Wasvenroute

Nederland, Noord-Brabant, Lierop

91
90
41
81
65
80
40
99
31
98
11
13
12
88
63
87
20
91

Deze route loopt grotendeels door bos en over hei van de hooggelegen zandgronden tussen de Kleine Dommel en de Aa. Het natuurreservaat Strabrechtse Heide is uniek voor Brabant (en zelfs Europa). Het weerspiegelt nog steeds een Brabant van weleer: een open heidelandschap met droge (struik-) heide en natte (dop)heidevelden. Verspreid liggen een nog niet dichtgegroeid stuifzandgebied en vooral vennen. In het grote Wasven waste men vroeger de schapen voordat ze geschoren werden. Het is een uitgewaaide kom met een ondoorlatende ondergrond (oerbank) die na de laatste ijstijd door inspoeling van ijzer en humus is ontstaan.

Tip: Fiets deze route via de gratis ANWB Eropuit app. Zoek de route in de app via de filters. Onderweg zie je op het kaartje waar je bent, zo kun je niet verdwalen.

• Tussen knooppunt 97 en 96 bestaat de route uit een zandpad, dat bij aanhoudende droogte erg mul kan zijn; houd hier rekening mee, pas je snelheid aan en stap zo nodig af.

Vlak bij het beekdal van de Kleine Aa ligt een gewelfde akker op een dekzandrug. Het dal zelf vertegenwoordigt een zeldzaam geworden landschapstype: laaggelegen, vochtige schraalgraslanden met broedbosjes. De vochtige schraallanden zijn in het voorjaar en de zomer zeer bloemrijk en voor vlinders belangrijk. Het broedbos dat dicht bij de Zuid-Willemsvaart ligt, wordt als natuurterrein beheerd. Er leven amfibieën en vogels zoals de nachtegaal en de wielewaal.

Ten zuidwesten van Asten, nabij knooppunt 65, ligt een brug over de Zuid-Willemsvaart, met daarnaast Sluis 11. Vanaf de brug kunt u kijken naar het prachtige spel van passen en meten wanneer er een groot binnenvaartschip passeert. Het door Napoleon gegraven (en later verbrede) kanaal voldoet allang niet meer aan de eisen van deze tijd. Plannen om het kanaal op deze plaats te verbreden zijn al weer van tafel. Alleen in Helmond is een nieuw traject gegraven en tussen Veghel en ’s-Hertogenbosch is het kanaal verbreed.

Het dorp Someren en het omringende landbouwgebied liggen op een dekzandrug ten westen van de Peelhorst. Door dorpsuitbreidingen van de laatste veertig jaar en herverkavelingen zijn veel gedeelten van de oude akkers om het dorp verdwenen.

De Strabrechtse Heide is een aaneengesloten natuurgebied van 25 ha, dat – ook in Europees opzicht – uniek is. Tussen de heide groeien betrekkelijk zeldzame planten zoals moeraswolfsklauw, klokjesgentiaan en blauwe zegge. In het vochtige milieu rond de van oorsprong natuurlijke heidebeek de Peelrijt (of Witte Loop) leven alpenwatersalamander, heikikker en rugstreeppad. Markante vogels zijn roerdomp, bruine kiekendief en de kraanvogel als opvallende pleisteraar. Het hoogste deel van de Strabrechtse Heide is een hooggelegen stuifzandrug, die nu met vliegdennen begroeid is. Aan de noordzijde ligt het enige nog levend stuifzand in dit natuurgebied. Begrazing door Schotse hooglanders moet het oprukken van gras (het hoge, pollenvormende en niets ontziende pijpenstrootje) en bomen tegengaan.

Bij knooppunt 20 rijd je door het gebied waar in 2010 een grote brand woedde, waarbij een flink deel van de Strabrechtse Heide in de as werd gelegd. Enkele geblakerde boomstammen kun je nog zien. Zij zijn nu het domein van spechten en allerlei kevers.

Wat wij nu zien als Kasteel Heeze (1665) blijkt verrassend genoeg slechts het statige voorgebouw te zijn van het door architect Pieter Post ontworpen kasteel. Achter de 17e-eeuwse gebouwen bevindt zich nog een ouder huis, een restant van het middeleeuwse kasteel dat Eymerick wort genoemd. Het kasteelcomplex is sinds 1760  in bezit van de adellijke familie Van Tuyll van Serooskerke en het wordt nog steeds door hen bewoond. Sinds 1981 wordt het kasteel beheerd door een stichting en is het opengesteld voor rondleidingen. Pronkstukken zijn de gobelins uit het atelier van Lodewijk XV. Daarnaast fungeert het kasteel als trouwlocatie.

Net voor knooppunt 88 ligt aan je linkerhand de naamgever van deze route. In vroeger tijden werden hier, voorafgaand aan hun jaarlijkse scheerbeurt, de schapen gewassen. En nog steeds begrazen raszuivere Kempische Heideschapen dit gebied. Vaak vindt begin juni een schaapscheerdersfeest plaats, waarbij de schapen uit hun warme jasjes worden geholpen zodat ze fris de zomer tegemoet kunnen. Dit gebeurt echter allang niet meer bij het Wasven, maar de laatste jaren bij Kapellerput in Heeze. Leuk: gedurende het jaar kunnen schoolkinderen met hun klas aan de slag bij Staatsbosbeheer om met de wol van deze schapen zelf een kleedje te vilten.