Grafheuvels en leemkuilen op de Herikerberg

Nederland, Overijssel, Markelo

De bossen waar je doorheen wandelt herbergen een schat aan sporen uit het verleden. De Herikerberg is een stuwwal die in de voorlaatste ijstijd gevormd werd. Op de prehistorische mens oefende deze ‘berg’ een grote aantrekkingskracht uit; daarvan getuigen de grafheuvels in het gebied. Eeuwen later werd ontdekt dat het leem in de stuwwal een zeer geschikt bouwmateriaal was. De leemafgravingen leidden in de negentiende eeuw tot de oprichting van baksteen- en pannenfabrieken. De achtergebleven leemkuilen zijn de stille getuigen van deze eens zo bloeiende industrie.

Wandelen langs landschapselementen
Deze route is onderdeel van een serie fiets- en wandelroutes langs verschillende landschapselementen. Het Nederlandse landschap is een echt cultuurlandschap. Door de eeuwen heen veranderde de mens de natuur, bedoeld en onbedoeld. Die ingrepen in het landschap vertellen veel over het verleden. Op deze website kun je meer lezen over deze leestekens en over waar je ze kunt zien.

A. Bij startpunt U31 het pad volgen langs picknickbank en informatiepaneel. Bij U07 rd, volg de blauwe pijlen via U24 naar U23. Ga hier la.

B. Op eerstvolgende viersprong ra. Op tweesprong rechts aanhouden. Op volgende tweesprong la. Op viersprong ra. Op volgende kruispunt van paden rechts aanhouden. Einde la en vervolgens rechts aanhouden.

C. Einde la, volg de blauwe pijl. Op eerstvolgende kruispunt la (Tichelweg). Steek de Goorseweg over. Bij U28 la het bos in. Op eerstvolgende tweesprong rechts aanhouden. Einde la.

D. Bij U26 la. Op tweede viersprong ra. Einde ra. Op viersprong ra. Volg het pad tot je op de Galgenberg bent.

E. Op Galgenberg RA, volg de paarse pijl. Einde ra. Bij Goorseweg la. Eerstvolgende pad la (Verlengde Meenweg). Bij U07 ra. Volg het pad tot eindpunt U31.

Meteen aan het begin van de wandeling maak je een klim omhoog, de Herikerberg op. Dit is de meest oostelijke van de vijf Markelose heuvels, die in de voorlaatste ijstijd, zo’n 150.00 jaar geleden, zijn gevormd. Grote ijskappen op Scandinavië en Schotland breidden zich toen langzaam uit en drongen uiteindelijk ook ons land binnen. Het dikke ijspakket, dat onder meer grote keien, grind en klei met zich mee sleurde, schoof als een bulldozer de pakketten zand die er al lagen voor zich uit, waardoor enorme bulten ontstonden: de stuwwallen.

Het stuk open land rechts van het pad is een es. Een es is een aaneengesloten oud bouwlandgebied dat van oudsher in gebruik is bij verschillende boeren. Meestal liggen essen op de plek waar de grondwaterstand het gunstigst is; vaak zijn dat de hogere delen in het landschap. Deze es is aangelegd op de flank van de stuwwal. De aanleg van essen begon in de middeleeuwen en werd gebruikt voor de verbouw van akkerbouwproducten, zoals onder meer granen. In de loop van de tijd raakte de es onder andere door erfdeling verdeeld in heel veel kleine percelen. Maar doordat op veel essen heggen of houtwallen ontbreken, bieden ze ondanks het versnipperde bezit een grootschalige indruk.

De diepe kuil die je links van het pad ziet is een leemkuil. Verderop in het bos liggen er nog meer. Leem wordt al eeuwenlang als bouwmateriaal gebruikt. Op de Herikerberg begon men halverwege de negentiende eeuw met de leemafgravingen. Het leem werd onder meer gebruikt voor de fabricage van bakstenen. Na afgraving van het leem bleven de leemkuilen vaak onbenut achter. In de kuilen vestigden zich in de loop van de tijd bijzondere flora en fauna.

Ook de Tichelweg herinnert aan de eens zo bloeiende industrie van steenfabrieken en pannenbakkerijen, die uit de leemafgravingen voortkwam. ‘Tichel’ is een oude benaming voor baksteen.

Op de plek waar vroeger een dakpannenfabriek stond is nu museum Tichelwaark gevestigd. Het museum stelt allerlei soorten tegels en keramiek tentoon waarbij het proces van stenen bakken wordt uitgelegd.

Stuwwallen waren voor de prehistorisch mens geliefde woonplekken. Daarvan getuigen ook de grafheuvels die je links en rechts van het bospad ziet liggen. Het zijn heuvels die zijn opgeworpen boven een of meerdere graven. Grafheuvels behoren tot de oudste cultuurhistorische landschapselementen van ons land. De oudste zijn zo’n 5000 jaar oud. De overledene kreeg vaak grafgiften mee, zoals bijvoorbeeld aardewerk, een wapen of een sieraad. Hier op het landgoed Weldam kwam in de negentiende eeuw uit een van de grafheuvels een klein bronzen zwaard tevoorschijn uit omstreeks 1500 voor Christus.

De Herikerberg was door zijn hoge ligging al in de middeleeuwen relatief beter begaanbaar dan de lagere drassige gronden elders. Het zandpad is een overblijfsel van een eeuwenoud karrenspoor. Doordat de karren in de onverharde grond vaak moesten zoeken naar het best begaanbare tracé, ontstond in de loop van de tijd een brede bundel van sporen. Al wandelend is dat helaas niet meer waarneembaar, maar op luchtfoto’s tekent zich de uitwaaierende bundel van karrensporen nog duidelijk af.

De stuwwal van de Herikerberg diende dus op verschillende manieren de mens; het was een aantrekkelijke vestigingsplaats, geschikt als begraafplaats, en belangrijk als verkeersroute. Daar kan nog een vierde functie aan worden toegevoegd: de berg was een uitgelezen plek om het vonnis van ter doodveroordeelden te voltrekken. Boven op de Herikerberg stonden in het verleden drie galgen. Na de terechtstelling bleven de lijken vaak nog wekenlang hangen, als afschrikwekkend voorbeeld voor passanten. Daarna werden ze ter plekke begraven. Na 1800 zijn de galgen opgeruimd. Later werden tijdens bouwwerkzaamheden bij toeval nog menselijke beenderen van gehangenen gevonden.

De stenen toren op het hoogste punt van de Herikerberg werd in 1890 gebouwd. Graaf Bentinck, de toenmalige eigenaar van het landgoed Weldam, wilde een uitkijktoren bouwen op het hoogste punt van zijn terrein, de Herikerberg. Omdat de Herikerberg in die tijd al een zogenoemd driehoekspunt in het Rijksdriehoekstelsel was, werd besloten de toren zowel een functie als uitzichttoren te geven, als te gebruiken voor de landmeetkundige werkzaamheden van de Dienst Rijksdriehoekmeting.

Later kreeg de toren de naam Belvedère. Een belvedère is een (kunstmatige) verhoging in het landschap, van waaruit men een mooi uitzicht heeft op de omgeving.