Sloten

Nederland, Friesland, Sloten

‘De ideale stad’, zo profileert Sloten zich. Maar eigenlijk is dat helemaal niet nodig. De kleinste stad is het pareltje in de kroon van de elf Friese steden. Pittoresk flankeren de huizen het water van het Diep. De was wappert er nog op de bleek. En de molen draait en maalt ...

Tip: Wandel deze route via de gratis ANWB Eropuit app. Zoek de route in de app via de filters. Onderweg zie je op het kaartje waar je bent, zo kun je niet verdwalen.

Hond mee: Tijdens deze hele route zijn honden aangelijnd toegestaan.

Toegankelijkheid: deze route is niet geschikt voor mindervaliden i.v.m. diverse trappen en trapjes. 

A. Loop vanaf de bushalte/parkeerplaats (met Snackbar) aan de Rûnwei naar de ANWB-wegwijzer en steek hier de Rûnwei over. Loop rd de Haverkamp in en ga na 30 meter ra het smalle klinkerpaadje op. Ga over de brug (Snekerpoort) en dan meteen ra, volg het schelpenpaadje voor het kanon langs en daarna het klinkerpad over het Bolwerk Noordzijde.

B. Als u de route uit wilt breiden, gaat u aan het einde van dit pad r.a. en loopt over het voet- en fietspad langs de Wijckelerweg en Jeen Hornstraweg naar Wijckel. Dit is 1,5 km heen en 1,5 km terug. Terug in Sloten volgt u de route verder zoals beschreven bij C.

C. Aan het einde van dit klinkerpad rd, het Bolwerk Zuidzijde op. Dit smalle klinkerpad langs de buitenrand van het stadje helemaal volgen tot de Lemsterpoort, dat is de brug over de stadsgracht bij de molen. Loop over de brug en meteen daarna ra een rondje om de molen. Terug bij de gracht gaat u ra de Heerenwal op. Op de kruising rd de Lindegracht op, aan het eind het trapje op en dan ra terug naar de Haverkamp en de Parkeerplaats aan de Rûnwei.

Sloten is de kleinste van de elf Friese steden en heeft een beschermd stadsgezicht. Het stadje is ontstaan op een eeuwenoude kruising van land- en waterwegen, wat terug te zien is in het bescheiden stratenplan. Al in de 11e eeuw waren er voldoende economische redenen voor het ontstaan van een nederzetting. Op deze plek stak namelijk de handelsroute van Staveren naar het Duitse Bentheim het riviertje de Ee over. De machtige familie Van Harinxma bouwde er vervolgens in de 13e eeuw een stins (versterkt stenen huis) en hief tol. Halverwege de 14e eeuw werd een gracht om het dorpje gegraven en verdedigingswallen aangelegd. In 1426 stond het voor het eerst als ‘stad’ in de documenten. Het zou als laatste Friese vesting in 1523 vallen voor de heerschappij van de graven van Holland.

De Snekerpoort is een voormalige waterpoort. Hij wordt ook wel Woudsenderpoort genoemd. Een wapensteen vermeldt het jaartal 1768. Rechts van u stroomt het Slotergat, dat uitkomt op het Slotermeer. In de zomer laat zich hier dan ook menig watersporter zien, zeker tijdens het Skûtsjesilen (wedstrijdzeildagen). Recht voor u staat de markante katholieke kerk. Op deze plek heeft tot de 16e eeuw de Van Harinxmastins gestaan.

Vanaf het bastion wijst het kanon dreigend naar de verre horizon. In de onrustige 16e en 17e eeuw werd het opstandige Sloten, met zijn sleutelpositie tussen Sneek en de Zuiderzee, verder versterkt. Er werden drie bastions aangelegd, die nu nog herkenbaar zijn. Het stadje heeft de oorspronkelijke omwalling vrijwel geheel behouden en tevens is de oorspronkelijke structuur van Sloten bijna geheel bewaard. De vesting is ontworpen naar de ideeën van de bekende vestingbouwer Menno van Coehoorn, die in het nabijgelegen Wijckel ligt begraven. Sloten was in vestingtermen de ideale stad, haar vorm heeft veel van een ui, het stadje wordt dan ook wel de "sipelstêd" (uistad) genoemd. Exemplarisch voor die tijd is het verhaal van de list met het bierschip. Samen met verraders uit een naburig dorp was een plan beraamd om in de nacht van 12 op 13 mei 1588 Spaanse troepen het stadje binnen te smokkelen. Deze Friese variant van het Paard van Troje zou worden uitgevoerd met een schip met een lading bier, waartussen de vijandige soldaten zich schuilhielden. Maar het plan mislukte, een hevig gevecht volgde en de stad bleef behouden. Twee van de drie verraders werden gepakt en onthoofd. Het hele verhaal wordt om de drie jaar nog eens dunnetjes overgedaan tijdens het Historisch Kijkfeest. Aan de buitenkant van de stad zie je nog steeds de waslijnen, waaraan hemden en theedoeken vrolijk in de wind wapperen. Door de compacte bouw van Sloten is er alleen aan de rand voldoende ruimte, zon en wind om de was te laten drogen. Ze worden nog steeds door de inwoners gebruikt, maar tegenwoordig maken ook de watersporters er dankbaar gebruik van. Zo houdt Sloten zijn bleekjes in ere.

De Wijckelerweg leidt naar de dorpskerk van Wijckel met het praalgraf en voormalig landgoed van Menno van Coehoorn.
 

Menno van Coehoorn
Vestingbouwer en militair strateeg Menno van Coehoorn (1641-1704) was een geboren en getogen Fries. Door zijn huwelijk kwam hij in het bezit van een stuk land bij Wijckel. Hier liet hij omstreeks 1690 een landhuis bouwen. Het landgoed werd in 1947 opgekocht door It Fryske Gea (Het Friese Landschap), dat het als natuurgebied beheert. In het voorjaar bloeien in het ‘Van Coehoornbos’ talrijke stinsenplanten. Het veld waar ooit het huis stond, fungeert in de winter soms als ijsbaan. Na zijn overlijden in 1704 werd in de kleine hervormde kerk van Wijckel een groot praalgraf voor hem opgericht. Het monument, met onder meer een wit marmeren beeltenis van Menno zelf, is daar nog steeds te zien.

Buiten het bolwerk ligt de Kleine Haven. Over de Ee werden vroeger
heel wat goederen aan- en afgevoerd en nu doet de pleziervaart een stevige duit in het zakje. De masten verraden de ligging van de jachthaven. 

Achter de Lemsterpoort, de tweede waterpoort die de kleine
veste rijk is, ligt Korenmolen De Kaai uit 1755. Er wordt nog gemalen en de molen is op zaterdagmiddag open voor bezichtiging en meelverkoop. Op het molenerf staat een oud kanon en ... het wordt nog gebruikt! In het zomerseizoen wordt het elke vrijdagavond afgeschoten door de Stadsschutterij van Sloten.

Aan de voet van de Lemsterpoort staat een schandpaal. Het is een herinnering aan de mislukte inval van de Spanjaarden in 1588.

De vele prachtig gerestaureerde panden aan de Voorstreek en Heerenwal getuigen van de rijke historie van de stad. Even voorbij de 17e-eeuwse Grutte Tsjerke (Grote kerk) staat het Museum Stêdhus Sleat. In het vroegere stadhuis uit 1761 waren ooit de functies van raadhuis, kamer van de wacht en gevangenhuis verenigd. Er is nu een aantrekkelijk museum gevestigd met tentoonstellingen over Sloten. Vaste stukken zijn een maquette en een enorme kopie van een 17e-eeuwse kaart van Nicolaes van Geelkercken, die u het kleine stadje vanuit een heel ander perspectief laten zien. Op zolder bevindt zich een voor Nederland unieke collectie oude toverlantaarns, verzameld door de Slotenaar Peter Bonnet. Vanaf een van de terrasjes kunt u onder de schaduwrijke leilinden de schoonheid van het stadje aan Het Diep verder bewonderen.

Fontein ‘Kievit’

Op het G.G. van der Walplein staat sinds 2018 de fontein ‘Kievit’, van Lucy & Jorge Orta. Het is deel van “11fountains” een internationaal kunstproject voor Leeuwarden-Fryslân 2018, culturele hoofdstad van Europa en nieuw cultureel erfgoed.