De Horstroute

Nederland, Drenthe, Peize

Peize is zo’n dorp dat een randstedeling haast doet vergeten in Nederland te zijn, zo veel landelijkheid en rust! Zoals overal zijn er nieuwbouwwijken, maar daarvan komt op deze route niet veel in beeld – wel een dorpse molen, een kerk in een prachtige entourage van bomen en een prachtig gelegen terrein van een verdwenen havezate. Een havezate is een versterkt huis of hof. De benaming werd gebruikt voor een grote boerderij met land. Het bezit ervan was een voorwaarde voor lidmaatschap van een ridderschap. Havezaten kwamen voor in het graafschap Zutphen, Overijssel en Drenthe. In het buitengebied wacht een rondgang door een veengebied met veel sloten en de strook natuur aan weerszijden van het Eelderdiep waar de route twee kilometer langs voert.

NB: deze route is bewegwijzerd, u treft dus geen routebeschrijving aan.

In de 17e en 18e eeuw was Peize Drenthes belangrijkste plaats voor de teelt van hop, een grondstof van bier. De nabijheid van de stad Groningen had daar zeker mee te maken. De productie was hier drie keer zo hoog als in Roden en Eelde, nummer twee en drie op de ranglijst en ook nabij Groningen. Maar in de eerste helft van de 19e eeuw verdween de hop omdat aardappels meer opbrachten. Hop is onder meer terug te vinden in het gemeentewapen, in de naam van Verzorgingstehuis De Hoprank en in restaurant De Hopbel waar tot 2009 een bierproeverij was gevestigd. Een stukje verwijderd van de route, aan de Hoppekampweg aan de noordkant van het dorp, 400 meter ten noorden van de kerk, is een kleine hopakker gereconstrueerd.

De Paiser Meul, een achtkantige stellingmolen, verrees in 1898 en werd sindsdien twee keer gerestaureerd: in 1936 om hem weer helemaal in orde te krijgen om graan mee te malen, in opdracht van eigenaar de Coöperatieve Zuivelfabriek en Graanmaalderij de Goede Verwachting – een hele mond vol, maar de naam en de restauratie illustreren een tijdsbeeld. In 1972-1973 volgde een tweede restauratie, dit keer om de molen te behouden als monument. Hij staat er schitterend bij, ook als onderdeel van het dorp.

Kort daarop volgt de route een idyllisch pad tussen dorpsbebouwing en een weiland vol historie, de plek waar van omstreeks 1500 tot 1812 de havezate Huis te Peyse stond, met achttien vertrekken. Het huis diende in 1625 als vergaderruimte om na het overlijden van prins Maurits een nieuwe stadhouder voor Drenthe te kiezen. Palen in het weiland markeren nu de hoekpunten van het pand en de plek van de brug over de 13 meter brede gracht. Bijzonder is dat een deel van de bouwmaterialen van Huis te Peyse werd hergebruikt voor de boerderij die in 1812-1815 verrees, waar de route even later langs slingert. De smalle, hoge ramen komen van de havezate en ook een deel van de bakstenen, de zogeheten kloostermoppen die veel groter zijn dan wat we nu gebruiken.

Weinig kerken liggen er zo mooi bij als de romaanse kerk van Peize, gebouwd omstreeks 1270, nu hervormd, toen uiteraard katholiek. De westtoren is in 1624 gesloopt, het koor uit 1824 is er nog. De grote ramen, zoals nu te zien in het koor, werden toen in de hele kerk aangebracht, maar bij een restauratie rond 1965 werden ze verwijderd want ze waren niet authentiek. De ‘romaanse’ ramen die nu in het schip zitten zijn dus in feite 20e-eeuws. Nog wat ouder dan de kerk is het doopvont van Bentheimer zandsteen, in bruikleen van het Drents Museum in Assen.

In het buitengebied voert de route langs een buiten waar deze route naar is genoemd, De Horst, en de boerderij Ter Hansouwe, het oudste woonhuis van Drenthe. Het werd oorspronkelijk gebouwd als diensthuis voor de bisschop van Utrecht die Drenthe in 1046 had verworven als leen van de Duitse keizer. De onderste elf steenlagen van de noordmuur zijn het oudst, uit 1400 ongeveer. De oostmuur is deels 17e-eeuws. En de gietijzeren palen bij de toegang komen uit de stad Groningen, ze moesten in 1880 wijken voor een trambaan. Kortom: een bouwhistorische legpuzzel die nu vooral oogt als boerderij.

Voorbij Ter Hansouwe bepaalt Groningen met de Martinitoren en het enorme Gasgebouw de noordoostelijke horizon. Een deel van de route gaat over de oever van het Eelderdiep, een riviertje dat uit Drenthe richting Groningen stroomt. Begin 20e eeuw werd een parallelle waterafvoer gegraven om de rivier te ontlasten en werd het dal ingepolderd. Vanaf de brug, na het verlaten van het Eelderdiep, is te zien hoe het Eelderdiep als boezemwater fungeert, want het water ernaast ligt lager. Boeren vestigden zich in de polder, na de oorlog ging de productie nog verder omhoog. De laatste decennia verdwenen de meeste boeren weer en werden de Peizer- en Eeldermaden deels ontpolderd.

Natuurmonumenten combineert in het nieuwe natuurgebied De Onlanden het ontwikkelen van natuur met waterberging. Het totale gebied beslaat zo’n 3000 ha (oftewel 3500 voetbalvelden). Die reuzenkom kan een vracht aan water bevatten. Samen met de otter voelen steeds meer vogels zich hier thuis, zoals de snor, de waterral en het baardmannetje. Ook de zeldzame roerdomp laat zich horen. Verruiging van de vegetatie en veel bloemen in het voorjaar – waaronder waterviolier en ratelaar – behoren tot de zichtbare resultaten. Vanaf de 26 meter hoge uitkijktoren zijn reeën, vossen en Exmoorpony's te zien, en bruine kiekendief en zeearend cirkelen soms door het zwerk.