Heide tot aan de horizon

Nederland, Noord-Brabant, Someren

De Lieropse Heide vormt samen met de Strabrechtse Heide het grootste aaneengesloten heidegebied van Noord­-Brabant. Zó moet een groot deel van Brabant er ongeveer anderhalve eeuw geleden uitgezien hebben. De route neemt je mee door een oud productiebos dat de strakke lijnen van zich heeft afgeschud. Verder zie je het grootste heideven van ons land, dat beroemd is om zijn vegetatie en de moerasvogels die er verblijven. De kans is groot dat je onderweg tussen de bomen geritsel hoort en oog in oog staat met ... een koe. Een wandeling puur natuur.

Aanvullende routebeschrijving

De wandelroute is bewegwijzerd met zeskante ANWB-bordjes, eerst van de Witvenroute en later van de Bontvenroute. De wandelroute kan uitgebreid worden met een extra ommetje van ca. 2,5 km naar de vogelkijkhut aan het Beuven en is dan ca. 14 km lang.

 

• Ga vanaf de parkeerplaats rechtsaf de Bosrandweg op. Na de slagboom bij wandelknooppunt 90 rechtdoor, Keelvenweg. Volg vanaf hier de ANWB-bordjes ‘Witvenroute’. De route is goed bewegwijzerd, als er geen bordje staat betekent dat ‘pad blijven volgen’ (zijpaden negeren). Na 1,8 km komt de route op een brede zandweg uit met links een kleine parkeerplaats. Hier is het bordje wat in de struiken verborgen, waardoor je het makkelijk mist. Ga rechtsaf, de route (bordjes volgen) steekt hierna de drukke Provincialeweg over.

 

• Na weer 1,8 km passer je het knuppelpad langs het ven op de Strabrechtse Heide. De route gaat daarna het bos in, flirt nog even met de rand van de heide en duikt dan opnieuw het bos in. Kort daarop maakt de route een U-bocht en gaat door een houten hek.

 

• Verlaat na het hek de Witvenroute en ga rechtdoor. Volg het groen-gele pijltje en ga het bruggetje (met stuw) over de Peelrijt over. Volg het brede ‘Onderhoudspad’ (blauw bordje, ‘opengesteld voor wandelaars’) rechtdoor langs het water en ga op de kruising bij wandelknooppunt 64 rechtsaf richting KP91, het grindpad op. Na ca. 200 m wijst links in de berm een bordje linksaf,  Bontvenroute – let op, want je kijkt er makkelijk overheen.

 

• Volg vanaf hier de bordjes van de Bontvenroute over de Lieropse Heide. Na ruim 1 km passeert u het Bontven (linkerhand, met twee picknickbanken). De route steekt dan een weg over; ga op de parkeerplaats meteen linksaf, volg de route van 4 km (niet die van 3 km, want dan komt u niet over de heide en mist u de bezienswaardigheden). De route gaat nu over een smal begroeid paadje, steekt een weg over en gaat weer verder over een smal bospad. De route komt uit bij een waterloop. Loop 20 m verder langs de asfaltweg (dan zie je het bordje) en volg dan het pad tussen de dennenbomen, parallel aan de weg. Na ca. 800 m steekt de route deze weg over en gaat het bos in. Volg nu de bordjes tot je bij wandelknooppunt 63 aan de rand van de heide komt. Ga hier rechtdoor ri. KP64 (of rechtsaf voor de vogelkijkhut).

 

Extra ommetje naar de vogelkijkhut bij het Beuven:

Ga bij wandelknooppunt 63 rechtsaf (ri. KP57) en blijf dat pad volgen tot na het veerooster; dan bij het bankje in de bocht rechtdoor langs houten hekje, over vlonderpad naar de vogelkijkhut. Zelfde weg terug en dan op de kruising bij knooppunt 63 rechtsaf (ri. KP64). U volgt nu weer de Bontvenroute.

 

• Volg het fiets/wandelpad langs de heide. Aan je rechterhand zie je het Starven. De route gaat even kort de heide op. Volg de aanwijzing onder het routebordje: op de heide links aanhouden. Nadat de route weer terug op het pad is, kom je weer bij het kruispunt met wandelknooppunt 64. Verlaat hier de Bontvenroute en loop weer terug via het onderhoudspad langs het water en de stuw in de Peelrijt.

 

• Steek het bruggetje weer over en ga nu linksaf. Je volgt nu weer de Witvenroute. Volg deze door het bos en over de heide. Je loopt tussen jeneverbesstruiken door en direct daarna langs het Witven. De route duikt nog even het bos in om de drukke Provincialeweg over te steken. Langs de bosrand, een speelweide en knooppunt 90 keert de route dan terug naar de parkeerplaats.

De route gaat over een lange rechte weg, met links achter het struweel de eindeloze heide. Waar de route rechtsaf gaat, heb je links uitzicht op het Grafven, het eerste van de vennen waar we op deze route langs lopen. Een vreemde naam? Toch niet: vlak bij dit ven ligt een urnenveld uit de Late IJzertijd of de Romeinse Tijd - de daadwerkelijke leeftijd van dergelijke grafvelden is vaak moeilijk vast te stellen. Verder ontspringt hier de Peelrijt, een stroompje dat je later op de route passeert.

De route voert naar de rand van het bos en komt uit op het punt waar de ontginners in de 20e eeuw gestopt zijn met hun werk. Achter ligt het bos, vóór je de schijnbaar eindeloze heide, die eind augustus prachtig paars kleurt. Zo moet een groot deel van Brabant er vroeger ook hebben uitgezien.
Tot zo’n anderhalve eeuw geleden speelden de heidevelden hier een belangrijke rol. De boeren lieten overdag hun schapen grazen op de heide. ’s Nachts stonden de beesten in de potstal. Hun mest werd daar opgevangen en gebruikt voor de bemesting van de akkers. Maar door de komst van de kunstmest werden de potstallen begin van de 20e eeuw overbodig. Bovendien was er hout nodig voor de alsmaar groeiende industrie. Daarom is er veel heide in Noord-Brabant ontgonnen. De Strabrechtse en de Lieropse Heide bleven gelukkig behouden. Samen vormen ze nu het grootste aaneengesloten heidegebied van Noord-Brabant.

Over het knuppelpad wandel je langs een ven. Even verderop, bij het bankje, is een uitloper van het ven van dichtbij te bekijken. Wie goed zoekt, kan op de oever zonnedauw vinden. Zonnedauw dankt zijn naam aan de glinsterende druppels op de bladeren, waarmee het vleesetende plantje libellen en vliegjes aantrekt.

De Peelrijt ontstond aan het begin van de 20e eeuw bij de ontginning van de Somerense Heide door de Heidemij. In de jaren 80 werd een inlaat in het Beuven gerealiseerd als tegenmaatregel voor de zure regen. In het nieuwe millennium veranderden echter de inzichten. De extra inlaat van Peelrijtwater was niet langer noodzakelijk en bovendien voerde het beekje te voedselrijk water aan uit de landbouwgebieden. Dit zorgde voor ongewenste rietgroei in het Beuven en een afname van plantensoorten die rond een heideven thuishoren. Een in 2004 geplaatste stuw voorkomt nu dat de Peelrijt het Beuven instroomt. Het water wordt afgevoerd naar de Kleine Aa.

Wie de kaart van de Lieropse Heide bekijkt, verwacht wellicht een ietwat saai bos dat alleen maar bestaat uit rechte paden. Ze vormen op de kaart keurig een raster in het groen. Aan het begin van de 20e eeuw, toen de mijnen in Zuid-Limburg dringend hout nodig hadden, werd de heide ontgonnen en bomen werden aangeplant. En er werden strakke, rechte paden aangelegd. Niets spannends aan. Gelukkig is dit de theorie. De praktijk wijst anders uit. Want wie vanaf het brede pad de bordjes linksaf eb kort daarop rechtsaf volgt, wandelt een bos in dat alles behalve strak en saai is. Je wandelt over een kleed van dennenappels door een bos vol scheefgegroeide bomen en afgewaaide takken. Onder de grote dennenreuzen groeien nieuwe kleine boompjes en het pad slingert langs een groen laken van mos.

Je volgt de bordjes van de Bontvenroute. De vennen in deze streek zijn ontstaan door het uitwaaien van zand na de laatste ijstijd. De vennen hebben een ondoordringbare leemlaag, waardoor ze regenwater kunnen vasthouden. Regent het niet, dan vallen de vennen langzaam droog. Tijdens een droge zomer valt het daarom niet altijd mee om het Bontven te zien. Het ven ligt verscholen in het landschap en valt ’s zomers haast niet op.

De routebordjes wijzen richting fietspad. Maar je kunt bij de kruising met het fietspad ook van de route afwijken voor een wandeling naar het Beuven. Dat ven is de moeite waard, want het is met zijn 85 hectare het grootste heideven van het hele land. Het Beuven is bovendien een van de belangrijkste moerasvogelgebieden van Zuid-Nederland.

Vanuit de vogelkijkhut wordt regelmatig de roerdomp gespot, maar ook de woudaap, de bruine kiekendief, de blauwborst en de rietzanger. Het ven is daarnaast ook bekend om zijn bijzondere plantengroei. Hoewel dat in de jaren 70 van de vorige eeuw bijna mis leek te gaan. De Peelrijt had sinds de kanalisering in 1941 alsmaar voedselrijk water in het Beuven geloosd, waardoor op de bodem een dikke laag slib was ontstaan. Langs de oevers groeiden brede rietkragen. Voor de oorspronkelijke flora was vrijwel geen plaats meer. Daarom werd in de winter van 1985 het hele Beuven uitgebaggerd. Een groot deel van het riet werd verwijderd en De Peelrijt kreeg een aansluiting op de Kleine Aa. Sinds die schoonmaakoperatie heeft de zachtwaterflora zich hier voor een groot deel hersteld. Er groeit weer geurige gagel, maar ook zeldzame plantensoorten als waterlobelia en moerashertshooi gedijen er. De oevers van het Beuven zijn kwetsbaar en daarom niet toegankelijk voor publiek. Maar vanaf de vogelkijkhut is het ven goed te zien.

Weer terug op de route zie je rechts het Starven. Dit ven is altijd veel schoner geweest dan het Beuven. Rond het ven staan de stengels van het pijpenstrootje, dat op de vochtige grond dichte pollen vormt. Wie goed zoekt, komt wellicht ook zonnedauw tegen, hoewel dit plantje rond het ven minder sterk aanwezig is dan het pijpenstrootje. Wat je even verderop zeker tegenkomt, zijn schapen. Staatsbosbeheer laat hier Kempische heideschapen lopen om de begroeiing kort te houden.

Het is een aparte boom, die jeneverbes. Het is een naaldboom, maar wel een die besjes draagt. Hij houdt van ruimte om zich heen, zodat de wind goed de wolken stuifmeel kan verspreiden. Er moeten echter genoeg andere exemplaren in de buurt aanwezig zijn om het stuifmeel op af te kunnen zetten. In Nederland lukt dat maar matig. Heidebranden, schimmel- en insectenplagen en een tekort aan open kiemplekjes maken het de jeneverbes moeilijk. Hij wordt daarom wettelijk beschermd. De meeste jeneverbessen groeien op de Veluwe en in Drenthe, maar de boom groeit ook op de arme heidegrond van de Lieropse Heide. Leuk om te weten: de jeneverbes dankt zijn naam aan het feit dat de vruchten worden verwerkt in jenever.

Het laatste vennetje op de route, het Witven, slinkt in de zomer aanzienlijk. Omdat het niet door grondwater, maar alleen door regenwater wordt gevoed, valt het bij een  warme zomer nagenoeg droog.