ANWB Slingeroute

Nederland, Gelderland, Varsseveld

De Slingeroute voert door het oostelijke deel van de Achterhoek. Een parklandschap met kleine bossen, houtwallen, wei- en bouwland en kleine riviertjes. Bijzonder is vooral de omgeving van Winterswijk. Hier vind je oude akkers die door eeuwenlange bemesting met plaggen en mest wat hoger zijn komen te liggen dan de weilanden en kronkelende beekjes.

Er zijn twee mogelijkheden om de route te rijden.

1. Met de pdf en een bijrijder

Print de pdf van de routebeschrijving van deze autoroute uit en neem deze mee.

Let op: in verband met de verkeersveiligheid is deze optie alleen geschikt voor het rijden van de route met een bijrijder die de route leest!

2. Met de gpx

De veiligste en handigste manier om deze autoroute te rijden is door gebruik te maken van een navigatieapparaat in de auto: met gesproken aanwijzingen en een ondersteuning van de dynamische kaart op het apparaat. Heb je een navigatieapparaat? Download dan de gpx en upload deze in jouw navigatieapparaat. Hoe je dat doet verschilt per merk en apparaat. Je kunt het beste kijken op de site van het betreffende merk voor een handleiding en/of voor de gegevens van de support-afdeling (als je er niet uitkomt!). Bijvoorbeeld: Garmin of TomTom.

N.B. Heb je een TomTom dan kun je ook gebruik maken van de ANWB autoroutes in de TomTom Roadtrips. Klik op ‘Laat je inspireren’ en selecteer daarin onder ‘gemaakt door’ en ‘partners’ de ‘ANWB’. Kies een route, klik op ‘personaliseer in my drive’ en klik onderaan de routebeschrijving op ‘synchroniseer deze route als een track op mijn systemen’.

 

Zonder de vaak eeuwenoude boerenhoeven zou het landschap van de Achterhoek beslist minder aantrekkelijk zijn. Veel boerderijen worden aangemerkt als Saksisch. Deze benaming mist helaas elke grond. Het oudste boerderijtype dat je in deze streek (maar ook daarbuiten) tegenkomt, is het zogenaamde ‘los hoes’. Meer praktisch dan comfortabel bestond zo’n boerderij slechts uit één ruimte, waarbinnen zich alles afspeelde. Het middengedeelte, bereikbaar via hoge achterdeuren, fungeerde als deel (werkvloer), aan de zijkanten stond het vee en voor in het huis leefde en sliep het boerengezin. Boven de deel was een vliering voor de opslag van de oogst. Pas na 1800 ontstond het hallenhuis. Bij dit type werd er tussen de woon- en bedrijfsruimte een scheidingswand aangebracht, aanvankelijk nog van hout, later van steen. De muren van het (oude) hallenhuis waren meestal in vakwerk uitgevoerd. Het forse zadeldak kreeg een rieten of pannen bedekking. De topgevel werd vroeger met ossenbloed, naderhand met rode verf gekleurd.

Scholtenboerderijen zijn uniek voor de omgeving van Winterswijk. In de middel-eeuwen kozen de graaf van Lohn en de abt van het klooster in Vreden uit hun horigen (onvrije dienaars) vertegenwoordigers om de gang van zaken op hun bezittingen rond Winterswijk te behartigen. De ‘scholten’, zoals de titel van deze mensen luidde, eigenden zich in de loop van de tijd steeds meer privileges toe. Vooral in de Franse tijd, toen adel en geestelijkheid weinig in te brengen hadden, nam hun macht toe. Tot het begin van de 20e eeuw bleef dat zo. Vooral ten zuiden van Winterswijk staan nog verscheidene grote en rijke (scholten-)boerderijen zoals Lintum, Meerdink en Roerdink.

De laatgotische Laurentiuskerk (circa 1500) is een pseudobasiliek, waarbij het schip tegen een oudere toren (13e eeuw) is aangebouwd. De spits vertoont overeenkomst met een oude Duitse piekhelm.

Langs de weg naar Ruurlo, vooral in het laatste gedeelte, liggen mooie wandelgebieden. Met kleine onderlinge verschillen bestaan zij uit loof- en naaldhout, bouw- en weiland. Vanaf Varsseveld kun je een keus maken uit Tandem, Hiddink (ligt aan de Slinge), Noorderbroek, Obbink Mark, de Baakse Kamp, Het Zand en Veld- en Winkelerhoek. Extra aandacht verdient het landgoed dat hoort bij Kasteel Ruurlo. Het park grenst aan de Baakse beek en biedt een gevarieerd landschap van hoeven, bouw- en weiland en bossen die soms verrassend dicht zijn.

Tot 2005 zetelde in het omgrachte kasteel Ruurlo (16e/17e eeuw) het gemeentehuis van Ruurlo. Het kasteel, dat iets buiten het dorp bij de spoorlijn ligt, kent diverse bouwstijlen. Het vierkante torentje stamt uit de renaissance. Naast het kasteel troont de in 2002 herbouwde oranjerie. De tuinen rond het kasteel zijn dagelijks vrij toegankelijk.

Eén van de belangrijkste attracties van Ruurlo is de Doolhof (Hengeloseweg); het is de grootste heggendoolhof van Europa met 1188 m aan (brede) paden. Heb je het midden snel gevonden, dan kun je vanaf de parkeerplaats nog een uitgezette wandeling volgen.

Het boerderijmuseum De Lebbenbrugge (ca. 1600) ligt aan een oude hessenweg (handelsweg met Duitsland). Aan het eind van de 17e eeuw kreeg De Lebbenbrugge de functie van tolboerderij. Handelaren op weg naar Zutphen of het grensgebied moesten er tol betalen voor het gebruik van de brug over de Slinge. Te bezichtigen zijn de herberg, de keuken, een herenkamer, een hondenkarnmolen en nog enkele bijgebouwen (Lebbenbruggedijk 25, Borculo).

De wervelstorm die Borculo in 1925 met verwoestende kracht trof, is de ergste ramp die het stadje in zijn ruim 600-jarige bestaan is overkomen. Daarbij werd ook de robuuste kerk (15e eeuw) vrijwel geheel vernield en kon slechts een deel van het koor hersteld worden. Inmiddels is Borculo weer sfeervol, mede dankzij de Berkel. Ophaalbruggetjes en een schutsluis uit 1628 herinneren aan de tijd dat de Berkelschippers handel dreven met Zutphen en het Duitse stadje Vreden.

Het stadje herbergt twee musea: het Brandweermuseum met brandweerauto’s, -spuiten, uniformstukken etc. (Hofstraat 5) en het Kristalmuseum met fossielen, mineralen en edelstenen (Burg. Bloemersstraat 1).

Op het royaal met gras en bomen gestoffeerde kerkplein staat de opvallende gotische hervormde kerk (16e eeuw). De vensterversiering van het koor getuigt van vakmanschap. De naaldspits benadrukt de elegantie van het gehele bouwwerk.

Beltrum ligt ook terzijde van de route. De oude in Hengelo vervaardigde stoommachine van een uitgerangeerde zuivelfabriek is door deskundige liefhebbers geadopteerd en weer in een goede conditie gebracht. De Witte Olifant, een passende naam voor een apparaat waar er geen tweede van bestaat, demonstreert zijn kunnen na de inworp van een munt.

Het meest romantische stadje aan de route is Groenlo of Grol(le) zoals het heette toen Frederik Hendrik het terugveroverde op de Spanjaarden. Het noordelijke bastion is tegenwoordig een promenade. Onder het lover staat nog een op de ‘Spanjool’ veroverd kanon. De in warm bruinrood baksteen uitgevoerde Nederlands-hervormde Callixtuskerk (15e/-16e eeuw) is een laatgotische pseudobasiliek. De toren uit de 14e eeuw draagt een koepelspits (18e eeuw) waarin een carillon met 38 klokken is geplaatst.

De prestigieuze rooms-katholieke St. Callixtuskerk (1907), een neogotische schepping van architect J. Cuypers, wordt wel de kathedraal van de Achterhoek genoemd. Muurschilderingen, een kruisweg in mozaïek, een preekstoel in jugendstil en een vleugelaltaar kleden het rijzige bouwwerk aan.

In het Stadsmuseum Groenlo staat de Tachtigjarige Oorlog centraal (Mattelierstraat 33). Maar bekender is Groenlo misschien wel als bakermat van Grolsch bier. Het Grolsch Brouwhuys De Lange Gang (Kevelderstraat 15 toont de lange geschiedenis van de illustere biermerk, en natuurlijk kun je hier een pilsje drinken.

Vlak voor Winterswijk ligt het waterrecreatiegebied ’t Hilgelo: zandstranden, speel- en ligweiden omringen de plas.

Bedrijvigheid is het kenmerk van het aan drie zijden door Duitsland ingesloten Winterswijk. Het stadje vervult een regionale functie. De winkelmogelijkheden die daar bij horen, trekken ook publiek van over de grens aan. Op de asymmetrische Markt, die aan de ruimste kant opvallende nieuwbouw heeft, staat de Jacobskerk (15e eeuw), een uit natuur- en baksteen opgetrokken laatgotische pseudobasiliek. Ook de uit het begin van de 16e eeuw stammende toren (60 m) is uit verschillende materialen samengesteld. De kerk heeft een aantal interessante muurschilderingen (15e en 16e eeuw).

De naam van de heuvel (38 m) waarop Aalten ligt, valt niet te achterhalen. De hellende straatjes lopen naar de Markt, waar het koor van de kerk, de statige gevel van het gemeentehuis en een bakstenen klokgevel de status van beschermd dorpsgezicht steunen. De laatgotische kerk dateert van de 15e eeuw. Deze pseudobasiliek heeft een interessante romaanse toren (12e eeuw).

Het 19e-eeuwse Frerikshuus en de erachter gelegen Frederiksschure zijn ingericht als de Aaltense Musea. De collectie bestaat uit gebruiksvoorwerpen, kostuums en afbeeldingen. Ook is hier het Onderduikmuseum en het Industrie Museum gevestigd (Markt 14).

Het historische stadje Bredevoort ligt niet aan de route, maar is wel onderdeel van de gemeente Aalten. Bredevoort is tot beschermd stadsgezicht verklaard en tot ‘Boekenstad’ dankzij de vele (antiquarische) boekhandels.

Dit dorp ligt nog net in Nederland. De grens met het Duitse dorp Süderwick loopt langs de trottoirband aan de zuidzijde van de Heelweg en de Antholtseweg. De gotische Nederlands-hervormde kerk, zorgt voor een vertrouwd Achterhoeks beeld. Het is een pseudobasiliek (begin 16e eeuw) met bakstenen toren (ca. 1400). Het Grenslandmuseum vertelt het boeiende verhaal over smokkelaars en douaniers (Markt 1)

In de industriewijk staat het kerkje de Rietstap (1911), Nederlands kleinste godshuis. Met het bouwen van het kerkje, niet groter dan een doorsnee huiskamer, werd op listige wijze een clausule in een testament omzeild (Meniststraat 14).