Steenwijk

Nederland, Overijssel, Steenwijk

Steenwijk is een stad met een woelige geschiedenis. Een wandeling over de vestingwallen vertelt het verhaal van belegeringen, ondermijning en bolwerken. Ondertussen is er een magnifiek uitzicht over het stadje dat er tegenwoordig rustiek bijligt. Het bruisende hart is de Markt, waar het goed toeven is.

1. Ga met de rug naar de loopbrug bij het station van Steenwijk rd de J.H. Tromp Meestersstraat in. Einde la, Burg. Goeman Borgesiusstraat. Na 75 m links voetpad langs de stadswal volgen. Na parkeerplein direct langs de gracht, Molenwal. Bij stadswal links trap op, volg de stadswal. Via brug over Onnastraat heen, dan verder over wal.

2. Einde stadswal trap af, schuin links het plein over en door de monumentale poort. Dan links van de villa het stadspark in. Volg de paden om de hoofdvijver heen (hertenkamp aan rechterhand), dan via overzijde van de vijver weer terug. Bij de villa het park uit en weer door de poort, links aanhouden en op doorgaande weg la, Kornputsingel.

3. Als middenberm begint ra, Korte Woldpromenade. Deze gaat bij de stadspomp over in de Woldpromenade. Einde, op deze kruising ziet u links de Grote- of Sint Clemens kerk (15e eeuw. In de zomermaanden, op bepaalde tijden te bezichtigen ) maar u gaat ra, richting Markt. Einde plein la, Markt, dan rd, Koningstraat. Kruising la, langs kerk, wordt Vrouwenstraat. Einde schuin rechtsoversteken, Doelenstraat. Pleintje en burgemeester Goeman Borgesiusstraat oversteken en de J.H.Tromp Meestersstraat terug naar het station lopen.

De grachten en stadswallen stammen uit de tijd van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648), toen Steenwijk een strategisch gelegen plaats was in de strijd tussen de Republiek der Verenigde Nederlanden en de Spaanse koning. In die periode is er ook enkele malen stevig gevochten (zie kadertekst). Het Prinsenbolwerk aan de Looijersgracht is genoemd naar prins Emanuel van Portugal, die halverwege de 17e eeuw commandeur van het garnizoen van Steenwijk was. De naam Looijersgracht komt van de leerlooierijen die vroeger aan de gracht gevestigd waren en het water gebruikten bij het productieproces.

Op een kruispunt van een paar drukke wegen staat het standbeeld van Johan van den Kornput (1542-1611). Meer dan vier eeuwen na dato lijkt hij nog steeds trots op zijn heldhaftig optreden tegen de Spaansgezinde graaf van Rennenberg. Deze belegerde de stad Steenwijk in 1580-1581, maar Van den Kornput en zijn kornuiten wisten de aanval met succes te weerstaan.
 

Belegeringen
Twee keer kreeg Steenwijk te maken met een belegering. In 1580 lag de Spaansgezinde graaf van Rennenberg met een leger van ruim 7000 man voor de stadspoorten van Steenwijk, dat door slechts 600 soldaten werd verdedigd. Dat Steenwijk standhield tijdens het vier maanden durende beleg was te danken aan het krachtdadig optreden van hopman Johan van den Kornput. Op 23 februari 1581 gaf graaf van Rennenberg zijn beleg op en werd Steenwijk ontzet. Maar in 1582 wisten de Spanjaarden Steenwijk alsnog in bezit te nemen en werd het een Spaans bolwerk. Op 8 mei 1592 kwamen prins Maurits en Willem Lodewijk met een leger van 8000 man en sloten alle toegangswegen af, waarna Steenwijk opnieuw een beleg moest ondergaan. Na een heftige strijd van 37 dagen gaven de Spanjaarden zich uiteindelijk over.

Steenwijk was aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog afwisselend in handen van Spaanse en Staatse troepen. In 1592 heroverden prins Maurits en Willem Lodewijk de stad op de Spanjaarden, waarbij het Oosterbolwerk werd ondermijnd en voor een groot deel werd opgeblazen. Zoals op veel bolwerken in vestingsteden stond ook hier een molen. De molen van dit bolwerk werd in 1908 tijdens een brand verwoest.

Tot 1829 bleven de vestingwerken rond Steenwijk intact. Daarna werden poorten en stadswallen stukje bij beetje gesloopt en afgegraven. De stadswal die begint op de hoek van de Molenwal en de Scholestraat is een recente reconstructie. Het eerste deel hoorde bij het Eckeringebolwerk, waar tot eind 18e eeuw een korenmolen stond met de naam Middelste Molen. Aan de andere kant ziet u resten van een bedekte weg, waarlangs troepen zich onder dekking konden verplaatsen.

Op de plek van de vroegere Onnapoort wandelt u nu via een brug over de Onnastraat. Hoofdligger van de brug is een gebogen buis die is ingeklemd tussen de beide keermuren. Het resultaat is een uitnodigende toegangsboog naar de stad. Staand op de brug hebt u een mooi doorkijkje naar het historische stadscentrum.

Het Kleirondeel is het hoogste bolwerk van Steenwijk. Het ligt meer dan 13 m boven NAP en biedt een Jugendstilvormen in Rams Woerthe magnifiek uitzicht over het stadje. De naam verwijst mogelijk naar een voorschrift van prins Maurits om dit bolwerk met klei te bekleden.

Aan het einde van de stadswal loopt u het Stadspark Rams Woerthe in. Het is aangelegd door de bekende tuinarchitect Copijn als een Engels landschapspark. De villa Rams Woerthe is een prachtig jugendstilpand, waarin nu werken van de Steenwijkse kunstenaar en beeldhouwer Hildo Krop (1884-1970) te zien zijn. Een monument voor de villa herinnert aan de gevallenen van de Tweede Wereldoorlog.

De dubbele stadspomp verving begin 19e eeuw een oudere houten pomp. De stenen pomp is in 1953 teruggeplaatst als herinnering aan de vroegere watervoorziening van Steenwijk. Inwoners konden tegen betaling bij zestien van zulke pompen water halen. De armen moesten het doen met water uit de grachten.

De Grote of Sint Clemenskerk aan de Vrijthofstraat is het oudste bouwwerk van Steenwijk. Rond 900 verrees op deze plek een houten kerk, later gevolgd door Romaanse tufstenen en bakstenen gebouwen. In 1409 werd het koor gebouwd, het oudste deel van de huidige kerk. In de benedenverdieping bevindt zich een sluitsteen met een afbeelding van de heilige Clemens, stadspatroon van Steenwijk.

Op de Markt bevindt u zich in het hart van de stad. Het gepleisterde gebouw midden op de Markt was tot 1919 het raadhuis van Steenwijk. Hierin is nu een grand café gevestigd. Op nr. 64 is het kleine Stadsmuseum Steenwijk gevestigd. In het voormalige woonhuis met historische inboedel zijn voorwerpen te zien die in de plaatselijke industrie zijn vervaardigd.