Kasteel Huis Bergh

Nederland, Gelderland, 's-Heerenberg

Dat Huis Bergh meer in petto heeft dan alleen de burcht, wordt al snel duidelijk als je een rondje rond de ringwal maakt. Een fraai ensemble van bewaard gebleven straatjes en met zorg gerestaureerde monumenten laat je je even in de middeleeuwen wanen. En daar blijft het niet bij. Ook op enige afstand, buiten de bebouwde kom van ’s-Heerenberg, dringt de illusie van het verleden zich aan je op. Een wijnberg, een molen, oude staatnamen en het idyllisch glooiende landschap, alles lijkt samen te spannen om je terug te werpen naar de gloriedagen van de Heren van Bergh.

Kasteel Huis Bergh is één van de vijf Allermooiste kastelen van Nederland. Bij deze gelijknamige ANWB-verkiezing kwam Kasteel Hoensbroek (LB) als winnaar uit de bus.

Tip: Wandel deze route via de gratis ANWB Eropuit app. Zoek de route in de app via de filters. Onderweg zie je op het kaartje waar je bent, zo kun je niet verdwalen.

Hond mee: de hond is aangelijnd toegestaan op deze route; mag op een klein gedeelte los (bij de Zwarte Molen).

Toegankelijkheid: deze route is niet geschikt voor mindervaliden (vanwege de zandpaden in het bos, glooiend terrein, en trapjes vanaf de wal bij het kasteel).

Paden: zand- en schelpenpaden, klinkers en delen verhard.

• Ga vanaf de centraal gelegen kleine parkeerplaats linksaf over de ‘hoofdstraat’, Molenstraat / Molenpoortstraat. Na 200 m bij de wegwijzer linksaf richting Stokkum, Zeddamseweg. Volg de straat het stadje uit, langs de brandweer. Ga net na het tankstation linksaf het bos in (paadje tegenover de Hoge Distelweg). Meteen op de splitsing rechts aanhouden, en op de volgende splitsing nogmaals rechts. Volg het pad rond de oude, wiekenloze beltmolen, de Zwarte Molen (zijpaden negeren). Zodra je de molen achter je hebt gelaten ga je op de kruising van paden rechtsaf; het pad is nu breder.
• Op de volgende kruising van paden rechtdoor, het bos uit. Op de splitsing voor de sportvelden rechts aanhouden, langs de gebouwen van de voetbalclub, Herdersweg. Weg blijven volgen langs de rand van ‘Landgoed Huis Bergh’ (bordjes). Met de bocht mee naar links en dan op het asfalt bij wandelknooppunt T14 rechtsaf en nogmaals rechts aanhouden, Peeskesweg. Net na het bord ‘bebouwde kom Stokkum’ bij T19 linksaf, smal pad tussen de velden door. Rechtdoor klinkerweg oversteken.
• Bij de bosrand de weg oversteken en bij T17 rechtdoor het bos in (‘Princessebosje’). Meteen na 30 m rechtsaf (zeer) smal bospaadje op. Aan het einde rechts aanhouden, het bos uit, en pal voor de wijngaard rechtsaf. Aan het eind van de wijnstokken linksaf (zie pijltje klompenpad). Aan het einde bij T68 rechtsaf oversteken en het landweggetje in (links aanhouden). Onder de Düffels Möll langs en aan het einde de asfaltweg oversteken en schuin linksaf omlaag, Nachtegaalslaantje.
• Op de hoek met de wijngaard (nu aan je linkerhand, ligt hoger) bij T18 rechtsaf het bos in (‘De Plantage’). Op de kruising linksaf richting het kasteel. Net voor het eind zie je vanaf de ronde ‘stip’ in het pad aan je linkerhand de Gaarde (moestuin) met daarachter de kaatsbaan (het langgerekte gebouw) en rechts de boomgaard liggen; draai je nu ook even om voor een vrome blik over de zichtlijn op de St-Vituskerk bij Elten. Vervolg je weg en ga rechtdoor omhoog. Bovenop de omwalling rechtsaf en deze rechtdoor blijven volgen. Op het einde linksaf. Aan je linkerhand heb je nu mooi zicht op de Boetselaersborg.
• Na 50 m linksaf, pad tussen twee haagjes. Aan het eind bij de Jachttoren tussen de hekjes door (hier binnen de muren stond ooit het Oude Muntgebouw) en rechtsaf, Stadswal. Rechtdoor de Oudste Poortstraat oversteken, Stadswal. Eerste links, Gasthuisplein, met aan je linkerhand het Oude Gasthuis. Einde linksaf, Kellenstraat. Einde rechts en meteen links de steeg in (schuin oversteken), ’s Gravenwal. Einde bocht naar rechts, weg langs de slotgracht volgen. Op de kruising rechtdoor, Muntwal, langs het Muntmeestershuis.
• Volg de Muntwal met de bocht naar rechts, langs de kleine wachttoren (‘Hondehut’). Op de kruising met de volgende wachttoren linksaf, omhoog. Boven linksaf, pad over de stadswal volgen. Bij de houten brug linksaf, de slotgracht over. Je bent nu op het plein van de voorburcht van Kasteel Huis Bergh.
• Verlaat – na een bezoek aan het kasteel of een pauze bij het in het voormalige rentmeestershuis gevestigde kasteelcafé – de waterburcht via het poortgebouw. Rechtdoor over de Hofstraat, met het Muldershuis (links) en het Neije Raethuys (op de hoek tegenover de kerk). Kruising rechtdoor, Molenstraat. Tegenover het nieuwe Stadsplein ben je weer terug bij het startpunt, de parkeerplaats aan De Bleek.

Nu nog slecht een romp zonder wieken, de Zwarte of Berghse Molen hoorde bij het kasteel, voorganger van deze molen was een dwangmolen; evenals de iconische torenmolen van Zeddam. Dwangmolen hield in dat de horigen van de Heer van Bergh verplicht waren om bij deze molen hun graan te laten malen, wat hem natuurlijk inkomsten opleverde.

Verrassing! Op de glooiende helling vlak bij het Bergherbos en het kasteel ligt een heuse wijngaard. “Nederlandse wijn? Dat kan niet veel zijn …” is een veelgehoorde reactie. Maar het hoge aantal zonuren dat de op het zuiden gelegen helling vangt, gecombineerd met de schrale bodem, levert een onverwachte kwaliteitswijn op. De biologische wijnen van het Wijngoed Montferland – dat ook deze wijngaard beheert – zijn onder meer bekroond met gouden medailles in Berlijn en Wenen.

De naam van deze molen is ontleend aan een van zijn eigenaren, Jan Düffels. Deze molenaarsknecht uit de Duitse Bylerwaard trouwde in 1890 met de dochter van Dorus Winterink, de man die in 1861 deze molen bouwde op deze winderige heuvel in Stokkum. De zoon van Winterink was weinig geluk beschoren, die overleed al in 1883. De opvolging kwam uiteindelijk van schoonzoon Düffels. Jan was niet alleen molenaar, hij bekwaamde zich ook in het bakkersvak. Het oorspronkelijke woonhuis werd uitgebreid met een bakkerij. De (gerestaureerde) molen en het bijbehorende huis bleven tot 2016 in handen van de familie, al was kleinzoon Johan Düffels al in 1981 gestopt als molenaar.

Door het parkbos ‘De Plantage’ loop je op de in ere herstelde zichtlijn die van het kasteel naar de torenspits van de Sint-Vituskerk in Elten loopt. De heer van Bergh werd zo continue herinnerd aan de aanwezigheid van de kerk. Memento mori, zou je dan denken (‘wees je bewust van je sterfelijkheid’), maar er zijn andere redenen die tot de aanleg van deze zichtlijn leidden. Deze op een heuvel buiten Elten gelegen kerk was oorspronkelijk een stiftskerk, en het enige dat nog is overgebleven van het Stift Elten. De 13e abdis van het Stift Elten was Irmgard van den Bergh, de dochter van de zevende Heer van Bergh. De zichtlijn staat dus symbool voor de nauwe familieband met deze stiftskerk.
Een stift was een seculier kapittel (wereldlijke abdij) waar uitsluitend dames van adel leefden en een hoofse opvoeding kregen. Je kwam hier niet zomaar binnen; pretendenten moesten een lange adellijke stamboom kunnen overleggen. Een stift was vaak een machtige instelling met veel bezittingen en ook de dames die hier de scepter zwaaiden hadden meer macht dan wij ons nu voorstellen. Van Abdis Imgard van den Bergh is bekend dat zij de graaf van Gelre er fijntjes op wees dat hij geen bestuurlijke invloed had binnen het stift. Het stift was immers geen leen van Gelre, maar hoefde alleen verantwoording af te leggen aan de keizer van het Roomse Rijk.
Maar dat is nog niet alles. De voormalige stiftschatten worden bewaard in de kerk van Emmerik. Een van de pronkstukken is het kostbaar pectoraal (borstkruis) van Irmgard van den Bergh, dat kort na haar inwijding tot abdis in 1334 voor haar is gemaakt. Naar deze kerk leidt eveneens een zichtlijn, die haaks staat op de grote zichtlijn naar Elten. De heren van Bergh pronkten graag met hun invloedrijke familiegeschiedenis!

Dit kleine kasteel met toren behoort ook tot de bezittingen van Huis Bergh, maar het is particulier bewoond en niet te bezichtigen. Zijn huidige aanzien kreeg het begin 19e eeuw, en zijn huidige naam in de 17e eeuw toen Willem Jacob van Boetselaer eigenaar was. Maar het kasteeltje stamt uit 1550. Het werd op 14e-eeuwse fundamenten gebouwd door de twee bastaardzonen van heer Willem III van den Bergh, Daem en Hector. Het stond oorspronkelijk bekend als het Dorst Daemenhuis, naar Daem van den Berg, die landdrost was. Een landdrost vertegenwoordigede de landheer op het gebied van openbare orde, wetgeving en rechtspraak.

Als je door het gras op de oude stadsmuur afloopt, waan je je bijna in de middeleeuwen. Direct bij de opening in de muur staat een kleine wachttoren – de Jachttoren. Het is een replica, maar geeft een goede indruk van hoe het in 15e eeuw ooit geweest moet zijn. Deze toegang was natuurlijk niet voor ‘vrachtverkeer’ – ossenwagens – hier ging het gewone voetvolk in en uit. Binnen de wal sta je direct tegenover een markant woonhuis. Op deze plek stond tot 1473 de Oude Munt, het eerste Berghse munthuis.

De eerste melding van een gasthuis in de Berghse geschriften dateert van 1444. In dat stuk is een eigendomsruil van gronden vastgelegd tussen het gasthuis en een klooster bij Doetinchem. Het stuk grond ligt net buiten de stadswal van ’s-Heerenberg aan een uitvalsweg, de Brunckse Straat. Een gasthuis bood in die tijd niet alleen onderdak aan armen, maar ook aan “wanderende die gheen gelt […] hebben” en aan “pelgrymme”. Een locatie buiten de stadswal was dan handig.
Bij een volgende melding in 1451 gaat het echter plotseling om een gasthuis aan de Kellenstraat – de huidige locatie – waaraan heer Willem II van den Bergh gelden schenkt. Mogelijk waren er in die tijd twee gasthuizen, want het “alde gasthuus op den Brunck” komt in 1500 nog voor in een geschrift. Na een brand in 1618 werd het gasthuis verbouwd. Naast de bijbehorende kapel, waarvan nu slechts de kenmerkende dakruiter over is, bestond het gebouw uit twaalf armenkamers. Vanaf 1690 bepaalde het stadsbestuur dat er geen landlopers meer mochten verblijven en werd het steeds meer een armenhuis.

Het gebouw op de hoek met de molensteen is – hoe kan het ook anders – het oude muldershuis. Hier woonde de molenaar van de Berghse Molen (‘Zwarte Molen’), waar nu nog slechts de romp van over is.
Het Berghs Muntmeestershuis is eenvoudig te herkennen aan de drie gouden munten boven de ingang met het trapje. Dit gebouw was de opvolger van de Oude Munt aan de Walsteeg. Hier werden van 1473 tot 1582 de Berghse munten geslagen.
Uit geschriften blijkt dat de heren van Bergh vermoedelijk al vóór 1331 het muntrecht hadden ontvangen van de aartsbisschop van Keulen. Dit privilege om eigen munten te mogen slaan hadden zij in Hedel, Dieren en Gendringen. Het muntrecht van die laatste plaats werd in 1346 verplaatst naar ’s-Heerenberg.

Deze imposante waterburcht is een van de grootste kastelen van ons land. Zoals bij zo veel kastelen begint de bouwgeschiedenis in de middeleeuwen met een mottekasteel, een houten versterking op een kunstmatig opgeworpen heuvel. Rond 1240 ontstaat vervolgens de eerste tufstenen woontoren.
Door de eeuwen heen werd het (vanaf 1486 grafelijke) stamslot uitgebreid, versterkt en verfraaid, waardoor het huidige kasteel elementen bezit van de 13e tot de 17e eeuw. Echter in de 16e eeuw – tijdens de Opstand— heeft het kasteel het zwaar te verduren gehad.
Graaf Willem IV van den Bergh – slechts 8 jaar toen zijn vader overleed – werd samen met zijn broer naar Leuven gestuurd voor zijn opleiding. Dit resulteerde in een plaats aan het hof van keizer Karel V, waar hij Willem van Oranje leerde kennen. Van den Bergh trouwde met diens zus Maria van Nassau. Vanzelfsprekend steunde ook hij in 1567 het ‘Smeekschrift der Edelen’ voor meer godsdienstvrijheid – de opmaat van de Tachtigjarige Oorlog. Toen de oorlog uitbrak vertrok hij naar Duitsland, waarna hij met een leger terugkeerde om de strijd aan te gaan. In die periode verbleven zijn drie oudste zonen veilig bij hun neven op Dillenburg, het stamslot van de Nassau’s – zo blijkt uit een brief van de gezamenlijke neven aan Willem van Oranje. Ook is er correspondentie tussen Van den Bergh en de ‘Vaders des Vaderlands’ bewaard gebleven.
Als Willem Van den Bergh in 1577 terugkeert naar zijn kasteel, blijkt het grotendeels verwoest. Enkele jaren en een aantal carrière-teleurstellingen later loopt Willem over naar Spaanse zijde. Kort daarna overlijdt hij en wordt ook het kasteel wederom bezet. Zijn zoon Herman begint in 1610 met de herbouw van het kasteel tijdens het Twaalfjarig Bestand. In de decennia die volgen krijgt het kasteel zijn huidige vorm.

Afgaande op de gevelsteen is dit ‘nieuwe’ raadhuis in 1531 gebouwd. Het verving een voorganger, het ‘ailde Raethuys’ aan de Kellenstraat. In de torenspits hangt nog steeds een van de twee originele klokken, waarvan bekend is dat die al in 1526 zijn gegoten. Kennelijk waren de klokken eerder klaar dan het pand zelf. De tweede klok is in 1809 weggegeven en heeft tot de Tweede Wereldoorlog in een katholieke dorpskerk in de omgeving van Doetinchem gehangen.
Het raadhuis was de plek waar de leden van het openbaar bestuur en de geërfden van het Graafschap Bergh vergaderden. Omdat in die tijd de bestuurlijke en rechterlijke macht nog samengingen, beschikte het raadhuis ook over een gevangenis. De schandpaal die links van de toren staat opgesteld herinnert eraan dat hier ook recht werd gesproken.
Sinds 2018 is dit het onderkomen van de Heemkundekring van ’s-Heerenberg, die op de begane grond een tentoonstelling heeft ingericht met vondsten en foto’s. Op de 1e etage bevinden zich de trouwzaal in middeleeuwse stijl en de voormalige burgemeesterskamer, en op de 2e etage de Raadzaal, eveneens laat-middeleeuws ingericht.