Uitwaaien op Walcheren

Nederland, Zeeland, Ritthem

In Rammekenshoek, tussen de Westerschelde, de havens en industriegebieden van Vlissingen en de N662, raak je niet toevallig verzeild. Het is een parel speciaal voor fijnproevers die weten dat hier op een klein oppervlak alles voorhanden is voor een heerlijke herfstdag: een fort van vlak na de middeleeuwen, bos waar essen en eiken geel en rood kleuren, kreken, het enige schor van Walcheren, strand en een pier die de zee in steekt. Kijk op een zonnige dag op een luw plekje uit over het water of laat u op een stormachtige dag imponeren door de golven die stukslaan tegen de dijk.

Foto: Albert de Wilde - Buitenbeeld

OV: Je kunt starten bij station Vlissingen, dat is 5,5 km extra (retour). Wandel als volgt: loop station Vlissingen uit, sla LA en weer LA, Westerhavenweg. Rechter pad aanhouden, over de bult. Kruising tweede RA, Poortersweg. Viaduct onderdoor, met de bocht mee, en direct daarna RA. Tweede LA, Havenweg. Na 700 m brug over en op driesprong met Y18479/2 LA, de brug over (Westhoekweg). Volg verder de routebeschrijving vanaf 5.

1. Ga vanaf het parkeerterrein bij Fort Rammekens de dijk op via het overstapje en wandel in zuidelijke richting. Tip: voor Fort Rammekens houd rechts aan op de Oostelijke Bermweg, dan eerste pad LA naar het fort.

2. Volg na 300 m de bocht naar rechts. In de volgende bocht, bij dijkpaal 723, links de dijk verlaten via het overstapje. Steek het asfalt schuin over en ga rechtdoor, smal paadje langs Westerschelde.

3. Na 250 m en een bocht eindigt het pad. Ga omlaag en steek het strand over richting het betonnen monument.

4. Bij het monument de dijk weer op en la. Na 650 m, op splitsing, schuin ra de dijk op. Bovenaan haaks ra, via infopleintje. Trapje af, langs parkeerplaats en vogeluitkijkpost. Ga ra weg naar Karnemelkshoek (verboden in te rijden). Na de camping weggetje naar links volgen (Barentsweg). Einde la. Boven op de dijk ra, Kortenswegje. Rechtdoor via trap de dijk op en bovenaan ra, via overstapje. Bij volgende trap met overstapje (wandelknooppunt 93) la omlaag ri wandelknooppunt 22. Ra over fietspad.

5. Splitsing (met daarachter windmolens) schuin ra omhoog (knooppunt 22). Ra ri 97, langs sluitboom. Rd langs gemaal, weg met bocht naar links volgen. Driesprong bij Y18479/2 rd, brug over (Westhoekweg). Einde weg, bij knooppunt 97, ra (Zandweg).

6. In Ritthem 1e weg la, Lambrechtenstraat. Bocht naar rechts. Bij kerk ra, Dorpsstraat. Einde straat (knooppunt 95) la en meteen ra, Louwerse’s Wegeling (zandpad). Einde, op klinkerweg, schuin rechts ri 91, Groene Landweg.

7. In bocht naar links rd door klaphek, bordje ‘Walcheren Rammekenshoek’. Na 200 m op driesprong la, blauwe paaltjes 1,7 km door het bos volgen.

8. Bruggetje over de Rammekenskreek en verlaat het bos via klaphek. Rd over dijk (blauwe paal ontbreekt). Na volgende hek Fort Rammekens en de parkeerplaats.

In de eerste bocht van de dijk kunt u links de dam op die de Sloehaven beschermt. Het Sloe was de kreek die Walcheren van Zuid-Beveland scheidde. Bij vloed ziet u aan alle kanten water. Bij eb valt links het schor droog waarop zoutminnende plantjes groeien zoals zeekraal en lamsoor, beide eetbaar en zout van smaak. Voor u in de verte tal van grote bedrijven, onder andere de kerncentrale bij Borssele. Rechts is in de oksel van de dijk een strand. Nu de badgasten weg zijn, kunt u rustig zoeken naar de langwerpige scheermessen die vooral op Zeeuwse stranden liggen. Als de schelp bewoond wordt, staat deze rechtop in het zand en steekt daarbovenuit een slurf die water opzuigt.

In de bocht van de dijk hebben golven en stormen zand en slib afgezet. U loopt langs de rand van een schor, aan uw rechterhand een rij duinen. Daarachter ligt kaal zand en zijn de elementen vooral bij ruig najaarsweer volop bezig om het landschap te boetseren.
 

Zeehonden en bruinvissen
Dat het goed gesteld is met de waterkwaliteit van de Westerschelde blijkt uit een prima visstand. Er is volop haring, tong en bot. Dankzij dit prima voedselaanbod is ook het aantal zeehonden de afgelopen decennia weer toegenomen. In de jaren ’70 waren deze zeezoogdieren hier verdwenen. Oorzaak was het door de industrie sterk vervuilde water, waardoor er niet genoeg vis was om te gedijen. Halverwege de jaren ’90 werd een voorzichtig herstel waargenomen met 13 dieren. Sindsdien nam het aantal rap toe: 31 in 2000, 90 in 2010 en in 2014 waren het er 154. Bij een laatste inventaristatie in april 2017 werden 194 zeehonden geteld, waaronder 25 kerngezonde jongen. Driekwart hiervan houdt zich op rond de monding van de Westerschelde. Er leven hier twee soorten: de grijze zeehond en de gewone zeehond. Bij laag water zijn ze te zien op de zandplaten.

De wintermaanden (nov-april) zijn de beste maanden om bruinvissen te spotten. Haai!, denk je misschien. Maar nee. Bruinvissen glijden door het water. Heel sierlijk. Zelfs een stoere zeebonk krijgt een klein hartje als hij een bruinvis spot, wordt wel gezegd.

In de herfst van 1944 hebben de geallieerden de dijken van Walcheren op vier plaatsen gebombardeerd, onder andere hier. Hierdoor verzwakte het Duitse leger en kregen de bevrijders toegang tot de haven van het al vrije Antwerpen. De enorme kracht van het binnenstromende water schuurde de kreken uit die hier nu achter de dijk liggen. Pas in februari 1946 werd het 750 meter brede gat gesloten. Daarbij zijn caissons gebruikt die tijdens D-day in Normandië onderdeel waren van tijdelijke havens. De caissons zijn hier naartoe gesleept, gevuld met zand en klei, en afgezonken in het dijkgat. Een betonnen monument vlak voor de dijk herinnert aan deze overstromingsramp. Bij eb ziet u op het schor de karkassen van enkele door het zeewater zwaar aangevreten caissons.

Scheepvaart

Wandelend langs de Westerschelde hebt u goed zicht op de scheepvaart, die hier heel dicht langs de kust komt. Vanaf de dijk is het wisselen van de loods ook goed zien. Geïnteresseerden kunnen op de website www.marinetraffic.com opzoeken welk schip u ziet, waar het vandaan komt, waar het heen gaat, en meer.

 

Rechts is een Spuikom. Schoon water van de naastgelegen zuiveringsinstallatie en overtollig water na herfstregenbuien in het achterland wordt hier verzameld voor het wordt gespuid op de Westerschelde. Klim met de trap even de dijk op, dan ziet u de eenden en meerkoeten die hier foerageren. Tot eind september is met wat geluk ook de oeverloper te zien. Op langs de modderige waterkant en pikt de insecten op die zich daar in groten getale ophouden.

Ritthem is een mooi authentiek dorp dat bestaat uit een kerk, rondom enkele straten en verder geen nieuwbouwwijken en dergelijke. De toren, die flink naar het westen helt, dateert uit ongeveer 1300. Het schip is verwoest tijdens de Tachtigjarige Oorlog en herbouwd in 1611.

Rond de kreek die ontstond bij de dijkdoorbraak in 1944 is in 1950 het Bos van Rammekenshoek aangeplant. Er staan veel essen en eiken, maar ook iepen, wilgen en populieren. Het geruis van de bladeren van hoge populieren in een stevige herfstbries en de prikkelende geur van drogende populierenbladeren horen tot de mooie dingen van de herfst. In de ondergroei staan onder andere braamstruiken. De meeste onrijpe bramen zullen waarschijnlijk niet meer zwart worden, maar als u goed zoekt, dan vindt u misschien nog rijpe vruchten.

Vlak voor het einde gaat u met een bruggetje over de Rammekenskreek, die bestaat uit geulen van de dijkdoorbraak van 1944 en de gracht rond het fort. Het water is nog steeds brak, omdat er zout water door de dijk heen blijft sijpelen. Een bijzonder fenomeen, dat u misschien kunt zien nu de vegetatie minder dik wordt, zijn de enorme riffen van palingbrood. Het zijn korsten die bestaan uit resten van mosdiertjes op stengels, waarover kalkwier is gegroeid. In het rif zitten gaten waarin visjes leven die door paling worden gegeten. Vandaar de naam palingbrood.

Fort Remmekens is het oudste zeefort van West-Europa. Dat het een gewilde locatie is voor trouwfoto’s is net verbazend: het is er schitterend. De muren van het fort zijn begroeid met mossen, korstmossen en varentjes die lang zonder water kunnen. Ze profiteren van de in de stenen opgeslagen zonnewarmte en van de beschutting. Tot diep in de herfst zijn de blauwe bloemen te zien van de muurleeuwenbek, die als een hangplant hele oppervlakten in beslag neemt. Er wonen drie soorten vleermuizen in het fort. Tot ver in oktober eten ze zich rond met de talloze insecten in de omringende natuur. Daarna zoeken ze binnen de fortommuring een plek voor hun winterslaap. Dat kijkt nauw: het mag er niet kouder worden dan 5 °C en niet warmer dan 9 °C. Hun lichaamstemperatuur daalt van 37 °C naar de temperatuur van de omgeving, zodat ze met een minimum aan voeding toekunnen.