Blanke top der duinenroute

Nederland, Noord-Holland, Schoorl

45
47
48
49
07
05
08
46
20
39
33
37
31
79
32
44
35
42
43
32
80
40
73
21
45

Waar kun je sfeer van Pieter Louwers’ bekende lofzang uit 1870 nu beter ervaren dan bij de Schoorlse Duinen? Een flinke duinsafari op de fiets brengt je langs de breedste en hoogste duinen van ons land – en verder. Want in het zuiden duikt de route even het Noordhollands Duinreservaat in  – langs een voormalig sanatorium voor ‘bleekneusjes’ – en in het noorden worden de Pettemerduinen aangedaan. Onderweg kun je uitwaaien op het strand bij Bergen aan Zee, Hargen aan Zee en Camperduin. En bij terugkomst wacht als toetje nog het Klimduin in Schoorl.

Let op: in het Noordhollands Duinreservaat heb je een PWN Duinkaart nodig; een dagkaart kost €1,80 en is verkrijgbaar bij diverse ingangen. De eerste automaat op de route is op de Zwarteweg, ca. 500 meter voor knooppunt 48 in Bergen. Na Bergen gaat de route verder door het gebied, dus bewaar je dagkaart.

Met ruim 55 meter zijn dit de hoogste duinen van Nederland en ook de breedste: maar liefst 5 kilometer breed duingebied om heerlijk door te dwalen. Onvoorstelbaar dat hier ruim een eeuw geleden alleen maar zand om je oren stoof, tot Staatsbosbeheer rond 1900 begon met het aanplanten van bomen. Dat ‘vastleggen’ van stuifzand is zo goed gelukt dat het duingebied behoorlijk is dichtgegroeid. Hoe aantrekkelijk het bos ook mag zijn – zeker als in juni-juli de dennenorchissen hier bloeien –, de komende jaren wordt er gewerkt aan meer open plekken. Zo krijgt de natuurlijke dynamiek van wind en zand weer de ruimte. Bovendien slorpen de bomen veel grondwater op; minder bomen bevordert het herstel van de gewenste natte duinvalleien. In het Buitencentrum aan het begin van de route vind je meer informatie over het gebied.

Het bekende pittoreske kunstenaarsdorp Bergen is ouder dan je denkt, een vondst van een grafurn dateert van de tweede eeuw. De Ook bewogen geschiedenis kun je aflezen aan de oude ruïnekerk. Die kerk werd gebouwd na het ‘Mirakel van Bergen’ in 1422, dat een grote stroom pelgrims naar het dorp bracht. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog werd hij door de geuzen verwoest (1574) om de Spanjaarden de wind uit de zeilen te nemen. Het koor – met de grafkelder van Nassau-Bergen – werd herbouwd, maar de kerk kwam tijdens de Frans-Bataafse gevechten letterlijk opnieuw onder vuur te liggen. De kogelgaten van de Slag bij Bergen (1799) zijn nog te zien.
Eind 19e eeuw breken betere tijden aan nadat de heerlijkheid per veiling is opgekocht door een telg van het regentengeslacht Van Reenen. Voor oudste zoon Jacob laat papa een mooi nieuw huis bouwen, het huidige museum Kranenburgh (Hoflaan 26). Als burgemeester van Bergen groeit Jacob uit tot projectontwikkelaar avant la lettre. Samen met zijn vrouw Maria Völter maakt hij van Bergen een levendig villadorp met pensions en een stoomtramverbinding met de liefkozende bijnaam ‘Bello’. Een dorp dat dankzij een wervende publicatie van burgemeestersvrouw Maria ook door kunstenaars wordt ontdekt.

Het gebied waar je nu doorheen fietst is onderdeel van het Noordhollands Duinreservaat (dagkaart verplicht). Dankzij zijn functie als waterwingebied is de kuststrook hier niet ten prooi gevallen aan bebouwing. Bij Bergen bevindt ook zich de zogeheten ‘kalkgrens’: de overgang van kalkarm duinzand aan de noordelijke kuststrook en kalkrijk zand in het zuiden. Deze overgang vindt zijn weerslag in de begroeiing, met bijvoorbeeld de zeldzame blauwe zeedistel en het zandviooltje op de kalkrijke zandgronden. Verder zijn er bijzondere soorten zoals duinparelmoervlinder, witsnuitlibel en rugstreeppad te vinden.

Bergen aan Zee is niet, zoals andere badplaatsjes, ontstaan uit een vissersdorp. Het is door het inventieve Bergense burgemeestersechtpaar Jacob en Maria van Reenen-Völter ‘uit de grond gestampt’ om dit onvruchtbare stuk landbezit toch rendabel te maken. De eerste steen voor horeca werd in 1906 gelegd, het doortrekken van de stoomtramlijn van Bergen deed de rest. Kort na het ontstaan van Bergen aan Zee werd in 1908 een eerste kuuroord opgericht voor ‘bleekneusjes’. Het Zeehuis werd gebouwd in opdracht van het Amsterdamse burgerweeshuis. Het gebouw werd in de zestiger jaren overgenomen door het Nivon, als natuurvriendenhuis.

In 1997 vond hier iets spannends plaats in het natuurbeheer. Sinds de Watersnoodramp lag de focus decennialang op de verdediging van de kuststrook. En toen was daar het plan om een gat in de eerste duinenrij te graven en de zee naar binnen te laten stromen om zoutminnende flora een kans te geven – ongehoord! De natuur kreeg een boost met bijzondere soorten als zeekraal, zeeraket en duinhagedissen, verwachte rampen bleven uit. Sterker nog, na twintig jaar blijkt dat De Kerf weer stilletjes aan het dichtslibben is. Slechts bij uitzonderlijk hoog tij stroomt er nu nog water naar binnen.

De Schoorlse Duinen zijn het hele jaar het bezoeken meer dan waard. En elk seizoen heeft daarbij zo zijn charme. In de lente kwetteren de vogels er op los, aangevuld door de lachsalvo’s van de groene specht. In de zomer rollen duizenden dennenorchissen een wit tapijt voor je uit en is op zwoele avonden het gesnor van de mysterieuze nachtzwaluw te horen. En vergeet de paarse heide niet in augustus! De herfst is natuurlijk paddenstoelentijd, in de duinbossen bij Schoorl groeien letterlijk honderden soorten. En de winter brengt verstilling – wat is er nu mooier dan een duintop met witberijpt helmgras tegen een knisperfrisse, helderblauwe winterhemel?

Even lekker uitwaaien, pootjebaden of schelpen zoeken? Op verschillende plaatsen langs de route kun je even afstappen om een kijkje aan de andere kant van de duinenrij te nemen. Strandovergangen zijn er onder meer bij Paal 29, Schoorl aan Zee en Hargen aan Zee. Bij Camperduin kun je de zee al vanaf je fiets zien.

Tussen Camperduin en Petten ligt de Hondsbossche Zeewering. Al vanaf de middeleeuwen werd hier door de mens aan duin en dijk gewerkt, nadat de St.-Elisabethsvloed een enorme hap uit de hier toch al kwetsbare, smalle duinreep had genomen. Maar pas toen de dijk rond 1880 met basaltblokken was bekleed kon hij de stormen ook echt weerstaan. Een eeuw later werd hij op deltahoogte (11,5 m boven NAP) gebracht – alles voor droge voeten. Desondanks bleek dit stukje zeewering toch weer een zwakke schakel te zijn bij de ‘Kust op Kracht’-inspectie in 2004. De oplossing was ouderwets – zand storten – maar dan in een modern jasje en van ongekende omvang. Met 35 miljoen kuub zand werd tussen dijk en zee een volledig nieuwe duinenrij gecreëerd, compleet met bij Camperduin een recreatieve lagune: de Hondbossche Duinen. Wie weet komt nu ook het oorspronkelijke kleine bos weer terug waaraan de zeewering zijn naam ontleende. Slechts een ‘hont’ groot (0,14 ha), dat moet toch lukken?

Ooit ontstaan door het afgraven van klei voor de dijk is De Putten met zijn brakke water altijd al een geliefd vogelgebied geweest. Maar sinds de strekdammen van de vroegere zeewering onder het zand van de nieuwe voorduinen verdwenen, zijn veel vogels hiernaartoe uitgeweken. Voor broedvogels die hun plekje kwijt zijn geraakt werden er extra maatregelen genomen. Natuurmonumenten legde hier drie schelpeneilandjes aangelegd om de grote stern aan te trekken, en met succes. Verder kun je er visdiefjes, smienten en kluten zien.

De Pettemerduinen vormen slechts een smalle duinstrook, maar tussen de witzandige toppen bloeien kleurrijke orchideeën in de natte duinvalleien. Ook de polder bloeit in het voorjaar: menig veld staat vol vrolijke narcissen, hyacinten en tulpen.

Eerste Water, Tweede Water – in het Zwanenwater vind je de twee grootste natuurlijke duinmeren van West-Europa. Via klaphekjes langs de route kun je over het duin klimmen om een kijkje te nemen rond de zoetwatermeren. In de duinvallei bloeit de tere witte parnassia en in april zingt de blauwborst hier het hoogste lied. Ook broedt er een handjevol lepelaars. Ooit waren dat er meer, maar ze legden het af tegen de brutale aalscholvers die in een grote kolonie het Zwanenwater bevolken. Die trokken de takken letterlijk onder de lepelaars van het nest af, waarop de meeste lepelaars naar Texel verkasten.

 

Kort na de inpoldering van de Zijpe in 1597 ontstonden er langs de Grote Sloot een aantal nederzettingen, waaronder Schagerbrug en het verderop aan de route gelegen Sint Maartensburg en Burgerbrug. In Schagerbrug is het Zijper Museum gewijd aan de geschiedenis van de polder. Halverwege Sint Maartensburg ligt aan de Grote Sloot het monumentale Huize van Strijen. Dit in het oog springende gebouw uit 1895 is geen sjiek landhuis, maar een voormalig weeshuis. Het eerdere gebouw werd al in 1730 gesticht door de rijke familie Van Strijen als een boerenbedrijf – zo leerden de wezen meteen een vak.

De route gaat een stukje over de kronkelige Westfriese Zeedijk, een van de meest pittoreske delen van de Westfriese Omringdijk. Dit oude stuk dijk werd al in de 13e eeuw opgeworpen en is getekend door de vele dijkdoorbraken, te herkennen aan de kolkgaten of wielen – de waterplas die na een dijkdoorbraak achterbleef en waar de dijk omheen werd gelegd.

De in 1597 drooggelegde Zijpepolder moest natuurlijk ook droog blijven. Hiervoor zorgden 21 molens, die tot ver in de 19e eeuw elk een eigen ‘afdeling’ bemaalden. Negen van de tien nog overgebleven molens worden nu door de Stichting Zijpermolens beheerd. Molen L-Q is die tiende molen, eigendom van het waterschap en nog volledig maalvaardig. Vanaf 1598 bemaalde deze molen polder L. Die polder werd in 1960 samengevoegd met polder Q, vandaar die chique dubbele naam. Voorbij knooppunt 73 passeer je nog een molen. Je hebt de Zijpepolder dan net achter je gelaten, dus dit is niet ‘een van de molens’. Ook is hij niet zo oud: de Groetermolen is in 1890 gebouwd.

Bij Groet komen we weer terug in het duingebied. In het vriendelijke plaatsje is het prachtige witte kerkje uit 1639 een lust voor het oog. Gelegen op zijn grazige groene kerkbrink, met een houten toren en omringd door enkele oude arbeidershuisjes ademt het de sfeer van vervlogen tijden.

Als sluitstuk van een duinenroute mag deze bekende zanderige attractie natuurlijk niet ontbreken. Fiets daarom na knooppunt 45 nog een klein stukje door. Het Klimduin is 51 meter hoog en eindigt letterlijk op de drempel van het gezellige Schoorl. Het duindorp is echter geen uitvinding van het hedendaags toerisme. Naast de kerk heeft een prachtig, piepklein raadhuis uit 1601 de tand des tijds doorstaan; Schoorl is zeker tien eeuwen oud. Maar toeristen wisten de weg hiernaartoe vroeg te vinden – in de tijd van het befaamde ‘Blanke top der duinen’-lied was Schoorl ook al een toeristische trekpleister.