Monumentenroute Tiel

Nederland, Gelderland, Tiel

Gelegen aan de rivier de Waal is Tiel van oudsher een handelsstad. Ondernemers voelden zich hier thuis, toen en nu. Dat zie je aan de monumentale gebouwen en straten, het winkelaanbod en de mascotte van de stad: Tiels Flipje, marketeer avant la lettre!

De route is samengesteld in samenwerking met de Vereniging Oudheidkamer voor Tiel en Omstreken (beeld: RTV Rivierenland).

Tip: Wandel deze route via de gratis ANWB Eropuit app. Zoek de route in de app via de filters. Onderweg zie je op het kaartje waar je bent, zo kun je niet verdwalen.

Hond mee: de hond is aangelijnd toegestaan op deze route.

Toegankelijkheid: deze route is toegankelijk voor mindervaliden.

Paden: verhard (tegels) en schelpenpad.

Ga uit de parkeergarage meteen RA de Koninginnenstraat op. Loop RD en steek Westluidensestraat over. Aan je linkerhand ligt Bakkerij Van Ooijen en zie je de muurschildering van Tiels Flipje. De Koninginnenstraat gaat over in de Tolhuiswal. Volg deze RD, wal maakt een bocht naar links. Rechts van de wal zie je de Waal.

Loop door tot je aan de rechterhand een uitstulping ziet in de wal met (over de muur) een poortdeur. Hier was vroeger een Tolhuis. Vervolg de wal. Aan de linkerhand zie je een hek waarin de wieken van een molen zijn verwerkt. Dit verwijst naar de Korenmolen die hier vroeger stond. Loop door en ga aan het einde RD en volg links langs de bankjes het pad naar beneden. Onderaan rechts ligt de coupure die met hoog water kan worden afgesloten om de stad te beschermen. Ga linksaf en loop onder de Waterpoort door de stad in. Links om de hoek is het Flipje en Streekmuseum.

Loop RD over het Plein naar de Vismarkt (pand met colonnades waaronder nu een terras). Loop hier rechts omheen en RD naar de Varkensmarkt. Ga LA, Voorstad, tot de Markt met het standbeeld van Tiels Flipje. Loop terug over de Voorstad en sla LA de Korte Nieuwsteeg in (langs ‘Nol in ’t Hol’ een vroegere buurtkroeg). Loop door tot de Oliemolenwal. Volg de Oliemolenwal RD over het pad langs het water. Je loopt hier eigenlijk langs een oude rivierarm. Sla linksaf bij de Parkeerautomaat, Hof van Arkel.  Het pand links aan het einde van de steeg is Kookwinkel Oostendorp.

Ga RA de Hoogeindsestraat in (langs Zeeman) en sla vervolgens vóór de brug LA naar het Kalverbos. Loop RA door het parkje en loop aan het einde LA langs de huizenrij van het Sint-Walburg terug. RD de Sint-Walburgstraat in. Volg de Sint-Walburgstraat RD. Gaat over in Ambtmanstraat, het grote grijze pand hier op de hoek (Hoogeinde 2) is het Oude Weeshuis. Loop verder langs het Ambtmanshuis (aan je rechterhand) en ga aan het einde van die straat RD naar de Koornmarkt. Sla RA het Korenbeursplein op en loop onder ‘Het Convent’ door. RA de Sint-Agnietenstraat in en weer RA naar de Kerkstraat. Loop deze straat even in. Hier was vroeger Herberg de Vijf Garstebroden gevestigd, naast de Brouwerij.

Loop terug naar de Sint-Agnietenstraat en sla voorbij Schouwburg Agnietenhof LA de Bleekveldstraat in. Loop RD terug nar de parkeergarage waar de wandeling begon.

Kennelijk heeft de maker van het straatnaambord ooit gedacht, dat hij een spelfout moest verbeteren, want op de ene hoek van de straat staat ‘Koninginnestraat’. Op de andere hoek staat het correct. In 1898 bezochten de beide koninginnen Emma en Wilhelmina de stad Tiel. Daarbij bekeken zij speciaal ook deze straat en nog dezelfde avond vroegen de bewoners om hun straat nu ‘Koninginnenstraat’ te mogen noemen.

Bakkerij Van Ooijen is een luxe bakkerij met een historie die terug gaat tot 1840. De zaak is Hofleverancier. Men is gespecialiseerd in chocoladeproducten. Beroemd en behorend tot het werelderfgoed is de Tielse Kermiskoek. Ooit werden deze koeken door verliefde jongemannen geschonken aan hun kermismeisje. Als de jongens de zondag er na kennis kwamen maken met haar ouders en ze kregen bij de koffie een plak van de koek, dan was de verkering akkoord. Anders konden ze teleurgesteld naar huis.

Vanaf 1935 was Flipje het beeldmerk van Maatschappij De Betuwe en dus verbonden met de jamproductie. Sinds 1990 is dat niet meer het geval. Nu is het fruitbaasje een symbool van de stad Tiel. Hier zien we Flipje afgebeeld met een juist uit de oven gehaalde kermiskoek.

Aan de Waal en de er van afgetakte Linge is Tiel ontstaan rond het jaar 890. Eeuwenlang was de rivier de verkeersroute voor vracht en passagiers. Waar nu het gras ligt vóór de Tolhuiswal, lag ooit het zogenaamde ‘Paardewater’, waar schepen konden aanleggen. Iets verder stroomafwaarts aan de Ophemertsedijk was van 1800 tot 1940 een serie aanlegplaatsen voor (stoom)boten. Die onderhielden dagelijks diensten tussen Nijmegen en Rotterdam.

Vorsten verdienden veel geld door schippers op allerlei plaatsen tol te laten betalen. Hertog Reinald III van Gelre liet in 1340 bij Tiel een burcht aan de Waal bouwen, die als Tolhuis diende. Voorbijvarende schippers moesten met een klein bootje naar het poortje onderin de wal varen en daar het verschuldigde geld betalen. Het Tolhuis is in 1537 afgebroken.

 

Elke stad liet koren voor de plaatselijke bakkers malen in een eigen molen. Die stond bij voorkeur hoog op de wal om veel wind te vangen. Hier werd in 1723 een molen gebouwd, die tot 1903 werd gebruikt. Twee jaar later werd hij afgebroken.

In de waterkering aan de kant van de rivier ziet men twee gleuven. Deze kunnen bij hoog water worden afgesloten met balken. De tussenruimte wordt opgevuld met paardenmest, stevige materiaal. De coupure is nog gesloten in 1993, 1995 en 2011. Op de muur is met een lijn de hoogste waterstand uit 1995 aangegeven.

Deze poort is gebouwd in 1647. Vóór die tijd was hier een zijarm van de Waal die als haven werd gebruikt. Waar nu aan de stadskant van de poort het Plein is, konden dus in de Middeleeuwen de schepen de stad binnenvaren. De Waterpoort werd in 1944 door de Duitsers opgeblazen en in 1979 herbouwd.

Het Tielse museum bevindt zich in het in 1789 gebouwde pand van de Groote Sociëteit, de plaats waar de deftige heren van Tiel bijeen kwamen. In het museum is een mooie verzameling voorwerpen die met Flipje en met de jamproductie te maken hebben. Daarnaast zijn er bijzondere zaken uit de Tielse geschiedenis.

Hier werd vanaf 1789 de vis die Tiel binnenkwam – vaak net op de Waal gevangen – bij opbod verkocht aan handelaren of restauranthouders. Dit gebeurde hier tot 1920.

Voor alle soorten producten had Tiel in het verleden aparte marktpleinen. Op deze plaats werden zoals de naam zegt, de varkens verhandeld. Boeren brachten de vetgemeste dieren elke maandag naar de stad en daar werden ze – vast en zeker onder luid gekrijs – verkocht, meestal voor de slacht.

Een kaboutertuinman kweekte frambozen. Eenmaal werd een framboos zo groot, dat de tuinman moest huilen, toen de vrucht bij een maaltijd op tafel kwam. Een goede fee veranderde de framboos met haar toverstaf in een fruitbaasje. Zó werd Tiels Flipje geboren. Na een tijd bij de kabouters verhuisde hij naar het dierenland, waar hij vele bijzondere avonturen beleefde.

Tiel telde vroeger tientallen kroegen met meestal een vast publiek. Halverwege de steeg had Nol Bekker zijn kleine kroegje, dat kennelijk nogal donker was en de naam had ‘Nol in ’t Hol’. Het kroegje bestaat allang niet meer, maar in 2018 heeft de Tielse stegenwerkgroep de gevel weer een echt kroegaanzien gegeven.

De stadsgracht langs de Oliemolenwal is een rest van een oude Lingeloop. Tot 1304 was er een open verbinding met de Waal en voeren hier schepen. Tot in de negentiende eeuw konden kleine boten vanaf de andere kant nog tot in de gracht varen. Betuwse boeren brachten zo producten naar Tiel. Halverwege de twee witte brugjes is er nog een dichtgemetselde ingang naar de kelder van een huis aan de Waterstraat.

Al meer dan honderd jaar handelt de familie Oostendorp op deze plaats in huishoudelijke artikelen. Nu is het een grote zaak met een royaal assortiment en een mooie uitstraling. In 2018 werd het bedrijf Hofleverancier.

Op deze plaats stond tot 1680 een grote kerk, de Sint-Walburg. Na de sloop werd er een park aangelegd. Daar kwamen in het midden van de negentiende eeuw fraaie en dure herenhuizen omheen te staan. Deze omgeving is de beschietingen van de Tweede Wereldoorlog goed doorgekomen en biedt nog bijna hetzelfde beeld als anderhalve eeuw geleden.

Vroeger stierven mensen vaak jong en daardoor verloren kinderen dikwijls hun beide ouders. Uit medelijden met die arme weeskinderen schonk de rijke weduwe Mechteld Nyborger een groot bedrag voor het stichten van een weeshuis. Het werd in 1563 gebouwd. Er verbleven meestal ongeveer vijftien kinderen. Tussen 1700 en 1800 werden er ook oude mensen toegelaten die een kamer konden huren. In 1793 werd het weeshuis verbouwd en in 1906 werd op een andere plaats een nieuw gebouwd.

De ambtman was de vertegenwoordiger van de Gelderse hertog in Tiel en omgeving. Hij was dus heel machtig en ook heel rijk. Dit pand was zijn woonhuis. Later woonde er een ondernemer, Pierre Reuchlin die er een verzekeringsmaatschappij begon en daarmee heel rijk werd. Zelfs koning Willem III logeerde in 1861 in dit huis.

De tuin bij het huis is heel groot en werd in 1855 aangelegd door tuinarchitect Zocher. Huis en tuin zijn nu bezit van de gemeente Tiel. In het Ambtmanshuis zetelen burgemeester en wethouders en de tuin is een stadspark.

Graan werd oorspronkelijk verhandeld op de Koornmarkt. Maar die was niet overdekt. Daarom werd in 1848 dit plein aangelegd met overdekte galerijen, zodat het graan droog bleef. Ooit was zelfs het hele plein overdekt. In het beursgebouw (nu Café De Beurs) was een grote zolder om koren op te slaan.

Elke stad had vroeger wel één of meer brouwerijen. Bier werd veel gedronken en omdat alcohol ziektekiemen doodt, was het lang gezonder dan water (dat gewoon uit de Waal of uit de gracht werd geschept). In het grote huis aan de Kerkstraat was eeuwenlang een brouwerij van Tiels bier en jarenlang werd ongetwijfeld dat bier in het pand ernaast getapt en verkocht. Een ‘garstebrood’ is een brood dat is gebakken van gerstemeel. Het is glutenarm.