Zoet & zout

Nederland, Zuid-Holland, Alphen aan den Rijn

85
83
63
14
44
33
32
49
86
40
39
05
36
01
76
74
77
26
94
95
62
63
97
41
43
47
61
48
49
79
53
02
86
11
12
19
17
18
71
41
11
12
13
24
64
37
09
85

Fietsend door het groene hart van Holland komt de zilte zeelucht steeds dichterbij. Vanuit Alphen aan de Rijn volg je eerst de Oude Rijn door een landschap van grasgroene polders en uitgestrekte meren. Bij Katwijk maakt het zoete water plaats voor de zoute Noordzee. Tijd om even uit te waaien aan het strand of in de duinen? Op de terugweg verrast Leiden met een reconstructie van een Romeins grensfort.

Let op: In deze route zitten twee veerponten. Bij Woubrugge steek je na knooppunt 33 het Paddegat over. Deze pont vaart maandag-vrijdag van 7-18 en zaterdag-zondag van 10-18 uur. Van oktober tot half april vaart de pont niet op zaterdag en zondag. Ook in week 1 en week 52 vaart de pont niet. Volg in dat geval de alternatieve fietsroute via 44-46-47-48-49.

Bij knooppunt 36 steek je de Zijl over naar Leiden-Merenwijk. Deze pont vaart van april tot en met september dinsdag-vrijdag 10-18 en zaterdag-zondag 10-18 uur. Van 1 maart tot 31 maart vaart de pont vrijdag 12-18 en zaterdag-zondag 10-18 uur. Vaart de pont niet? Volg dan de alternatieve fietsroute via 36-78-44-1.

Tip: Fiets deze route via de gratis ANWB Eropuit app. Zoek de route in de app via de filters. Onderweg zie je op het kaartje waar je bent, zo kun je niet verdwalen.

Let op: onderweg naar knooppunt 62 fiets je in Katwijk door een bedrijventerrein. Bij een rotonde met daarachter een viaduct is de situatie onduidelijk: hier fiets je eerst langs de rotonde naar het viaduct, dan linksaf richting Katwijk aan den Rijn en direct weer linksaf richting het benzinestation.

De Oude Rijn was lange tijd de hoofdbedding van de rivier de Rijn. De rivier was zelfs zo belangrijk dat de Romeinen hier de noordgrens van hun machtige rijk inrichtten. Alles veranderde toen in de 12e eeuw de monding bij Katwijk dichtslibde en de rivier bij Wijk bij Duurstede werd afgedamd. Daarna stroomde het meeste water via de Lek naar zee. Toch bleef de Oude Rijn wel een belangrijke vaarroute. Overal langs de rivier zie je sporen van jaagpaden: hier liepen schippers en paarden die aan een touw een schuit voorttrokken.

Bij het pontje over het Paddegat hoef je meestal maar een paar minuten te wachten. Wat dan direct opvalt: de weilanden achter je liggen een stuk lager dan de dijk en het kabbelende water. Vele eeuwen geleden is hier dan ook een dikke laag veen afgegraven en als brandstof verkocht. Uiteindelijk ontstond een meer, dat in 1744 weer met molens werd drooggemalen. Het Braassemermeer rechts van de pont is door de natuur zelf gemaakt: vanaf de 13e eeuw sloegen door wind opgezweepte golven steeds meer van de slappe veengrond weg.

Vanaf knooppunt 5 zigzag je door de Boterhuispolder. Het is een van de oudste polders in de regio: al in 8e eeuw maakten boeren het veenmoeras stukje bij beetje geschikt voor de landbouw. Dat verklaart het wat rommelige beeld van blokvormige percelen met hoekige sloten daartussen. Pas een paar eeuwen later ontstond het typisch Hollandse landschap van kaarsrechte sloten en eindeloos lange percelen. Achter de Boterhuispolder kijk je rechts uit over ’t Joppe, een plas die in de jaren zeventig van de vorige eeuw werd gegraven om zand te winnen voor de bouwplannen van Leiden.

 

In Katwijk blijkt dat de Oude Rijn nu toch weer in de uitmondt in de Noordzee, maar dan via een kanaal dat in 1807 werd geopend. In die tijd was Katwijk vooral een dorp van vissers. Nu staat Katwijk vooral bekend als badplaats, maar dan wel met opvallend sobere boulevard. Dat heeft alles te maken met de oorlogsgeschiedenis: in 1942 sloopten de Duitsers bijna zeshonderd huizen omdat hier verdedigingswerken moesten komen. Na de oorlog werd alles kleinschalig herbouwd.

De hoge duinen van Berkheide beschermen het achterland tegen de golven van de Noordzee. Om de zee zelf te zien, zet je de fiets neer bij een van de strandopgangen en klim je over de zeereep naar het strand. Of wandel hiervandaan de duinen in en ontdek de sporen van vroeger gebruik, zoals aardappelakkertjes, waterwinplassen, Duitse bunkers en een tankmuur.

De route volgt de singel langs het centrum van Leiden, maar neem zeker een kijkje in het historische hart van de stad. Bijvoorbeeld door ter hoogte van Witte Singel 85 links de brug over te gaan. Deze straat eindigt bij het Rapenburg, de bekendste én mooiste gracht van Leiden. Links zie je het Academiegebouw met daarachter de beroemde Hortus botanicus. Even verderop kom je bij het Rijksmuseum van Oudheden. Natuurlijk is er in deze studentenstad ook geen gebrek aan cafés en terrassen.

Plotseling doemt tussen de woonwijken een reconstructie van een Romeinse castellum (grensfort) op. De Romeinen arriveerden aan het begin van onze jaartelling in deze streken en bouwden een hele serie forten en wachttorens langs de Rijn. Aan de noordkant van deze limes (grenslijn) begon de ‘onbeschaafde wereld’. Overigens ging het er doorgaans vreedzaam aan toe. Alleen in 69-70 is er flink gevochten toen de Bataven in opstand kwamen. In de 4e eeuw trokken de Romeinen zich definitief terug.

Vanaf knooppunt 41 fiets je over een smalle middeleeuwse kade. De percelen rechts zijn het resultaat van het noeste werk van ontginners die in de 12e en 13e eeuw vanaf de Oude Rijn het veenmoeras in trokken. Ze groeven sloten en kapten de bossen om de gronden geschikt te maken voor de landbouw. Links van de kade begon destijds het moeras. Dit gebied is later vanaf een wetering ontgonnen. Dat verklaart waarom de sloten in een andere richting lopen.