Ootmarsum

Nederland, Overijssel, Ootmarsum

Prachtige vakwerkhuizen, onverwachte pleintjes, bochtige straatjes en een imposante kerk in het midden: wie Ootmarsum bezoekt, waant zich in lang vervlogen tijden. Het stadje is een sfeervol decor voor tal van galerieën én voor de vele kunstwerken op straat. Vandaar dat Ootmarsum ook wel ‘kunststad van het oosten’ wordt genoemd.

• Start op de Markt. Met de rug naar het oude stadhuis schuin rechts, Gasthuisstraat, wordt Kloosterstraat. Einde ra, bij stokerij, (Kloosterstraat). Einde la naar Kerkplein en direct la, Keerweer. Splitsing la, Keerweer. Direct na Educatorium ra, Walstraat, wordt bij put steegje. Einde ra, Oldenzaalsvoetpad, meteen la, Ganzenmarkt. Eerste ra, Oude Wemestraat.

• Einde la, Kerkplein. Eerste la, ’t Pläske. Einde la, Ganzenmarkt. Eerste ra, Bergplein. Bij put einde ra, Bergstraat. Voorbij kerk ra, Grotestraat. Einde la, Ton Schultenplein. Eerste ra, Kapelstraat. Splitsing la, Kapelstraat. Eerste ra, Westwal. Kruising ra, Marktstraat, terug naar Markt.

Volgens de verhalen koos de Frankische koning Othmar rond het jaar 125 deze plek uit als uitvalsbasis voor zijn strijd tegen de Saksen en de Tubanten. De nederzetting werd al snel ‘Othmarsheim’ genoemd, wat later tot Ootmarsum verbasterde. De ligging was gunstig, omdat een drukke handelsroute van oost naar west en een route van noord naar zuid elkaar hier kruisten. Rond 1300 kreeg Ootmarsum stadsrechten en een eeuw later was het een vestingstad met wallen en grachten. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog nestelden Spanjaarden zich in het vestingstadje, totdat zij in 1597 door prins Maurits werden verdreven. Vervolgens werden de grachten gedempt en de muren geslecht – voor straf, omdat de Ootmarsummers de Spanjaarden hadden toegelaten. De eeuwen erna dutte het stadje een beetje in. Ootmarsum bleef een ‘akkerburgerstadje’, waar de industrialisering van Twente aan voorbijging. In het begin van de 20e eeuw werd het stadje door het toerisme ontdekt. Veel vakwerkpanden werden gerestaureerd en straten werden opgeknapt. Vandaag de dag geldt Ootmarsum als een van de mooiste plaatsen van Nederland.

De wandeling begint op de Markt bij het elegante Oude Stadhuis met de fraai versierde gevel. Het werd in 1778 gebouwd, net als de stadspomp ernaast. Samen met drie waterputten zorgde deze pomp tot 1934 voor de watervoorziening in Ootmarsum.

Ootmarsum kreeg rond 1300 stadsrechten. Men mocht een korenmolen bouwen en een week- en jaarmarkt houden; en men mocht – het belangrijkste – muren en wallen aanleggen. Een eeuw later was Ootmarsum een vestingstad met een dubbele ring van wallen en grachten.
Het stratenplan van toen is tot op de dag van vandaag zo goed  als onveranderd gebleven. Als u op de Kloosterstraat even naar links over de parkeerplaats naar de straat erachter kijkt, ziet u de Oostwal. Samen met de Westwal geeft deze wal de loop van de vroegere stadswallen en grachten aan.

Wanneer u van het Kerkplein naar de Keerweer wandelt, passeert u direct rechts een voormalige stadsboerderij. Het is een van de oudste vakwerkpanden van Ootmarsum en fungeert nu als bibliotheek.

Even verderop valt een fraai pand met een wit torentje op: het Drostenhuis. Ook dit was een stadsboerderij, die later verbouwd werd tot woning voor de drost, die zorg moest dragen voor orde en veiligheid. Het pand is in oude luister hersteld en ingericht als museum.
Bij het Drostenhuis staat een beeld van een midwinterhoornblazer. Midwinterhoornblazen is een van de vele oude gebruiken die in Ootmarsum in ere worden gehouden. Het vindt plaats tussen de eerste zondag van de advent en Driekoningen; tegen de schemering blaast men dan op een enorme hoorn boven een put die als klankbodem dient.

Het schoolleven van onze voorouders herleeft in het Educatorium, dat is gevestigd in een 17e-eeuws vakwerkpand naast het Drostenhuis. Er zijn ingerichte lokalen uit verschillende periodes.

Kijk aan het einde van de Walstraat even naar links om een glimp op te vangen van het Openluchtmuseum Los Hoes Ootmarsum (Commanderieplein 2). Een aanrader voor wie kennis wil maken met het Twentse boerenleven van vroeger!

Op het Kerkplein staat de imposante romaanse hallenkerk. De toren die voor de kerk stond, werd in 1839 gesloopt. De afwijkende bestrating voor de kerk geeft de omtrek ervan aan. Links naast het laatste raam in de kerkmuur ziet u een zwarte bal met het jaartal 1597. Het is een van de kogels die werden afgevuurd om de Spanjaarden te verjagen. Met Pasen vindt hier een ander oud gebruik plaats. Op paasochtend maken de poaskearls (katholieke mannelijke vrijgezellen) een rondgang om de kerk onder het zingen van paasliederen. In de namiddag begint het vlöggeln: hand in hand gaat een lange sliert mensen achter de poaskearls aan het stadje door naar de Markt. Daar worden de kinderen driemaal opgetild en wordt driemaal ‘hoera’ geroepen. ’s Avonds steken de poaskearls het traditionele paasvuur aan. Op tweede paasdag vinden de rondgang en het vlöggeln nog een keer plaats.

Aan de Ganzenmarkt staat de Nederlands hervormde kerk. De kerk werd gebouwd in 1810 toen de protestanten op last van koning Lodewijk Napoleon hun kerk weer aan de katholieken moesten teruggeven. Voorwaarde was dat voor de protestanten een nieuwe kerk werd gebouwd.

Via het gezellige Bergplein en de Bergstraat, het oudste stukje Ootmarsum, komt u in de Grotestraat. Waar de Grotestraat de Oostwal kruist, stond een van de twee stadspoorten, de Houten of Zuiderpoort. Door de Grotestraat en de Kapelstraat wandelt u naar de Marktstraat. Op de kruising van de Marktstraat en de Oostwal stond de tweede stadspoort, de Stenen Poort.

Op de Marktstraat trekt ten slotte een pand uit 1656 bijzondere aandacht: het Cremershuis, een statig patriciërshuis. Het huis is genoemd naar de rijke textielhandelaar Joan Cremer. In het familiewapen is een kraanvogel afgebeeld met een steen in zijn poot. Het symbool van de waakzame handelaar: als de vogel slaapt, valt de steen uit zijn poot en schrikt de vogel wakker.