Hoorn

Nederland, Noord-Holland, Hoorn

Hoorn kreeg in 1357 stadsrechten en is daarmee de jongste van de drie West-Friese steden, naast Enkhuizen en Medemblik. Toch ontwikkelde Hoorn zich al snel tot de belangrijkste stad van West-Friesland. Hier kwamen grote mannen als gouverneur-generaal Jan Pieterszoon Coen en de zeevaarders Willem IJsbrandszoon Bontekoe en Willem Corneliszoon Schouten vandaan. En wie kent niet Johan Fabricius’ boek ‘De scheeps jongens van Bontekoe’? Tegenwoordig is het voormalige Zuiderzeestadje populair bij watersporters.

Aanlooproute vanaf station: met de rug naar station rd, Stationsweg. Einde schuin la, Veemarkt. Einde la, Gedempte Turfhaven, eerste ra, Ramen. Eerste la, Nieuwsteeg. Bij einde Nieuwsteeg ligt rechts startpunt het Statenpoort.

A. Vanaf Statenpoort rd, Muntstraat. Loop door tot voormalige VOC-Kamer Hoorn. Loop terug, bij Statenlogement la, Nieuwstraat, later Kerkplein en Kerkstraat. Wandel over de Roode Steen. La, Grote Oost, eerste ra, Appelsteeg. Rd over brug, meteen la, Bierkade. Na brug ra, Korenmarkt.

B. Einde ra over brug, meteen la, Veermanskade. Rd, Hoofd, richting Oostereiland, tot het Museum van de 20e Eeuw. Keer om en loop weer terug over het Hoofd, de Veermanskade en ra over de brug. Vervolgens rd, einde Oude Doelenkade/begin Slapershaven ra. Einde la, Binnenluiendijk.

C. Wandel terug naar Slapershaven, ra, Slapershaven, einde ra, Kleine Oost. Keer bij de Oosterpoort om en loop terug over de Kleine Oost, rd over brug, Grote Oost. Tweede la, Oosterkerksteeg, einde ra, Gedempte Appelhaven. Eerste ra, Wijdebrugsteeg. Einde la, Grote Oost, meteen ra, Schoolsteeg. rd Breestraat, bij Kerkplein ra. Volg Kerkplein om kerk heen terug naar de Nieuwstraat.ra naar het startpunt.

De eerste grote bloeiperiode van Hoorn begon in de 15e eeuw en duurde tot circa 1475. De welvaart kwam voornamelijk door de handel met steden in het Oostzeegebied en door de haringvangst. Halverwege de 16e eeuw brak een tweede bloeiperiode aan (zie kadertkest). De handel strekte zich wereldwijd uit, de Admiraliteit had er een zetel en aan het begin van de 17e eeuw richtten de handelscompagnieën VOC en WIC kantoren in het stadje op. Omstreeks 1650, kort nadat het havengebied was uitgebreid, begon de handel terug te lopen. De inwoners moesten hun toevlucht nemen tot de visserij. Toen in 1795 en 1798 de Admiraliteit en de compagnieën verdwenen, was Hoorns reputatie als haven- en handelsstad verloren gegaan. De herinnering aan het rijke Hoornse verleden is echter niet uitgewist: nog steeds bepalen havens, 17e-eeuwse koopmanswoningen en pakhuizen er de sfeer.

De route begint bij de 17e-eeuwse Statenpoort, een gebouw met twee trapgevels met de beeltenis van prins Maurits. Aan de gevel prijken de wapens van (v.l.n.r.) Medemblik, Edam, Alkmaar, Hoorn, Enkhuizen, Monnickendam en Purmerend.

In het fronton en boven de ingang van de voormalige VOC-Kamer Hoorn zijn het monogram van de compagnie en de H van Hoorn herkenbaar.
 

De Verenigde Oost-Indische Compagnie
In 1595 ‘ontdekte’ Cornelis de Houtman de Specerij-eilanden (de Molukken). Al snel werd een handelsvereniging voor dit gebied opgericht: de Verenigde Oost-Indische Compagnie met ‘Kamers’ te Amsterdam, Middelburg, Delft, Rotterdam, Hoorn en Enkhuizen. De compagnie bouwde forten en er werden Nederlandse beambten aangesteld. In 1609 ontstond de Raad van Indië, het bestuurscollege van de koloniën. De eerste gouverneur-generaal was Jan Pietersz. Coen die in 1619 Batavia (het latere Jakarta) stichtte, de vestigingsplaats van de Raad van Indië. De lokale bevolking leed enorm onder het harde bewind van Coen. De compagnie ging, na een grote bloeiperiode, in 1799 failliet en werd opgedoekt toen ook een reddingsactie van de Staat niet meer baatte.

MEen vroeg voorbeeld van Hollandse renaissance is de rijk gedecoreerde gevel van het St.-Jansgasthuis, in 1563 gebouwd als gasthuis. Tegenwoordig is het gebouw in gebruik als tentoonstellingsruimte.

Midden op de Roode Steen staat Jan Pietersz. Coen, de stichter van Batavia en de eerste gouverneur-generaal van Nederlands-Indië. Achter de natuurstenen gevel met de kleurige wapenschilden van onder andere de West-Friese steden vergaderden de Gecommiteerde Raden van West-Friesland en het Noorderkwartier, de regering van het toenmalige Noord-Holland. In dit oude Statencollege uit 1632 huist nu het prachtige Westfries Museum. Ertegenover ziet u de kaaswaag, waar een rode eenhoorn het wapen van Hoorn vasthoudt.

In de Hoofdtoren (de toren met de aparte vorm: rond van achteren, recht van voren), eigenlijk een verdedigingswerk, werd in 1614 de Noordse Compagnie gevestigd, die zich bezighield met de walvisvaart. Aan de kade staan fraaie koopmanswoningen met trapgevels. Achter de hoge ramen op de begane grond was de opslagruimte. Men woonde in het achterhuis en de verdiepingen erboven.

Vlakbij de Hoofdtoren is ook het beeld van de Scheepsjongens van Bontekoe te zien. Het beeld verwijst naar Willem IJsbrantsz Bontekoe, een inwoner van Hoorn, die schipper was in dienst van de VOC in het begin van de 17de eeuw. Over hem gaat ook het verhaal van ee nbrand die uitbrak op het schip dat volgeladen was met buskruit. De boel ontplofte en de kapitein en een deel van de bemanning kwam in zee terecht en werd gered. Na enige tijd was er geen eten meer aan boord en werd overwogen de scheepsjongens op te eten. Net op tijd werd de kust van Sumatra bereikt.

Op het Oostereiland bevindt zich het Museum van de 20e Eeuw, met alledaagse voorwerpen uit het leven van onze ouders en grootouders. Het gebouw was oorspronkelijk een pakhuis van de Admiraliteit en fungeerde later als gevangenis.

In een monumentaal pand met een gevel uit 1784 zetelde de Hoornse afdeling van de WIC. Ernaast staat de woning van een van de rijke Hoornse kooplieden uit die tijd. 

De kleurige reliëfs aan de gevels van de Bossuhuizen herinneren aan een zeeslag op de Zuiderzee in 1573, waarbij de Spaanse bevelhebber Bossu werd gevangengenomen.

Een zeer mooie stadspoort is de 16e-eeuwse Oosterpoort. Het huisje werd er in 1601 bovenop gebouwd.

Op de toren van de Oosterkerk geeft een scheepje de windrichting aan. Het uurwerk is bevestigd als een uithangbord.

Tot slot twee 17e-eeuwse poortjes: het rechter gaf toegang tot het verdwenen Admiraliteitsgebouw (de inscriptie PPP staat voor Pro Patria Pugno, ‘Ik Strijd voor het Vaderland’), het linker tot het Oudevrouwenhuis.