Onder Foswerts vleugels

Nederland, Friesland, Ferwert

Een wandeling door het noordoostelijke Friese terpenland maakt duidelijk hoe verschillende elementen in het landschap en historische gebeurtenissen bij elkaar horen: zonder droge voeten geen dorp, zonder natte voeten geen terp, geen dijk zonder bidden, zonder klooster geen gelovigen, maar geen kerk zonder oude adel. Zo zijn er nog veel meer verbanden te ontdekken en dat maakt wandelen hier zo leuk. En steeds meer zal blijken dat klooster Foswert een centrale rol speelde en niet alleen in het geestelijk leven rondom Ferwerd.

Tip: Wandel deze route via de gratis ANWB Eropuit app. Zoek de route in de app via de filters. Onderweg zie je op het kaartje waar je bent, zo kun je niet verdwalen.

Hond mee: op deze route zijn honden aangelijnd toegestaan.

Toegankelijkheid: deze route is niet geschikt voor mindervaliden door de hobbelige paden, smalle wandelapaden en drukte.

Paden: verhard (asfalt en tegels) en graspaden.

 

Wandelknooppunten: 77-96-69-(43)-76-89-88--46-15-16-17-94-(93)--78-77

Vanaf wandelknooppunt 77 op het Vrijhof, la richting 96 (Hoofdstraat), wordt Elingawei. Rd het dorp uit (let op de pijlen op lantaarn- en andere palen). Bij tankstation fietspad op en doorgaande weg oversteken. Aan de overzijde la. Volg de Koailoane helemaal tot de Zeedijk en kp-69. Via de trap de dijk op en ra.

Je hebt hier drie mogelijkheden: ra het graspad op de dijktop volgen, óf afdalen naar de andere kant en ra het buitendijkse pad volgen, óf terug de trap af en de weg aan de voet van de dijk volgen (via 43, rd naar 76 en ra, Kahoolsterlaan). Na het 3e houten hek afdalen van (of over) de dijk en via het overstapje over de afrastering. Rd, de haaks op de dijk gelegen weg in, Kohoolsterlaan. Aan het einde de doorgaande weg oversteken en bij kp-76 la naar 89. Eerste ra richting Hegebeintum, Vogelzangsterweg. Rd langs 89 en de spoorwegovergang richting 88.

Na de bocht in de weg links via wit bruggetje met bankje een klein bos in. Ra om de gracht, einde pad la voor een kijkje bij Harstastate. Weer terug, nu langs het witte huisje het landgoed verlaten en bij 88 rd naar 73. Einde ra Hegebeintum in (Pypkedyk). Bij kruising rd, de terp op. Direct na de kerk la, Bakkerspaad. Einde ra en direct la, Mr. Boeleswei.

Einde weg la, asfaltweg (Harstawei). Eerste weg ra, Mieddyk (richting Wânswert). Gaat na de bocht over in Patroanswei. Aan je rechterhand is de hele tijd de Hogebeintumermolen te zien. Na ca. 2 km einde weg ra richting Marrum. Na ca. 250 m bij kp-46 ra naar 15, fietspad It Kleaster. Net na bruggetje bij kp-15 rd.

Op kruising bij kp-16 rd, It Kleaster. Einde weg bij kp-17 la, Kleasterwei. Direct na bord bebouwde kom Ferwerd la, smal asfaltpad (Staatsbosbeheer). Einde pad (na bos) bij kp-94 la richting 93. Na bruggetje ra, pad langs de Burmaniavaart. Einde pad, bij het beeld van de landheer van het voormalige Herjuwsmastate, ra (Marummerweg). Ferwert in, rd langs kp-78, Hoofdstraat, terug naar 77.

Wie de kaart erbij pakt, ziet dat Ferwerd in een rijtje van dorpen ligt. Stiens, Feinsum, Hijum, Hallum, Marrum, Ferwerd, Blija en Holwerd, als kralen aan een snoer liggen ze op een kwelderwal. Omstreeks 500 v.Chr. betrokken de eerste bewoners deze natuurlijke verhoging in het waddenlandschap. Maar lang hielden zij het niet droog. Met het stijgen van de zeespiegel werd het noodzakelijk de woonplaatsen te verhogen. Ferwerd had in de middeleeuwen een centrumfunctie en was de oerparochie van waaruit de kerstening in de omgeving plaatsvond. Mogelijk is de kerk zelfs al rond 790 gesticht door de missionaris Liudger. De kerk en de grond was eigendom van het bisdom Utrecht, wat nog weerklinkt in het Vrijhof, het pittoreske pleintje aan de voet van de kerkterp. Dit voorhof behoorde tot het grondgebied van de kerk en viel daarmee buiten het wereldlijk gezag – letterlijk een ‘vrijplaats’. De poort in de linkerhoek van het plein leidt naar de terp met de Sint Martinuskerk en het kerkhof. Enkele jaren geleden werd het kerkhof rondom opgeleukt met dertig regionale grafgedichten. Het oudste gedicht verklapt dat Iepe Pitters, overleden op 11 mei 1700, hier begraven ligt met twee vrouwen.

Vanaf de 11e of 12e eeuw is evenwijdig aan de dorpenreeks het gebied bedijkt en in cultuur gebracht. Stuwende kracht achter deze arbeid waren de kloosterlingen van de abdij Foswert (zie verderop). Het benedictijner ‘Ora et labora’ – bid én werk – bracht veiligheid en welvaart. Doordat er door de eeuwen heen voldoende landaanwas had plaatsgevonden om stukken kwelder te bedijken, werd in de 13e eeuw een nieuwe, noordelijker gelegen dijk gebouwd, de Alddyk of Goadyk. Deze vormde de basis van de huidige zeedijk. Sinds 1993 is de dijk op deltahoogte. Dit wil zeggen dat de hoogte en sterkte van deze zeedijk is berekend op een zware stormvloed die eens per vierduizend jaar voorkomt. Buitendijks liggen de kwelders en slikvelden, het hele jaar door een belangrijk voedselgebied voor broed- en trekvogels. Het loont daarom de moeite om het pad op of achter de dijk te kiezen.

Nu slechts het volgende kleine terpdorp in de luwte van de Zeedijk, maar tussen 1901 en 1940 was Station Blija (Fries: Blije) een halte van het ‘Dokkumer Lokaaltje’. Bij knooppunt 89 kruis je een onbeveiligde overgang, zoals die langs de gehele voormalige spoorlijn Leeuwarden-Anjum voorkwamen. De lijn van de Noord-Friesche Locaal-Spoorwegmaatschappij (NFLS) werd indertijd druk gebruikt, het laatste traject voor het goederenvervoer werd zelfs pas in 1997 opgeheven. Voor het reizigersvervoer viel het doek echter al in 1940 door de opkomst van het busvervoer.

Jac. P. Thijsse – onderwijzer, veldbioloog en natuurbeschermer – beschrijft Harstastate in 1918 in het Verkadealbum Friesland als ‘een echt woudplekje’. De vroegste vermelding van het adellijke huis stamt uit 1511. De rijke heren die hier woonden, drukten ook hun stempel op het kerkje van Hegebeintum (zie verderop). Eind 17e eeuw was de buitenplaats in het bezit van de broer van Menno van Coehoorn, de bekende vestingbouwer. Rond 1843 kreeg de buitenplaats zijn huidige vorm, waarbij een zijvleugel werd afgebroken en het hoofdgebouw werd verlaagd. Binnen is in de zaal echter de sierlijke, oorspronkelijke houten betimmering uit 1790 bewaard gebleven. Begin 19e eeuw werd door de bekende tuinarchitect L.P. Roodbaard een romantische Engelse landschapstuin aangelegd – geheel naar de smaak van die tijd. De tuin werd voorzien van stinsenplanten, exotische voorjaarsbloeiers als Italiaanse aronskelk en blauwe anemoon. Ook het sneeuwklokje ontbreekt niet. Bezoekers mogen vrij wandelen op de buitensingel.

De bekende terp van Hegebeintum is met 8,80 m boven NAP de hoogste terp van Nederland. Vanaf het opwerpen rond 500 v.Chr. werd de woonheuvel eeuwenlang opgehoogd met zoden, mest en huisafval tot een omvang van 300 m doorsnede. Zo bleven kerk, begraafplaats en huizen gespaard voor het wassende water dat de heuvel regelmatig omspoelde. Nadat in de middeleeuwen de eerste zeedijken werden aangelegd verloren de terpen steeds meer hun functie. Toch duurde het nog tot eind 19e eeuw voor men ontdekte dat terpaarde zeer vruchtbaar en dus waardevol was. Tussen 1904 en 1909 werd ook de Hegebeintumer terp verkocht en deels afgegraven. Daarbij werden verschillende vondsten gedaan, met als hoogtepunten de ‘terpdame’ uit een vroeg-middeleeuws grafveld en een 7e-eeuwse mantelspeld, beide in het bezit van het Fries Museum.
De kerk van Hegebeintum is net als veel andere Friese kerkjes een puzzel van vele eeuwen, met oorspronkelijke delen uit de 11e of 12e eeuw. Binnen bevindt zich een bijzonder fragment van een Romaanse muurschildering, de oudste van Friesland. Aangenomen kan worden dat de hoofdelingen van Harstastate, eenmaal tot het christendom bekeerd, een eigen geheiligde begraafplaats behoefden. Met de bouw van de kerk – met daarin de grafkelder voor de familie – werd hun grondgebied een dochterparochie van moeder Ferwerd. Na de Reformatie behielden de bewoners van Harstastate de nauwe band met de kerk, waar zij tijdens de nu protestantse eredienst een met wapenen en leeuwen gedecoreerde herenbank betrokken. Aan de wand hangen zestien 18e-eeuwse rouwborden – een van de mooiste collecties in Nederland. Op de rijkversierde herdenkingsborden voor overleden bewoners van de Harstastate staan adellijke namen als Van Nijsten, Van Coehoorn en Van Andringa de Kempenaer.
Vanaf april 2021 zijn in het nieuw gebouwde Kennis- en Informatiecentrum Terp Hegebeintum een expositie over het terpenland en archeologische vondsten te zien. Ook starten hier rondleidingen naar de terp en de kerk (www.hegebeintum.info).

In het vlakke landschap is de Hegebeintumer Mûne (molen) een markant punt aan de horizon. Gebouwd in 1860 moest hij de Hogebeintumer Polder bemalen. Bij gebrek aan een molenaar werd deze taak in 1969 overgenomen door een gemaal – tot verdriet van de Molencommissie. Vanaf 1976 houd Stichting De Fryske Mole de molen maalvaardig en sinds 2006 is de molen door het Wetterskip Fryslân aangewezen als reservegemaal bij ernstige wateroverlast.

De boswal geeft de contouren aan van Abdij Foswert. Het 12e-eeuwse benedictijner dubbelklooster, ingericht voor mannen en vrouwen, stuurde de moederparochie Ferwerd aan. Het klooster had vanaf eind 13e eeuw een kloosterhoeve – een uithof – vlak bij de kerk in Ferwerd, verkregen uit een afgewezen claim op het patronaatsrecht van de kerk. De vorige eigenaar Heslinga verloor hiermee niet alleen het recht om de pastoor te benoemen en inkomsten uit de parochie te innen, maar ook zijn bezittingen die hij als leengoed van de bisschop van Utrecht had ontvangen. Onpartijdige rechtsgang kwam pas eeuwen later. Met de toetreding van Friesland tot de Unie van Utrecht in 1579 – het blok van protestantse gewesten tegen de Spaanse overheerser – kwam een einde aan het katholicisme in Friesland. Klooster Foswert moest het al snel ontgelden: het werd in 1580 geplunderd en afgebrand.

Wandelend over het brede grindpad langs Woonzorgcentrum Foswert loop je eigenlijk over de voormalige oprijlaan van de Herjuwsmastate, een kasteeltje dat hier tot 1820 op een terp stond. Aan het einde markeren twee cortenstalen ‘poortzuilen’ en een bronzen beeld van bewoner Gemme van Burmania de ingang van het landgoed. Volgens overlevering weigerde de edelman in 1555 bij de inhuldiging van Philips II in Brussel te knielen voor zijn koning. Met zijn uitspraak “Wy Friezen knibbelje allinne foar God” werd hij het symbool van de stânfries, de standvastige Fries.
De Herjuwsmastate stond op het zuidwestelijke deel van een terp die hier vroeger lag. De terp is –zoals veel andere terpen – rond 1900 afgegraven. Hierbij werden de fundamenten van de state en twee vroeg-middeleeuwse grafvelden ontdekt. Recent werden bij graafwerkzaamheden in de buurt van de terp opnieuw menselijke botresten gevonden (juni 2020).
Ferwerd zelf is echter allesbehalve ‘doods’. Het dorp is opgenomen in de Noord-Friese Winkeltjesroute en in 2019 versloeg weerman Piet Paulusma vanuit café 't Hoekje het eerste Fries Kampioenschap sjippekistracen. Een schans van 5,5 meter hoog, opgetrokken in de smalle straten, was het spektakelstuk van het zeepkistenparcours.