Vestingstedenroute etappe 1

Nederland, Noord-Brabant, Grave

Dwars door Brabant loopt de Zuiderwaterlinie, de oudste, langste en meest gebruikte waterlinie van Nederland. Zo’n 200 fraaie autokilometers langs het is ingenieuze verdedigingssysteem van vestingsteden, forten, schansen, dijken en sluizen. De hele route rijgt 11 historische vestingsteden aaneen. De route is in vier etappes verdeeld.

Deze route voert je langs de vestingstadjes Grave, Megen en Ravenstein om te eindigen in Heusden. De route is etappe 1 in de totale Vestingstedenroute welke is opgedeeld in 4 etappes. Bekijk hier etappe 2, etappe 3 en etappe 4.

1. Met het routeboekje (en een bijrijder)

Print de pdf van de het routeboekje uit en neem deze mee. Let op: in verband met de verkeersveiligheid is deze optie alleen geschikt voor het rijden van de route met een bijrijder die de route leest!

2. Met de gpx

De veiligste en handigste manier om deze autoroute te rijden is door gebruik te maken van een navigatieapparaat in de auto: met gesproken aanwijzingen en een ondersteuning van de dynamische kaart op het apparaat. Heb je een navigatieapparaat? Download dan de gpx en upload deze in jouw navigatieapparaat. Hoe je dat doet verschilt per merk en apparaat. Je kunt het beste kijken op de site van het betreffende merk voor een handleiding en/of voor de gegevens van de support-afdeling (als je er niet uitkomt!). Bijvoorbeeld: Garmin of TomTom.

N.B. Op https://vestingstedenroute.nl/ kun je het routeboekje van deze route downloaden. Ook vind je hier informatie over het rijden van de route via MyRouteApp of Google Maps.

Grave werd maar liefst zeven keer veroverd; o.a. door de Spanjaarden en de Fransen. Geen vestingstad is zó vaak veroverd en belegerd geweest. Bewonderenswaardig dat er nog zoveel moois van deze vestingstad overgebleven is. Bezoek het Zuiderwaterlinie-bezoekerscentrum in Grave voor je de autoroute start, dit ligt namelijk niet op de autoroute, maar is zeker een bezoekje waard! Het is een prachtig minimuseum. Aan de hand van interactieve en informatieve elementen kun je er alles ontdekken over de regio Grave-Ravenstein en de Zuiderwaterlinie beter leren kennen (Hoofdwagt 2, 5361 EW Grave). Al in 1309 was er een poort naar het gebied De Ham. De Hampoort die we nu kennen, staat er echter pas sinds 1688. Willem III had jaren daarvoor Grave veroverd op de Fransen. Dat ging met grof geschut. Daarom moesten er nieuwe vestingwerken komen, waaronder de huidige Hampoort in Grave. Nu vind je er het Graafs museum. Bekijk vooral de tunnel van tientallen meters die onder de poort door loopt (Sint Elisabethstraat 10 A, 5361 HK Grave).

Net als Grave, was Reek meerdere malen doelwit van de plunderende Franse troepen. Het Hollandse leger had te weinig manschappen om de Fransen binnen de stadsmuren van Grave te houden. Het Nederlandse bestuur besloot daarom de bevolking te mobiliseren in een ‘landstorm’. Deze burgerwachten waren bepaald niet bang uitgevallen. Ze vielen het Franse garnizoen telkens verwoed aan, blokkeerden zelfs Grave, zodat de garnizoenssoldaten niet meer buiten de muren op strooptocht konden. Als beloning voor hun moed werd aan Reek een gemeentewapen verleend. Hierin staan de letters R R R: Reek Religione Regi, Reek voor godsdienst en vorst (Nieuw Heijtmorgen 20, 5375 AK Reek).

Ravenstein behoorde vroeger niet bij Holland maar ook niet bij Brabant: ze hoorde bij Hertogdom Kleef. De stad Ravenstein was de hoofdstad van het Land van Ravenstein. In de tijd dat het Philips van Kleef Bolwerck in Ravenstein werd gebouwd, was Philips van Kleef de baas in het soevereine Land van Ravenstein. Hij deed in Italië inspiratie op om de fortificatie van Ravenstein te vernieuwen. Een van de geschutskelders is vanaf de openbare weg prachtig zichtbaar. Wist je dat dit bolwerk per ongeluk is ontdekt door professor van Mourik tijdens graafwerkzaamheden? Een kazemat is deels afgedekt met verwarmd en beloopbaar glas. Let op! Wil je het bolwerk bewonderen? Maak dan eerst een afspraak via info@vestingravenstein.nl (Van Coothweg 1, 5371 AB Ravenstein).

Megen is het kleinste stadje van de 11 vestingsteden. Oorlog en brand teisterden de vesting. Het meest kenmerkend aan Megen is dat het oude, middeleeuwse stratenpatroon nog te zien is. Met stadsmuren wilde Megen indringers buiten buitenhouden. In 1386 werden ze gebouwd, met vier stadspoorten. De Gevangentoren vormde met een andere toren de Gevangenpoort in Megen. Dit was een toegangspoort en een gevangenis. Van de tweede toren is niets meer te zien, maar de Gevangentoren overleefde alle oorlogen. Waar ooit de gevangenen kou leden en werden gegeseld, kun je nu lekker eten (Torenstraat 27, 5366 BJ Megen).

Eeuwenlang werd dit fort veroverd en weer heroverd. Zo kwam het in Hollandse, Franse, Spaanse én Duitse handen. In 1944, tijdens de bevrijding van ‘s-Hertogenbosch, werd het voor de zoveelste keer zwaar beschadigd. Veel gebouwen op het fort waren kapot. Gelukkig zijn er toch allerlei onderdelen bewaard gebleven, zoals kazematten en het kruithuis. De binnenkant van Fort Crèvecoeur is niet open voor publiek: de Genie gebruikt het fort als militair depot en oefenterrein. Bewonder dit fort van de buitenkant. Het is niet toegankelijk voor publiek (Crèvecoeur, 5221 CE ‘s-Hertogenbosch).

Het fort werd vroeger gebruikt om de inundatiesluis te beschermen. Die sluis maakte het mogelijk om op gecontroleerde wijze water uit de Maas het gebied in te laten stromen, ook wel inundatie genoemd. Heusden werd zo verdedigd tegen vijanden die niet bij de stad kwamen door het ondergelopen land. Vandaag de dag is Fort Hedikhuizen een gewilde feestlocatie (Rietveldenweg 2, 5256 TG Heusden).

Eindstop Heusden voelt aan als een openluchtmuseum, maar is veel meer dan dat. Wist je bijvoorbeeld dat de restauratie van de vestingstad de prestigieuze ‘Europa Nostra’-restauratieprijs heeft gewonnen? Heusden is een van de eerste Hollandse steden die omringd is door een stadsmuur en vestingwallen. De eerste stenen zijn gelegd in het midden van de 14e eeuw. In 1572 legde een stadsbrand Heusden grotendeels in as. Tijdens het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) werd Heusden verder versterkt en uitgebouwd. Dat werkte, want de vestingstad gold lang als “TLANTS STERCKTE”.

De Bromsluis is een uitwateringssluis voor de Demersloot in Heusden. Tegelijk is het een geheime tunnel onder de verdedigingswal. Het was de perfecte vluchtroute voor de verdedigers van de stad bij een vijandelijke aanval. Wandel op, door én onder de gerestaureerde sluis (Bromsluis, 5256 EN Heusden).

Wil je meer leren over de geschiedenis van Heusden? Bezoek dan het Gouverneurshuis. Het huis is in 1592 gebouwd voor de gouverneur van het garnizoen dat hier legerde. Het museumcomplex bestaat uit een hoofdhuis en bijgebouwen, waaronder een wijnschuur en een bedeelhuisje (Putterstraat 14, 5256 AN Heusden).

Wijkse Poort Heusden had vroeger vier stadspoorten. Toen de Heusdense vestingwerken in de jaren 70 gerestaureerd werden, hoorde de herbouw van complete Heusdense stadspoorten eigenlijk niet bij het plan. Voor twee poorten maakte men een uitzondering. Dankzij oude afbeeldingen konden de Veerpoort Heusden en de Wijkse Poort (zie foto) bijzonder mooi worden hersteld (Wijkse Poort, 5256 AX Heusden).

Niet direct aan de route, maar wel vlakbij ligt ’s-Hertogenbosch, de hoofdstad van de provincie Noord-Brabant. De stad kent vele namen: 'Silva Ducis', 'Oeteldonk' en tijdens de Tachtigjarige Oorlog tussen Spanje en Nederland ‘Moerasdraak’. Deze naam dankt de stad aan het moeras rondom de stad, waarvan de natuurgebieden De Moerputten en Het Bossche Broek overblijfselen zijn. Vanaf het begin van de Tachtigjarige Oorlog was ’s-Hertogenbosch in handen van de Spanjaarden. Die overheersing eindigde op 14 september 1629. Het beleg van ’s-Hertogenbosch had toen bijna een halfjaar geduurd. De stad lag strategisch en was een van de sterkste schakels in de Spaanse omsingeling van de Republiek. Het drassige gebied rondom maakte de herovering echter praktisch onmogelijk. Prins Frederik Hendrik van Oranje polderde de natte gebieden in en pompte ze leeg. Zo werd de stad afgesloten van het belangrijke water. Vanuit loopgraven kon hij met zijn leger ’s-Hertogenbosch onder vuur nemen en uiteindelijk bezetten.Tegenwoordig is het heerlijk toeven in Den Bosch. Ontdek de rijke geschiedenis van de stad met een fiets-, wandel- of boottocht, beklim de toren van de Sint-Janskathedraal, bezoek het Noordbrabants Museum of ga op pad in het buitengebied.

Vanaf begin 12e tot eind 19e eeuw beschermden de vestingwallen samen met de vele lunetten, bastions, torens en forten Den Bosch. De meeste poorten en wallen zijn na 1874 afgebroken. Zo kreeg de stad de ruimte om flink uit te breiden. Enkele vestingswerken zijn overgebleven: Bastion Oranje, de Citadel en het Fort Orthen. De vestingwerken bepalen nog steeds het stadsgezicht. Ze fungeren als achtertuin voor de bewoners. Gezien vanuit Vught, strekt het vroegere inundatiegebied het Bossche Broek in Den Bosch zich rechts van je uit.

Bolwerk Sint-Jan is in 1528 gebouwd om een van de belangrijkste toegangspoorten tot de stad te verdedigen: de 14e-eeuwse Koepoort. Het bolwerk in Den Bosch kreeg drie hoeken met aan de kopse kant een nieuwe stadspoort: de Sint-Janspoort. Eind 18e eeuw werd het bolwerk gesloopt om het water onder de Dommel sneller af te kunnen voeren. De restanten van de twee laatste poorten, de stadsmuur, een rondeel en middeleeuws straatwerk zijn in het nieuwe gebouw goed te zien. Het bolwerk verdwijnt gedeeltelijk ín de stadswal. In het bolwerk vind je nu een informatiecentrum (Sint Janssingel 18, 5211 DA ’s-Hertogenbosch).

De Citadel is gebouwd door de Staatsen tussen 1637 en 1645. Ze noemden het Fort Willem Maria, naar de zoon en schoondochter van prins Frederik Hendrik. Rond 1789 kwam er een militaire gevangenis op het terrein. Die werd later een kazerne. Rond 1960 verloor de Citadel zijn militaire functie. Nu is hier het Brabants Historisch Informatiecentrum gevestigd (Zuid Willemsvaart 2, 5211 NW ’s-Hertogenbosch).

 

Onder het oorspronkelijke Bastion Oranje ligt het Bastionder, het bezoekerscentrum over de krijgsgeschiedenis van ‘s-Hertogenbosch en over de vestingwerken. Bastion Oranje is het laatst gebouwde verdedigingswerk van ’s-Hertogenbosch. De Staatsen voegden het in 1634 toe aan de vesting. Dit was vijf jaar nadat de Spanjaarden vertrokken waren uit de stad. Het bastion kreeg twee meter dikke muren met daarbovenop een aarden wal. Bastion Oranje 1, 5211 JE ’s-Hertogenbosch.

 

’s-Hertogenbosch dankt veel aan het natuurgebied Bossche Broek. Vijandelijke middeleeuwse legers konden niet dicht bij de stad komen, omdat de Hollanders dit moeras onder water lieten lopen. Vandaar de legendarische bijnaam van de stad: ‘Moerasdraak’. Tussen 1585 en 1629 probeerden de Staatsen de stad zevenmaal in te nemen, zesmaal tevergeefs. 5211 JK ’s-Hertogenbosch.

Naast de prachtige vestingwerken in 's-Hertogenbosch is er ook veel moois rondom 's-Hertogenbosch te ontdekken.

Kasteel Maurick – Vught Verscholen in de natuur, op een groen eiland aan de rivier de Dommel, ligt Kasteel Maurick in Vught. Gebouwd in 1257 en sindsdien bewoond door kasteelheren en adellijke families. Prins Maurits van Oranje richtte hier in 1601 zijn legerhoofdkwartier in. Toen Frederik Hendrik in 1629 ’s-Hertogenbosch had belegerd, nam hij met zijn gevolg zijn intrek in Kasteel Maurick. Met zijn indrukwekkende torens, ophaalbrug, trapgevels en binnenplaats is Kasteel Maurick in Vught een écht kasteel. Leuk om te bezoeken, te overnachten of om te eten in het restaurant (Maurick 3, 5261 NA Vught).

Fort Isabella – Vught Fort Isabella is door de Spanjaarden gebouwd in 1617, tijdens het Twaalfjarig Bestand, vlak bij Vught. Doel: de zuidkant van ‘s-Hertogenbosch beschermen en indringers wegjagen uit de rivier de Dommel. Op het terrein van het fort kwam begin 20e eeuw de Isabellakazerne. Daarna was het Bataljon Wielrijders (later Regiment Wielrijders) hier gelegerd: soldaten op de fiets en motor. Op een opvallend 18e-eeuws poortgebouwtje na – De Puist – is het fort zelf verdwenen. Vandaag de dag kan je hier o.a. heerlijk eten en drinken bij een van de ondernemers op het terrein (Reutsedijk 4, 5264 PC Vught).

Oud Herlaer - Die burcht was ‘een seer out, sterck ghebout casteel’; al in 1076 werd erover geschreven. Tijdens het Beleg van ’s-Hertogenbosch sliepen er buitenlandse gasten van Frederik Hendrik, die zelf in Kasteel Maurick logeerde. De koning en de koningin van Bohemen bijvoorbeeld: zij wilden wel eens zien met wat voor krijgskunst Frederik Hendrik de moerasdraak ’s-Hertogenbosch zou verslaan! Niemand geloofde namelijk dat dat kon. Maar… het lukte hem toch. In 1736 was het kasteel zo in verval geraakt dat er een boerderij van gemaakt werd (Oud Herlaer 1, 5271 TT Sint-Michielsgestel).

Vughtse Lunetten - In de 19e eeuw legde koning Willem II rondom 's-Hertogenbosch een ring van verdedigingswerken aan. Hij vreesde namelijk Belgische en Franse aanvallen uit het zuiden. Lunetten waren de kleine verdedigingswerken. Als je ze van bovenaf bekijkt, zie je de vorm van een halve maan. De naam van de kleine verdedigingswerken komt uit het Frans: ‘lune’ betekent maan.