Marskramerpad etappe 5

Nederland, Overijssel, Rijssen

Het Marskramerpad is in totaal 372 kilometer lang en voert van de Duitse grensplaats Bad Bentheim via schitterende landschappen zoals Twente en Salland, de Veluwe en de Gelderse Vallei naar Den Haag. Treed in de voetsporen van de marskramers die langs de oude handelssteden als Oldenzaal, Deventer en Amersfoort trokken om hun snuisterijen en wonderzalfjes aan te bieden!

Op Etappe 5 (Rijssen - Holten) klim je van het Reggedal via het Ligtenbergerveld en de Zunasche Heide naar de hoog gelegen stuwwallen van de Sallandse Heuvelrug. Waar landijs uit Scandinavië de grond omhoog stuwde wandel je nu over eenzame wegen over deze heuvel. De stilte en rust hier zal je bevallen.

Het Marskramerpad is een Lange-Afstand-Wandelpad (LAW) van Wandelnet.

De gehele route is wit-rood gemarkeerd.

 

Hond mee: de hond mag mee, mits aangelijnd.

Toegankelijkheid: LAW's zijn zoveel mogelijk onverhard, passeren nogal eens klaphekjes of andere obstakels en zijndaardoor niet geschikt voor mindervaliden.

Paden: bospaden, zandpaden en af en toe beton- of asfaltpaden.

Vanaf station Rijssen vertrekt buslijn 95 naar Almelo. Uitstappen bij halte Klokkendijk (3 haltes). Vanaf hier is het nog 1 km lopen naar het startpunt. Lopend is het 1,5 km van het station naar het startpunt.

Kijk voor informatie op 9292. Voor een persoonlijk reisadvies kunt u bellen met Openbaar Vervoer Reisinformatie: 0900-9292 (kosten € 0,90 per minuut).

  1. Asfaltweg (Klokkendijk) oversteken en rechtdoor lopen. Passeer een hek en loop naar de Regge (kpN43). Hier rechtsaf, graspad op. Na ongeveer 250 m komt u bij een pontje   (kpN20), waarmee u uzelf kunt overvaren (Veerhuis). U loopt op een wat hogere dijk. Deze 600 m blijven volgen. Halverwege passeert u Vakantiepark Mölke. Bij een brug steekt u de weg over (Zunaweg) en gaat linksaf, langs informatiebord (kpN11) en langs een grote steen met plaquette. Via een klaphek het weiland in. De afrastering rechts volgen. Weer een klaphek geeft toegang tot een graspad. Bij bank via klaphek naar links. Graspad volgen tot boerenerf. Hier door twee klaphekken en rechtdoor langs de schuur. Door de boomgaard iets links via klaphek naar graspad langs beukenhaag. Inrit naar boerderij oversteken en over het gras tot voorzijde schuur ‘de Oale Schöppe’. De weg (kpN08) oversteken en via klaphek verder op graspad langs akkerland. Dit pad blijven volgen tot een volgend klaphek (kpN12) dat op een grindweg uitkomt. Hier rechtsaf en aan het einde linksaf. Bij rotonde de provinciale weg N347 oversteken en de Blokkendijk in. Na 600 m bij huisnr 4 gaat het asfalt over in een halfverharde weg. Deze ruim 1 km rechtdoor volgen. Aan het eind op de verharde weg bij kpN15 linksaf (Schoneveldsweg). Eerste weg rechtsaf (Schepelweg/kpN14). Aan het eind, op asfaltweg linksaf (Ligtenbergerdijk). Op driesprong bij P-20503 rechtsaf (Ligtenbergerweg).
  2. U loopt richting Nieuw Heeten, Ligtenbergerweg. Na 900 m in bocht naar links gaat u rechtsaf, Plaggenweg, eerst klinkerweg en even verder een zandweg met fietspad. Passeer kpM35 en ga na 750 m bij P-22269 rechtdoor (Plaggenweg). Na ruim 1 km linksaf Eekhoornweg in, zandweg. Op kruising met Vossenweg (kpM61) rechtdoor. Eekhoornweg nog 1 km volgen tot Canadese begraafplaats. Eerste pad, bij kpM60, rechtsaf om begraafplaats heen. Daarna rechtdoor, smal pad. Einde linksaf, omlaag en daar rechtdoor, bospad. Op zandweg bij kpL60 rechtsaf. U komt uit op een kruising met P-23670 (kpM55); hier rechtdoor.

Vanaf het eindpunt van etappe 5 linksaf naar de Oude Hellendoornseweg. Hier het wit-rood gemarkeerde Pieterpad volgen (1,5 km) naar station Holten.

Kijk voor informatie op 9292. Voor een persoonlijk reisadvies kunt u bellen met Openbaar Vervoer Reisinformatie: 0900-9292 (kosten € 0,90 per minuut).

Het Marskramerpad volgt de historische trektocht van Marskramers en Hessenvoerlui. Het ontstaan van de “wandelende handelaar” gaat terug naar de 16e en 17e eeuw. De Gouden Eeuw bracht rijkdom en welvaart in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, maar onder meer op het Duitse, Westfaalse platteland was dat niet het geval.

De Hannekemaaiers waren seizoenarbeiders die te voet naar Holland gingen om daar wat bij te verdienen en het zwaardere werk deden bij de rijkere boeren. Zij danken hun naam aan het woord “Hannes”, dat in ons land als bijnaam voor Duitsers werd gebruikt. Zodra ze ontdekten dat Nederlanders geïnteresseerd waren in Duitse koopwaar namen ze bijvoorbeeld Westfaals linnengoed mee om wat extra geld te verdienen.

De zogenaamde Marskramers en kiepenkerls trokken te voet door het land met een stok in de hand en een grote gevlochten mand, de kiep (Mars) op hun rug. Ze verkochten de plattelandsbevolking allerlei waar: garen, sokken, knopen, kousen. De marskramers specialiseerden zich vaak in bijvoorbeeld aardewerken of koperen potten.

De Tödden liepen vanuit het Duitse Tecklenburg naar ons land met linnen, lappen of todden (dialect). Ze gingen gewoonlijk bij De Lutte of Losser de grens over en liepen dan via Oldenzaal, Deventer en Amersfoort naar de grote steden in het westen. Na verloop van tijd werden ze groothandelaars en ze vestigden zich aan het begin van de industrialisatie als koopman in de afzetgebieden. Een leuk voorbeeld is de winkel van Sinkel, waar je van alles kon krijgen wat je in het dagelijks leven nodig had. Anton Sinkel was in 1821 als marskramer in garen en band vanuit Westfalen Nederland binnengelopen.

Na verloop van tijd liepen er allerlei handelsroutes vanuit Duitsland naar de buurlanden: hanzewegen, hessenwegen, marskramerwegen en postwegen. Brede, onverharde wegen voor een doorgaande handelsverbinding waar de marskramers en voerlieden gebruik van maakten. Zo komt de naam Hessenweg nog veelvuldig voor op de Veluwe en in de Gelderse Vallei. Van en naar (Zuid-) Duitsland trokken zware, door paarden getrokken vierwielige Hessenwagens met een bocht om dorpen heen. De brede sporen die de Hessenwagens trokken werden Hessenwegen genoemd. De naam is afgeleid van het Duitse Hessen omdat veel voerlui met dit soort wagens daar vandaan kwamen. De kostbare lading bestond uit maalstenen uit de Eifel, potten, pannen en voorwerpen van aardewerk.

Uiteraard waren er in die tijd geen gemarkeerde, mooi aangelegde wandelpaden. Het was niet ongevaarlijk op de onverharde, slecht begaanbare wegen waar rovers op de loer lagen. Ook waren er moeilijk doorwaadbare plaatsen onderweg en wilde dieren. Nu is het heerlijk wandelen door deels nog oorspronkelijke landschappen van Nederland en de oude handelssteden als Oldenzaal, Deventer, Amersfoort en Leiden. U hoeft alleen de wit-rode markering maar te volgen.

De boerderij die hier op de oever van de Regge staat is het veerhuis van vroeger. De allereerste boerderijen in Notter en Zuna kozen voor plekken waar de Regge ondiep en in de zomer doorwaadbaar was. Zo konden de pioniers de hogere venen, die niet zo ver weg lagen, gemakkelijk bereiken.

Deze schuur of “schöppe” uit de 18e eeuw werd gebruikt voor de opslag van hooi en het stallen van jongvee. Maar ook brandstof als turf en hout kon de boer hier droog bewaren. De schuur is onderdeel van erve Klein Broens. Het moedererve Groot Bruins ernaast is een rijksmonument en gaat terug tot ongeveer eind 12e eeuw.

De Holterberg is het meest zuidelijke gedeelte van de Sallandse Heuvelrug waar het Marskramerpad overheen loopt. Hier golft het landschap en liggen de “bergen” tot wel 76 meter hoogte. Deze heuvels, ook wel stuwwal genoemd, zijn tijdens de voorlaatste ijstijd ontstaan. De bodem werd opgestuwd door een enorme gletscher uit Scandinavië.

Deze begraafplaats is één van de grootste militaire begraafplaatsen in Nederland. Op dit stukje ereveld liggen 1394 omgekomen soldaten van wie 1355 Canadezen. Zij kwamen om tijdens de bevrijding van Oost- en Noord-Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De begraafplaats met informatiecentrum wordt jaarlijks door zo’n 65.000 mensen bezocht. Mede door de uitzonderlijke ligging en de prachtige aanleg.