De Stijl in Utrecht

Nederland, Utrecht, Utrecht

Honderd jaar geleden zorgde de kunstbeweging De Stijl voor een revolutie in de architectuur. Een van de grote namen van deze beweging was de Utrechtse meubelmaker en architect Gerrit Rietveld. Hij werd wereldberoemd met zijn rood-blauwe stoel en het Rietveld Schröderhuis, maar er valt nog veel meer te ontdekken over deze vernieuwende ontwerper. Stap op de fiets en maak kennis met de erfenis van Gerrit Rietveld!

Start op het Domplein met de rug naar de toren en fiets links langs de Domkerk. Bij de eerste kruising rechtdoor, daarna eerste linksaf (Achter St-Pieter). Eerste rechtsaf (Keistraat), bij gracht rechtdoor (Drift). Op drukke kruising rechtsaf (Nobelstraat). Stop voor de gracht rechts van de brug.

Steek de brug over en ga linksaf. Houd verderop rechts aan (Kruisstraat). Aan het einde even rechtsaf en direct linksaf, smalle straat in (Bekkerstraat). Tweede straat rechtsaf (Palmstraat). Tweede straat linksaf (Poortstraat). Stop op de eerste kruising bij het begin van de Ooftstraat.

Fiets door de Ooftstraat, dan aan het einde rechtsaf (Oude Kerkstraat). Stop aan het einde bij de Biltstraat. Steek de Biltstraat over en ga linksaf. Voorbij huisnr. 473 rechtsaf en direct links aanhouden (Oorsprongpark). Aan het einde rotonde driekwart volgen, spoorlijn over en schuin rechts Ramstraat in. Stop bij nr. 12.

Fiets verder door de Ramstraat. Vlak voor het einde rechtsaf, via asfaltweg langs de kerk (Oudwijk). Aan het einde rechts aanhouden via asfaltweg (Wilhelminapark). Stop aan het einde bij de rotonde, tweede weg rechts (Burg. Reigerstraat).

Vervolg de rotonde, tweede straat rechtsaf (Wilhelminapark). Na 50 m rechts aanhouden, via klinkerstraat. Stop halverwege. Vervolg de klinkerstraat. Aan het einde rechts aanhouden en eerste rechtsaf (Julianalaan). Stop tegenover Julianalaan 10.Steek de straat over en wandel via het trottoir om het huizenblok heen, dan voorbij het water linksaf (Rembrandtkade). Stop na 25 m.

Ga terug naar de doorgaande weg, dan linksaf (Adriaen van Ostadelaan). Na 150 m rechtsaf (Bosboomstraat). Voorbij het ziekenhuis linksaf (Burg. F. Andreaelaan). Bij verkeerslichten rechtdoor (Mesdaglaan). Tweede straat linksaf (Breitnerlaan). Einde rechts aanhouden (Breitnerlaan). Stop bij nr. 9.

Vervolg de Breitnerlaan. Ga aan het einde linksaf (Israëlslaan). Aan het einde rechtsaf en bij de verkeerslichten linksaf (Adriaen van Ostadelaan). Ga na 200 m links een stukje de Ferdinand Bolstraat in. Vervolg de Adr. van Ostadelaan. Tweede rechtsaf (Jan van Scorelstraat). Tweede rechtsaf (Hobbemastraat). Einde linksaf en eerste rechtsaf (Frans Halsstraat). Einde linksaf (Laan van Minsweerd). Stop aan het einde.

Ga onder het viaduct door en direct linksaf. Stop aan het begin van de Erasmuslaan. Ga terug onder het viaduct door en fiets rechtdoor (Prins Hendriklaan). Einde rechtdoor het park in. Volg hoofdpad rechtdoor. Einde rechts aanhouden, dan bij rotonde derde rechtsaf (Burg. Reigerstraat). Steeds rechtdoor richting centrum (Nachtegaalstraat, Nobelstraat, Janskerkhof, Lange Jansstraat, Potterstraat, Lange Viestraat). Ga voorbij de Oude Gracht eerste linksaf het Vredenburg op.

De fietsroute begint waar ook de stadsgeschiedenis ooit begon: het Domplein. Rond 50 n.Chr. bouwden de Romeinen hier een castellum (fort). Eind 7e eeuw gebruikte de missionaris Willibrord het vervallen fort om van daar uit het christendom te verspreiden. Utrecht groeide uit tot een belangrijk religieus centrum, bekroond door een majestueuze Domkerk. Maar in 1674 sloeg het noodlot toe: tijdens een orkaan stortte het middenschip van de kerk in en werd vervolgens nooit meer herbouwd. Aan de kleur van de straatstenen is te zien hoe groot de kerk ooit was. Stalen platen rond het plein markeren de grenzen van het Romeinse fort. Tip: daal vóór de Domtoren het trapje af en maak in DOMunder kennis met tweeduizend jaar geschiedenis.

In 1122 kreeg Utrecht stadsrechten. Dat betekende onder meer het recht om een stadsmuur en een stadsgracht aan te leggen. Deze Stadsbuitengracht ligt er nog altijd. Het voetpad rechts leidt naar een restant van de stadsmuur. Eeuwenlang vormde de gracht de grens van de stad. Totdat de bevolking in de 19e eeuw zo snel groeide dat de stad uit zijn middeleeuwse voegen barstte. Daarom werden vanaf 1830 de verdedigingswerken geleidelijk afgebroken en na 1875 verrezen de eerste woonwijken buiten de gracht.

Wittevrouwen – genoemd naar een klooster waarvan de nonnen witte kleding droegen – is zo’n 19e-eeuwse woonwijk: voorname huizen sieren de hoofdstraten, daarachter staan kleine arbeidershuizen. Een bordje bij Ooftstraat 14 vermeldt dat dit het geboortehuis van Gerrit Rietveld is. De datum: 24 juni 1888. Zijn vader was meubelmaker en had een werkplaats op Poortstraat 98. Later verhuisde het gezin zelf ook naar dit adres. Na de lagere school ging Gerrit bij zijn vader werken. Hij was dromerig maar talentvol. In 1911 trouwde hij met de verpleegster Vrouwgien Hadders. Ze vestigden zich op Ooftstraat 23.

Maar Rietveld wilde meer dan meubels maken. Hij zocht naar andere mogelijkheden en werkte onder meer bij een edelsmid. In deze periode speelden enkele mensen een belangrijke rol in zijn ontwikkeling. Zoals de kunstenares Truus Schröder- Schräder, die met haar gezin in het statige pand aan de overkant van de Biltstraat woonde (nr. 423). Ze bleken geestverwanten. Rietveld ontwierp voor haar een kamer met vlakken in verschillende grijstinten. Het was de aanzet tot een hechte samenwerking, die zelfs zou uitmonden in een relatie. Maar daarover later meer.

Nog een belangrijke naam is P. J. Houtzagers, de ontwerper van de eclectische herenhuizen (1892) op Ramstraat 2-16 en 23-27. Naast architect was hij ook directeur van Het Utrechtsch Museum van Kunstnijverheid. Tussen 1904 en 1908 volgde de toen nog jonge Rietveld avondlessen bij hem. Hij leerde over architectuur, stijlen en proporties. Houtzagers ontwierp in de neostijlen die eind 19e eeuw populair waren. Rietveld zou later kiezen voor een geheel eigen stijl, maar daarvoor had hij eerst nog een duwtje in de goede richting nodig.

De huizen op Burg. Reigerstraat 80-84 zijn van de hand van architect en meubelontwerper P.J.C. (Piet) Klaarhamer. Vanaf 1908 volgde Rietveld cursussen bij hem, onder meer over de relatie van architectuur met beeldende kunst, politiek en filosofie. Zo ontworstelde Rietveld zich geleidelijk aan de benauwende Utrechtse sfeer. Ook qua vormentaal werd Klaarhamer de grote leermeester van Rietveld. Hij streefde in zijn ontwerpen naar heldere, eerlijke vormen en een doelmatige indeling. In zijn meubels was de constructie vaak zichtbaar en hij gebruikte eenvoudige, goedkope materialen. Later zou Rietveld over Klaarhamer zeggen: ‘zijn werk was als zijn naam: helder en krachtig!’. Toch zou de leerling zijn leermeester al snel overvleugelen: niet Klaarhamer maar Rietveld werd in 1919 uitgenodigd zijn meubelontwerpen in het tijdschrift De Stijl te publiceren.

Het Wilhelminapark werd in 1898 geopend. Rondom verrezen herenhuizen en villa’s voor de welgestelden. Juist deze bovenlaag stond open voor nieuwe ideeën en stromingen, waardoor Houtzagers en Klaarhamer hier diverse opdrachten kregen.

Ook Rietveld mocht in deze buurt zijn vaardigheden als architect laten zien. Het huis op Julianalaan 10 zag er bij oplevering in 1917 net zo uit als de rest van het blok. In 1927 gaf Rietveld het huis een nieuwe gevel en een plat dak – voor die tijd zeer vernieuwend. De zwarte plint is kenmerkend voor Rietveld.

Achter het huis Julianalaan 10 (eigendom van een arts) bouwde Rietveld een chauffeurswoning. Dat deed hij in drie weken tijd, met geprefabriceerde onderdelen. Rietveld noemde het een ‘proeve voor industrialisering der bouw’. Helaas slaagde de proef maar gedeeltelijk: het dak lekte en de stalen kozijnen tochtten. Rietveld bouwde dan ook voornamelijk prototypen; testen was er niet bij.

Voor de oorlog kreeg Rietveld weinig opdrachten, maar dat veranderde in de periode van de Wederopbouw. Zo ontwierp hij in 1958 twee woningen in de Breitnerlaan. Nr. 9 staat bekend als huis Muus, naar de eerste bewoners. Geen enkel gevelvlak is hetzelfde en het dak lijkt te zweven, maar verder is het ontwerp redelijk sober.

Veel opvallender oogt huis Theissing op nr. 11. Opdrachtgever Theissing werkte bij Bouwbedrijf Bredero, dat het huis ook bouwde. Daarbij gebruikten ze binnen het bedrijf ontwikkelde B2-betonblokken: hol aan één kant en makkelijk te stapelen. Naast de voordeur zijn enkele blokken met de holle kant naar buiten geplaatst. Het interieur is typisch voor Rietveld: de muren kun je wegschuiven, waardoor één grote ruimte ontstaat. Maar ook Theissing had forse klachten over lekkage. Bij een renovatie in 1980 werden de schuifwanden weggehaald en kregen de B2-blokken een behandeling tegen lekkage. Vandaar de witte kleur, want oorspronkelijk waren ze betongrijs. Primaire kleuren doorbreken de witte vlakken.

Wandel rechts van nr. 9 via het pad naar de Kromme Rijn. Aan het water (links) staat een Rietveldbank, een zitbank die Rietveld in 1959 ontwierp voor de tuin van de Calvéfabriek in Delft. Vanaf deze plek is goed te zien dat er veel glas zit in de achtergevels van beide huizen. Dat zorgt voor veel lichtinval en maximaal zicht op het park.

Van 1917 tot 1924 had Rietveld een meubelwerkplaats aan de Adriaen van Ostadelaan 93. Een foto op de zijgevel toont hem in 1918, zittend in de later beroemd geworden rood-blauwe stoel. Links staat Gerard van de Groenekan. Hij nam in 1924, toen Rietveld zich op architectuur ging toeleggen, de werkplaats over, maar bleef Rietveldmeubels maken.

In 1924 mocht Rietveld zijn eerste complete woonhuis ontwerpen. Opdrachtgeefster was weer Truus Schröder-Schräder, die net weduwe was geworden en een nieuw huis zocht voor haar en haar kinderen. Het resultaat was een uitbundig experiment in vormen en kleuren, dat scherp contrasteert met de naastgelegen rijtjeshuizen. De buitenkant van dit Rietveld Schröderhuis bestaat uit asymmetrische vlakken en lijnen, geschilderd in de kleuren van De Stijl. Binnen draait alles om licht en ruimte. Rietveld experimenteerde voor het eerst met schuifwanden en ontwierp zelf alle meubels. Intussen werd het contact tussen opdrachtgeefster en ontwerper steeds hechter. Van 1925 tot 1933 had Rietveld een kantoor op de benedenverdieping en na de dood van zijn echtgenote in 1958 trok hij zelfs bij Truus Schröder in. Dat duurde tot 1964, toen hij zijn laatste adem uitblies in wat nu als een van zijn meesterwerken wordt beschouwd.

In het viaduct naast het Rietveld Schröderhuis creëerden Margot Berkman en Eline Janssens in 2001 een kunstwerk genaamd Sitting in Blue. Op keramische tegels zijn 32 stoelen van Rietveld afgebeeld. Wat daarbij opvalt: de ontwerpen zijn snel en eenvoudig te maken, alsof ze bedoeld zijn voor de catalogus van een Zweedse meubelgigant. Maar destijds waren de klanten nog lang niet toe aan zulke vernieuwende concepten. Liever hielden ze vast aan de ‘eikenhouten erfenis van oma’.

Na het Rietveld Schröderhuis maakte Rietveld zich geleidelijk los van De Stijl. Begin jaren dertig ontwierp hij aan de Eramuslaan twee woonblokken volgens de principes van het Nieuwe Bouwen. Kenmerkend is dat de functie de vorm van het huis bepaalt. De blokken zijn gebouwd rond een stalen skelet, waarbij ‘licht, lucht en ruimte’ een grote rol spelen. De blokken dienden als voorbeeld voor sociale woningbouwprojecten, maar alweer leverde het Rietveld weinig werk op. Pas vanaf de jaren vijftig werd hij een veelgevraagd architect.

In 1934-1936 verbouwde Rietveld bioscoop Vreeburg (nu ESPRIT op nr. 9-10), ook weer volgens de principes van het Nieuwe Bouwen. Hij voegde een extra verdieping toe, waar hij woonde van 1936 tot de dood van zijn vrouw in 1958. Ook dit was één open ruimte, met gordijnen om delen af te scheiden.