Bergen op Zoom

Nederland,Noord-Brabant,Bergen op Zoom

Een fijne wandeling langs de Markiezenhof, het 16e eeuwse woonpaleis van de markiezen van Bergen op Zoom en ‘het Bolwerk’, een langgerekt grasveld, omzoomd door scholen en stadsboerderijen. De vestingwal moest in de 19e eeuw het veld ruimen om voor meer ruimte te zorgen.

A. Start op de Grote Markt. Loop met de rug naar het stadhuis rechts langs de kerktoren, Hoogstraat. Meteen la (Kerkstraat). Na ruim 100 m la, Koevoetstraat. Einde la, winkelstraat (Wouwsestraat). Op Gouvernementsplein langs de stadsplattegronden/waterwerken en bij de 'Dikke boom', ra Blauwehandstraat. Na 200 m ra, Goudenbloemstraat. Einde bocht naar rechts. Op Korenmarkt meteen la, Bleekveld. Noordsingel oversteken en rd, Burgemeester Vergroesenstraat in. Einde la (Korneel Slootmanslaan).

B. Eerste la, Bolwerk Zuid, door het parkje. Vierde la (bij de Ontmoetingskerk), Thomas de Rouckstraat. Noordsingel oversteken en parkeerplaatsje schuin naar rechts oversteken (Weverskat) en la, Wijngaardstraat met bocht naar rechts. Op St.-Catharinaplein tweede ra, Hofstraat. Door de poort en de Markiezenhof (indien gesloten: steegje rechts erlangs). Einde la (Steenbergsestraat). Na 50 m ra, Kruisstraat (gaat over in Lievevrouwestraat). Door poort en ra, Westersingel.

C. Eerste la, Moeregrebstraat. Steeds rd, wordt Noorzijde Haven. Einde haven la, Rijtuigweg, dan la, via andere kant van de haven teruglopen, Zuidzijde Haven. Steeds rd, wordt Rijkebuurtstraat. Westersingel oversteken en door poort. Eerste ra, Londonstraat. Einde la, dan steeds rd, Zuidmolenstraat en Molstraat. Einde ra, terug naar Grote Markt.

‘Mille periculis supersum’ staat op de voorgevel van het stadhuis. Ofwel: ‘Duizend gevaren kom ik te boven’. En dat is meer dan terecht, want het welvarende Bergen op Zoom heeft vele aanvallen en belegeringen moeten doorstaan. Steeds weer eisten verwoestingen en stadsbranden hun tol. Zo werd het stadhuis gebouwd nadat in 1397 een groot deel van de stad in vlammen was opgegaan. Later zijn de panden aan weerszijden bij het stadhuis getrokken. Bijna net zo oud is het naastgelegen Hotel De Draak: dit bestaat al sinds 1433 en is daarmee een van de oudste hotels van Nederland.

De Peperbustoren is te beklimmen (toegang aan de Kerkstraat). De toren hoort bij de St.-Gertrudiskerk, die oorspronkelijk van de 14e eeuw dateert en is genoemd naar de patroonheilige van Bergen op Zoom. Ook de kerk bleef niet van onheil gespaard: in 1747 liet een Franse beschieting niet veel van het monument over en in 1972 brandde de kerk bijna helemaal af, waarbij een groot deel van het interieur verloren ging. Achter de kerk ligt het Thaliaplein met een muziektent. Hier is bij graafwerkzaamheden een oude Romeinse offerplaats ontdekt met munten en een groot aantal mini-amforen.

Het voormalige Gouvernement op de hoek van de Wouwstraat en de Blauwehandstraat werd in 1771 gebouwd als woonhuis van de gouverneur. Vanaf 1819 deed het dienst als militair hospitaal. In metaal gestanste oude stadsplattegronden sieren nu het pleintje ervoor en zorgen voor verkoeling op een warme dag. De kunstwerken verbergen fonteinen, waartussen over en weer waterstralen schieten.
De naam van de Blauwehandstraat is ontleend aan het huis op nr. 32, waar boven de deur een blauwgeverfde hand te zien is. In deze buurt werkten in de middeleeuwen de blauwververs, die het Bergse laken (een wollen stof) de kenmerkende blauwe kleur gaven. Het Bergse textiel was tot over de grenzen bekend en voorzien van een merkloodje.

Achter de imposante bakstenen muur in de Goudenbloemstraat gaat Huize Gertrudis schuil, dat in 1855-1857 werd gebouwd in opdracht van het rooms-katholieke armbestuur. Aan de binnenkant van het wooncomplex is een grote tuin (niet toegankelijk).

Het ravelijn Op den Zoom is het laatste restant van de vestingwerken, die omstreeks 1700 naar een ontwerp van vestingbouwer Menno van Coehoorn zijn aangelegd. Het door een gracht omgeven eiland bestaat uit aarden wallen en stenen muren met kijk- en schietgaten. Het Ravelijn is op dinsdag t/m zondag open voor bezoekers van 10u tot 16.30u. Op zaterdag en zondag worden ook rondleidingen gegeven om 13u en om 15u.

Het Markiezenhof is het voormalige woonpaleis van de heren van Bergen op Zoom. Zij behoorden in de 15e en 16e eeuw tot de machtigste edelen van de Nederlanden en kregen in 1533 de titel van markies. Hun woonpaleis is vanaf 1485 in verschillende fases gebouwd en uitgebreid. Na de afzetting van de markies in 1795 werd het paleis door de Franse troepen gebruikt als militair hospitaal en na hun vertrek in 1814 als militaire kazerne. Nu fungeert het gebouw als museum, met uiteraard veel aandacht voor de geschiedenis. Verrassend is het kermismuseum op de zolder.

In de leilinden langs het Beursplein (voor het Markiezenhof)is het volkslied 'Merck toch hoe sterck' in tekst en met het notenschrift eronder aangebracht. Dit was een 17de-eeuws geuzenlied dat betrekking had op de strijd tegen de Spanjaarden in de Tachtigjarige Oorlog.

De Gevangenpoort, voorheen Lieve Vrouwepoort, is gebouwd rond 1335. Het is de enige poort die van de middeleeuwse ommuring bewaard is gebleven. Door uitbreiding van de stad (zie hieronder) verloor de poort eind 15e eeuw haar functie als toegangspoort, waarna zij tot 1932 werd gebruikt als gevangenis. Onderaan zijn de muren liefst 2,15 m dik. In het massieve bouwwerk worden nu exposities gehouden en er is – heel hip – een escaperoom.

‘Ik ben prins Hendrik!’
Het verhaal wil dat een lid van de koninklijke familie ooit achter de tralies van de Gevangenpoort ‘te gast’ is geweest – een feit dat overigens nergens officieel is vastgelegd. Op een avond liep prins Hendrik, de overgrootvader van koning Willem-Alexander, in beschonken toestand door de garnizoenstad Bergen op Zoom. Zijne Koninklijke Hoogheid werd door de politie opgepakt wegens openbaar dronkenschap. ‘Ik ben prins Hendrik!’ riep hij nog uit. Maar hij was in burger en de dienders geloofden hem niet. Zijn reisgenoten, die hem na een tijdje waren gaan zoeken, wisten de agenten er wel van te overtuigen dat ze een echte prins hadden opgesloten. Hij werd onmiddellijk vrijgelaten.

Aan de buitenzijde van de Gevangenpoort lag het havenkwartier, waar de bedrijvigheid langs de kades zich steeds verder ontwikkelde. Daarom werd het gebied later ommuurd en bij de stad getrokken. In de vorige eeuw is een deel van de haven gedempt en in gebruik genomen als parkeerplaats. Op de kop van de gedempte haven staat het Spuihuis, dat in 1838 werd opgetrokken op de fundamenten van een pakhuis. In dit huis woonde de havenmeester.

Blikvanger in de haven is de Nedalco Schoorsteen, van de voormalige Zuid Nederlandse Spiritusfabriek, die overal bovenuit torent. Het is één van de hoogste gemetselde schoorstenen van Nederland. De toren was eens 75 meter hoog, maar uit veiligheidsoverwegingen werd de top ervan verwijderd. Nu is de hoogte nog 63 meter.

Aan de overzijde van de Rijtuigweg ziet u het Groot Arsenaal uit 1764. Aan de andere kant van de weg, net buiten beeld, staat het Klein Arsenaal, in 1787 gebouwd als opslagplaats voor munitie. Na 1880 deed het dienst als kazerne met plaats voor 225 manschappen en 37 paarden.