Kasteel Doorwerth

Nederland, Gelderland, Doorwerth

Net onderaan de Veluwse Stuwwal, aan de rand van de uiterwaarden van de Rijn, ligt Kasteel Doorwerth. Het oudste gedeelte van deze stoere waterburcht stamt nog uit de tijd van Hendric, de zoon van de eerste kasteelheer Berend van Dorenweerd. Een kort klimmetje brengt je op de beboste stuwwal met ijskelder en uitzicht. Verderop doet de hedendaagse sluis nog even denken aan de tolheffingen van roofridder Berend. Wandelend door de grazige weilanden langs de oever van de rivier is het kasteel nooit ver uit zicht. Weer op het kasteelterrein is het genieten van de fruitboomgaard en de moestuin. En niet te vergeten de herberg!

Kasteel Doorwerth is één van de vijf Allermooiste kastelen van Nederland. Bij deze gelijknamige ANWB-verkiezing kwam Kasteel Hoensbroek (LB) als winnaar uit de bus.

 

Hond mee: de hond is aangelijnd toegestaan op deze route.

Toegankelijkheid: deze route is niet geschikt voor mindervaliden (vanwege de stijgende en dalende zandpaden met wortels op de stuwwal en de overstapjes over de hekken in de uiterwaarden).

Paden: zandpaden, graspad met overstapjes door de uiterwaarden, en kleine stukjes verhard.

• Ga vanaf P1 rechtsaf, over het bruggetje en start bij het &-teken. Ga links via de ophaalbrug de voorplaats van het kasteel op. Loop rechtdoor, steek de binnenplaats over, langs de oudste robinia van ons land, en verlaat het kasteelcomplex via de andere (smalle) ophaalbrug, al dan niet na een bezoek aan het kasteel of aan de herberg.
• Ga linksaf het pad af, langs de witte slagboom van het Gelders Landschap, en dan rechtsaf de parkeerplaats P3 op voor een kijkje bij de bijenstal in de linkerhoek achteraan. Loop dezelfde weg weer terug, met nu aan je rechterhand de fruitboomgaard. Ga rechtdoor langs P2 en dan rechtsaf, via de oprijlaan. Ga met de bocht mee naar rechts. Let na de bocht even op de Leigraaf, de waterloop links en rechts van de weg. Op deze plek stond ooit ook de middeleeuwse toegangspoort tot het kasteel. Ga op de splitsing rechtsaf, het asfalt van de Fonteinallee op. Linksaf, Holleweg (fietspad), en meteen eerste bospad rechtsaf (‘Boersberg’, SBB, honden aan de lijn), onder gevallen boomstronk door.
• Houd op de splitsing links aan, het pad gaat omhoog. Bovenaan rechtdoor, zijpad negeren. Je komt nu langs de oude ijskelder die bij het kasteel hoorde. Hierna rechtsaf en later met de bocht mee, het pad omlaag volgen tot je bij de weg (Fonteinallee) uitkomt, met rechts een vijver.
• Linksaf, een klein stukje langs de Beek langs de Fonteinallee. Bij de volgende vijver weer linksaf (Italiaanseweg), Landgoed Duno in, en rechtsaf langs de slagboom (GLK, honden aan de lijn). Na 30 meter via het trapje de stuwwal op, langs een uitkijkpunt. Meteen daarna op de splitsing rechts aanhouden. Blijf dit veelbelopen pad langs de rand van de stuwwal volgen (markering LAW/Klompenpad), zijpaden negeren.
• Na een kleine kilometer gaat het pad iets omhoog. Je komt nu bij een zwart hek met uitzicht over het Cascadedal en de (korte) Dunobeek. Ga rechtsaf langs het hek omlaag. Het pad gaat met een scherpe (haarspeld)bocht naar links en naar rechts, en vervolgens tussen de vijvers door tot je weer bij de Fonteinallee bent.
• Ga linksaf, met aan je linkerhand weer de Beek langs de Fonteinallee. Ga vervolgens rechtsaf naar de Sluis bij Driel. Loop door richting sluis (met daarachter de markante bogen van het Stuwcomplex Driel) en ga dan voorbij de parkeerplaats rechts naar het metalen hek van het weiland. Ga via de overstapjes het weiland in en volg het graspad. Aan je linkerhand zie je na de schutsluis nog de voorhaven, de ‘wachtkamer’ van de schepen.
• Volg pad langs de Rijn, met halverwege een overstapje over het prikkeldraad. Langzaam zul je het kasteel zien opdoemen, verscholen tussen de bomen, maar niettemin machtig uittorenend boven de uiterwaarden. Vanaf de Rijn moet dit ooit een imposant gezicht zijn geweest. Ga aan het eind de overstapjes over en door het klaphekje. Dit klinkerpad is de Veerweg; op deze plek exploiteerden de kasteelheren ooit een pontje over de rivier. Loop het klinkerpad af. Voorbij de hoge meidoornstruiken ligt links een terp in het weiland; hierop stond ooit een boerderij die de Bouwing Achter het Kasteel werd genoemd.
• Loop nog even rechtdoor en ga op het tweede pad bij het infobord linksaf, het dijkje af. Ga voor de speeltoestellen linksaf het pad rond de slotgracht op, voor een kijkje aan de achterkant van het kasteel. Hier kun je aan de verschillende bouwstenen goed zien hoe het kasteel meermaals is verbouwd. Aan het eind van het smalle pad rechtsaf op de omringende dijk. Na de parkeerplaats rechtsaf; je bent nu weer bij het kasteel. Ga rechtdoor voor een kijkje in de historische moestuin (volg de aangegeven looproute). 

Strategisch gelegen aan de oude weg van Arnhem naar Utrecht, en natuurlijk aan de Rijn, bouwde Berend van Dorenweerd hier zijn kasteel, een ideale plek om tol te heffen! De opbrengst stak hij echter in eigen zak, in plaats van het af te geven aan zijn leenheer. Dat kwam hem duur te staan: de graaf van Gelre gaf in 1260 opdracht om het houten kasteel te laten afbranden. Daarna bouwde óf Berend zelf, óf zijn zoon Hendric – daarover zijn de geschriften niet eenduidig – op deze plaats de eerste stenen waterburcht. Deze rechthoekige woontoren maakt als oostvleugel nog steeds deel uit van het kasteel, waarvan de hoofdburcht halverwege de 16e eeuw zijn huidige omvang bereikte. De oude, 13e-eeuwse oostvleugel is te herkennen aan de duidelijke tekenen van verbouwing (en restauraties) aan de achterzijde.
Binnen zijn de ridderzaal en oude oostvleugel ingericht alsof heer Hendric zo weer binnen kan komen lopen. Geluidsfragmenten verhalen over de roerige geschiedenis van het kasteel. Ook de roemruchte gevangenis met het spijkerplafond is te bezichtigen. Op het voorterrein staat de oudste robinia van Nederland te pronken zoals het een ‘stamboom’ betaamt.

Zoals elk zelfvoorzienend kasteel had ook Doorwerth een eigen fruitboomgaard. Samen met de moestuin voorzag het de kasteelheren zowel van voedsel – en niet alleen in de zomer. Voor de lange wintermaanden werd het geoogste fruit ingemaakt met alcohol, gedroogd of tot gelei verwerkt om het te conserveren. Om voor de bestuiving niet van het toeval afhankelijk te zijn, werden er op het kasteel bijen gehouden in een bijenstal. En die zorgden behalve voor fruit ook nog eens voor heerlijke honing, dé zoetstof in de tijd dat suiker nog een schaars goed was.

Zo’n 50 meter voor het einde van de oprijlaan is links en rechts van de weg een waterloop te zien, verbonden door middel van een duiker onder de weg. Het is de Leigraaf, een gegraven waterloop waarin het water werd verzameld dat via de beken van de stuwwal afkwam. Op die manier werd de kasteelgracht van schoon stromend water voorzien.
De oprijlaan zelf is eigenlijk een dijk. In de tijd dat het kasteel werd gebouwd overstroomden de uiterwaarden nog regelmatig. De verhoogde oprijlaan zorgde ervoor dat het kasteel toegankelijk bleef. Maar niet voor iedereen! Ter hoogte van de duiker stond ooit de middeleeuwse toegangspoort. Deze is in de 18e eeuw afgebroken.

In vroeger tijden beschikte niemand over een koelkast, zelfs de adel niet. Toch was er wel een soort vriesruimte waar voedsel werd bewaard: de ijskelder. Onder de grond bleef de temperatuur lager en constant. En wanneer in die ruimte ook nog eens grote, uit de bevroren gracht gezaagde ijsblokken in werden gelegd, dan kon dat de houdbaarheid van levensmiddelen behoorlijk verlengen. Vandaag de dag genieten de vleermuizen er van de constante temperaturen. In de voormalige ijskelder overwinteren water-, grootoor- en baardvleermuizen.

Niet uit de middeleeuwen, en ook niet gelegen op het terrein dat tegenwoordig deel uitmaakt van het kasteel, is het Cascadedal op Landgoed Duno. Het is onderdeel van het landschapspark dat begin 19e eeuw werd aangelegd bij het schitterend op de stuwwal gelegen landhuis Duno. Hoger gelegen sprengkoppen voeden de korte Dunobeek, die over de romantische cementrustieke ‘rotsen’ omlaag klatert, om via drie vijvers uit te komen in de Beek langs de Fonteinallee. Het water van die laatste is zo zuiver dat hier de zeldzame bronplatworm leeft. Ook kun je de ijsvogel hier zien langsflitsen.

Na de Drielse Sluis loop je door de Doorwerthsche Waarden weer richting het kasteel. De Rijn kon vroeger tijden nog wel eens buiten zijn oevers treden en het kasteel lag dan tamelijk ‘naakt’ in de uiterwaarden. Om iets tegen de wateroverlast te doen, liet kasteelheer Johan Albrecht Schellart van Obbendorf in 1643 rond het kasteel dijken opwerpen.
Aan het eind van het pad door de uiterwaarden ga je rechtsaf de Veerweg op. Dit klinkerpaadje (of een voorganger daarvan) is eigenlijk een kerkpad en is mogelijk al 1000 jaar oud. De naam verwijst naar de vroegere aanwezigheid van een voetveer tussen Driel en het kasteel. De kasteelheren bezaten namelijk ook land aan de overzijde van de Rijn. Met het voetveer kon de rentmeester eenvoudig naar dat terrein, en op zondag konden gelovige onderdanen op de heerlijkheid ter kerke gaan, want Robert van Dorenweerd had rond 1425 een eigen kapel laten bouwen. Deze kapel stond bovenaan de Holleweg (eerste pad de stuwwal op, aan het begin van de route). Eeuwenlang stond hier nog de ‘Kapelleboom’, maar die is bij de najaarsstormen van 2021 ter ziele gegaan.
De Veerweg volgend naar het kasteel, kom je na de hoge meidoornhagen langs een terp in een omheind weiland. Hier stond ooit de ‘Bouwing Achter het Kasteel’ of Waardmanshuis. In dit boerderijtje woonde de waardman, een rentmeester die zich bekommerde om het terrein en de waterstand.

De moestuin kwam in de 17e eeuw op deze plek te liggen toen de dijken rond het kasteel werden aangelegd. Helaas waren er geen tekeningen bewaard gebleven van deze oorspronkelijke tuin. Daarom is er bij de reconstructie voor gekozen om een nieuwe tuin te ontwerpen in Hollands classicisme. Bij deze 17e-eeuwse architectuur- en tuinstijl zorgt een centrale, op het huis is gerichte as voor symmetrie. Een tweede as deelt de tuin in vier vakken. Naast leverancier van groente en fruit – in die tijd luxeproducten – was de moestuin ook een bron van schoonheid. De planten werden zo in de vakken gepoot dat de kasteelheer vanaf de bovenverdieping of de toren van de fraaie patronen kon genieten. Als bezoeker (toegang € 1,-) kun je er nu genieten van de oude groenterassen en vergeten moestuinplanten.