Kanis-Oukooproute

Nederland, Utrecht, Kamerik

64
81
19
80
24
60
16
59
37
36
62
06
07
08
63
64

Open weilanden, brede sloten, smalle kaden en kleingebleven (lint)dorpen roepen het echte Groene Hart-gevoel op. Schilderachtige riviertjes als de Grecht en de Aa dateren al van voor de ontginning. Vanaf de 12e eeuw begonnen kolonisten vanuit Utrecht en Holland het wilde onland (moeras) te cultiveren. Plaatsnamen als Teckop, Oukoop en Gerverscop verwijzen naar het systeem van de cope-ontginning. De kolonisten sloten een cope (contract) met de landheer. Ze vestigden zich aan een veenstroom of wetering. Kanis is een authentiek lintdorp aan een kaarsrechte wetering.

Start bij Bezoekerscentrum Oortjespad en ga rechtsaf richting knooppunt 64 en Kanis.

Het dorp Kanis heeft zich langs beide zijden van de smalle Kamerikse Wetering gevlijd. Ten noorden en ten westen van het dorp ligt een fraai copelandschap. De Kanis is ontstaan als buurtschap nadat in 1855 op twee kilometer van het protestantse Kamerik een rooms-katholieke kerk werd gebouwd. Rond deze Hippolytuskerk ontstond meer bebouwing. De naam komt van de hier gelegen herberg die De Gekeerde Kanis heette, wat de omgekeerd vismand betekent.

De Houtkade is een van de talloze veenkaden. Het zijn lage, smalle dijken die het water in geval van nood moesten kunnen keren. Ze werden beplant met wilgen of essen, waarvan het hakhout diende voor het maken van zinkstukken. De Grecht stroomt door het regelmatig verkavelde veenlandschap. Eind 15e eeuw werd de Grecht aangelegd om beter te kunnen zorgen voor de afwatering naar de Oude Rijn. Hiervoor werd onder meer het riviertje de Oude Meije rechtgetrokken. Een informatiebord op het dak van het gemaal Oud-Kamerik vertelt u er meer over.

De schutsluis Woerdense Verlaat (verlaat betekent schutsluis) dateert van 1433, maar voldeed aanvankelijk niet. De sluis werd daarom vervangen door een stevige dam. Schepen moesten voortaan met een overtoom over de dam worden getrokken. Later werd de sluis weer in bedrijf genomen.

De smalle Wilnisse Zuwe ligt op de grens van verveende en niet-verveende polders. De polder links (waar veen werd uitgegraven) behoort tot de droogmakerij Mijdrecht en ligt zes meter onder de zeespiegel. De rechter veenpolder ligt veel hoger. Voorbij Wilnis volgt de route de middeleeuwse ontginningsbasis Donkereind. Polder Demmerik aan de Ter Aase Zuwe is een natuurreservaat voor weidevogels. Het achtervoegsel ‘zuwe’ betekent van oorsprong looppad door het veenmoeras.

Langs het natuurpad Boterwal houden IVN-vrijwilligers de karakteristieke elementen van het oude veenlandschap in stand: bloemrijk hooiland, een zompige moerasoever, knotwilgen en een wilgengriend. Waar de Aa overgaat in de Angstel ligt Nieuwer Ter Aa, op een veilige hogergelegen oeverwal.

De Grote Heijcop werd in 1385 gegraven in opdracht van de bisschop van Utrecht om een eind te maken aan de afwateringsproblemen. Toen de graaf van Holland geen vaarrecht van de bisschop kreeg, liet hij in 1413 de Bijleveld graven, vrijwel parallel aan de bisschopsvaart.

Kockengen ligt ingeklemd tussen twee historische waterwegen. Een informatiepaneel bij de dorpskerk verhaalt over de bewogen dorpsgeschiedenis. In de 14e eeuw ontstond een hevige strijd tussen de graaf van Holland en de bisschop van Utrecht over de afwatering van hun beider ontginningen. De graaf liet de Hollandse Kade aanleggen om zijn gebied te beschermen tegen overtollig water uit het hoger gelegen Utrecht.