Over een polderspoordijk

Nederland, Utrecht, Wilnis

De Spoordijkroute dankt haar naam aan de voormalige Haarlemmermeerspoorlijn. Deze liep vanaf 1915 dwars door het venengebied van Haarlem via Hoofddorp, Aalsmeer, Uithoorn, Mijdrecht, Wilnis en Vinkeveen naar Nieuwersluis. De Haarlemmermeerspoorlijn was een belangrijke verbindingsroute van 110 km door 32 polders. De rails zijn inmiddels verwijderd, maar er zijn nog veel stations, wachterwoningen en brughoofden gespaard gebleven.

N.B. In het broedseizoen is de route 0,7 km langer.

Loop deze route door de wandelnooppunten te volgen: 16-37-56-42-45-46-65-68-77-66-16.

Let op: van 15 maart tot 15 juni (broedseizoen) dient u deze wandelknooppunten te volgen: 16-37-56-42-45-46-83-82-65-68-77-66-16.

Óf volg onderstaande routebeschrijving:

A. Vanaf het parkeerterrein naar de brug lopen met bord ‘06’. Brug oversteken en ra, halfverhard pad van voormalig spoortracé. Steeds rd. Blauwe brug links negeren. Verderop onverhard pad links negeren, oude spoordijk blijven volgen. Bruggetje Ringvaart over en rd langs voormalig station Vinkeveen. Op asfaltweg ra, Demmerik. Op kruising met Eetcafé De Schans rd, Donkereind. Einde weg la, fietspad langs Korenmolenweg. Na ruim 1 km ra, Gagelweg.

B. Voorbij huisnr. 6 ra, onverharde kade op (* tijdens broedseizoen (1 mrt.-1 juli) geen toegang; honden niet toegestaan). Deze kade bijna 2 km volgen. Einde kade brug over en nog even rd. Op asfaltweg la. Bij verkeerslichten rd.

C. Dorpsstraat volgen. Na raadhuis (rechts) ** brug oversteken en 50 m verder la, Burg. Padmosweg. Weg buigt na 50 m naar rechts. Andere asfaltweg (Pieter Joostenlaan) oversteken en fietspad volgen in zelfde richting. Na huisnr. 134 ra, Veldzijdeweg. Einde weg brug over, ra Herenweg en meteen la, Wilnisse Zijweg. Direct voorbij ophaalbrug ra, voetpad, Burg. de Voogtweg. Vaart steeds aan rechterhand houden. Voetpad volgen onder weg door en rd.

D. Ringvaart blijven volgen. Net voor verkeersweg schuin links omlaag door tunneltje. Einde la, asfaltweg naar parkeerterrein en bushalte.

* Alternatieve route broedseizoen (1 mrt.-1 juli) en voor wandelaars met hond: rd, Gagelweg. Vlak vóór bocht naar links, ra, asfaltfietspad. Gaat verderop onder N212 door. Einde fietspad vóór vaart ra (Wilnisse Zuwe). Steeds rd. In Wilnis la, Dorpsstraat richting Mijdrecht en Uithoorn. Ga verder bij C.

** Route inkorten: na Wilnisse Zuwe (links) tweede straat ra, Raadhuisstraat. Einde straat brug over en ra. Route oppikken bij D.

Dit veengebied was lange tijd onbewoonbaar. Pas in de 11e eeuw vestigden de eerste bewoners zich hier langs de rivieren. Ze legden zich toe op het winnen van turf, een brandstof waar destijds veel vraag naar was. Ze groeven het veen steeds dieper uit en legden sloten aan voor de ontwatering. Pas halverwege de 20e eeuw maakte de turfwinning plaats voor veeteelt, landen tuinbouw en het huidige watersporttoerisme.

Het voormalige stationsgebouw van Wilnis is een eenvoudig bakstenen gebouw.

Speciaal voor deze wandelroute zijn twee bruggen ontworpen. De voetbrug over de Driehuizerdwarstocht in Wilnis is er een van. Deze brug, ‘Halte 2006’, een ontwerp van beeldend kunstenaar Frank Bezemer, vormt een nieuw ‘station’ tussen parkeerplaats, bushalte en deze wandelroute. Ook de tweede brug, de voet-/fietsbrug over de Ringvaart in Vinkeveen, is in deze route opgenomen.

Het begin van de route loopt over een oude spoordijk, die te herkennen is aan het brede spoor; de oude kiezels liggen er nog. Het spoor maakte deel uit van de voormalige Haarlemmermeerspoorlijn, een spoornet tussen Alphen, Leiden en Amsterdam dat bij Breukelen aansloot op de lijn naar Utrecht. Het was een belangrijke route van 110 kilometer die de plaatsen Hoofddorp, Aalsmeer, Uithoorn, Mijdrecht, Wilnis en Vinkeveen aandeed. Lang hield de lijn niet stand: de laatste personentrein reed in 1950 en het goederenvervoer werd in 1986 gestaakt.

Even voorbij de tweede brug staat rechts het voormalige stationsgebouw van Vinkeveen. Oorspronkelijk bestond het pand uit een woonhuis en een aangebouwd bagage- en goederenlokaal. In Museum De Ronde Venen in Vinkeveen (iets ten noorden van deze route) is een modelspoorbaan van Vinkeveen tentoongesteld. Het museum vertelt de geschiedenis van het veenlandschap in de Ronde Venen (www.museumderondevenen.nl). N/B. Museum de Ronde Venen is momenteel gesloten i.v.m. een verbouwing.

Rond 1800 werd in het Gagelgebied op kleine schaal, vooral voor persoonlijk gebruik, turf gewonnen. Daarna ontstond er een waardevol natuurgebied met helder water. Op de oevers staan diverse soorten grassen en kruiden, die van het Gagelgebied een prima broed-, rust- en voedselgebied voor trekvogels maken.
 

Weidevogels in Utrecht
Nergens in Europa leven zo veel weidevogels – vogels die broeden in hooi- en weilanden – als in Nederland. Er zijn veertien soorten waaronder grutto, tureluur, scholekster, gele kwikstaart, slobeend en kievit. Halverwege de vorige eeuw werden in Nederland de hoogste aantallen weidevogels aangetroffen. De afname is een gevolg van landbouwintensivering, vermindering van het open gebied en een groeiend aantal roofdieren. Het veenweide- en poldergebied rond Wilnis-Veldzijde en Demmerik is een van de belangrijkste weidevogelgebieden in de provincie Utrecht. Voor het behoud van weidevogels zijn veel mensen actief: boeren, natuurorganisaties en vrijwilligers, die onder meer nestbeschermers plaatsen. Ondanks de goede resultaten neemt het aantal grutto’s onverminderd af.

De graskade langs de Bijleveld is bijna twee kilometer lang en wordt richting Wilnis steeds smaller. De Bijleveld is in 1413 gegraven in opdracht van de graven van Holland om de afwatering van de veenontginningen ten noorden van de Oude Rijn te verbeteren. Later werd deze wetering ook gebruikt voor de scheepvaart tussen de Oude Rijn en Amsterdam. Langs het water liep een jaagpad voor paarden die de trekschuiten moesten voorttrekken.

Vanaf de Burgemeester Padmosweg, aan de rand van de Wilnisse bebouwing, is het hoogteverschil tussen de diepgelegen droogmakerij Wilnis-Veldzijde en de oorspronkelijke veenbodem goed te zien. Deze droogmakerij heeft binnen een eeuw twee transformaties doorgemaakt: eerst van land naar water en vervolgens van water naar land. In de 19e eeuw vond grootschalige veenwinning plaats waarbij omvangrijke plassen ontstonden. Bij de ontginning werd destijds vastgelegd dat de plassen zouden worden drooggemaakt. De verwachting was dat vruchtbare klei aan de oppervlakte zou komen, maar dat viel tegen. De boeren hadden veel last van kwelwater dat vanuit de hoger gelegen veenpolders binnensijpelde. Daardoor is de bodem alleen te gebruiken als grasland.