Kalk, het gele goud

Nederland, Bemelen, Limburg

65
67
70
71
66
5
73
74
51
78
76
75
4
2
79
6
65

Ontdek het Maasdal en fiets over de oeroude krijtzeebodem, die nu zichtbaar is geworden door erosie van rivieren en beken. De natuur op de steilste hellingen van het dal is door de jaren heen gespaard gebleven, waardoor je hier nu geniet van een van de mooiste bossen van Nederland, het Savelsbos. Duizenden jaren geleden was de kalkbodem hier al in trek voor de winning van vuursteen. Zowel in het Savelsbos als op de Bemelerberg geniet je van een schitterend landschap met zeldzame kalkflora en dramatisch oprijzende kalkwanden. Dagbouwgroeve ’t Rooth is inmiddels ook veranderd in een soortenrijk natuurgebied. 

N.B. Krijt is het overkoepelende thema van de fietsroute 'Fietsen over de Zeebodem', gemaakt door Visit Zuid-Limburg. De fietsroute is onderverdeeld in vier geschakelde lussen die ieder een ander verhaal over de Krijtperiode vertellen. De route 'Krijt, het gele Goud' is er hier een van. Fanatieke fietsers kunnen in een dag allevier de lussen rijden, maar je kunt er ook meerdere dagen over doen. Hier vind je meer informatie over deze fietsroute.

 

Fietsveiligheid route-informatie: deze route bevast enkele stevige klimmetjes en forse afdalingen; reken ook met een e-bike erop dat je bij het klimmen over een goede conditie dient te beschikken en let bij het afdalen goed op je snelheid. 

Toegankelijkheid: deze route is minder geschikt voor extra brede fietsen (driewielers, bakfietsen, etc.), vanwege de steile klimmetjes en afdalingen.

Geologisch gezien zijn deze twee heuvels, die samen één beschermd natuurgebied vormen, erg waardevol. Onder een mengsel van grind, zand en löss ligt een flink kalkpakket. In de heuvels bevinden zich tal van kleine ondergrondse kalksteengroeves. De combinatie van de kalkrijke en arme bodem, de aanwezige groeves en de beschermde status zorgen ervoor dat dit een bijzonder interessant stuk natuur is. Dit is een resultaat van het gerichte natuurbeheer van Stichting het Limburgs Landschap. Al in 1942 werden de eerste delen van de Bemelerberg aangekocht en beschermd. Het was destijds de enige plek in Nederland waar het bedreigde plantje berggamander voorkwam. Sindsdien is er een leefgebied gereëerd voor allerlei zeldzame planten en dieren, waarbij de wilde orchidee, de levendbarende hagedis, de geelbuikvuurpad, de vroedmeesterpad en zeker vier soorten vleermuizen het meest tot de verbeelding spreken. Het natuurbeheer wordt uitgevoerd samen met het Mergellandschaap, een van de weinige schapen die steile wanden kunnen trotseren.

Naast Groeve 't Rooth vind je een bijzonder industrieel monument: een kalkoven. Kalbranderij 'De Valk' is de enige kalkoven in Nederland waarvan de buitenzijde van de oven is opgetrokken uit mergelsteen. Voor de kalkoven lag vroeger een spoorlijntje naar de groeve. De kalkoven werd gebouwd rond 1933 in het kader van een werkgelegenheidsproject na de beurskrach van 1929. De oven werd gebruikt om zowel gebluste als ongebluste kalk te branden die vervolgens gebruikt werd voor mortel als bindmiddel of als pleisterkalk voor het witten van huizen. Rond 1964 doofde het vuur van de kalkoven voorgoed. Jaren later werd de kalkoven gerestaureerd waarna deze overgedragen werd aan landschapsorganisatie Stichting het Limburgs Landschap.

Deze groeve is vernoemd naar het gehucht dat aan de rand staat van een diepe en enorm uitgestrekte kuil. Hier werd geen kalksteen gewonnen door tunnels te graven, maar door dagbouw. Natuur, bewoners en industrie hebben hier lang op gespannen voet met elkaar gestaan, maar nu is de rust weergekeerd. De kalksteenwinning stopte in 2017 en uiteindelijk is het gebied grotendeels overgedragen aan de Stichting het Limburgs Landschap. In de kalkrijke kuil ontstond een bijzonder microklimaat dat allerlei zeldzame planten en dieren een beschutte plek bood. Tegen de schaduwrijke noordwanden voelt de varen zich thuis, terwijl de rest van de groeve begroeid is met zonminnende soorten. Konikpaarden en Nederlandse landgeiten zorgen voor de begrazing in dit gebied, zodat het niet verbost. In het gebied leven o.a. de geelbuikvuurpad en de koninginnepage.

In Nederland vind je hellinbossen voornamelijk in Zuid-Limburg. De helling zorgt voor erosie en een ongelijke verdeling van voedinsstoffen in de bodem. Ook komen diepere bodemlagen vrij te liggen en juist dat is zo interessant in het Savelsbos, een langgerekt bos aan de rand van het Plateau van Margraten en het Maasdal. Hoogteverschillen in het bos lopen op tot zo'n 125 meter. De bodem bestaat uit verschillende lagen. De löss, het grond en de kalksteen zorgen voor een ongekende soortenrijkdom in het bos. Kalkminnende soorten die je op weinig andere plekken vindt, komen hier voor. In het voorjaar is de bosbodem bedekt met een geurende laag bloeiende daslook. Ook huist in het Savelsbos de grootste dassenpopulatie van Nederland.

Hoewel Limburg bekend staat om mijnbouw, kwam hier in het Savelsbos geen steenkool maar vuursteen naar boven. Dit gebeurde zo'n zesduizend jaar geleden. Deze vuursteenmijn laat sporen zien van de oudste bekende vorm van mijnbouw in Nederland. Het is een archeologisch rijksmonument van wereldfaam. De prehistorische vuursteenmijn ligt midden in het Savelsbos, tussen Rijksholt en Sint Geertruid. In de prehistorie, zo'n zesduizend jaar geleden, werd hier gegraven naar vuursteen. De keiharde, glasachtige steensoort kom je alleen tegen in kalksteenlagen. Er zijn meerdere theoriën over het ontstaan van vuursteen, maar door gebrek aan uitsluitsel is het eigenlijk nog steeds een raadsel. Wel weten we dat vuursteen in de prehistorie werd gebruikt om gebruiksvoorwerpen van te maken zoals pijlpunten voor de jacht, bijlen om bomen om te hakken, messen om vlees mee te snijden en sikkels om graan mee te oogsten. De Rijckholt vuursteen behoort tot de beste vuursteen die ooit werd gevonden. Op kleine schaal werd er ook vuur mee geslagen. Eind 19de eeuw kwam het onderzoek naar deze in het bos verscholen mijntjes op gang. Er lag een ovaal, komvormig terrein (nu nog te herkennen als ondiepe kuilen) dat tot 1,5 meter diep bedekt was met losse vuurstenen. Dit werd het Groot Atelier genoemd. Gedacht wordt dat in deze prehistorische werkplaats de vuursteenknollen uit de mijn bewerkt werden tot bruikbare gereedschappen, klaar voor de handel. Na diverse onderzoeken werd in de jaren zestig een galerij (tunnel) angelegd die meerdere vuursteenmijntjes doorsneed. Die galerij kun je vandaag de dag bezoeken tijdens een rondleiding.

In Natuurhistorisch Museum Maastricht ontdek je alles over het 'Laat-Krijt', de periode waarin Zuid-Limburg (en een groot gebied eromheen) bestond uit een ondiepe subtropische Krijtzee. Nog regelmatig worden er fossielen gevonden in de ENCI-groeve in de Sint-Pietersberg, maar ook in andere Zuid-Limburgse groeves. Veel van deze bijzondere mosasauriërs, zoals Bèr, Lars en Carlo, krijgen een bijzonder plekje in het museum. De namen van deze fossielen verwijzen naar de vinders ervan. Zo stuitte de 14-jarige Brabantse Lars in 2015, in de toen nog actieve ENCI-groeve in Maastricht op de resten van een mosasaurus.