Sloten

Nederland, Friesland, Sloten

‘De ideale stad’, zo profileert Sloten zich. Maar eigenlijk is dat helemaal niet nodig. De kleinste stad is het pareltje in de kroon van de elf Friese steden. Pittoresk flankeren de huizen het water van het Diep. De was wappert er nog op de bleek. En de molen draait en maalt ...

A. Loop vanaf de bushalte of parkeerplaats buiten het stadje (aan de Rûnwei) naar het haventje en de snackbar en ga hier het vestingstadje in, Haverkamp. Direct ra, ouderwets hobbelig klinkerpaadje op. Rd brug (Snekerpoort) oversteken en rechts aanhouden, rondje om bastion, Bolwerk Noordzijde.

B. Wie de benen even wil strekken gaat einde pad ra en vervolgens rd, voet- en fietspad langs de Wijckelerweg. Het is ca 1,5 km rd naar Wijckel en dezelfde afstand om terug te komen. Terug in Sloten tweede pad ra, Bolwerk Zuidzijde. Pad langs de buitenrand van het stadje vervolgen, Baanweg. Rechts aanhouden, Bolwerk Zuidzijde.

C. Ra Voorstreek, brug over (Lemsterpoort). Ra, rondje om de molen, Veermanskaai. Weer bij het water ra, Heerenwal. Deze helemaal uitlopen en rd, Lindengracht. Einde trapje op en ra, Haverkamp. Terug naar startpunt bij de Rûnwei.

Sloten is de kleinste van de elf Friese steden en heeft een beschermd stadsgezicht. Het stadje is ontstaan op een eeuwenoude kruising van land- en waterwegen, wat terug te zien is in het bescheiden stratenplan. Al in de 11e eeuw waren er voldoende economische redenen voor het ontstaan van een nederzetting. Op deze plek stak namelijk de handelsroute van Staveren naar het Duitse Bentheim het riviertje de Ee over. De machtige familie Van Harinxma bouwde er vervolgens in de 13e eeuw een stins (versterkt stenen huis) en hief tol. Halverwege de 14e eeuw werd een gracht om het dorpje gegraven en verdedigingswallen aangelegd. In 1426 stond het voor het eerst als ‘stad’ in de documenten. Het zou als laatste Friese vesting in 1523 vallen voor de heerschappij van de graven van Holland.

De Snekerpoort is een voormalige waterpoort. Hij wordt ook wel Woudsenderpoort genoemd. Een wapensteen vermeldt het jaartal 1768. Rechts van u stroomt het Slotergat, dat uitkomt op het Slotermeer. In de zomer laat zich hier dan ook menig watersporter zien, zeker tijdens het Skûtsjesilen (wedstrijdzeildagen). Recht voor u staat de markante katholieke kerk. Op deze plek heeft tot de 16e eeuw de Van Harinxmastins gestaan.

Vanaf het bastion wijst het kanon dreigend naar de verre horizon. In de onrustige 16e en 17e eeuw werd het opstandige Sloten, met zijn sleutelpositie tussen het Slotermeer en de Zuiderzee, verder versterkt. Er werden drie bastions aangelegd, die nu nog herkenbaar zijn. Exemplarisch voor die tijd is het verhaal van de list met het bierschip. Samen met verraders uit een naburig dorp was een plan beraamd om in de nacht van 12 op 13 mei 1588 Spaanse troepen het stadje binnen te smokkelen. Deze Friese variant van het Paard van Troje zou worden uitgevoerd met een schip met een lading bier, waartussen de vijandige soldaten zich schuilhielden. Maar het plan mislukte, een hevig gevecht volgde en de stad bleef behouden. Twee van de drie verraders werden gepakt en onthoofd. Het hele verhaal wordt om de drie jaar nog eens dunnetjes overgedaan tijdens het Historisch Kijkfeest. Even verderop wapperen hemden en theedoeken vrolijk in de wind; Sloten houdt zijn bleekje langs de vestinggracht in ere.

De Wijckelerweg leidt naar de dorpskerk van Wijckel met het praalgraf en voormalig landgoed van Menno van Coehoorn.
 

Menno van Coehoorn
Vestingbouwer en militair strateeg Menno van Coehoorn (1641-1704) was een geboren en getogen Fries. Door zijn huwelijk kwam hij in het bezit van een stuk land bij Wijckel. Hier liet hij omstreeks 1690 een landhuis bouwen. Het landgoed werd in 1947 opgekocht door It Fryske Gea (Het Friese Landschap), dat het als natuurgebied beheert. In het voorjaar bloeien in het ‘Van Coehoornbos’ talrijke stinsenplanten. Het veld waar ooit het huis stond, fungeert in de winter soms als ijsbaan. Na zijn overlijden in 1704 werd in de kleine hervormde kerk van Wijckel een groot praalgraf voor hem opgericht. Het monument, met onder meer een wit marmeren beeltenis van Menno zelf, is daar nog steeds te zien.

Buiten het bolwerk ligt de Kleine Haven. Over de Ee werden vroeger
heel wat goederen aan- en afgevoerd en nu doet de pleziervaart een stevige duit in het zakje. De masten verraden de ligging van de jachthaven. 

Achter de Lemsterpoort, de tweede waterpoort die de kleine
veste rijk is, ligt Korenmolen De Kaai uit 1755. Er wordt nog gemalen en de molen is op zaterdagmiddag open voor bezichtiging en meelverkoop. Op het molenerf staat een oud kanon en ... het wordt nog gebruikt! In het zomerseizoen wordt het elke vrijdagavond afgeschoten door de Stadsschutterij van Sloten.

Aan de voet van de Lemsterpoort staat een schandpaal. Het is een herinnering aan de mislukte inval van de Spanjaarden in 1588.

Even voorbij de 17e-eeuwse Grutte Tsjerke (Grote kerk) staat het Museum Stêdhus Sleat. In het vroegere stadhuis uit 1761 waren ooit de functies van raadhuis, kamer van de wacht en gevangenhuis verenigd. Er is nu een aantrekkelijk museum gevestigd met tentoonstellingen over Sloten. Vaste stukken zijn een maquette en een enorme kopie van een 17e-eeuwse kaart van Nicolaes van Geelkercken, die u het kleine stadje vanuit een heel ander perspectief laten zien. Op zolder bevindt zich een voor Nederland unieke collectie oude toverlantaarns, verzameld door de Slotenaar Peter Bonnet. Vanaf een van de terrasjes kunt u onder de schaduwrijke leilinden de schoonheid van het stadje aan Het Diep verder bewonderen.