Langs Rembrandts Amstel

Nederland, Noord-Holland, Amsterdam

05
06
56
50
57
60
61
62
61
50
56
06
05

Vanaf zijn huis in de Sint Antoniesbreestraat (nu Jodenbreestraat) was Rembrandt snel buiten Amsterdam. Het vlakke polderlandschap met boerderijen en molens inspireerde hem vele malen tot het maken van een tekening of een ets. Vooral langs de Amstel, richting Ouderkerk, legde Rembrandt veel ‘schilderachtige’ landschappen vast. Ze tonen een glimp van het alledaagse leven: een trekschuit op de Amstel of een man die tegen een hek leunt. Op deze tocht fiets je Rembrandts geliefde Amstelroute, waarbij je stopt op plaatsen waar hij stilstond om te tekenen.

Extra: Wie het Rembrandteske polderlandschap optimaal wil ervaren, kan de route verlengen door langs de prachtige Rondehoep-polder te fietsen (17,5 km extra).

Tip: Deze route is opgenomen in de gids In de voetsporen van Rembrandt. Alle in de route besproken kustwerken worden daarin getoond. Bovendien bevat de gids nóg 7 mooie routes. Beluister de podcast over deze beroemde meester en bestel de gids in de ANWB-webwinkel.

Routebeschrijving: Je kunt deze route rijden via de knooppunten. Het startpunt is het Centraal Station Amsterdam. Let op: knooppunt 05 ligt aan de achterkant van de route, maar je start de route aan de voorkant van het station! Fiets vanaf het Stationsplein richting het Damrak. Ga bij de Prins Hendrikkade linksaf en dan meteen de Zeedijk op. Fiets deze straat helemaal af. De Zeedijk loopt over in de Nieuwmarkt, die op zijn beurt overgaat in de Kloveniersburgwal. Als je aan het einde van de Kloveniersburgwal bent, ga dan linksaf de Aluminiumbrug over en vervolg je weg aan de linkerzijde van de Kloveniersburgwal. Steek de Havemansbrug over en ga daarna naar links de straat Amstel op. Je ziet dan al snel de Blauwbrug verschijnen. Vanaf hier volg je de weg, met de Amstel aan je rechterhand. Bij knooppunt 50 steek je de Amstel over om deze (met een slinger via knooppunt 57) aan de overkant te vervolgen richting Ouderkerk aan de Amstel.

Extra: vanuit Ouderkerk aan de Amstel kun je de route uitbreiden met de Rondehoep (ca. 17,5 km). Volg vanaf knooppunt 62 de volgende knooppunten: 69 – 50 – 49 – 01 – 39 – 29 – 68 – 67 – 61 - 62.

In Rembrandts tijd was dit een houten brug die de grens tussen de binnen- en de buiten-Amstel vormde. Aan weerskanten van de brug lag de stadswal; hier hield de stad op. Staand op de brug, met het centrum achter je, kon je prachtig uitkijken over de toen nog weidse Amstel. Op Rembrandts tekening ‘De Amstel vanaf de Blauwbrug af gezien’ (te zien in het Rijksprentenkabinet, Rijksmuseum, Amsterdam) is die ruimtelijkheid goed zichtbaar. Daarop tekent hij een jachthaventje en het een huis op palen van de ‘boomwachters’. Zij bewaakten de toegang tot de waterweg en sloten ’s nachts de gaten tussen de palenrijen in de Amstel af met zogeheten ‘bomen’ (balken). In 1660 veranderde het uitzicht vanaf de brug: vanwege de bouw van nieuwe wijken links en rechts van het water, werd de Amstel rechtgetrokken en versmald.

Hoe verder Rembrandt van Amsterdam kwam, hoe minder dichtbebouwd de Amsteloever werd. Hij kwam er molens tegen, boerderijen en ook het gildehuis van de zogeheten Bergenvaarders. Dat waren kooplieden die stokvis importeerden uit het Noorse Bergen. Het gildehuis, dat ook een herberg was, lag aan de overkant van de Amstel. Op de plek van de Bergenvaarderskamer bouwde men in 1890 het neogotische raadhuis dat je nu aan de overkant ziet.

De Rembrandttoren – de wolkenkrabber met de witte antenne – staat op de zogeheten Omval. Deze landtong (smal uitstekend stuk land) in de Amstel is genoemd naar de bouwval die zich daar ooit bevond. Ook in Rembrandts tijd stond er al een hoog bouwwerk, zij het van een bescheidener omvang dan het huidige. Die toren met een lichtbaken voor de scheepvaart, was zo’n 12 à 15 meter hoog. Schepen van en naar Amsterdam maakten er gebruik van om dit bochtige stuk van de Amstel te passeren. Rembrandt tekende de Omval meerdere keren, maar het beroemdst is zijn ets uit 1645 (De Omval, te zien in het Rijksprentenkabinet, Rijksmuseum, Amsterdam). Daarop zie je een van de vier molens die hier stonden, een scheepswerf en wat bootjes. Op de Amstel tekende Rembrandt een tentschuitje dat een groep reizigers overzet. En in de schaduw van de knoestige wilg een vrijend stelletje.

Toen Rembrandt langs de Amsteldijk (aan de overkant van de Amstel) liep, stonden er boerderijen. Een tekening geeft weer hoe het landschap er toen uitzag (De Amsteldijk, gezien naar het molentje, in bezit van Chatsworth House, Bakewell, Derbyshire). Op de tekening zie je het hek van een boerderij met meteen daarachter het voorhuis van de ernaast gelegen boerderij. Over de weg komt een paard aanlopen dat een schuit trekt. Op de Amstel vaart een veerpont naar de overzijde en in de verte zie je een van de vele molens die destijds langs de Amstel stonden. Sommige hadden namen als de Koopermolen (waar een smederij bij hoorde), deze werd gewoon ‘het molentje’ genoemd.

Misschien heeft Rembrandt deze 17e-eeuwse Riekermolen wel gezien, maar dan in de Riekerpolder ten westen van Amsterdam. Sinds 1961 staat de molen hier. Het standbeeld van Rembrandt staat er pas sinds 1969, toen zijn driehonderdste sterfjaar werd herdacht. De pose verwijst naar de vele tekeningen die Rembrandt langs de Amstel maakte.

De naam van dit restaurant verwijst naar de inmiddels verdwenen herberg het Kalfje, die in Rembrandts tijd wat verderop aan de Amstel stond. Hij heeft daar vast wel eens uitgerust. Oorspronkelijk heette het huidige restaurant dan ook Nieuw Kalfje. Verderop langs de Amstel staat een obelisk. Deze zandstenen banpaal gaf van 1625 tot 1813 de grens van het Amsterdamse rechtsgebied aan. Als je voortvluchtig was, of al tot ballingschap was veroordeeld, deed je er verstandig aan dit punt niet te passeren.

Zo’n honderd meter na de banpaal etste Rembrandt het landschap langs de Amstel (‘Bruggetje bij Buitenplaats Klein-Kostverloren met gezicht op Ouderkerk aan de Amstel’, te zien in het Rijksprentenkabinet, Rijksmuseum, Amsterdam). De locatie is herkenbaar aan de kerktoren van Ouderkerk, die links in de verte te zien is. De Amstel lag in werkelijkheid links van de brug, maar door het drukprocedé is de voorstelling gespiegeld. In de18e eeuw dacht men dat Rembrandt dit landschap bij Hillegom had gemaakt, tijdens een bezoek aan het buitenhuis van zijn vriend en opdrachtgever Jan Six. Daar zou Rembrandt tijdens een maaltijd met Six hebben gewed dat hij sneller het omringende landschap kon etsen dan dat Six’ bediende kon lopen om de mosterd te halen die niet in huis bleek. De uitkomst laat zich raden. Hoewel fictief, illustreert de anekdote de grote spontaniteit waarmee Rembrandt dit landschap in losse lijnen schetste.

Buitenplaats Oostermeer is een van de drie nog resterende buitenplaatsen die in de 18e eeuw langs de Amstel verrezen. Van 1930 tot 1940 werd het huis bewoond door de kunsthandelaar Jacques Goudstikker. Onder de talloze oude meesters die de succesvolle Goudstikker verhandelde, waren ook schilderijen van Rembrandt, zoals Tobit en Anna met het bokje (Rijksmuseum, Amsterdam). Het werd van Jacques Goudstikker gekocht door de schatrijke kunstverzamelaar Heinrich Thyssen- Bornemisza. Het Rijksmuseum kon het later van diens dochter overnemen, mede met steun van de Vereniging Rembrandt.

De geschiedenis van Ouderkerk gaat terug tot ca. 1100, toen de bisschop van Utrecht hier een bestuurlijk centrum voor het land rond de Amstel stichtte. Zo bekeken, is deze hervormde kerk (Kerkstraat 11) die in 1773-75 op de plek van een13e-eeuwse kerk werd gebouwd, relatief jong. De symmetrische vorm van een Grieks kruis kwam op deze locatie goed van pas: er is niet alleen een ingang aan de straatkant, maar ook aan de waterzijde – veel vervoer ging immers over de Amstel.

Eind 16e eeuw kwamen veel Spaanse en Portugese Joden vanwege vervolging door de Inquisitie naar het relatief tolerante Amsterdam. Vanaf 1614 brachten zij hun doden naar deze begraafplaats (Beth Haïm, Kerkstraat 10, open: zo.-vr. 8.30-22 uur). Omdat men per trekschuit aankwam, ligt de oude hoofdingang aan het water. Het is de oudste nog in gebruik zijnde Joodse begraafplaats in de westerse wereld. Omdat graven volgens de joodse wetten niet mogen worden geruimd, liggen hier zo’n 28.000 graven. Het merendeel daarvan is verzakt in de grond, maar op het perceel naast de Kerkstraat vind je nog een aantal 17e-eeuwse grafzerken van prominente Joodse Amsterdammers. Sommige van hen waren bekenden van Rembrandt. Voor een boek van rabbijn Menasseh Ben Israel verzorgde Rembrandt een viertal illustraties. Of de kunstenaar Beth Haïm bezocht heeft, is niet bekend. Zijn collega-schilder Jacob van Ruysdael kwam zeker op de begraafplaats om de imposante grafzerken te schetsen. Hij verwerkte ze later in een dramatisch landschap.

Naast de ingang van Beth Haïm, aan de Kerkstraat, vind je het standbeeld van Elieser, die in 1629 is begraven op Beth Haïm. Uit de grafregisters blijkt dat sommige leden van de Joods-Portugese gemeenschap slaven hielden. Dat was in de Republiek eigenlijk verboden. Elieser, die in het huis van de koopman en dichter Paolo de Pina woonde, was volgens zijn grafschrift een goede dienaar. Het begraafregister vermeldt bovendien dat hij een donkere huidskleur had. Bij de ontdekking van zijn graf in 2001 werd hij daarom geïdentificeerd als slaaf. Inmiddels wordt betwijfeld of Elieser ooit slaaf is geweest. Waarschijnlijk verwijst zijn grafschrift naar het Bijbelse ‘dienaar van God’.

Wie het met sloten doorsneden polderlandschap van Rembrandts tijd zonder (veel) moderne bebouwing wil ervaren, kan de Rondehoep fietsen (ongeveer 17,5 km). Hier vind je langs de waterkant knotwilgen zoals die op Rembrandts ets van de Omval en de vlakke vergezichten uit Het bruggetje van Six. Let ook even op het grote hoogteverschil tussen de polder en het water.