Lopikerwaardroute oost

Nederland, Utrecht, Linschoten

46
98
88
79
81
82
07
85
86
14
87
55
54
91
92
93
94
69
46

Voor de Lopikerwaard zijn rust, openheid en landelijkheid nog altijd de trefwoorden. Rond de gro­tere plaatsen is het landschap flink op de schop gegaan, maar verder is het karakter van de waard niet wezenlijk veranderd: rechte sloten met een hoge waterstand, smalle weilanden, knotwilgen en statige boerenhoeven met leilinden ervoor. De route passeert een drietal rivieren. In het hart van de Lopi­kerwaard is het historische stadje Oudewater zeker een stop waard.

Montfoort is een oud vesting­stadje dat ontstond rond het plaat­selijke kasteel dat in de 12e eeuw ter beveiliging van het Sticht (Utrecht) werd gesticht. Het kasteel werd in 1672 door de Franse troepen opge­blazen, met uitzondering van de voorburcht.

Bij de ruilverkaveling in de Lopi­kerwaard is bepaald dat slechts één procent van de waard de status krijgt van natuurreservaat. Het grootste deel daarvan (76 ha) ligt tussen Blokland en Achtersloot. Het reservaat wordt zo beheerd dat weidevogels ongestoord kunnen broeden.Verder zuidelijk, richting Benschop, liggen twee oude, deels verlande eendenkooien. Het zijn de enige twee in Utrecht met kooirecht.

IJsselstein is in de laatste decennia sterk gegroeid; rond de historische kern liggen grote nieuwbouwwijken. De Hollandse IJssel stroomt door het middeleeuwse hart van de stad. Enkele monumenten zijn het stadhuis, de Waag, de Nicolaaskerk, korenmolen De Windotter, de resterende toren van Slot IJsselstein en een stuk stadswal.

Bij Jaarsveld gaat de route een klein stukje langs de Lek. De rivier wordt ingesloten door dijken met in de buitenbochten brede uiterwaar­den. De vele kribben dwars op de Lek moeten voorkomen dat de uiter­waarden door de sterke stroming uitschuren. Aan de dijk in Jaarsveld staat het gebouw (1903) van het waterschap Lopikerwaard met een gevel in oud-Hollandse stijl. Het tweede jaartal op de gevelsteen (1675) verwijst naar het bouwjaar van de voorganger van het Dijkhuis, dat hier vroeger op dezelfde plek stond. De meetmast van het KNMI verricht onder­zoek naar de luchtvervuiling.

Voorbij Polsbroekerdam zit een knik in de Damweg. Rechts hiervan is van Polder Willeskop een nieuw na­tuurgebied gemaakt. De weilanden zijn afgegraven, met als resultaat kleine hoogteverschillen. Waterplas­sen met drassige oevers gaan over in kades, waar weer andere planten en dieren voorkomen. Door het gebied loopt een wandelpad. Verderop langs de Damweg, vlak voor Oudewater, ligt rechts een strook boezemland met moerasvegetatie. Die boezem diende voor de opslag van overtollig polder­water dat door een aantal molens op de IJssel werd uitgeslagen. Op een heuveltje staat het voormalige stoom­gemaal Benschop (nu een woonhuis).

Het riviertje de Lange Linschoten kronkelt door het oude centrum van Oudewater. Doordat de economie
van het stadje vanaf de 17e eeuw stag­neerde, was er geen geld voor ver­nieuwingen. Het resultaat is een nos­talgisch decor van oude bruggetjes en monumentale grachtenpanden, waaronder de beroemde Heksenwaag.

Na de Lange Linschoten fietst u langs het bos van Huis te Linschoten. Links van de weg staan twee opval­lende boerderijen met de curieuze namen Haugesund en Kopervik. De namen verwijzen naar plaatsen in Noorwegen waar de landheer graag verbleef. Het lijken 17e-eeuwse boer­derijen, maar ze zijn pas rond 1930 gebouwd. De overige boerderijen zijn over het algemeen wel ouder, zoals de Louisehoeve (1601).