Schurvelingen rond Ouddorp

Nederland, Zuid-Holland, Ouddorp

In de Kop van Goeree ligt een landschap dat uniek is voor Nederland: het schurvelingenlandschap. Schurvelingen zijn aarden wallen die de boeren in de middeleeuwen rond hun akkers aanlegden. Ze dienden als perceelscheiding, maar ook om het stuivende duinzand tegen te houden. Later zijn de meeste schurvelingen verder opgehoogd. Rond Ouddorp zijn nog altijd lage en hoge schurvelingen te zien. Deze wandeling brengt je bovendien langs het Grevelingenmeer, waar inlaagdijken zijn aangelegd voor het geval de zeedijk het zou begeven.

Wandelen langs landschapselementen
Deze route is onderdeel van een serie fiets- en wandelroutes langs verschillende landschapselementen. Het Nederlandse landschap is een echt cultuurlandschap. Door de eeuwen heen veranderde de mens de natuur, bedoeld en onbedoeld. Die ingrepen in het landschap vertellen veel over het verleden. Op deze website kun je meer lezen over deze leestekens en over waar je ze kunt zien.

A. Wandel vanaf W39 bij restaurant ’t Schouwtje links langs de kerk, dan links langs het hotel naar W34 (Hoenderdijk, later Molenblok). Ga voor de molen la, dan bij W34 rd naar W35 (Molenweg). Let op: wandel aan het einde van de Molenweg schuin rechts langs huisnr. 35 naar natuurgebied de Kleistee, volg hier het onverharde hoofdpad.

B. Ga bij W35 rd naar W32 (Stelleweg, aan het einde links aanhouden via Dykstelweg). Bij W32 ra naar W12 en W23 (Klarebeekweg). Bij W23 la naar W19 en vervolgens rd naar W21 (Westduinweg, later Oudelandseweg). Let op: ga op de Oudelandseweg na huisnr. 67 ra, onder viaduct door en ra.

C. Ga bij W21 links de dijk op naar W27. Volg de dijk tot voorbij de haven van Ouddorp.

D. Ga bij W27 links het viaduct over en meteen ra. Ga links het fietspad op en houd na het bruggetje links aan. Houd aan het einde van het fietspad links aan, daarna steeds rd. Ga bij de blauwe boerderij la, dan ra en volg na 100 m rechts het voetpad richting centrum. Wandel verder richting de kerk en W39.

Ouddorp is een mooi voorbeeld van een kerkringdorp: in het midden een kerk, daaromheen de belangrijkste woonhuizen en (voormalige) werkplaatsen. Zulke kerkringdorpen komen vooral voor in Zeeland en op de Zuid-Hollandse eilanden. Meestal is de ring cirkelvormig, maar Ouddorp heeft een vierkante plattegrond. Waarschijnlijk stond er al rond het jaar 900 een eenvoudig kerkje op deze plek. De huidige kerk dateert van 1348, de toren is later toegevoegd. De opvallende rode torenspits diende als baken voor de scheepvaart.

Ouddorp heeft nog altijd twee werkende korenmolens. Molen De Hoop is een stellingmolen die in 1845 werd gebouwd op de plaats van een oudere voorganger. Bijzonder is dat er in deze molen nog altijd op commerciële basis graan wordt gemalen. De producten zijn te koop in de winkel, waar je ook terecht kunt voor andere specialiteiten uit de streek.

De Kleistee herinnert aan de middeleeuwen, toen boeren akkertjes aanlegden in het hobbelige duinlandschap. Ze groeven het zand af en maakten daarmee 1 tot 3 m hoge wallen of schurvelingen rond de percelen. De schurvelingen dienden bovendien als veekering en om het stuivende zand buiten te houden. Het hout dat op de wallen groeide, gebruikten de boeren op de boerderij. Na 1800 werden veel akkertjes, ook wel hameeten of haaymeeten genoemd, verder afgegraven om dichter bij het grondwater te komen. Het zand werd op de schurvelingen gelegd, waardoor deze steeds hoger werden. In de Kleistee zie je rechts nog oorspronkelijke ‘lage’ schurvelingen. In het bosje links stond vroeger een boerderij. Volg een van de paadjes en je komt bij de herstelde hoogstamboomgaard.

Op sommige plekken stond het grondwater dichter onder de oppervlakte. Hier legden de boeren geen zandwallen aan, maar plantten ze elzensingels langs de percelen. Ook dit elzenhout werd gebruikt voor bijvoorbeeld bezems, bonenstaken en gereedschapsstelen. De percelen werden afwisselend voor de akkerbouw en de veeteelt gebruikt. Het ene jaar groeide er rogge, het andere jaar graasde er vee. De meeste elzenmeten zijn inmiddels uit het landschap verdwenen; slechts hier en daar zie je nog restanten.

De Westduinen geven een prachtig beeld van het oorspronkelijke landschap van Goeree: hobbelige duinen die door eeuwenlange begrazing altijd kaal zijn gebleven. Nu staat er een hek om deze ‘hobbelwei’, maar je herkent nog altijd de kerkenpaden waarlangs de boeren vroeger naar de kerk in Ouddorp wandelden. In de Tweede Wereldoorlog (1940-1945) bouwden de Duitsers enkele bunkers op het terrein. Ook zetten ze namaakvliegtuigen neer als doelwit voor geallieerde bommenwerpers. Het verhaal gaat dat toen de Engelsen dit in de gaten kregen, ze – heel gevat – antwoordden met het afwerpen van een houten bom. De militaire zendmasten verzorgen sinds de jaren vijftig de communicatie met de Nederlandse marineschepen. Uiterlijk in 2020 zal dit zendstation worden opgeheven.

Doordat er veel klei in de ondergrond zit, blijft er water staan in de valleitjes tussen de duinen. Op sommige plekken hebben de boeren deze laagten verder uitgegraven tot drinkpoelen voor het vee. Ook de natuur profiteert, want bijvoorbeeld de rugstreeppad doet het goed in deze poelen. Bovendien staan de natte plekken vol met bijzondere planten, zoals de herfstschroeforchis.

De boerderij op Oudelandsweg 75 fungeerde vroeger als een soort landcafé voor boerenarbeiders en reizigers. Bij mooi weer verzamelden de arbeiders zich bij de kleine zomerkeet direct aan de weg. Een gevelsteen vermeldt het jaartal 1856, maar uit documenten weten we dat hier eerder ook al een boerderij heeft gestaan. De andere gevelsteen illustreert de naam van de boerderij: vroeger De Druiventros, nu De Druuve. Rondom zijn verschillende oude akkers in ere hersteld. Daartussen liggen opgehoogde schurvelingen, ook wel hoagtes genoemd.

De hoge dijk langs de Preekhilpolder lag hier al in de 12e eeuw. Rechts klotsten toen de golven van de woeste zee. Dat het niet altijd goed ging, zie je verderop bij het einde van de dijk: hier is de schade van een dijkdoorbraak nooit hersteld en maakt de dijk een scherpe bocht naar links. Het moerassige stuk daarachter staat bekend als De Val en is populair bij duikers. In de zomer zorgen de vele bloemen langs de dijk voor een kleurrijk tapijt.

Omdat de zeedijk geregeld doorbrak, werd in 1881 landinwaarts uit voorzorg een nieuwe dijk aangelegd. Dit heet een inlaagdijk. De klei werd gehaald uit de strook grond tussen de nieuwe en de oude dijk. Deze inlaag bestaat nu uit open water, riet en moeras. Ook verderop langs de wandeling, net buiten de Preekhilpolder, kom je zulke inlagen en inlaagdijken tegen. Als je weet waar je op moet letten, zijn ze eenvoudige te herkennen.

In 1942 bouwden de Duitsers een bunker in de zeedijk. Hiervandaan konden ze de scheepvaart op de Grevelingen controleren. Als er gevaar dreigde, reden ze een antitankkanon vanuit de bunker naar de geschutsopstelling boven de op de dijk. Beneden was een personeelsbunker met ruimte voor tien man, aangevuld met enkele opslagplaatsen. Informatieborden in de voorhal van de bunker vertellen het hele verhaal. Je komt er door naast de bunker het smalle pad naar beneden te volgen.

Ouddorp was vooral een dorp van boeren, maar halverwege de 19e eeuw werd ook de visserij steeds belangrijker. Daarom werd in 1860-1861 langs de Grevelingen een haven aangelegd. Tot 1971 lag hier de vissersvloot van Ouddorp. Na het afsluiten van de Grevelingen vertrokken de meeste vissers naar de Deltahaven nabij de Haringvlietsluizen. Achter aan de haven kun je rechts afdalen naar een uitwateringssluis. Vanaf 1881 werd hier overtollig polderwater afgevoerd. Na de afsluiting van de Grevelingen in 1971 nam een gemaal deze taak over. De sluis raakte in verval, maar is inmiddels vakkundig hersteld.

Een lichte verhoging in het landschap, meer is het niet. Toch moet hier ooit het roemrijke kasteel Spreeuwenstein hebben gestaan. Rond 1275 was het een mottekasteel, een houten versterking op een heuvel. Later kwamen daar een poortgebouw en een voorburcht bij. Een tekening op het informatiebord bij de heuvel illustreert hoe het kasteel er mogelijk heeft uitgezien. Over de geschiedenis is verder weinig bekend. In de 17e eeuw bestond het in elk geval niet meer en zijn de stenen mogelijk gebruikt voor de bouw van boerderij ’t Blaeuwe Huus.

In de 17e en 18e eeuw werden steeds meer stukjes van de ‘woeste grond’ in cultuur gebracht. Akkertjes werden uitgegraven, duinboerderijen gebouwd. Van die boerderijen zijn er nog maar enkele over. ’t Blaeuwe Huus werd volgens de gevelankers gebouwd in 1650 of 1659. Uit onderzoek van de houten balken blijkt echter dat de boerderij al rond 1454 moet zijn gebouwd! Mogelijk was dit een houten boerderij en zijn de stenen muren in de 17e eeuw toegevoegd. In 1991 is de vervallen boerderij grondig gerestaureerd. Wat bleef was de opvallende blauwe kleur: die zou vliegen weghouden uit het woongedeelte van de boerderij.