Twentekanaalroute

Nederland, Overijssel, Rijssen

89
90
91
85
86
82
94
92
67
68
72
73
31
30
46
45
44
13
11
98
97
89

Tussen Rijssen en Delden fietst u in het stroomgebied van de Midden-Regge. Hier doorheen liet de heer van Twickel, graaf Carel George van Wassenaer-Obdam, 'eigenaar van honderd paarden', rond 1775 de Twickelervaart graven. Deze verbond Delden en Twente rechtstreeks met de Zuiderzee, zodat het vervoer van de voornaamste producten van de Twentse industrie, textiel en hout, sneller en voordeliger werd. Halverwege de 19e eeuw maakte een zijtak van het Overijssels Kanaal en later ook het Twentekanaal de vaart overbodig. Door zijn lagere ligging was dit gebied tot het einde van de 19e eeuw een van de waterrijkste streken van Twente.

Rijssen ontstond bij een doorwaadbare plaats in de Regge en kreeg in 1243 stadsrechten. Rondom Rijssen lagen diverse edelmanshui- zen zoals de havezaten Grimberg en Bevervoorde. Alleen Havezathe De Oosterhof, aan de oostkant van Rijssen, is nog over. Nu is hierin het Rijssens Museum gevestigd. Op het terrein bevindt zich tevens het Internationaal Brandweermuseum en de kasteeltuin is toegankelijk voor publiek (www.rijssensmuseum.nl).
Aan de oostkant van het stadje staat ook de Pelmolen. Deze stellingmolen uit 1572 was tot in de 19e eeuw een van de belangrijke industriemolens van Twente. Hij ligt aan de Regge, indertijd de enige scheepvaartverbinding met de Zuiderzee.

Na knooppunt 86 fiets je langs de zijtak Delden–Almelo van het Twentekanaal. Dit gedeelte kwam in 1953 gereed. Het kanaal moest de aanvoer van grondstoffen voor de Twentse industrie vergemakkelijken. Hoewel economisch succes uitbleef, bleek het kanaal zeer waardevol voor de waterhuishouding van het gebied.

De Twickelervaart loopt van Delden naar Enter en mondt uit in de Regge. Waar de bodem oploopt naar de Deldeneres is het verval groot en stroomt het water snel. De boerderijen van Landgoed Twickel herkent u aan de zwart-witte luiken.

Elsenerbroek was tussen 1910 en 1923 halteplaats op de voormalige spoorlijn Neede–Hellendoorn. De trein had de bijnaam ‘Bello’, die hij dankte aan het bijna onophoudelijk bellen van de locomotief als waarschuwing bij het naderen van de vele onbewaakte overwegen. De lijn bleek onrendabel: te weinig reizigers en ook te weinig goederen. Nadat de spoorstaven al voor de Tweede Wereldoorlog waren verwijderd, werd de grond waarop het tracé liep weer in cultuur gebracht tijdens de ruilverkavelingen rond 1973.

Vanaf knooppunt 11 klim je de Apenberg op, een stuwwal die Twente aan de westzijde begrenst. Ga je bij knooppunt 11 ca. 300 m van de route af (Bovenbergweg), dan kom je bij de Friezenberg, het hoogste punt van de omgeving. Hier kun je vanaf het uitzichtpunt bij helder weer tot aan de Holterberg kijken. Op en rond de berg zijn sporen van prehistorische bewoning gevonden, waaronder grafheuvels. Enkele van de grafheuvels staan op het Elsenerveld, een 500 ha groot heide- en veengebied met een zeldzame vegetatie van jeneverbessen. Windafzettingen hebben in het verleden koppen van dekzand over de ondergrond gelegd. Tussen de koppen liggen depressies zoals het Elsenerveld, dat met veen opgevuld is. De A1 is speciaal om dit gebied heen geleid.