Duinen van Zuid-Kennemerland

Nederland, Noord-Holland, Santpoort-Noord

Natuurlijk, dit wandelgebied is in elk jaargetijde aantrekkelijk, maar in de herfst en winter is het hier misschien toch wel op zijn mooist. De zomerhitte en vakantiegangers zijn dan weg en de natuurliefhebbers zijn weer onder elkaar. Ze kunnen volop genieten van het veranderde landschap, waar de fel gekleurde bessen van de duindoorn en meidoorn nu de dienst uitmaken naast de altijd groene naaldbo­men. Met bont gekleurde loofbossen in de herfst en een verstilde winterlandschap in de winter.

Tip: Wandel deze route via de gratis ANWB Eropuit app. Zoek de route in de app via de filters. Onderweg zie je op het kaartje waar je bent, zo kun je niet verdwalen.

Hond mee: tijdens deze route zijn er veel plekken waar honden niet zijn toegestaan.

Toegankelijkheid: deze route is niet geschikt voor mindervaliden, vanwege zandpaden en pittige beklimmingen de duinen op.

1. Via de voetgangerstunnel van Station Santpoort Noord kom je bij de manege Kennemergaarde. Steek de weg over en houdt de manage aan je rechterhand, weg heet Duin- en Kruidbergerweg. Einde weg L.A. blijft Duin- en Kruidbergerweg. Einde weg R.A, soort van met de bocht mee, blijft Duin- en Kruidbergerweg. Na ongeveer 1 km aan je rechterhand een bord met Nationaal Park Zuid Kennemerland, ingang Duin en Kruidberg, daar R.A. en loop door tot aan het parkeerterrein. Automobilisten ook hier R.A. en parkeren bij P.

2. Langs grote, houten informatiemuur van Natuurmonumenten, neem het wandelpad links van het fietspad (=Zeeweg) en de poortzuilen. Volg de blauwe pijlen van de ‘Cremerroute’. Bij splitsing L.A. (=Brederodepad), blijf de blauwe pijlen volgen. Bij bankje links R.A. gaan. Bij driesprong rechts aanhouden, op de achterkant van het gele bord staat richting strand. Onderweg passeer je een grenspaal uit 1953 waar RL//A op staat. Na de klim over de duin (op de top mooi uitzicht) komt de blauwe route samen met het fietspad (=Zeeweg). Volg deze blauwe route nog ca. 400 m langs het fietspad.

3. Bij de driesprong R.A. richting ‘Heerenduinen’ en vogelkijkhut (de blauwe route gaat nu rechtdoor) en volg de rood-witte markering (plaatje zit midden op picknicktafel). Bij de Driesprong R.A., volg uitgang 'Heerenduinen’ en negeer de Koningsweg.

4. Bij volgende driesprong L.A., volg uitgang ‘Heerenduinen’ en de rood/witte markering

5. Klim naar uitzichtpunt.

6. Blijf het zandpad richting uitgang 'Heerenduinen' volgen (=rood/wiite markering). Na enige tijd kom je bij een Klinkerweg.

Op klinkerweg la over dam in het water, weg blijven volgen (rood-wit negeren).

7. Ga L.A. op Klinkerweg over een soort van dam met water aan beide kanten, deze weg blijven volgen (rood/witte markering negeren).

8. Als de Klinkerweg na 400 m. haaks naar links buigt, R.D. over bospad (volg rode pijl) en daarna een heel stuk de rode route volgen (je komt o.a. langs begraafplaats Westervled). tot parkeerterrein dat hoort bij ingang Midden-Herenduin. Hier R.D. en parkeerterrein rechts en links laten liggen.

9. Na weiland bij eerste hek R.A. over een smal pad. Vevrolgens brede pad links aanhouden, dan rechts omhoog gaan en langs naaldbos (houd dat aan je linkerhand) lopen.

10. Einde pad, bij bankje en bordje Natuurmonumenten L.A. richting uitgang Duin en Kruidberg. Iets verderop, op de top, rechts aanhouden.

11. Bij bordje Natuurmonumenten R.A. richting ijskelder. Verderop door hek gaan.

12. Voorbij ijskelder doorlopen naar perkeerterrein Duin en Kruidberg waar de wandeling begon.

13. Schuin oversteken en dezelfde weg teruglopen naar het treinstation Santpoort Noord. Loop de asfaltweg ad en einde weg, bij bord Nationaal Park Zuid-Kennemerland, ingang Duin en Kruidberg L.A. Bij driespring L.A., volg voetpad naast doorgaande weg (Duin- en Kruidbergweg). Eerste weg R.A. = Duin- en Kruidbergweg. Loop deze weg af, nu houd je aan het eind de manege aan je linkerhand, en ga je rechtdoor opnieuw via de voetgangerstunnel naar het station Santpoort Noord.

Je kunt in beboste duingebieden aan het eind van een herfstmiddag hommels en wespen aantreffen die niet meer terugkeren naar hun nest. De koninginnen hebben een beschut plekje gezocht, waardoor het volk uiteenvalt. In de zomer vingen de wespen nog vliegen, die ze als eiwitrijk voer voor de larven naar het nest brachten. Daarna hebben ze alleen nog belangstelling voor suiker, voor hun eigen voeding. In september kunnen ze dat vinden op de bladeren onder een bladluiskolonie: luizen produceren én morsen suiker.

De duinen van Kennemerland staan bekend om de weelderige groei van kardinaalsmuts. In de nazomer herken je deze struik aan de rozerode zaaddoosjes die inderdaad wel iets weg hebben van een door katholieke priesters gedragen bonnet, een gelobd hoofddeksel. In september rijpen dan de vlezige vruchten, die meteen herkend worden door trekvogels zoals spreeuwen en vinken. Ze eten zich vol om krachten op te doen voor de trek.

Aangeschoten vogels
Na de zomer hangen de struiken in de duinen vol bessen: rode meidoornbessen, de zwarte Amerikaanse vogelkers, de roze en oranje vruchten van de kardinaalsmuts en, in het open buitenduin, de oranje duindoornbes. Zo zijn de duinen een goed gevulde voorraadkast die de vogels helpt om de herfst en winter door te komen. Net als op uw fruitschaal verandert de kwaliteit van het fruit: van onrijp naar rijp en daarna gaat het fruit rotten. Bij het verrotten kunnen de bessen vergisten en ontstaat alcohol, wat op vogels dezelfde uitwerking heeft als op mensen. Dus als u in oktober of november een vogel ziet vliegen met een wat onvaste baan …

Het westelijk deel van Duin en Kruidberg bestaat uit open duinen. Duinpaden worden hier vaak bestrooid met houthaksel om verstuiving van het zand tegen te gaan. De dikke humuslaag die hierdoor ontstaat biedt weer een goede voedingsbodem aan planten als zeeraket en blauwe zeedistel. Vooral de laatste trekt in september veel vlinders, waaronder de trekkende distelvlinder. Maar we kunnen in het haksel ook het vogelnestje vinden, een zwammetje.

Dit uitkijkpunt is in de herfst ook een goede plek om trekvogels op weg naar het zuiden te spotten. Juist dicht bij de kust zijn er veel te zien. Veel vogels vliegen niet graag boven zee en zorgen als ze de kust naderen dat ze boven land blijven. Ze kunnen zich dan mede oriënteren op de kustlijn. Misschien ziet u de buizerd. In Nederland is het een standvogel, maar hij heeft soortgenoten uit Scandinavië die via Nederland naar het zuiden trekken. Op mooie herfstdagen kunt u zien hoe ze dat doen. De buizerd draait in cirkels op de warme lucht omhoog en steekt dan net als een zweefvliegtuig in een langzaam dalende glijvlucht over naar de volgende thermiekslurf.

We passeren hier een stukje van een tankgracht uit de Tweede Wereldoorlog, door de Duitsers aangelegd om de geallieerden tegen te houden. Bij de volgende parkeerplaats lopen we over een drooggelegd stuk, waar in de verte het water nog te zien is. De oevers van het water zijn ook in het najaar prachtig begroeid en weinig doet nog aan de functie van tankgracht denken.

Atlantikwall
In aangeharkt Nederland zijn plekken waar de natuur haar gang kan gaan behoorlijk schaars. Het duingebied is veelal een natuurlijke vrijplaats. Tussen 1942 en 1945 is die ongereptheid danig verstoord door de bouw van de nazi-Duitse verdedigingslinie ‘Atlantikwall’. In het nationaal park lag de zuidflank van ‘Festung IJmuiden’, die de toegang tot het Noordzeekanaal moest verdedigen. Uiteindelijk is de natuur de overwinnaar gebleken. Tankgrachten doen het goed als broedplaats voor vogels en reptielen, drakentandhindernissen en tankmuren als ondergrond voor soms zeldzame planten en mossen. Bunkers hebben, na een tijdje als vakantiewoning gediend te hebben, een permanente status als winterverblijf voor vleermuizen gekregen. Onnatuurlijke structuren met een hoge natuurwaarde! Vanuit cultuur- en natuurhistorisch perspectief de moeite waard om te koesteren.

In Midden-Herenduin kun je oog in oog komen te staan met grote grazers. Hiervoor zijn winterharde types gekozen, zoals de Schotse hooglander, een rund, de shetlandpony en het konikpaard. Ze malen niet om slecht weer, dus ze verrichten hun goede werk, het openhouden van hun graasgebied, ook in herfst en winter, als de doorgefokte Hollandse grazers allang warm op stal staan. Als er geen eetbaar sprietje meer op de bodem te bekennen is, dan knabbelen ze aan boombast, waarin voedzame suikers zitten.

In de bossen rond het landhuis Duin en Kruidberg staan veel eiken. Sommige eikenbladeren hebben galappeltjes, die in de afgelopen zomer zijn ontstaan rondom eieren van galwespen: de boom produceert nieuw weefsel rond het larfje dat uit het ei ontstaat, waar dit larfje van kan eten. Daarna gaat het zich verpoppen. Met het blad valt ook de galappel, waar tegen de winter jonge galwespjes uit komen. Overigens zijn niet alleen wespen schuldig aan deze fraaie misvormingen. Ook bijvoorbeeld galmuggen, bladluizen, mijten en schimmels laten op deze manier de eik voor zich werken.