een wetland. De reden daarvan moeten we stroomopwaarts zoeken, bij Gorinchem. Die stad had soms te maken met extreem hoge waterstanden, omdat het rivierwater er niet goed kon doorstromen naar zee. De ontpoldering van de Noordwaard zal nog meer verlichting brengen. Bij hoog water kan de rivier nu door het gebied stromen. Daardoor kan de waterstand in Gorinchem zo’n dertig centimeter dalen. In de Polder Maltha levert deze verandering vooral veel op voor vogelliefhebbers. Het was de eerste polder die onder water werd gezet, zodat de natuur zich er goed heeft kunnen ontwikkelen. Er vliegen prachtige, grote zilverreigers en lepelaars rond. En net als na eerdere overstromingen in het verleden, schieten er in de kreken biezen en wilgen op, waar eenden en ganzen zich prima thuis voelen.

Bij de Polder Maltha gaat u linksaf en om het transformatorstation heen. Rechts ligt landbouwgrond. Links hebt u eerst zicht op bomen, maar daarna komt de voormalige Oude Hardenhoek Polder in beeld, die inmiddels weer grotendeels onder water staat. De in 2015 afgeronde ontpoldering van de Noordwaard zorgt voor bijna 4,5 duizend hectare extra ‘Ruimte voor de Rivier’. In 2015 toonde Google Maps nog satellietbeelden met de oude situatie van polders en stukken land, die intussen allang onder water staan. Wel snel kijken op Google, want de beelden zullen ongetwijfeld worden bijgewerkt.

U draait tegen de klok in om de voormalige polder heen. Op de Bandijk verschijnt links een grasheuvel. Erachter ligt het grote landschapskunstwerk van Paul de Kort met de naam De Wassende Maan. Het kunstwerk heeft de vorm van een labyrint en is ongeveer vier hectare groot. Vanuit de lucht is het uitzicht op het labyrint natuurlijk het mooist, maar ook vanaf de heuvel zijn de cirkelvormige stroken water en land zichtbaar. Ze vertellen het verhaal van onze historische strijd met het water. Maar ook van de wisselende inzichten op waterstaatkundig gebied, die in de loop der tijd het uiterlijk van de Biesbosch hebben bepaald. Dan weer speelt het land in het gebied de hoofdrol, dan weer het water. Het is vaak druk op de uitzichtheuvel. De stenen cirkel in het gras vormt namelijk een goede ondergrond voor verrekijkers op statief. De vogelaars richten hun lenzen zelden op het kunstwerk. Zij speuren liever in het water van de Oude Hardenhoek Polder naar visdiefjes, lepelaars, ganzen en grote en kleine zilverreigers.

De route gaat verder tussen de onder water gezette polders. Links ligt de voormalige Oude Hardenhoek Polder. Rechts staan de Boven en Beneden Spieringpolders plasdras. Uiteindelijk zullen deze weer worden angesloten op het buitenwater en gaan ze dienen als waterberging tijdens extreem hoge standen. Het weggetje rechts voert naar het pontje van Werkendam naar de Kop van ’t Land. Geleidelijk aan zult u merken dat het drukker wordt. U nadert namelijk het haventje van de Brabantse Biesbosch, waar in het water plezierjachtjes liggen. Boten en kano’s moeten eerst de Spieringsluis door voor ze hun route over de Nieuwe Merwede kunnen vervolgen. In de zomer wordt de sluis nog altijd met de hand bediend, wat voor gemoedelijk gezwaai zorgt tussen boot en kade.

Na een pauze bij de sluizen en eventueel het erachter liggende restaurant gaat u terug langs de jachthaven om de route weer op te pikken bij knooppunt 10. Via een klaphek gaat u het begrazingsgebied in en wordt het weer rustiger. Een dijkje voert dwars door het water. Links en rechts ligt het vroegere land van De Pannekoek. De bomen staan er nu stamdiep in het water.

Tussen de bomen duikt opeens een kunstwerk op. De Uitkijk op het Landschap van Urs Pfannenmüller staat als een soort megaverrekijker gericht op de ondergelopen Oude Hardenhoek Polder. De meer dan tien meter lange kijker is gemaakt van ijzer en staal. Kijk eens door de kijker voor een mooie, gekaderde blik op de natuur. Na het kunstwerk brengt de route u weer ‘aan land’. Hier kunt u een deel van De Pannekoek bekijken dat nog niet onder water staat. Het gebiedje functioneert als een soort buitenmuseum van het Biesbosch MuseumEiland en is een soort Biesbosch in het klein. Rietgorzen, grienden, doorgeschoten wilgenvloedbossen en water. Het is er allemaal te vinden. Moe van de wandeling maar nog niet van de Biesbosch? Maak dan nog wat tijd vrij voor een vaartocht met een fluisterboot door het gebied. Zo ziet u het landschap van een heel andere kant. En bovendien is de kans groot om een bever te spotten. De boot vertrekt buiten bij het museum.

Bevers
In 1825 stierf de laatste bever van Nederland. Een visser op de IJssel schrok van het beest dat ruim een meter lang was en gaf hem een dodelijke klap met een roeiriem. Het uitsterven van de bever was de schuld van de mens. Die doodde de bevers vanwege hun pels en maakte er hoeden van. Ook werden ze gedood om hun bevergeil, het vocht waarmee bevers hun territorium afbakenen. Het werd gebruikt als medicijn tegen hoofdpijn. In 1988 keert het tij. In dat jaar werden bij wijze van proef vijf beverparen uit Duitsland in de Biesbosch uitgezet. Die voelden zich er goed thuis, want tegenwoordig zwemmen er zo’n honderdvijftig bevers rond. In de schemering hebt u het meeste kans om ze te zien.