Klein, fijn en voornaam

Nederland, Friesland, Leeuwarden

De hoofdstad van Friesland heeft een eigenzinnige rol gespeeld in de geschiedenis en is zelfs lange tijd de residentie geweest van de Friese stadhouders,  die hier van 1584 tot 1747 gedeeltelijk woonachtig waren. Zij zijn de voorouders van ons huidige vorstenhuis. De stad telt ruim zeshonderd  monumenten, maar ook moderne architectuur ontbreekt niet.

• Ga met de rug naar het station rechtdoor, Stationsplein, later Sophialaan. Steeds rechtdoor, brug over en rechtdoor, Prins Hendrikstraat. Voorbij Zaailand, dan rechtsaf, Ruiterskwartier.

• Voorbij Fries Museum (aan rechterhand)  linksaf, Oude Lombardsteeg. Op plein linksaf, links langs water, Nieuwestad. Tweede brug rechtsaf en achter beeld Kleine Kerkstraat in. Einde rechtsaf, Grote Kerkstraat. Eerste linksaf, Doelestraat. Einde Groeneweg rechtdoor oversteken en door poortje rechtsaf Prinsentuin in. Op splitsingen rechts aanhouden.

• Op splitsingen steeds rechts aanhouden. Einde park Groeneweg weer oversteken en rechtdoor (Schoenmakersperk). Einde rechtdoor via fietspad, Pijlsteeg. Kruising  rechtdoor, Beijerstraat. Op plein rechtsaf, Hofplein, later Raadhuisplein. Einde plein bij boom rechts aanhouden, Weerd. Eerste rechtsaf (Bagijnestraat). Eerste linksaf,  Bagijnesteeg.

• Einde linksaf, links langs water, Nieuwestad. Derde linksaf, St.-Jacobsstraat. Einde op plein rechtsaf, Gouverneursplein, dan rechtdoor, Eewal. Einde bocht naar rechts, Wortelhaven. Gracht over en rechtsaf, Voorstreek. Kruising rechtdoor, Over de Kelders. Bij brug rechtsaf oversteken en rechtdoor, links langs water (Naauw). Kruising linksaf,  Wirdumerdijk. Steeds rechtdoor. Gracht oversteken en rechtdoor hoofdweg volgen, Zuiderplein. Kruising rechtsaf, via Stationsweg terug naar station.

De pleinen, parken en vele (neo-)classicistische gebouwen geven het vorstelijke Leeuwarden een voornaam karakter. Het eerste neoclassicistische gebouw langs de route is het Paleis van Justitie uit 1850 van de stadsarchitect Th. Romein. De gevel wordt bekroond door een fronton dat rust op een zuilenportiek, waardoor het gebouw doet denken aan een Griekse tempel. Het gebruik van dergelijke elementen uit de Griekse klassieke architectuur is typerend voor het classicisme.

Het Zaailand, dat eigenlijk Wilhelminaplein heet, is recent helemaal op de schop gegaan. Op vrijdag staan er zo’n honderd marktkramen op dit plein. Op de hoek heeft het Fries Museum een nieuw onderkomen gekregen. Binnen maak je kennis met de verhalen van Friesland en zijn bewoners.

Op het volgende plein, het Waagplein, staat de waag uit 1598. Het is een opvallend gebouw met een hoog tentdak en een hangluifel. Er werd vooral boter gewogen.

Vroeger werd een gebouw nog wel eens in geelachtige of rode tinten geverfd. Vanaf 1803 (in de Franse tijd) zijn echter veel bouwwerken in ons land witgepleisterd, waardoor de oorspronkelijke tinten bedekt werden. Zo is de verscheidenheid tussen de bouwwerken onderling gedeeltelijk verloren gegaan. Door de witte pleisterlaag worden de gevels uniform en vlak. Dat heeft weer tot gevolg dat accenten, zoals reliëfvoorstellingen, kroonlijsten en medaillons, naar de achtergrond verdwijnen. In Leeuwarden heeft men geprobeerd het originele kleurenpalet weer terug te brengen door onder de pleisterlaag te kijken. De resultaten van dit onderzoek kun je op diverse plaatsen in de stad bekijken.

Aan het einde van de Kleine Kerkstraat kijk je links uit over de eenzame Oldehovetoren. Even verder werd het Princessehof in de Grote Kerkstraat bewoond door de weduwe van stadhouder Johan Willem Friso (1687-1711). Hier zit nu het Keramiekmuseum Princessehof, met keramiek uit verschillende culturen.

Het Coulonhûs aan de Doelestraat nr. 8 is een patriciërshuis dat in 1713 werd gebouwd voor en door de hofbouwmeester A. Coulon.

In 1648, nadat de strijd tegen de Spaanse overheersers was beslist, liet prins Willem Frederik op de plek van de stadswallen een tuin voor de stadhouderlijke familie aanleggen: de Prinsentuin. Tijdens de zomermaanden vermaakten de stadhouders er zich en werd er gemusiceerd, geflaneerd, gegeten en gedronken. In de 19e eeuw veranderde de landschapsarchitect L.P. Roodbaard de tuin in een openbaar park in Engelse landschapsstijl. Ook werd er een zomerhuis gebouwd. Nu doet de tuin dienst als stadspark en vinden er diverse activiteiten en concerten plaats. Het zomerhuis biedt onderdak aan een restaurant en het Pier Pander Museum, met werk van de Friese kunstenaar Pier Pander (1864-1919).

In een statig pand aan het eind van het Schoenmakersperk was van 1675 tot 1953 een weeshuis gevestigd. Ooit verbleven hier driehonderd wezen, nu vindt het Natuurmuseum Fryslân er een waardig onderkomen. Er is veel aandacht voor vogels en zeker niet te missen is een 15 m lang skelet van een potvis. De fraaie Voogdenkamer herinnert aan de oorspronkelijke functie van het gebouw.

 

De Westerkerk aan de Bagijnestraat dateert van begin 16e eeuw maar werd rond 1845 stevig onder handen genomen door stadsarchitect Romein. Het gestucte exterieur was zijn idee. De kerk heeft, behalve als bedehuis, dienst gedaan als pakhuis, theater, brouwerij en gevangenis.