Kasteel Hoensbroek

Nederland, Limburg, Hoensbroek

Zes eeuwen lang heersten ridders, baronnen en graven over Kasteel Hoensbroek in Zuid-Limburg. Nooit wist de vijand het kasteel te veroveren. Het geheim? Het moerassige, moeilijk doordringbare dal, waardoor de Geleenbeek en de Caumerbeek zich al kronkelend een weg baanden. Tijdens deze wandeling ontdek je het verhaal achter de waterburcht én de beken, leer je over de problemen die de mijnbouw opleverde en hoe die werden overwonnen. Een wandeling ook vol natuurschoon. Over glooiende hellingen, langs kletterende beekjes en bloemrijke graslanden.

Kasteel Hoensbroek is dit jaar verkozen tot Allermooiste kasteel van Nederland tijdens de gelijknamige verkeizing, georganiseerd door de ANWB.

Tip: Wandel deze route via de gratis ANWB Eropuit app. Zoek de route in de app via de filters. Onderweg zie je op het kaartje waar je bent, zo kun je niet verdwalen.

Hond mee: op deze route zijn honden aangelijnd teogestaan.

Toegankelijkheid: deze wandelroute is vanwege de onverharde paden niet geschikt voor mindervaliden.

Paden: asfaltpaden, onverharde, smalle slingerpaadjes en graspaden.

  1. Loop vanaf de slotbrug van Kasteel Hoensbroek (rug naar kasteel, kijkend naar parkeerplaats) linksaf het voetpad in (rood geasfalteerd).
  2. Houd op splitsing van voetpad links aan. Ga bij het einde van het pad even linksaf voor een mooi zicht op Kasteel Hoensbroek, de slotgracht en de landtong. Loop daarna weer terug naar het einde van het pad.
  3. Steek de Klinkerweg over en sla rechtsaf. Links ligt de Droomvijver. Ga na het parkeerterreintje (aan linkerhand) linksaf pad in, Laervoetpad.
  4. Ga na het bruggetje rechtsaf via een klaphek en volg het grindpad door het dal van de Geleenbeek. Steek bij het volgende klaphek het verharde pad over, ga weer een klaphek door en vervolg het pad langs de Geleenbeek (eerst onverhard pad, later graspad).
  5. Na volgend klaphek rechtsaf de Geleenbeek over. Einde pad linksaf, Wingerdweg. Je loopt nu door het buurtschap Terschuren. Sla na de bebouwing van Terschuren linksaf het onverharde pad in dat het glooiende land invoert, Schurenbergse voetpad. Dit wordt later een holle weg tussen de begroeiing door.
  6. Ga op T-kruising rechtsaf. Sla het eerste fietspad linksaf (net voor restaurant Bergrust) en loop over het fietspad langs de N300. Bij bord ‘einde fietspad’ op T-kruising linksaf, geasfalteerd fietspad in. Op T-kruising linksaf, Geitebeemderweg.
  7. Op kruising van paden rechtdoor. Je loopt nu over een voormalig mijnspoor. Ga bij het eerste klaphek rechtsaf, het voetpad in door het Geleenbeekdal. Bij het volgende klaphek linksaf en direct na bruggetje (bij bankje) rechtsaf hek door (graspad, water rechts).
  8. Bij voetpad van links gewoon rechtdoor blijven lopen en bruggetje over. Bij zijpad van rechts gewoon rechtdoor blijven lopen. Rechts stroomt de Caumerbeek.
  9. Volgende klaphek aan linkerhand (bij bruggetje) negeren (dat pad loopt dood) en gewoon rechtdoor. Einde pad (bij klaphek) weg oversteken en rechtdoor voetpad volgen. Links ligt het kasteel.
  10. Bij bruggetje (rechts) linksaf, langs dierenweide. Einde pad linksaf, trottoir volgen langs Kasteel Hoensbroeklaan. Je hebt nu een mooi zicht over de weides rondom het kasteel. Op T-kruising linksaf en eerste weg linksaf richting de parkeerplaats en de slotbrug van Kasteel Hoensbroek, het beginpunt van deze route.

In juni 2022 werd Kasteel Hoensbroek door ANWB uitgeroepen tot Allermooiste van Nederland. Een conclusie die de jury baseerde op een optelsom van factoren.

Uit het juryrapport: Kasteel Hoensbroek is nooit verwoest door brand of oorlogshandelingen daardoor is vrijwel alles authentiek. Er zijn twee voorpleinen die een soort hoek maken. Sta je voor het kasteel dan kun je aan de raampartijen, de steensoorten en het dak zien uit welke tijd dat gedeelte stamt. Zo leest de buitenzijde van het kasteel als een bouwgeschiedkundig boek! De donjon met drie meter dikke muren is nog geheel intact: je kunt alle verdiepingen van deze toren bezoeken. Verder zijn in de donjon de restanten zichtbaar van een in de 18de eeuw ingestort middeleeuws bouwdeel. Een groot deel van het kasteel is oorspronkelijk 17de eeuws. Die onderdelen zijn ook nog goed intact. Door de brede gracht is de verdedigingsfunctie van het slot goed zichtbaar; tezamen met de waterrijke omgeving vormt het een bijzonder mooi geheel (ruimtelijke samenhang). Dit wordt versterkt door de aanwezigheid van twee afzonderlijke voorburchten en hun positie ten opzichte van het kasteel.

De geschiedenis wordt in het kasteel op verschillende manieren levend gehouden: zo zijn er rondleidingen, is er een audiotour en een app. Aan de bezoekers wordt verder een informatief boekje meegegeven, waarin veel informatie over het kasteel, de bouwgeschiedenis en de bewoners op toegankelijke wijze wordt gepresenteerd, waarbij ook historische verhalen en legendes aan bod komen. In het kasteel hangen ook panelen waarop de geschiedenis van de familie Hoen (later de graven en markiezen Von und zu Hoensbroech) wordt uitgelegd tot aan de huidige generatie. Van verschillende familieleden hangen portretten in het kasteel. Er worden films over de geschiedenis vertoond. De wandelroute door het kasteel is goed gekozen. Door de wijze van presenteren van informatie op verschillende lagen is het kasteel zowel voor volwassenen als voor kinderen interessant, afwisselend en spannend ( in de gevangenis kun je lekker griezelen!). De inrichting van veel leefruimtes is vrij sober, maar dat is dichtbij de realiteit van de middeleeuwen. Voor de thuisblijvers is er een zeer uitgebreide website, die ook een virtuele tour door het gehele kasteel biedt (virtueelkasteel.nl) en in een 11-delige serie 'Waterwandelingen' belicht de conservator de buitenruimte (deze wandelingen staan in een playlist op Youtube). Door de inzet van verschillende multimedia, wordt het historisch belang op een eigentijdse manier overgebracht. Ook is veel gedaan om het kasteelbezoek voor kinderen leuk te maken: speurtochten, spelletjes (raddraaien, vissen of flipperen avant la lettre) en er zijn verkleedkleren zoals maliënkolders en helmen. Bezoekers krijgen een informatieboekje mee, boordevol details (zoals dat er maar liefst 12 historische gemakken of wc’s zijn in het kasteel). In het kelderrestaurant van het kasteel kun je iets drinken of eten bij middeleeuwse muziek van klavecimbel, luit en fluit. Opvallend zijn de ruime openingstijden en de uitstekende toegankelijkheid voor mindervaliden.

Geen betere plek om deze wandeling te beginnen dan de slotbrug van Kasteel Hoensbroek. Binnen in het complex heb je waarschijnlijk al een flinke reis door de tijd gemaakt, die begon in 1388 toen ridder Herman Hoen hier midden in een moerassig broekland een stenen huis liet bouwen. Middeleeuwse wenteltrappen, duistere gevangenissen, maar ook: luxe vertrekken uit de zeventiende en achttiende eeuw. Je bent ze in het kasteel allemaal tegengekomen. Maar ook buiten het complex is er veel te zien. Zo heeft het kasteel drie ophaalbruggen, die omhoog getakeld konden worden als de vijand naderde. Door de eeuwen heen is het kasteel echter nooit belegerd. Het moerassige beekdal waarin de waterburcht was gebouwd bleek simpelweg een te grote hindernis voor vijandelijke troepen.

Vanaf dit punt kun je goed de bouwgeschiedenis van het kasteel zien. Zes eeuwen lang was het kasteel in het bezit van de familie Hoen. De middeleeuwse ronde toren, de donjon, vormt het oudste deel. De verdediging van het slot vormde destijds prioriteit nummer één. Vandaar dat de muren drie meter dik zijn en de ramen klein. In de zeventiende eeuw ging het de kasteelbeheerders voor de wind. In die tijd vond dan ook de grootste uitbreiding plaats. Je herkent dit deel aan de smalle, rechthoekige ramen. Ook de bijgebouwen, waarin onder andere een brouwerij, een boerderij en een koetshuis zaten, stammen uit die tijd. Het deel met de grote, glazen vensters is in de achttiende eeuw gebouwd. In die periode draaide het kasteelleven vooral om genieten. Vandaar dat de zon rijkelijk door de grote ramen de vertrekken in mocht schijnen.

De slotgracht was voor Kasteel Hoensbroek van essentieel belang. Allereerst om de vijand buiten de deur te houden. Maar de gracht was simpelweg ook praktisch. Kijk maar eens naar de middeleeuwse toren. Je ziet dat daar stenen uitstulpingen aan gebouwd zijn. Dat zijn de middeleeuwse toiletten. Wanneer de bewoners er hun behoefte deden, viel dat zó de gracht in. Dat was weer mooi voer voor de vissen, die vervolgens weer gevangen en gegeten konden worden!

Voor de aanvoer en afwatering van het grachtwater zijn drie beken verantwoordelijk: de Molenbeek, de Caumerbeek en de Geleenbeek. Een klein watervalletje en een niveauverschil zorgen ervoor dat het water zachtjes blijft stromen, zodat de gracht niet dichtslibt.

In de gracht ligt een landtong. Hij maakte deel uit van de middeleeuwse verdedigingswal. Er kon geschut op worden geplaatst, zodat de waterburcht extra kon worden verdedigd. Tegenwoordig komt er nog steeds veel geluid van de landtong, maar nu zijn het gakkende ganzen en luid kwakende eenden. Ook nestelen er ooievaars op de hoge paal op de landtong, die elkaar luid klepperend begroeten.

Je zou je er iets bij kunnen voorstellen: jonkvrouwen en jonkheren genietend op een roeiboot in de grote Droomvijver. Maar de werkelijkheid ligt anders. Op deze plek lag in de glorietijd van de Heren van Hoensbroek namelijk helemaal geen waterplas. Hier bevond zich de boomgaard van de graaf, die werd gebruikt ‘voor algemeen nut’. Het fruit werd gegeten of verkocht, het hout van de takken gebruikt om mee te stoken. Pas in de jaren zestig van de vorige eeuw werd de vijver gegraven als recreatieplas voor mijnwerkers. Tegenwoordig doet de Droomvijver dienst als visvijver. Je kunt vanaf de parkeerplaats van Hengelsportvereniging Haal Op een rondje rond de vijver lopen, maar er is geen doorsteek naar andere paden mogelijk.

Het kasteel ligt op het laagste punt van het dal, waardoor ook de Geleenbeek stroomt. Die slingerde in de tijd van de familie Hoen op een natuurlijke manier door het landschap. Vanaf het einde van de negentiende eeuw werd de mijnbouw echter steeds belangrijker in deze streek. De Geleenbeek ging dienen als afvoerwater van de kolenwasserijen. Verschillende stadsriolen loosden bovendien hun water in de Geleenbeek, die daardoor veranderde in een smerige, stinkende stroom. Daarom werd de beek in de jaren vijftig rechtgetrokken en op sommige plaatsen in een buis gestopt. Op die manier stroomde het vieze water tenminste zo snel mogelijk weg richting Maas… Gelukkig ziet het Geleenbeekdal er nu compleet anders uit. De beek is helder, mag weer vrij door het landschap slingeren en op de natuurvriendelijk aangelegde oevers krijgen planten en dieren weer volop de kans zich te ontwikkelen.

Het Schurenbergse voetpad leidt eerst langs glooiende akkers en voert dan als een holle weg tussen de begroeiing door. Holle wegen kom je op veel plekken tegen in Zuid-Limburg. De dieper gelegen, uitgeholde wegen zijn ontstaan door erosie. Regenwater baande zich hier een weg door de zachte ondergrond. Bewoners en vee gebruikten deze delen vaak als doorgangsroute, waardoor de paden steeds verder uitsleten.

Het pad waarover je nu loopt is opvallend recht. Dat is geen toeval. Je loopt namelijk op het tracé van het voormalige mijnspoor dat in het begin van de twintigste eeuw werd aangelegd. Zware locomotieven reden hier vroeger over het spoor om de kolen van de staatsmijnen Emma en de Hendrik af te voeren naar de haven van Stein.

Ook de Caumerbeek werd in de jaren zestig van de vorige eeuw gebruikt om het spoelwater uit de kolenmijnen af te voeren. De beek werd daarom in de jaren zeventig in een buis onder de grond gestopt. Ook het rioolwater stroomde door deze koker. Tegenwoordig wordt het rioolwater gezuiverd in de rioolwaterzuiveringsinstallatie die je rechts ziet. De Caumerbeek kan sinds 2011 weer vrij door het gebied kronkelen en voert het schone water rechtstreeks af naar de Geleenbeek. In Hoensbroek noemen ze de Caumerbeek overigens al eeuwenlang de ‘Auvermoer’, wat zoiets betekent als: oude moeder. De beek hielp de boeren namelijk als een zorgzame moeder bij het bewerken van het land. Wanneer er veel regen viel, voerde ze het overschot aan water af. Bij droge periodes zorgde ze voor voldoende water op de akkerlanden.