Ruigeweideroute

Nederland, Zuid-Holland, Driebruggen

96
22
23
14
34
35
50
37
36
34
35
97
96

De Ruigeweideroute voert over smalle dijken en jaagpaden. Vanaf de 11e eeuw werd de veenwildernis tussen de Oude Rijn en de Hollandse IJssel ontgonnen. In het zeer natte gebied werden op regelmatige afstanden sloten gegraven waardoor het karakteristieke slagenlandschap van langwerpige kavels ontstond. De kolonisten en boeren in de polder Ruige Weide hadden te maken met moeilijk te cultiveren ruige gronden begroeid met struiken, biezen en taaie grassoorten.

NB: halverwege tussen Hekendorp en knooppunt 34 kunt u een bordje ‘Ruigenweideroute’ tegenkomen. Deze bordjes leiden u langs de oevers van de Hollandsche IJssel – een leuk alternatief, maar u bent dan wel van de knooppuntenroute af en moet deze later zelf weer oppakken. Dit kan voor verwarring zorgen; blijf in dat geval de knooppuntenroute volgen.

Ruigeweide is van oorsprong een middeleeuws dorp aan een gegra­ven wetering. Van hieruit ontgon­nen de eerste boeren het gebied. Al­leen ten noorden van de vaart staan boerderijen. Het gebied ten zuiden van de weg werd ontgonnen vanaf een oeverwal langs de Hollandse IJssel. De boerderijen die bij die ka­vels horen, staan aan de IJssel.

De Dubbele Wiericke komt bij Goejanverwellesluis uit in de Hol­landse IJssel. Op 28 juni 1787 werd prinses Wilhelmina van Pruisen hier door opstandige patriotten gevan­gengenomen. Het incident leidde tot een interventie van de Pruisische troepen – de koning van Pruisen was Wilhelmina’s broer – en het herstel van de stadhouderlijke macht.

De Hollandse IJssel was oor­spronkelijk een tak van de Lek die bij IJsselstein ontspringt en na dertig kilometer bij Capelle aan de IJssel in de Nieuwe Maas stroomt. De rivier werd in de 13e eeuw bij de Lek afge­damd voor de ontginning van het Hollandse veengebied. Langs de ri­vier, achter een steile en hoge win­terdijk, liggen kleinschalige uiter­waarden met jaagpaden. Deze paden ontstonden in de 16e en 17e eeuw ten tijde van de trekvaart. De trekschuiten werden door mensen en/of trekpaarden vanaf het jaag­pad over de rivier voortgetrokken.

De Reeuwijkse Plassen zijn ontstaan als resultaat van de 19e-eeuwse verveningen. Rond 1890 werden enkele plassen droogge­maakt. De droogmakerijen had­den voortdurend last van water uit de omliggende polders en plassen. Na een zware overstro­ming in 1925 werd het plan ge­opperd het hele plassengebied droog te maken, maar uiteindelijk werden de plannen door Provinci­ale Staten verworpen. Het Goudse Hout is een drukbezocht recreatie­gebied.

De Enkele Wiericke, die je net voor knooppunt 37 passeert, en de Dubbele Wiericke zijn twee paral­lel gegraven (boezem)wateren die het overtollige water uit de veenpolders lozen op de Holland­se IJssel. Na het Rampjaar 1672 werd op last van stadhouder Wil­lem III langs de westoever van de Enkele Wiericke een dijk, de Prin­sendijk, opgeworpen. Deze moest het in­undatiewater keren en het tus­sen de beide Wierickes te verzamelen in de polder Lange Weide. Zo werd deze smalle strook land opgenomen in de Oude Hollandse Waterlinie.

Langs Dubbele Wiericke, die door Driebruggen stroomt, staat circa 800 meter ten noorden van Driebruggen het gemaal Westeinde van Waarder. Het wordt in de volksmond ook wel Gemaal Net op Tijd genoemd, ontleend aan het feit dat het bouwwerk ‘net op tijd’, voordat de dijk doorbrak, gereed was.

Westeinde en Oosteinde zijn ka­rakteristieke smalle ‘Hollandse’ dij­ken met aan weerszijden wilgenbo­men, waterlopen en boerderijen. De naam Papekop komt vermoedelijk van Papecope. Het achtervoegsel cope verwijst naar het systeem van de copeontginningen. Een papenkop is een stuk grond aangekocht door een priester (volgens Van Dale).