Over boeren, bos en bergen

Nederland, Noord-Brabant, Giersbergen

Rondom Giersbergen is altijd hard gestreden. De vijand was het zand. Weinig gebieden in Noord-Brabant hadden daar overigens mee te kampen. En dat maakt dit gebied zo bijzonder.

Het boerengehucht Giersbergen ligt aan de rand van de Loonse en Drunense Duinen. Dit glooiende landschap ontstond in de ijstijd, raakte begroeid met oerbos en heide, maar verloor zijn beschermende laag door te intensief boeren. De gevolgen waren groot: de wind begon het zand te verstuiven. Akkers, graslanden en zelfs hele nederzettingen raakten bedolven onder het zand. Maar Giersbergen hield de kop boven het zand. Hoe dat is gelukt, ontdek je tijdens deze route.

Volg vanuit Herberg De Drie Linden (knooppunt 91) de knooppunten 90 – 93 – 89 – 17 – 15 – 16 – 6 – 4 – 14 – 11 – 9 – 8 – 86 – 94 – 95 – 96 – 98 – 99. Hier terugkeren naar knooppunt 91 in Giersbergen.

Deze wandelroute begint aan de rand van het gehucht Giersbergen. Dat dit dorp nog bestaat, is eigenlijk een klein wonder. Want de natuur rondom Giersbergen heeft de bewoners altijd veel kopzorgen opgeleverd. Het dorp ligt vlak bij een glooiend landschap vol hoge zandbulten. Hierop begonnen na de ijstijd loofbomen te groeien als eik, iep, beuk en linde. Maar met de komst van de eerste boeren verdween het evenwicht uit de natuur. De boeren brandden grote stukken bos plat, zodat ze graan konden gaan verbouwen. Was de grond uitgeput, dan staken ze gewoon weer een nieuw stuk bos in brand. Zo verdween het oerbos en veranderde de Loonse en Drunense Duinen in een groot heidegebied: woeste grond waar niemand iets mee deed. In de middeleeuwen ontdekten de boeren het gebied opnieuw. Ze lieten er hun schapen grazen en gebruikten heideplaggen om hun voedselarme akkers vruchtbaarder te maken. Door het vele plaggen en de intensieve begrazing kon de heide zich niet herstellen. De bodem droogde uit en op veel plaatsen kwam het zand aan de oppervlakte te liggen. De wind deed de rest: het zand ging stuiven. Zo erg zelfs dat hele nederzettingen voorgoed onder het zand verdwenen, zoals het plaatsje Efteling. Het nu bijna achthonderd jaar oude boerengehucht Giersbergen hield echter stand. Maar vanzelf ging dat niet.

Vanuit Giersbergen gaat de route eerst de bossen in. En juist hier ligt een deel van het succes van Giersbergen verscholen. Sommige bomen in de Loonse en Drunense Duinen zijn namelijk spontaan opgeschoten vanuit het zand, maar een groot deel is in de 19e eeuw aangeplant. De bewoners wilden zo de opmars van het stuifzand stoppen. De bomen moesten het zand opvangen en een beschermende zandrug vormen. Zo zou het stuivende zand geen overlast meer geven op de omliggende landbouwgronden. Ook plantten de bewoners helmgras, dat met zijn wortels het zand kan vasthouden. En het was het vanaf het eind van de 19e eeuw verboden om heide te plaggen of vee te hoeden in het gebied. Het huidige bos is het resultaat van dit mensenwerk.

Das in de Efteling

De das kwam vroeger veel voor in Noord-Brabant. Voor de Tweede Wereldoorlog lagen er in de Loonse en Drunense Duinen zelfs zeventien bewoonde dassenburchten, waarvan eentje midden in de huidige Efteling. Maar door grootschalige ruilverkavelingen, de aanleg van woonwijken en een toename van het verkeer verdween de das uit het gebied. In 1999 heeft de Vereniging Natuurmonumenten met hulp van Das & Boom twaalf dassen uitgezet in de Loonse en Drunense Duinen. Het aantal dassen breidt zich sindsdien gestaag uit. Het is voor de dieren een ideaal leefgebied. In de hoge, droge zandheuvels kunnen ze hun burchten graven, terwijl er op de graslanden in de omgeving volop wormen en insecten zitten.

Net voorbij knooppunt 16 is duidelijk te zien waar de bewoners eeuwenlang tegen vochten: hier ligt een stuifzandgebied vol helwitte duinen. De combinatie van het zand, de heide, het vennetje en de omliggende dennen maken het tot een bijzondere plek. Geen wonder dat veel wandelaars hier hun fotocamera bij de hand nemen.

De route voert door stuifduintjes, bomen en strookjes heide en gaat verder langs de rand van het bos. Links ligt Natuurontwikkelingsgebied het Hengstven, dat door de eeuwen heen geregeld een metamorfose onderging. Het begon in de 13e eeuw, toen de boeren hier de oerbossen kapten. Er kwam heide voor in de plaats. Destijds lagen er drie vennen. In de jaren '50 van de vorige eeuw werd het gebied ontwaterd en ontgonnen; maïsvelden namen de plaats van de heide in. En de volgende gedaanteverandering is op komst. Natuurmonumenten heeft plannen om het drassige vennengebied rond het Hengstven in ere te herstellen. De waterstand wordt verhoogd en de bemeste bovenste grondlaag wordt van de bodem geschraapt. Hierdoor komen er niet alleen vennen terug, maar krijgt ook de heide weer kans om te groeien. Neem de tijd om van het uitzicht over de nieuwe natuur te genieten; de bankjes die op een verhoging aan de bosrand staan, nodigen u uit.

Via de graslanden duikt de route het bos weer in. Daar wacht na knooppunt 86 een spectaculaire afsluiter: de Randwal van Giersbergen. Het zijn hoge duinen die moesten voorkomen dat Giersbergen onder het zand bedolven zou raken. Bewoners hebben hier al sinds de 15e eeuw bomen aangeplant, die het zand moesten opvangen. Zo heeft zich een beschermende zandrug gevormd die soms wel meer dan twintig meter hoog was. Dat de bomen het zwaar hebben, blijkt uit hun vorm. Ze hebben zich vaak in vreemde bochten gewrongen en houden zich soms amper staande, met hun kruin net boven het zand. Ook de wandelaar heeft het hier even zwaar in het mulle zand. Maar het weidse uitzicht over de stille, witte zandduinen maakt alles goed. Klop in Giersbergen het zand weer van u af, terwijl u langs mooie 17e-eeuwse boerderijen als de Maaihoeve loopt. De geïsoleerde ligging van het dorp wordt pas goed duidelijk bij de dorpspomp. Daar deden de bewoners hun was als de putten bij de boerderijen droog stonden. Een waterleiding kreeg Giersbergen namelijk pas in 1965.