Geertruidenberg

Nederland, Noord-Brabant, Geertruidenberg

Het Noord-Brabantse Geertruidenberg was in middeleeuwen een welvarend handelsstadje. Onder andere de beruchte St.-Elizabethsvloed van 1421 maakte hier een einde aan. Al snel daarna kreeg het stadje de rol van grensvesting toe bedeeld. Geen wonder: al vanaf de 11e eeuw was er getouwtrek tussen Holland en Brabant om deze stad en het gebied eromheen. Tijdens een wandeling blijkt dat veel sporen van toen bewaard zijn gebleven.

la = linksaf; ra = rechtsaf; rd = rechtdoor

A. Volg vanaf de VVV op de Markt de zeskante gele ANWB-stoeptegels met pijlen. Loop in tegenovergestelde richting van de grote kerk en ga op de hoek la, Koestraat. Voor middenberm met bomen rechts aanhouden en eerste ra, Commandeurstraat. Eerste steegje ra, pad volgen en links aanhouden, voor langs het uitkijktorentje la. Pad vervolgen, ra, rondom het Commandeursbolwerk. Straat la, Kloosterstraat.

B. Einde ra, Venestraat. Einde bij de pomp la, poort door, binnenplaats op langs de Hoofdwacht. Links om het Arsenaal heen. Na poort ra, later straat oversteken (Haven) en ra, langs de muur van de begraafplaats verder. Bij het Staatenbolwerk la, door het hek. Rondom het bastion, door het hek ra. La steegje tegenover Kruithuis in. Einde la, Haven, en rd, Waterpoortstraat.

C. Ra, Gasthuisstraat en weer ra, Havendijkstraat. Rd, wordt Vismarktstraat. Einde la, Elfhuizen, langs de kerk. Rechtsom, de rand van de Markt aanhouden. Met de huizen links en de rijen linden aan de rechterhand langs het oude stadhuis, terug naar de VVV.

Is Geertruidenberg dan toch niet zo Brabants als het lijkt? Eeuwenlang was het een belangrijke grensstad van het graafschap Holland. Sterker nog: het was zelfs de eerste Hollandse plaats die stadsrechten verkreeg (in 1213). Pas in 1814, in de Franse tijd onder Lodewijk Napoleon, kwam de stad bij Noord-Brabant.

Geertruidenberg wisselde in zijn ‘Hollandse jaren’ verschillende keren van bezetter. Zo is er in de Tachtigjarige Oorlog heftig gevochten tussen de Spaanse en de Staatse troepen. Uiteindelijk lukte het prins Maurits in 1593 om de stad in te nemen. Hij sloot de stad aan de noordkant af met ruim honderd aan elkaar vastgemaakte schepen. Na een beleg van drie maanden gaf het Spaanse garnizoen zich over en was de laatste Hollandse stad in Staatse handen gevallen.

In de 16e en 17e eeuw werden de vestingwerken van de stad gemoderniseerd. Vestingbouwer Menno van Coehoorn gaf de stad een plaatsje in de door hem ontworpen Zuiderwaterlinie, die een eventuele opmars van de Fransen tegen moest houden. Na de afscheiding van de Zuidelijke Nederlanden kreeg de stad opnieuw strategische betekenis en maakte als garnizoensstad een bloeiperiode door. Diverse bastions en gebouwen als het arsenaal, het cachot (kruitmagazijn) en de garnizoensbakkerij herinneren nog aan dat militaire verleden.

Het fraaie renaissancegebouw waarin zowel de VVV als Museum De Roos zijn gevestigd, heeft ooit dienstgedaan als herberg. Tijdens het beleg van Breda in 1625 logeerde zelfs prins Hendrik hier.

De vele gevelbordjes in de Koestraat houden de herinnering aan het ambachts- en handelsverleden van de vroegere bewoners levendig. Halverwege de straat (huisnrs. 58 en 60) ziet u aan uw linkerhand een paar prachtig bewaard gebleven 17e-eeuwse trapgeveltjes in renaissancestijl.

Mysterieus zwaard
Museum De Roos is gewijd is aan de archeologie en geschiedenis van Geertruidenberg en omgeving. Het pronkstuk is nog niet zo lang geleden opgegraven. In 2005 mocht de plaatselijke amateurvereniging voor archeologie onderzoek doen op een plek in het historische deel van de stad, die geruimd werd voor nieuwbouw. Tijdens de sloopwerkzaamheden begon de metaaldetector van een van de amateurs hevig te piepen. Een paar onooglijke brokstukken vormden de buit: het bleek een oud zwaard. Na een flinke opknapbeurt door het Provinciaal Depot voor Bodemvondsten kwam een ware schat naar Geertruidenberg terug. Het zwaard stamt uit 1300-1330, is uiterst zeldzaam en uniek door de ingelegde inscripties.

Aan de overkant gaat u bij het Commandeurshuis even ‘achterom’. Op deze plek woonde vroeger de bevelhebber, zoals ook blijkt uit de straatnaam.

Wandel eerst even rond het Commandeursbolwerk, vanaf de plaquette brengt een korte klim u vervolgens op de kruin. Vanaf hier hebt u een goed uitzicht over de vestingwerken. In de verte staat het kanon dat bij gelegenheid door de Bergsche Battery weer ‘tot leven wordt gebracht’. Op de hoek van de Kloosterstraat stond een middeleeuwse stadspoort die aan het eind van de 16e eeuw moest wijken voor de vestingwerken.

Voor de witgepleisterde Marktkazerne uit 1821 staat een 18e-eeuwse waterpomp. Via het poortgebouw van de ernaast gelegen Hoofdwacht komt u op de binnenplaats van het statige fort St.-Gertrudis uit 1776. Hier ‘blokkeert’ een kanon de ingang van het Arsenaal, waar de wapens werden opgeslagen.

Buiten de stad, midden op het Staatenbolwerk, staat het kruithuis dat bij het Arsenaal hoorde. Hier werd het buskruit opgeslagen, veilig buiten de bebouwing van de stad.

Het lage, hoekige gebouw met de gesloten luiken aan de Haven is de voormalige garnizoensbakkerij. Even verderop in de straat staat op een hoek het voormalige wachthuis bij de Waterpoort uit 1836.

De Stedelijke Godshuizen, het oude mannen- en vrouwenhuis uit 1775, is een van de hoogtepunten van de historische binnenstad. Verderop komt u langs de Vishal met zijn markante pilaren en koepeltje, waar bovenop een gouden vis prijkt. Het klapstuk is de imposante Geertruidskerk, met zijn vierkante toren. Deze is eventueel te beklimmen (via VVV). Een beeld van de Heilige Gertrudis siert het plein voor de kerk.

De gevel van het stadhuis wordt gesierd door de wapens van Geertruidenberg en van het Hollandse Nassau, samen met Vrouwe Justitia. Een ingemetselde kanonskogel in het huis ernaast (nr. 34) laat zien dat het er hier vroeger niet altijd zo gezellig aan toeging als de terrasjes onder de lindebomen doen geloven.