Naar de Elsberg

Nederland, Gelderland, Laag Soeren

Deze wandeling voert door verlaten bossen in een uithoek van Nationaal Park Veluwezoom. Fietsers zie je hier genoeg, maar sla je een van de mooi begraste wandelpaden in, dan wordt het stil. Op de geluiden van de natuur na: de wind in de boomtoppen, het gekras van raven en als je mazzel hebt het blaffen (zo heet dat echt) van reeën, het fiepen van reekalveren, het knorren van zwijnen of – van eind september tot medio oktober – het burlen van edelherten.

Tip: Wandel deze route via de gratis ANWB Eropuit app. Zoek de route in de app via de filters. Onderweg zie je op het kaartje waar je bent, zo kun je niet verdwalen.

Hond mee: deze route loopt voornamelijk door het ‘Achterste Schaddeveld’. Honden mogen loslopen in de Schaddevelden.

Toegankelijkheid: deze route is niet geschikt voor mindervaliden vanwege de zand- en graspaden.

Parkeren: rijd vanuit Laag-Soeren via de Badhuislaan over het wildrooster. Rijd door het bos naar het startpunt van de wandeling: parkeerterrein De Elsberg (helemaal aan het einde van de Schaapsallee, kruising met Lange Juffer). Hier staan ook picknicktafels met afvalbakken.

Bij ANWB-paddenstoel P20358 (op de hoek van de Schaapsallee/Lange Juffer bij ingang parkeerplaats) richting Schaarsbergen.

Na 1,5 km bij ANWB-paddenstoel P20353 RA (iets naar links staan twee mooie authentieke gebouwen, het jachthuis en recht ertegenover een boerderij). Na de grenspaal met de verticale tekst 'Welkom in Brummen' (kijk even naar rechts voor de jeneverbesstruiken) derde afslag RA, dit is een gecombineerd wandel-/mtb- en ruiterpad. Dit pad helemaal uitlopen.

Einde pad LA (ruiterpad, de mtb-route gaat rechtdoor) en verderop bij de kruising RA.

Houd bij ANWB-paddenstoel P24524 links aan (steek voorzichtig de weg over) en ga RA zandpad in richting wandelknooppunt 68. Bij knpt 68 LA richting 74. Bij knpt 74 Bij knpt 74 RA richting 65 en na het klaphek nogmaals bij het tweede knpt 74 (is een zgn. ‘dubbel knooppunt’) RA richting 65, tot het fietspad (De Lange Juffer). Hier verlaten wij de knooppuntenroute en gaan scherp RA.. Na het wildrooster (bij ANWB-paddenstoel P20879) rechtdoor richting eindpunt.

Ga voor een kijkje bij wildobservatiepost De Elsberg op de kruising bij de parkeerplaats LA (totaal heen en terug ca. 1,5 km extra).

Algemeen over de Elsberg:
Langs de route kom je meerdere zoelplekken tegen op of langs het pad. Dit zijn plekken met modder/water. Bij veel van die plekken kun je bomen zien die tot 75 cm boven de grond glad zijn of onder de modder zitten. Daar hebben zwijnen tegenaan geschuurd. Vaak kun je de dikke varkensharen nog in de modder op de stam terugvinden. Met een beetje geluk hoor je hoog in de lucht ‘raph raph’, de raaf. Een soort die uit Nederland is verdwenen en sinds 1980 aan een opmars bezig is, onder andere op de Veluwe. Bijzonder want er zijn maar zo’n 200 nesten van deze vogel in Nederland. Het gebied waar je doorheen loopt was in 1890 nog grotendeels heide. Grote delen van de heidevelden en de woeste zandverstuivingen zijn nu bebost. Dat is deels gebeurd om de mijnen in het zuiden van het land van mijnhout te voorzien (waarmee mijnschachten werden gestut), maar ook om de onproductieve gronden nuttig in te zetten. Na de introductie van de kunstmest was er immers geen heide meer nodig om schapen op te laten grazen en de mest te gebruiken voor de akkers. Veel van de bossen zijn dan ook nog maar de eerste of de tweede generatie bos: jonge bosgronden. Maar de route voert vooral door  bospercelen van bijna 150 jaar oud. Net voor de tweede paddenstoel (als je het fietspad moet kruisen) loop je over een laagte, een oude beekloop. Dit was de reden dat hier enkele boerderijen zijn gesticht. Het oppervlaktewater zit nu ruim 4 tot 5 meter onder de oppervlakte. De hier veel voorkomende rode bosbes (ook wel vossenbes genoemd omdat vossen er graag van eten), is met name in kersttijd is het een populair culinair hoogstandje. De struik geeft het bos het hele jaar kleur met zijn donker wintergroen blad en knalrode bessen. Bijna het hele jaar bloeit het struikje met bloemen als witte kerstklokjes en kun je hem in voor- en najaar aantreffen met bloemen en vruchten tegelijkertijd. De rode bosbes is naaste familie van de blauwe bosbes. De blauwe bosbes laat in de herfst zijn blaadjes vallen en bloeit alleen in het vroege voorjaar. Als je van het pad afgaat na de grenspaal “Welkom in Brummen”, zie je vooral rechts jeneverbesstruiken staan. De enige naaldboom/struik die al duizenden jaren in Nederland aanwezig is. De struik groeide oorspronkelijk op de heide en heeft in het najaar donkere bessen. Door de hoeveelheid meststoffen en verzuring van de bodem verjongt de jeneverbes (werd aan de jenever toegevoegd voor de smaak) de afgelopen 30 jaar nauwelijks meer. De dassenburcht en de vossenburcht lijken wat op elkaar. Het verschil is dat bij de dassenburcht de ingang breder is dan hoog en bij de vossenburcht andersom.

Voorjaar:
In het voorjaar loop je hier door open bos dat voornamelijk bestaat uit grove dennen, die diep wortelen met af en toe een zomereik, ruwe berk of beuk. Het is hier te droog voor een uitgebreide struiklaag, maar je vindt er wel blauwe bosbes en vossenbes (rode bosbes). In de laag daaronder, de kruidenlaag, kun je bochtige smele (een ijle grassoort), gewoon bosviooltje en kussentjesmos aantreffen. Door de lichtinval door de bomen, lijken de plekken met de groenblijvende vossenbessenstruikjes op afstand op grijs/zilveren bosvennetjes. Het voorjaar is ook de tijd voor de citroenvlinder. De gele patrouillerende mannetjesvlinders vallen zelfs op tientallen meters afstand op. Over het algemeen houdt wild zich overdag meestal verborgen en komen ze pas tegen de avond en in de vroege ochtend tevoorschijn. Dan heb je ook de meeste kans om wild te zien. Langs de wandelpaden zie je dat wilde zwijnen hier rondstruinen als bulldozers op zoek naar voedsel. Ze wroeten de aarde om op zoek naar eikels, kastanjes, wortels, knollen, wormen en larven en eten soms zelfs kleine knaagdieren. Je kunt de afdruksporen van wilde zwijnen zien. In het voorjaar worden de biggetjes geboren. Ze hebben een een gestreepte vacht als een ouderwetse pyjama. Maar pas op: moeder everzwijn kan agressief zijn bij de bescherming van haar jongen. Afstand houden dus! Ook kun je op de paden soms de afdruksporen van herten en reeën ontdekken. Reeën hebben een afdruk van twee tenen naast elkaar (net als zwijnen maar dan kleiner), spits toelopend. In het voorjaar (mei/juni) worden de kalfjes geboren. Kom je bij toeval een ‘verlaten kalfje’ tegen, raak het dier in geen geval aan! De moeder komt weer terug als de kust veilig is. Het kalfje heeft nog geen eigen geur en is daarom veilig voor roofdieren.

Zomer:
In de zomer is wild moeilijker te zien door de dichte begroeiing waarin dieren zich schuilhouden. Hier kun je op letten: Edelherten zijn roodbruin van kleur. De buik is wit en het staartstuk is roomkleurig. Om het pas gegroeide gewei zit nog huid, in juli/augustus probeert hij die huid kwijt te raken door het gewei te schuren tegen boomstammen. Soms kun je deze huid aan de takken zien hangen. De ree heeft een zandgele tot roodbruine zomervacht met een duidelijk zichtbare witte spiegel (kontje). Reeën zijn voornamelijk in de vroege morgen en late avond actief. In de zomer heb je de meeste kans er een te zien in de schemering. De ree heeft de bronst in juli/augustus. In de zomer kun je in dit gebied de gewone of rode vos tegenkomen met een oranje/rood/bruin vacht.Dassen kunnen het hele jaar door paren, maar doen het bij voorkeur in de zomer en dat gaat gepaard met gegrom en geblaf, kan erg lang duren en wordt soms meerdere malen herhaald. De zomer is ook een lekkere tijd voor wandelaars: in de struiken kun je dan blauwe bosbessen vinden. Ze zijn eetbaar en zijn in juli/augustus rijp.

Herfst:
De herfst (september/oktober) is de bronstijd voor edelherten. Mannetjes vechten onderling uit wie de hindes (vrouwtjes) mag dekken. In deze tijd kun je ze op grote afstand al horen burlen. Hoewel je het hele jaar door paddenstoelen kunt zien in het bos, vind je nu de mooiste exemplaren. Door de dalende temperatuur en de toenemende luchtvochtigheid wordt het ondergrondse netwerk van schimmeldraden (het mycelium) namelijk aangezet om vruchten te maken. De herfst verandert ook de rest van de natuur. Bladeren verkleuren, vallen en vormen zo een bladerdek tegen de vorst, een schuilplaats voor insecten en een plek voor schimmels en slakken om zich tegoed te kunnen doen aan het blad. De gevallen eikels en beukennootjes vormen voedsel voor het wild. In deze tijd zijn de meeste vruchten rijp (bosbes, vossenbes, lijsterbes, braam en vlierbes). Vogels eten er dankbaar van en  zorgen zo en passant ook voor de verspreiding van de plantensoorten. Ook de spinnenwebben zijn in dit jaargetijde mooi zichtbaar.

Winter:
In de winter kleurt de vacht van het edelhert grijs/bruin. De vacht wordt ook dikker en met holle haren om warmte vast te houden. Aan het eind van de winter gooien ze hun gewei af, net als de reeën. Ook de vacht van de vos vergrijst en verdikt. Dassen krijgen in februari/maart hun jongen in een worp van 2-3 stuks. De vos heeft juist in de winter de paartijd (ranstijd van december tot februari, met een piek in januari). Na een draagtijd van zeven à acht weken worden de jongen geworpen (meestal 4, 5). En weer enkele weken later verhuist de moeder haar jongen vaak naar een ander, groter hol.

De lange juffer is een jachtweg uit de tijd van stadhouder Willen IV die uitkomt op de Carolinaberg bij Dieren waar veertien lanen samenkomen.

De boerderij (links aan het einde van de Lange Juffer) staat hier sinds ongeveer 1850. Hetzelfde geldt voor de boerderij die 600 meter verderop recht tegenover het jachthuis staat.

Links op de kruising van de Lange Juffer en de Imboschweg staat het gerestaureerde Jachthuis Imbosch. Bij de restauratie is de oude wagenpoort hersteld, al zit er nu glas in. Dit jachthuis behoorde rond 1760 toe aan baron Assueer Jan Torck, een verwoed jager. In zijn tijd was het jachthuis nog groter, maar in de Franse tijd – toen de adel het over de hele linie zwaar had – werd het noodgedwongen ingekort.

De Imboschweg volgt de rand van de Imbosch, een gebied van 1451 hectare, het vroegere jachtterrein van de familie Van Pallandt van Rosendael, In 1937 werd het voor 265.000 gulden aan Natuurmonumenten verkocht, inclusief jachthuis. Omgerekend was dat 0,8 eurocent per vierkante meter! Het koopcontract werd getekend op Kasteel Rosendael. In die tijd waren de sprengen aan de rand van de ontginning nog waterstromen. ’s Winters werd er zelfs geschaatst. Door alle grondwateronttrekkingen staan ze nu droog.

Deze route gaat grotendeels door het Achterste Schaddeveld. Schadde betekent heideplag, een begrip waar boeren in de 19e eeuw veel mee hadden want die schadden hadden ze nodig voor hun schaapskooien. Vermengd met schapenmest werden de vertrapte schadden later op de akkers rond het dorp verspreid, voor bemesting en bodemverbetering. Eind 19e eeuw werden al die eindeloze heiden aangepakt en begon hier een systematische herbebossing. Een kaart uit 1886 toont een bijna mathematische verdeling van heiden in stroken bos, percelen bos en stukken heide die nog intact waren. Nu is het allemaal bos. Behalve het vastleggen van de heide was houproductie een belangrijk doel. En in deze bossen is daarmee vrij lang doorgegaan. Natuurmonumenten deed hier vooral in de periode 1954-1965 aankopen. Pas daarna werd de bosproductie afgebouwd – veel later dan in andere delen van het nationale park. Tegenwoordig mag de natuur hier doen wat ze wil.

Voor een bezoekje aan de pannenkoekvormige wildobservatiepost op de top van de 90 meter hoge Elsberg moet je nog een stukje lopen, maar het is de wandeling waard. Vanaf het parkeerterrein is het 750 m (in totaal 1,5 km extra). Vooral tegen de schemering of in de vroege ochtend is hier wild te zien. Edelherten en reeën, maar ook Schotse Hooglanders die hier de natuur onderhouden. Ook als er geen dieren zien te zien, is het uitzicht over het landschap geweldig. Zo wijds! Iets naar links ligt Signaal Imbosch, met 109.9 meter het hoogste punt van Nederland buiten Zuid-Limburg.